Liever luisteren? Hoofdredacteur Ward Wijndelts heeft dit verhaal ingesproken.
De nieuwe voorzitter van MKB-Nederland, Jacco Vonhof, kondigde zichzelf in 2018 energiek aan: ‘VNO-NCW is er voor de ondernemingen, MKB-Nederland is er voor de ondernemers. Ik ben boven alles ondernemer.’ Hij voegde vrijwel direct de daad bij woord door – samen met LTO Nederland – los van VNO-NCW tegen de afschaffing van de dividendbelasting te pleiten, en ervoor te ijveren dat het geld bij het midden- en kleinbedrijf terecht zou komen. Er was immers werk aan de winkel.
MKB-Nederland moet opkomen voor het midden- en kleinbedrijf: volgens de eigen definitie zijn dat bedrijven met minder dan 250 medewerkers. In het verleden luidde de kritiek dat MKB-Nederland zich te veel liet overschaduwen door die andere lobbyclub: VNO-NCW, de organisatie die zich juist inzet voor grotere ondernemingen en multinationals. MKB-Nederland en VNO-NCW zetelen sinds 2009 beide in de Malietoren in Den Haag, en delen daar kantoorruimte.Twee voorzitters van MKB-Nederland, Michaël van Straalen en Hans Biesheuvel, stapten naar eigen zeggen mede op uit frustratie over de overschaduwende rol van VNO-NCW. Biesheuvel vertrok in 2013 en richtte zijn eigen vereniging Ondernemend Nederland (ONL) op. In een later interview sprak hij van een ‘onevenwichtig huwelijk’ tussen MKB-Nederland en VNO-NCW.
Vijf jaar later, in 2018, vertrok Van Straalen. ‘Binnen de samenwerking met VNO-NCW ervaart hij als voorzitter te weinig ruimte om daaraan verder vorm en inhoud te geven,’ zo luidde de persverklaring van MKB-Nederland in 2018.
Dividendbelasting
Dat de ondernemersonvrede uitgerekend in 2018 een hoogtepunt bereikte, was geen toeval. Het was het jaar van de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting. De voor multinationals fiscaal gunstige maatregel ging de schatkist jaarlijks 1,4 miljard euro kosten. Volgens premier Rutte (VVD) was dat prima te verdedigen omdat Nederland op deze manier fiscaal aantrekkelijk werd voor bedrijven, wat weer goed zou zijn voor de werkgelegenheid. Tegelijkertijd kreeg het midden- en kleinbedrijf een lastenverzwaring op hun bord in de vorm van btw-verhoging. Het voelde voor ondernemers alsof zij mochten opdraaien voor de belastingvoordeeltjes van multinationals. Biesheuvel liet Het Financieele Dagblad weten het argument van premier Rutte over ‘werkgelegenheid’ ook niet te kunnen plaatsen: ‘De banen zitten bij de kleine bedrijven, dan moeten we die toch de ruimte geven?’
De cijfers liegen er niet om. Een vergelijking van het CBS over de periode 2006-2017 laat bijvoorbeeld zien dat het belastingtarief voor grote bedrijven in de praktijk flink is gedaald, terwijl het officiële tarief gelijk is gebleven. Dit verschil tussen het officiële belastingtarief (25%) en het daadwerkelijk betaalde tarief (10,4%) wordt – zo is te lezen in een onderzoeksrapport uit 2019 van de Groenen in het Europees Parlement – veroorzaakt door allerlei regelingen, voordeeltjes en fiscale aftrekmogelijkheden.
In de praktijk wordt zelden gekozen voor het midden- en kleinbedrijf als dat ten koste moet gaan van de grotere bedrijven en multinationals.
Neem de ‘innovatiebox’ waardoor bedrijven slechts 7 procent belasting betalen over ‘innovatieve activiteiten’. CPB-onderzoeker Bastiaan Overvecht concludeerde in Het Financieele Dagblad dat deze regeling juist jonge (en kleinere) techbedrijven benadeelt: ‘Deze vernieuwen vaak intuïtief, ze experimenteren veel, sturen dan bij en werken samen met andere partijen. Dat staat haaks op de vaak planmatige aanpak van bestaande bedrijven met gestructureerde budgetten.’ Het Centraal Planbureau noemde de regeling daarom een ‘subsidie voor winstgevende bedrijven met innovaties uit het verleden’ waar met name ASML en Booking.com van profiteren.
