De verzengende hitte in de openingsscènes van The Ministry for the Future is bijna voelbaar. Via een ooggetuige beleeft de lezer een dodelijke hittegolf die zich afspeelt in India in de nabije toekomst. De beeldend beschreven gebeurtenissen maken het verder uit de hand lopen van klimaatverandering voorstelbaar op een manier waarop een alarmerend IPCC-rapport dat nooit zal kunnen.
Sciencefictionschrijver Kim Stanley Robinson (1952) schreef de afgelopen veertig jaar ruim twintig boeken. Die spelen zich af in een steeds dichterbij komende toekomst. The Ministry begint in 2025, wanneer de wereldleiders moeten concluderen dat ze er niet in zijn geslaagd om de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs na te komen. Daarom besluiten de Verenigde Naties een nieuw internationaal orgaan in het leven te roepen, al snel aangeduid als het Ministerie van de Toekomst. Dat krijgt als taak de belangen te beschermen van toekomstige generaties en van alle levende wezens die niet voor zichzelf kunnen opkomen.
The Ministry is wereldwijd een bestseller en een van de favoriete boeken van de voormalige Amerikaanse president Obama. Het is een veelomvattende mix van (klimaat)wetenschap, economie, ecologie, filosofie en roman.
Op verzoek van Robinson vindt het interview plaats via e-mail, omdat hij dan op rustige momenten zorgvuldig zijn antwoorden kan formuleren. Het kenmerkt zijn gedegen aanpak. Zijn boeken zijn gebaseerd op grondige research, hij bezoekt conferenties van klimaatwetenschappers en leest wetenschappelijke artikelen. Inmiddels geldt hij als een belangrijke klimaatdenker. Zo werd hij uitgenodigd door het Pentagon en door overheidsvertegenwoordigers van verschillende landen en sprak hij afgelopen najaar tijdens COP26, de Klimaattop in Glasgow.
In The Ministry blijkt tijdens COP58 ruim dertig jaar later dat het CO2-gehalte substantieel daalt, is schone energie wereldwijd in overvloed beschikbaar, is ingezet op grootschalige herbebossing en regeneratieve landbouw en zijn door natuurherstel en rewilding veel ecosystemen min of meer hersteld.
In The Ministry is behoorlijk wat lijden en geweld en heeft een economische superdepressie plaatsgevonden, maar het boek is hoopvol over de mogelijkheden om klimaatverandering te remmen. Het afgelopen half jaar verschenen weer drie alarmerende IPCC-rapporten. Zou u nu een minder optimistisch boek schrijven?
‘Ik zou hetzelfde boek schrijven, of laat ik het zo zeggen: wat in die IPCC-rapporten staat, hoe verschrikkelijk ook – het hotelbrandalarm dat afgaat, zonder uitgang van het hotel! – was me al bekend en ik schreef dienovereenkomstig. Want als we snel genoeg handelen, kunnen we nog steeds tot een goed resultaat komen. Dat “als” is wel erg groot en de tijd waarin deze uitspraak nog waar zal zijn, begint op te raken. Maar voor nu is het nog zo. Wel heb ik zeker veel geleerd sinds ik het boek in 2019 schreef. Zoals dat er al serieus wordt gewerkt aan dingen waarvan ik dacht dat het nieuwe ideeën waren. In sommige opzichten heb ik het boek juist geschreven in een tijd die donkerder was dan nu. Het leek erop dat Trump in 2020 zou winnen en de pandemie had ons nog niet in het gezicht geslagen, dus toen was ik pessimistischer dan nu. Door de pandemie zijn al mijn data in The Ministry nu verkeerd, want de maatregelen om klimaatverandering te remmen worden sneller genomen dan ik veronderstelde.’
Ruim twintig boeken
Kim Stanley Robinson (1952) woont met zijn vrouw (die milieuchemicus is) in een woongroep in Davis, Californië. Hij studeerde literatuurwetenschappen en Engels en promoveerde in 1982 op het werk van sf-schrijver Philip K. Dick. De afgelopen veertig jaar schreef hij ruim twintig – vaak lijvige – boeken. Zijn werk is veelvuldig bekroond. Vóór The Ministry for the Future (2020) verschenen Red Moon (2018), New York 2140 (2017), Aurora (2015) en 2312 (2012). Robinson brak door met zijn Red Mars-trilogie (1992-1996). Zijn nieuwe boek The High Sierra. A Love Story verschijnt in mei 2022. Zijn informatieve website wordt bijgehouden door liefhebbers van zijn werk.
U zegt dat het sneller gaat dan u had gedacht, maar in Europa was het herstel na corona nauwelijks groen. Is dat anders in de VS vanwege de plannen van Biden?
‘Misschien is het niet veel anders, maar de rechtbank buigt zich nog steeds over al deze voornemens, dus dat is nog niet voorbij. Wat ik bedoelde, is dat we ons er zonder de pandemie niet zo van bewust zouden zijn geweest dat de biosfeer de mensheid onderuit kan halen, dat de geschiedenis opeens een nieuwe richting kan inslaan en dat klimaatverandering waarschijnlijk veel erger zal zijn en dat we dit op alle manieren moeten proberen te voorkomen. Ik denk dat de pandemie een heilzame waarschuwing is geweest.’
U schrijft al sinds eind jaren negentig over klimaatverandering en het is het centrale thema van uw vorige boek New York 2140. Hoe kan klimaatfictie ons helpen ons beter te verhouden tot een onderwerp dat zo groot is – en voor de meesten van ons nog altijd behoorlijk abstract – als klimaatverandering?
‘Het lezen van een roman is een fictieve ervaring van tijdreizen. Door het oproepen van sf-beelden kunnen we niet alleen andere plaatsen en tijden bezoeken, maar ook de ervaring hebben van telepathie, aangezien we ons in de hoofden van andere mensen kunnen bevinden. Romans voegen een extra laag toe aan ideeën en toekomstscenario’s, doordat je een tijdje leeft in die andere, toekomstige wereld. Als je vervolgens terugkomt naar onze tijd kijk je anders, namelijk alsof het “nu” het verleden is van de toekomst die je net bezocht hebt. Dat is het vervreemdingseffect waarover de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht het heeft. Dat is zeer krachtig. Als je klimaatfictie leest, kun je een tijdje ervaren hoe het is om te leven in een wereld die goed of slecht is omgegaan met klimaatverandering. De meeste beschrijvingen van de toekomst zijn nu dystopisch. Maar hoe zou het eruit zien als we goed zouden reageren? Dit is wat mijn Ministry for the Future beschrijft. Ook omdat zo weinig romans hebben geprobeerd dat specifieke en hoopvolle scenario te beschrijven, heeft het boek zo’n buitengewone respons gekregen.’
‘Doordat sf een combinatie is van utopie en dystopie, is het ook een manier om door middel van uitgebreide verhalen onze hoop en onze angsten uit te drukken.’
U schrijft al meer dan veertig jaar sciencefiction. Wat fascineert u zo aan dit genre?
‘Ik ontdekte sf als lezer na een kindertijd en jeugd in een buurt met sinaasappelboomgaarden die in hoog tempo werden gerooid om plaats te maken voor meer buitenwijken. Sf gaf deze historische processen voor mij levendig weer op een manier die vertrouwd en juist aanvoelde en sindsdien ben ik op zoek gebleven naar die perceptie. Sf werkt op twee manieren: het is deels een echte poging tot voorspellen of profetie, maar is tegelijk ook een metafoor voor hoe dingen in het heden voelen. Net als een 3D-bril zorgt deze dubbele visie ervoor dat je een nieuwe dimensie kunt waarnemen die fictief is, maar ook echt, namelijk de geschiedenis en de paden van daaruit richting de toekomst. Doordat sf een combinatie is van utopie en dystopie, is het ook een manier om door middel van uitgebreide verhalen onze hoop en onze angsten uit te drukken. Dat zijn allemaal zeer krachtige acties, typerend voor alle kunst, maar specifiek voor sf vanwege de focus op toekomstige geschiedenissen.’
Welke andere sciencefictionauteurs schrijven op een interessante manier over de grote problemen waarmee de mensheid in dit tijdperk wordt geconfronteerd, zoals klimaatverandering en de ecologische crisis?
‘Dat is allereerst Ursula Le Guin (1929-2018). Zij was mijn lerares en vriendin en ze is de grote voorbeeldfiguur voor de utopische sf in onze tijd, de mamabeer van onze kleine menagerie. Nu de wereld eigenlijk een soort sciencefictionroman is geworden waaraan we allemaal meeschrijven, is ze belangrijker dan ooit. Ze was intens geïnteresseerd in geschiedenis, mythen en de natuurlijke wereld en liep voorop bij het creëren en onder de aandacht brengen van zowel “eco-sciencefiction” als linkse utopische sciencefiction, in een synthese die altijd zeldzaam is gebleven. Haar romans zijn ook prachtig als kunstwerken. Ze formuleerde helder en was een dichter in proza. The Left Hand of Darkness (Duisters Linkerhand, 1969) is haar grote roman over gender, terwijl The Dispossessed (De ontheemde, 1974) dé grote utopische roman van de twintigste eeuw is, misschien wel van alle tijden. Ik had het geluk haar te kennen; als persoon was ze grappig, scherp, stekelig – je sprak haar liever niet tegen – maar ook warm. En er zijn veel meer goede sf-schrijvers, zoals Cory Doctorow, Paolo Bacigalupi, Nnedi Okorafor en Jonathan Lethem. Zij worden soms “solarpunk” of “hopepunk” genoemd, maar ik houd niet zo van die namen en je zou ze wat mij betreft beter utopisten kunnen noemen.’