‘Grote bedrijven hebben al honderd jaar fiscale voordelen gehad, laten we het nu eens omdraaien,’ zei Hans Biesheuvel toen hij na zijn vertrek als voorzitter van MKB-Nederland ONL oprichtte. In de Malietoren werd ondertussen de ongerust achtergebleven achterban beterschap beloofd: MKB-Nederland zou meer ruimte krijgen zichzelf te profileren, met een duidelijke agenda los van VNO-NCW, een eigen staf en een eigen gerichte lobby. Van de veertig aanwezige lobbyisten werden er vijf exclusief gereserveerd voor het midden- en kleinbedrijf.
Geen meel in de mond
Op het eerste gezicht lijkt Jacco Vonhof een uitstekende belangenbehartiger: hij laat zich regelmatig horen en vertolkt in zijn bijdragen ‘het ondernemersgeluid’. Hij verwijt het kabinet ‘een gebrek aan urgentie’ (WNL) terwijl het ‘zichzelf rijk rekent’ (BNR) en maakt zich ‘ontzettend veel zorgen’ (NU.nl) over de stijgende loonkosten, de hogere grondstof- en energieprijzen, de uitgestelde belastingschuld tijdens corona die nu moet worden terugbetaald en de lastenverzwaringen vanuit de overheid. In aanloop naar Prinsjesdag zei hij dat de lasten nu ‘echt niet meer te dragen’ zijn.
Maar in het gezelschap van VNO-NCW wordt de soep toch minder heet gegeten. In een gezamenlijke reactie zei Vonhof dat ‘het verstandig is dat het kabinet al het mogelijke wil doen voor de koopkracht van burgers. Tegelijkertijd hebben ondernemers het wel zwaar’. Gelukkig ‘doet het kabinet iets terug met een pakket van 600 miljoen euro’.
In de praktijk wordt zelden gekozen voor het midden- en kleinbedrijf als dat ten koste moet gaan van de grotere bedrijven en multinationals. MKB-Nederland deelt namelijk meer dan alleen kantoorruimte met VNO-NCW: ze delen grotendeels hun personeel (te bereiken via @vnoncw-mkb.nl) waardoor dat in de praktijk voor twee verschillende (en soms conflicterende belangen) moet opkomen in commissievergaderingen. Reacties op beleid en brieven aan het kabinet en de Kamercommissies worden ook steevast namens beide organisaties uitgestuurd. Ook de woordvoerders beantwoorden vragen namens MKB-Nederland én VNO-NCW. Hoewel de belangen in de praktijk elkaar soms bijten, happen ze in het openbaar niet naar elkaar. Resultaat: de officiële reactie richting Kamer en kabinet is milder van toon dan de media-optredens.
Aan Vrij Nederland laat Vonhof echter weten absoluut niet met meel in de mond te praten. ‘Soms heeft MKB-Nederland een ander belang, dan gaan we ook gewoon op onze eigen toon los. Dat heb ik ook gezegd bij mijn aantreden: ik ga niet de bijwagen worden van VNO-NCW, ik ga mijn eigen geluid inbrengen op de thema’s waar dat mkb-profiel in zit.’ Hij wijst erop dat de branchevereniging heeft gepleit voor een compensatie voor het mkb omdat het wettelijk minimumloon niet stapsgewijs maar in één keer wordt verhoogd met 10 procent.
Vonhof ziet geen probleem in het hebben van een ‘grootbedrijf’. ‘De weg die veel ondernemers afleggen, ken ik als geen ander.’
Toch wordt er niet graag ten koste van grote bedrijven gelobbyd. ‘Het minimumloon is niet voorbehouden aan het mkb, dat geldt vooral voor grote ondernemingen. Denk alleen al aan Albert Heijn, grote distributiecentra en grote ketens in de detailhandel,’ zegt woordvoerder Mieke Ripken van VNO-NCW én MKB-Nederland.