In uw beroemde Red Mars-serie uit de vroege jaren negentig schreef u over geoengineering op de planeet Mars, zodat mensen daar zouden kunnen gaan leven. Inmiddels gaat u ervan uit dat de mensheid geen nieuwe start kan maken op een andere planeet. Waarom niet?
‘We kunnen niet bij de sterren komen; dat laat ik zien in mijn roman Aurora uit 2015. Wat mijn Mars-trilogie betreft, ik vind dat zelf nog steeds goede romans, maar geen goed plan – althans in elk geval voorlopig niet. Niets is nu van belang behalve de aarde en de mensheid in een duurzaam evenwicht brengen met de biosfeer. Naar Mars gaan ondersteunt dat project niet en leidt ervan af. Als we er hier op aarde in slagen om een werkelijk duurzame beschaving te vestigen, dan zou Mars daar een soort van beloning voor zijn, wellicht een interessant project voor de 23ste eeuw. De planeet zou zelfs bewoonbaar kunnen worden gemaakt voor mensen, als we het vijfduizend jaar geven. Dat is prima en als zodanig interessant, maar voor nu volkomen irrelevant.’
U lijkt veel vertrouwen te hebben in de wetenschap om de klimaatcrisis te helpen oplossen. Zo beschrijft u hoe wetenschappers aan de polen zeewater onder de ijskappen vandaan pompen om te voorkomen dat die in de oceaan glijden en de zeespiegel catastrofaal verhogen. Verwacht u dat dit een echte oplossing kan zijn voor gletsjers zoals de Thwaites-gletsjer op Antarctica?
‘Deze oplossing is bijzonder relevant voor Nederland! Jullie zouden veel beter af zijn als de zeespiegel geen vijf meter zou stijgen, nietwaar? Maar die kant gaat het wel op, vanwege de opwarming van de aarde die al ingebakken zit door de uitstoot tot nu toe. In sommige berekeningen is dat nu al niet meer te vermijden. Daarom is er inmiddels een uitgebreid literatuuroverzicht van alle methoden om het afglijden van de gletsjers in zee te vertragen, inclusief de methode die ik beschrijf. Dus ja, ik stel mijn vertrouwen in de wetenschap; het is het enige dat we hebben dat echt zal werken en is behoorlijk krachtig. Dat gezegd hebbende: wetenschap kan niet het onmogelijke voor elkaar krijgen. We kunnen ons dus niet zomaar een weg uit de problemen “wetenschappen”.’
In The Ministry besluit India na een verschrikkelijke hittegolf waarbij 20 miljoen mensen omkomen solar geo-engineering toe te passen door zwaveldeeltjes in de atmosfeer te brengen die het zonlicht dimmen. Acht u het gebruik van dergelijke technieken onvermijdelijk?
‘Nee, ze zijn helemaal niet onvermijdelijk. Wel moeten ze bestudeerd worden als mogelijke methoden voor noodsituaties. Er is nog steeds een kans dat we snel genoeg koolstofarmer zullen worden om ze niet nodig te hebben. Maar die mogelijkheid wordt elke dag kleiner en binnenkort zullen we misschien merken dat we er gewoonweg enkele moeten inzetten om te voorkomen dat een groot deel van de tropen onbewoonbaar wordt.’
‘Nederlandse lezers moeten openstaan voor noodmaatregelen die geo-engineering worden genoemd en dat geldt voor iedereen.’
Onlangs namen zestig gerenommeerde internationale wetenschappers het initiatief voor een International Non-Use Agreement voor solar geo-engineering. Ze beschouwen dit als te onvoorspelbaar, mogelijk gevaarlijk, voorzien ernstige geopolitieke spanningen en vrezen dat we afwachtend achterover zullen leunen, omdat we denken dat we toch nog een Plan B achter de hand hebben. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Hun argumenten – onvoorspelbaar, gevaarlijk, controversieel en een moral hazard, ofwel: mensen gaan zich onvoorzichtig gedragen, omdat ze denken toch verzekerd te zijn voor eventuele schade – zijn allemaal argumenten uit de jaren negentig. Toen had het een kern van waarheid, maar nu zijn we heel dicht bij het onomkeerbaar overschrijden van planetaire grenzen. Dat betekent dat omstandigheden voor een “broeikas-aarde” gecreëerd worden die in het geologische verleden eerder zijn voorgekomen. Daarbij is er helemaal geen ijs meer en is de zeespiegel negentig meter hoger dan nu. Dan zijn er wereldwijd geen stranden meer en is er helemaal geen Nederland meer. Dus Nederlandse lezers moeten openstaan voor noodmaatregelen die geo-engineering worden genoemd en dat geldt voor iedereen.
Die geleerden lopen op dit moment achter – net als wij allemaal – maar ze zouden beter moeten kijken en praten met mensen die onderzoek doen op dit gebied, voordat ze zich aansluiten bij dergelijke verklaringen. “Gerenommeerde geleerden” zijn net zo vatbaar voor overmoed van experts als iedereen, of zelfs nog meer. Wetenschap is machtig, maar wetenschappers zijn mensen en hebben vaak achterhaalde ideeën. Iedereen moet zich er volledig van bewust zijn dat álles wat we kunnen doen nauwelijks genoeg zal zijn. De genoemde argumenten hebben inmiddels alle kracht verloren en moeten worden aangepast aan de nieuwe realiteit van ons huidige gevaar.’
American Leftist
Hoewel Robinson zichzelf een ‘American Leftist’ noemt en lid is van de Democratic Socialists of America (DSA), de linkervleugel van de Democraten met onder anderen Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez, benadrukt hij dat de situatie inmiddels zo urgent is dat oplossingen in het politieke midden moeten worden gevonden, door samenwerking van zoveel mogelijk partijen. Redelijkheid en realiteitszin voeren de boventoon in zijn denken. Niet voor niets promoveerde hij ooit op het werk van sf-schrijver Philip K. Dick, bekend van de uitspraak: ‘De werkelijkheid is datgene dat weigert weg te gaan als je er niet meer in gelooft.’
Naast klimaatverandering, wetenschap, techniek en ecologie zijn economische en sociale rechtvaardigheid en post-kapitalisme andere belangrijke terugkerende thema’s in Robinsons werk. Zijn promotor was de Amerikaans literatuurcriticus en marxist Fredric Jameson, van wie de bekendste uitspraak luidt: ‘Het is nog makkelijker ons het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme.’
Precies dát is wat Robinson in zijn werk veelvuldig doet. Ook in The Ministry schrijft hij over de financiële sector, een ander soort economie, geld, de onwenselijkheid van (de huidige) grote sociale ongelijkheid en alternatieve ondernemingen. Kapitalisme is niets meer dan een door onszelf bedacht juridisch systeem en dat kunnen we dus ook veranderen, benadrukt hij.
U maakt in The Ministry duidelijk dat u denkt dat we klimaatverandering niet met succes kunnen afremmen zonder een einde te maken aan het kapitalisme, en noemt hiervoor veel mogelijke stappen. Wat ziet u als de twee meest haalbare om mee te beginnen?
‘Dat is in elk geval het invoeren van CO2-belastingen en in het algemeen stevige en progressieve belastingen. Maar ook quantative easing: daarbij nemen de Centrale Banken het initiatief voor nieuw geld. De eerste besteding van dat nieuwe geld moet gericht zijn op koolstofreductie. Centrale banken hebben een enorme macht en zouden verplicht kunnen worden die te gebruiken.’
Klimaatverandering is een probleem dat niet alleen vraagt om technische, financiële en economische oplossingen, maar ook om politieke wil, focus en eenheid. Denkt u dat onze huidige politieke systemen die taak aankunnen?
‘Ja, dat denk ik wel. In de representatieve democratieën hoeven we alleen werkende politieke meerderheden te kiezen en vervolgens moeten wetgevers de wetten veranderen. Wetten veranderen voortdurend, dat is onomstreden. De kunst is vooral om genoeg kiezers te krijgen om te stemmen voor goede vertegenwoordigers. Ook moeten we de mogelijkheid wegnemen dat de fossiele industrie wetgevers feitelijk kan kopen. In China moet de Communistische Partij CCP de bevolking ook tevreden houden, dus zoeken ze naar manieren om de veiligheid en het welzijn van hun bevolking te vergroten en dat betekent goed omgaan met het klimaat, want anders zal hun project niet slagen. De politieke systemen die we hebben, zijn niet echt het probleem; het gaat erom dat het juiste beleid wordt ingevoerd in die systemen. Daarvoor moet de overheid de markten op een bepaalde manier overnemen. Dat vraagt eerst om een terugkeer naar het keynesiaanse systeem, waarbij de overheid de economie stuurt door middel van monetair en fiscaal beleid, dan de sociaaldemocratie en ten slotte het democratisch socialisme. Daarna zullen we veiliger zijn, en dat alles kan legaal gebeuren.’