Maar er zijn ook maatregelen die voornamelijk het mkb raken. Zo verlaagt het kabinet de grens voor vennootschapsbelasting. Nu moeten bedrijven vanaf €395.000 belastbare winst het hoge tarief van 25,8% betalen, straks wordt dat €200.000. Niet alleen moeten bedrijven eerder belasting over winst betalen, ook wordt het lage tarief verhoogd van 15 naar 19%. Het hoge tarief (waar voornamelijk grotere winstgevende bedrijven onder vallen) blijft ongemoeid. ‘Ook deze lobby heeft voor VNO-NCW beter uitgepakt dan voor ons, mkb’ers,’ verzucht ONL-frontman Hans Biesheuvel.
In de Malietoren zien ze dat onderscheid (wederom) wat minder scherp: ‘Over de hele linie zou de winstbelastingdruk omlaag moeten om investeringen aan te jagen,’ laat woordvoerder Mieke Ripken weten, en ze voegt toe wel degelijk te hebben geageerd tegen de verhoging van het lage tarief.
Ondernemerspartij?
Vonhof presenteert zichzelf als rasechte ‘mkb-ondernemer’ die niet wil worden ingekapseld door de Haagse overlegcultuur. Mede daarom zette hij zijn eigen bedrijf niet op afstand. ‘MKB-Nederland wil juist een voorzitter die met beide benen in de praktijk staat,’ zei hij bij zijn aantreden in 2018.
Maar hoewel hij ooit begon met een klein schoonmaakbedrijf dat aan de eigen definitie van midden- dan wel kleinbedrijf voldeed, is dit inmiddels uitgegroeid tot een groot concern met 2300 medewerkers. Hij valt dus onder de categorie ‘grootbedrijf’. Bovendien staat hij al lang niet meer met de poten in de modder. Hij deed zichzelf een ‘baas cadeau’ – volgens Vonhof zijn ‘beste beslissing van de afgelopen 25 jaar’. Desgevraagd zegt hij geen probleem te zien in het hebben van een ‘grootbedrijf’. ‘Ik ben dertig jaar geleden in mijn eentje als glazenwasser begonnen, en de weg die veel ondernemers afleggen, ken ik als geen ander. Ik wéét hoe spannend het is om je eerste werknemer in dienst te nemen, iemand bij ziekte twee jaar door te moeten betalen en hoeveel papierwerk je moet verzetten voordat je toekomt aan je werk.’
Maar van de Nederlandse ‘optimistische ondernemer’ lijkt soms weinig meer over, en er klinken zorgen of het Torentje daar überhaupt een boodschap aan heeft. Want hoewel de liberalen van de VVD zichzelf jarenlang op de borst klopten als ‘de ondernemerspartij’, had premier Mark Rutte het zichtbaar moeilijk toen hij afgelopen verkiezingen in het programma Nieuwsuur oog in oog kwam te staan met een ondernemer die hem confronteerde met VVD-beleid. Restauranteigenaar Ap de Bruin uit Langweer constateerde dat tien jaar Rutte ‘echt heel slecht was voor ondernemers’. Hij had de beloften er nog eventjes bij gezocht: ‘Er zou 50 procent minder regels komen, het is verdubbeld. De btw-verhoging zou tijdelijk zijn, hij is er nog steeds. Het minimumloon moet omhoog en ik vind ook dat mijn mensen meer mogen verdienen, maar doe dat door het gat tussen bruto en netto te verkleinen.’ Na dicht te zijn geweest door corona, schulden te hebben gemaakt en coronasteun terug te hebben moeten betalen, wist de ondernemer niet waar hij een verhoging van het minimumloon vandaan zou moeten halen.
‘Als we het verdienvermogen van grote bedrijven kwijtraken, dan voelt het mkb dat direct en gaat de welvaart onderuit.’
Ondernemer en voormalig VVD-Kamerlid Wybren van Haga ziet een ‘grote kloof tussen de partijtop, de Tweede Kamerfractie en de kiezers’. Na een kort politiek avontuur bij Forum voor Democratie, waar hij campagne voerde op een ondernemersagenda, richtte hij zijn eigen partij Belang van Nederland op. ‘Er zit vrijwel geen enkele ondernemer meer in de VVD-top, mede door het selectiebeleid waarbij beleidsmedewerkers en ambtenaren altijd voorgaan,’ aldus Van Haga. Dat zag ook Nieuwsuur tijdens de verkiezingen vorig jaar. In de top-tien VVD-kandidaten telde de redactie nul jaar aan ondernemerservaring, anders dan bij concurrenten op rechts zoals de PVV (25 jaar) en Forum voor Democratie (60 jaar). Wel waren er negen voormalig politiek-assistenten te vinden in de top-twintig van de VVD.
VVD’ers zijn niettemin goed vertegenwoordigd in de werkgeverspolder. Voormalig VVD-kamerlid Han ten Broeke, bijvoorbeeld, is als voorzitter van de garage- en autodealerbranche BOVAG aangesloten bij MKB-Nederland, maar treedt ook zelf als frontman naar voren om de belangen van zijn achterban te verdedigen. En die is divers, benadrukt Ten Broeke, die we spreken terwijl hij ‘net op de fiets zit richting de Malietoren’: ‘In ons ledenbestand komen we bedrijven met honderden miljoenen en soms zelfs een miljard omzet tegen, maar ook een garagebedrijf waar vader en zoon in het weekend met olie onder de nagels de weekopbrengst tellen.’ Ten Broeke vindt de tegenstelling mkb versus grootbedrijf vals: ‘Toeleveranciers zitten gekoppeld aan grote bedrijven. Als we het verdienvermogen van grote bedrijven kwijtraken, dan voelt het mkb dat direct en gaat de welvaart onderuit.’ VNO-NCW en MKB-Nederland, stelt hij, versterken elkaar juist, ‘maar ik moet nu ophangen want ik ga Maxime Verhagen (CDA, Bouwend Nederland, VNO-NCW, DK) gedag zeggen!’
Polderiek pragmatisme
Juist de gedachte dat het in de praktijk allemaal niet zo schuurt, dat het ene belang het andere niet uitsluit maar dat ze eerder hand in hand gaan, kenmerkt de Haagse overlegcultuur waar polderiek pragmatisme de boventoon voert. Iets waar Vonhof als voorzitter van MKB-Nederland en als ondernemer wars van zegt te zijn, maar dat toch ook terugkeert in zijn eigen cv. Zo vervulde hij functies die volgens deskundigen onverenigbaar zijn. Zijn bedrijven werken bijvoorbeeld samen met het sociale werkbedrijf van de gemeente Zwolle waar hij acht jaar lang (tot 2018) toezichthouder was, én zijn bedrijf maakte schoon bij een Zwols theater waar hij een commissarisfunctie had.
Allereerst het sociale werkbedrijf. Vonhof was van 2010-2018 als toezichthouder betrokken bij het sociale werkbedrijf Wezo (tegenwoordig Tiem) van de gemeente Zwolle. Wezo moest mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden richting werk. Niet alleen werkte zijn schoonmaakbedrijf NOVON al veelvuldig samen met het sociale werkbedrijf, ook nam hij in 2014 het uitzendbureau Djopzz over, dat zich specialiseert in mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat bedrijf wordt door het sociale werkbedrijf – zo blijkt uit een evaluatierapport van de gemeente Zwolle – als ‘stakeholder’ gezien.Vonhof laat weten dat hij door de gemeente juist werd gevraagd omdat hij ‘veel zaken met het sociale werkbedrijf deed’ en mensen daarvan in zijn bedrijf aan het werk had. Daardoor zag de gemeente in hem een goede kandidaat om andere werkgevers te enthousiasmeren via zijn netwerk. Vonhof heeft een sterk lokaal profiel: hij stond op de lijst voor de VVD tijdens de gemeenteraadsverkiezingen en werd afgelopen kabinetsformatie naar eigen zeggen gepolst voor het kabinet. Zijn rol in de raad van commissarissen bestond er dan ook uit ‘een verbindende schakel met ondernemers’ te zijn.
‘Ik ga uit van goede bedoelingen, maar met deze uitleg kom je niet weg,’ constateert governance-adviseur Daniël Folkersma. ‘De raad van commissarissen is een collectief, iedere commissaris is in gelijke mate aansprakelijk. Je kunt dus niet zeggen “ik zat er alleen in de rol van ambassadeur”.’
Hoewel de gemeente Zwolle toegeeft dat het ‘statutair niet is toegestaan’ dat een toezichthouder zakelijke relaties onderhoudt met het sociale werkbedrijf, vinden ze het juist ‘begrijpelijk’ dat Vonhof zich als lid van de raad van commissarissen vooral als ambassadeur opstelde, aangezien ‘de feitelijke zeggenschap van de rvc beperkt was’ en het hier ‘een overheids-N.V. betreft’.
Folkersma noemt dat ‘het we’re special-argument’. ‘De taken van een raad van commissarissen zijn glashelder: toezicht houden, (on)gevraagd advies geven, werkgever zijn van het bestuur en ambassadeur van de instelling’. Hij verzucht dat in de zoektocht naar toezichthouders wel vaker exclusief wordt gekeken naar ‘iemand met profiel en een netwerk’ zonder stil te staan bij de overige taken en verantwoordelijkheden. ‘Zijn collega-commissarissen, maar ook de gemeente Zwolle, hebben zoveel waarde gehecht aan die ene rol, dat ze de andere rollen en verantwoordelijkheden en hoe die zich tot elkaar verhouden, zijn vergeten. Niemand heeft hier opgelet.’
Tragisch ongeval
Opvallend is bovendien dat Vonhof zijn schoonmaakpersoneel deels werft via zijn uitzendbureau Djopzz. Inmiddels zegt hij daar formeel niet langer bij betrokken te zijn omdat de 25 procent aandelen aan zijn ex-vrouw toebehoren. Toch wordt Vonhof in interviews vaak ingeleid als ‘aandeelhouder’ van het bedrijf, twittert het account van Djopzz zelf over Vonhof als ‘mede-eigenaar’, en komt hij in reclames van het bedrijf en ook in andere artikelen naar voren als actief betrokken bij het uitzendbureau. Op de website van Djopzz prijst hij – als voorzitter van MKB-Nederland – het uitzendbureau aan als ‘onze samenwerkingspartner!’ Vonhof zegt dat het uitzendbureau dit op eigen initiatief op de website plaatste. Na vragen hierover van Vrij Nederland werd de bewuste pagina verwijderd. Vonhof benadrukt pas uit te wijken naar uitzendbureaus als zelf rekruteren niets oplevert, maar zegt ook dat de schoonmaak-cao te beperkend is. ‘Ik merkte dat er door de klant vaak taken worden gevraagd die niet in de schoonmaak-cao passen, zoals cateringwerk of receptiewerk. Dus toen ik Djopzz als uitzendbureau kon overnemen, konden we dat uitbouwen.’
Marije Ottervanger van Vakbond FNV verbaast zich over deze uitleg. ‘Als je onder een schoonmaak-cao valt, betekent dat niet dat 100 procent van je activiteiten schoonmaken moet zijn, het moet je hoofdactiviteit zijn. Dat blijft het ook als je een aantal mensen iets anders laat doen.’
Omdat zijn schoonmaakbedrijf al actief was bij het theater vóórdat hij er toezichthouder werd, ziet Vonhof geen belangenconflict.
Dat het niet strikt gescheiden houden van rollen tot lastige situaties kan leiden, bleek ook in 2007 toen Vonhof – naar eigen zeggen eveneens vanwege zijn netwerk – commissaris werd bij het Zwolse theater De Spiegel. Zijn schoonmaakbedrijf NOVON werd op dat moment al ingehuurd door het theater. In die periode deed zich vervolgens een tragisch ongeval voor, waarbij een van Vonhofs schoonmaakmedewerkers drie meter door de vloer van het theater viel. Ze belandde in het ziekenhuis met een gebroken bekken en rugwervel. De Arbeidsinspectie sprak van ‘een ernstige overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet’ en speelde de zaak door naar het OM. Uiteindelijk kreeg het theater een aanwijzing.
Vonhof laat weten ‘alles’ te hebben gedaan om dit soort ongelukken te voorkomen, en zegt dat elk ongeval er ‘eentje te veel’ is. Maar omdat zijn schoonmaakbedrijf al actief was bij het theater vóórdat hij er toezichthouder werd, ziet hij geen belangenconflict. Bovendien, zegt een woordvoerder van VNO-NCW en MKB-Nederland, had Vonhof op dat moment niet ‘de dagelijkse leiding’ over het schoonmaakbedrijf, en dus ook niet over de inhuur van de schoonmaak en afwikkeling van het ongeluk’. ‘Het contract is na verloop van tijd ook naar een ander bedrijf gegaan,’ zegt Vonhof. De gemeente Zwolle gaat niet op deze casus in.
Toezicht houden op jezelf
Volgens deskundigen zijn deze dubbele rollen niet alleen inhoudelijk ‘onverenigbaar’, maar extra kwalijk omdat theaters deels worden gefinancierd met publiek geld. ‘Dan moet je niet dit soort dubbelfuncties hebben, je kunt geen toezicht houden op jezelf,’ aldus hoogleraar bestuurskunde Michiel De Vries.
‘Onverkwikkelijke belangenverstrengeling’ noemt hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans het.
Beide hoogleraren wijzen erop dat het juist bij ‘publiek-private samenwerkingen’ zoals het sociale werkbedrijf lastig is te beoordelen waar bepaalde belangen beginnen en andere ophouden. ‘De vraag is of er wordt geredeneerd vanuit het algemene, publieke belang of het eigen, private belang. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen is een algemeen belang, maar als de achterliggende redenaties verschuiven naar een privaat belang, wordt het problematisch,’ aldus De Vries.
Volgens Folkersma moet tot slot ook rekening worden gehouden met de informatiepositie. ‘Als toezichthouder heb je toegang tot interne bedrijfsinformatie die je – nog los van het netwerk dat je opbouwt – vervolgens weer kunt inzetten voor je eigen commerciële activiteiten. Die schijn moet zowel de instelling als de toezichthouder zelf ook willen voorkomen.’
Voermans ziet in bredere zin een verantwoordelijkheid voor de gemeentelijke politiek om kritischer naar dergelijke publiek-private samenwerkingsvormen te kijken, maar wijst erop dat dit ook een gevolg is van Haags beleid. ‘Dat kiepert publieke taken en verantwoordelijkheden over de heg, deels richting de private sector.’
Toch ontslaat dat betrokkenen niet van hun plicht zelf ook op te blijven letten, stelt Folkersma. ‘Het verwijt valt hier echt aan alle partijen te maken: Vonhof, zijn collega-commissarissen en de gemeente Zwolle. Ze hadden mogelijk conflicterende belangen vooraf moeten signaleren, dat vloeit niet alleen voort uit de wet maar ook uit de rechtspraak.’
Hij waarschuwt voor de ‘regelreflex’ bij dit soort incidenten, als die achteraf via de media naar buiten komen: reageren met gewichtige onderzoeksrapporten die pleiten voor meer regels. ‘Je kunt niet alles dichtregelen, want dan krijg je juist een “nergens staat dat het niet mag”-houding. Wat hier ontbreekt, is zelfevaluatie, kritisch vermogen en elkaar durven aanspreken: zowel vooraf als tijdens het commissariaat.’
Panels
Hoewel de polderbewoners zelf steevast positief zijn over het functioneren van de polder en in koor roepen dat het wel snor zit met de vertegenwoordiging van ondernemersbelangen, blijken er nog genoeg ondernemersbelangen hun weg niet richting het Haagse te vinden.
Tijdens de coronacrisis, bijvoorbeeld, waren diverse groepen ondernemers slecht vertegenwoordigd. Een groep van achthonderd jonge ondernemers viel buiten alle steunregelingen en verenigde zich via het platform ikvalbuitendeboot.nl. Personeelloze ondernemers hebben pas sinds vorig jaar een zetel in de Sociaal-Economische Raad, maar dat loopt via een vereniging (Vereniging Zelfstandigen Nederland) waarbij slechts 9 procent van het totaal aantal actieve zzp’ers is aangesloten. Tegelijkertijd waren het vooral de hoogopgeleide zzp’ers die ijverden voor deze zetel.
‘De polder zoals die was, is niet langer een reflectie van de huidige maatschappij. Ondernemers zijn blijkbaar niet goed genoeg vertegenwoordigd.’
MKB-Nederland laat weten ‘zelf ondernemers in het bestuur te hebben’ en op ‘allerlei manieren dagelijks in gesprek’ te zijn met ondernemers. Maar achterbanraadplegingen leveren vooral feedback op van brancheorganisaties waar ondernemers bij zijn aangesloten, zoals HorecaNL en BOVAG. Het is ook dankzij deze getrapte vertegenwoordiging via brancheverenigingen dat MKB-Nederland kan spreken van een achterban van 200.000 ondernemers. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft zelf een ‘Ondernemerspanel’ in het leven geroepen om ‘een diverse groep mkb-ondernemers’ te laten ‘meedenken over beleid en de communicatie erover’.
Politicologe Mariken van der Velden van de Vrije Universiteit Amsterdam ziet hier een poging om blinde vlekken weg te nemen: ‘De polder zoals die was, is niet langer een reflectie van de huidige maatschappij. Ondernemers zijn blijkbaar niet goed genoeg vertegenwoordigd. Het opzetten van panels is dan een goedkope en effectieve manier om ze alsnog te betrekken.’
Versnippering
Dat de verschillende soorten ondernemers lastig zijn in te sluiten binnen de traditionele polder is opvallend. Het aandeel mkb’ers is in Nederland tenslotte bijna vier keer zo hoog als het Europees gemiddelde. Er zijn in Nederland tussen de 350.000 en 400.000 mkb-bedrijven die bij elkaar het overgrote deel (99,8 procent) van ‘het bedrijfsleven’ vormen. En dat is dan nog zonder het 1,1 miljoen tellende (en volgens het CBS nog altijd groeiende) segment aan zzp’ers en microbedrijven (maximaal tien personen in dienst). Het ministerie van Economische Zaken zette daarom al in 2015 onderzoeksbureau Panteia aan het werk om ‘een scherper beeld te krijgen van de diversiteit van het mkb en de ontwikkeling van het mkb’.
Door deze versnippering en diversiteit is het voor politiek Den Haag makkelijker om een inventariserend telefoontje te plegen richting een groot bedrijf: tien CEO’s vertegenwoordigen een groter bbp-aandeel dan tien ondernemers, en er is makkelijker afspraken mee te maken. Zo zei premier Mark Rutte afgelopen oktober tegen de parlementaire enquêtecommissie naar de aardgaswinning in Groningen belang te hechten aan goede relaties met de top van alle grote bedrijven ‘omdat ze essentieel zijn voor de Nederlandse economie’.
Deze redenatie is ook terug te zien in brieven van VNO-NCW en MKB-Nederland aan de Tweede Kamer. Zo schrijven de werkgeversorganisaties (over de bedrijfsopvolgingsregeling): ‘de grotere ondernemingen vertegenwoordigen een aandeel in onze economie die vele malen groter is’ waarmee ‘grotere ondernemingen een grotere economische impact’ hebben. Een gedachte die Den Haag in de valkuil van de spreadsheet-logica doet vallen. Neem de beslisnota over het invoeren van een prijsplafond aan minister Sigrid Kaag: ‘U kunt aangeven dat er geen economische redenen zijn het mkb te steunen. Het energie-intensieve mkb heeft de mogelijkheden om haar prijzen te verhogen, omdat ze in mindere mate onderhevig zijn aan internationale concurrentie.’ Mochten ze hierdoor alsnog failliet gaan, dan zal dit ‘geen maatschappelijk ontwrichtende werking hebben. Faillissementen zijn onderdeel van een gezonde marktdynamiek’, en die ‘vermindert arbeidsmarktkrapte en jaagt verduurzaming en innovatie aan’.
Blijvende onzekerheid
Hoewel zijn lokale bestuurlijke functies volgens deskundigen hier en daar onverenigbaar zijn, is Jacco Vonhof juist door deze functies bekend met het maatschappelijk bindweefsel rondom het midden- en kleinbedrijf dat in Den Haag makkelijk over het hoofd wordt gezien. ‘Het is een complex netwerk waarbij het om veel meer gaat dan alleen geld verdienen. Ondernemers sponsoren vaak het verenigingsleven in de regio, zijn actief in het lokale bestuur en dragen zo bij aan een fijne leefomgeving: dat zit niet in een Haagse spreadsheet.’
De voorzitter van MKB-Nederland hekelt dan ook de ‘macro-economische doelmatigheid’ waardoor het kabinet zich laat leiden. ‘Dan krijg je conclusies zoals “niet erg als een bedrijf failliet gaat, die mensen komen dan vrij op de krappe arbeidsmarkt en gaan dan in de zorg werken”.’
Hans Biesheuvel van ONL hamert vooral op de blijvende onzekerheid. Tijdens de Algemene Beschouwingen, de Voorjaarsnota en op Prinsjesdag was het steeds raak voor zijn achterban: lonen omhoog, lasten omhoog en dat naast de energiecrisis. ‘Het is nu voor de derde keer in twaalf maanden dat er aan de knoppen wordt gedraaid, de spelregels worden continu veranderd.’
Volgens Biesheuvel zullen bedrijven wel twee keer nadenken voordat ze gaan investeren of personeel voor de langere termijn aannemen.
‘Als je je werk goed doet, zien mensen het niet, maar wee je gebeente als je ergens een koffiekring over het hoofd ziet.’
Vanuit de Malietoren wijzen de werkgeversorganisaties erop dat het mkb dankzij hun inspanningen zeventien keer is genoemd in het coalitieakkoord. Ook zien zij het ledenbestand groeien. Er is immers hard gelobbyd voor ondersteuning van het mkb in het Klimaatakkoord, en meer recent het energieplafond, compensatie voor energie-intensieve mkb-bedrijven, het ontzien van eenmanszaken (niet te verwarren met zzp’ers) en coronasteun. Vonhof vergelijkt zijn werk met schoonmaken: ‘Als je je werk goed doet, zien mensen het niet, maar wee je gebeente als je ergens een koffiekring over het hoofd ziet.’ Het meeste van wat MKB-Nederland doet, gebeurt achter de schermen: ‘Het is toch vaak een kwestie van bijsturen, voorkomen dat maatregelen die er sowieso komen minder erg of zwaar uitpakken.’
En niet elke lobby is succesvol: zo kon MKB-Nederland niet voorkomen dat de winstbelasting voor ondernemers met lage winst alsnog wordt verhoogd.
Ondernemersbelangen zijn politiek ook niet altijd even populair door berichtgeving over bonussen bij bankbestuurders, afschaffen van dividendbelasting, het faciliteren van witwassen en ‘belasting ontwijken’ op de Zuidas, het afwentelen van ‘ondernemersrisico’ op de belastingbetaler en ‘groene’ subsidies waarvan de grootste vervuilers gebruik maken. Vonhof: ‘Als ik de argumenten rondom lastenverzwaring soms hoor – zoals “winst die tegen de plinten klotst” en “buitenlandse aandeelhouders die er met het geld vandoor gaan” – dan vrees ik voor al die ondernemers die hier wonen, werken en nergens heen gaan. Die hun zakken niet vullen, want een grote groep werkt op basis van uren ook gewoon tegen het minimumloon.’
‘Wat je vaak merkt richting ondernemers is een sfeertje van: ach, dat zijn toch allemaal Sywerts, van die mensen die geen belasting willen betalen en dikke auto’s rijden, en dat vind ik erg storend,’ stelt ook Hans Biesheuvel. ‘Dergelijke constructies hebben niets te maken met mkb’ers of zzp’ers, sterker nog: die hebben er in het verleden voor betaald. Het geld wordt in Nederland tenslotte niet verdiend op een ministerie of bij het UWV. Daar wordt het uitgegeven.’

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.