In The Ministry blijkt de mensheid uiteindelijk in staat rationeel te handelen. Maar de coronacrisis heeft geleid tot een uitbarsting van complottheorieën en nepnieuws en ernstige polarisatie. Ondertussen staat in de VS en in Europese landen zoals Hongarije en Polen de democratische rechtsstaat onder druk en is Rusland het democratische Oekraïne binnengevallen. De spanningen zullen alleen maar toenemen als klimaatverandering ernstiger wordt. Ziet u nog hoop voor de mensheid?
‘De spanningen lopen inderdaad verder op. En hoewel de oorlog van Rusland tegen Oekraïne deels zijn oorsprong vindt in de politiek van fossiele brandstoffen, is de eerste reactie simpelweg om op verschillende manieren meer fossiele brandstoffen te verbranden. Ook zorgwekkend is dat klimaatverandering nu noodzakelijkerwijs wordt weggedrukt naar een tweede plaats. Daarom is het Klimaatakkoord van Parijs belangrijk; we hebben een ruimte nodig om de oplossingen om de aarde leefbaar te houden te bespreken, en elkaar te beloven ze uit te voeren. Tegenover nationalisme en fascisme is er het mondiale en het verlangen naar vrede en welvaart. Er is hoop tegenover angst. Angst is gemakkelijker op te wekken, maar hoop is erg koppig en eigenlijk een definitie van de levenskracht zelf. Als je honger hebt, is dat een soort hoop – op voedsel. We hebben allemaal een intense honger naar een veiligere wereld voor onze kinderen. Dat is ook een vorm van hoop, ook al is het een angstige hoop.’
‘Als geweld uitsluitend gericht is tegen machines, is het dan wel echt geweld? Want is geweld geen woord voor het fysiek kwetsen van andere mensen?’
In The Ministry vallen activisten vermogende mensen die voor fossiele bedrijven werken – en later ook vliegtuigen – aan met drones. Dat gaat verder dan de sabotage en materiële schade waarover de Zweedse auteur Andreas Malm schrijft in zijn boek How to Blow Up a Pipeline. Verwacht u dat het soort ‘ecoterrorisme’ dat u beschrijft in de nabije toekomst zal plaatsvinden?
‘Ik denk wel dat we meer fysieke weerstand zullen zien tegen de fossiele industrie, en drones zouden daarvoor kunnen worden gebruikt, we gaan het zien. Maar er kan langzaam geweld zijn, systemisch – zoals we voortdurend zien in kapitalistische uitbuiting –, of snel en meer zichtbaar geweld. Malm is daar goed in en moet zeker gelezen worden. Maar als geweld uitsluitend gericht is tegen machines, is het dan wel echt geweld? Want is geweld geen woord voor het fysiek kwetsen van andere mensen? Vernietiging van eigendom is inderdaad heel iets anders dan mensen pijn doen of doden. Daar is Malm veel duidelijker in dan mijn roman die, net als de geschiedenis zelf, daarin eerder rommelig is.’
Zou u het kunnen begrijpen wanneer mensen zich, als de klimaatverandering verder uit de hand loopt, gedwongen voelen geweld te gebruiken om het leven op aarde te beschermen of ernstiger lijden te voorkomen?
‘Ja, ik zou dat kunnen begrijpen. Maar het zou een nederlaag betekenen voor het gezamenlijke vertoog, de verbeelding, de wet, enzovoort. En het zou ook gevaarlijk kunnen zijn en als een boemerang kunnen terugslaan tegen onze hoofden: de oorlog om de aarde kan veranderen in een oorlog van allen tegen allen. Dus het zou beter zijn om het te zien aankomen en voorkomen!’
‘We moeten niet-menselijke actoren juridische status in rechtbanken geven en mensen aanwijzen om voor hen te spreken en hun belangen te vertegenwoordigen.’
In The Ministry verzucht een van de hoofdpersonen die voor het Ministerie werkt in een moeilijke periode: ‘We hebben een andere religie nodig!’ Verderop in het boek gaat het over een ‘Gaia-dag’, waarop mensen wereldwijd zingen over de onderlinge verbondenheid van al het leven. Denkt u dat we een soort religie nodig hebben?
‘Ja, we hebben de oudste, eerste religie nodig en dat is: liefde voor de aarde, het besef dat de aarde “onze moeder” en heilig is, en dat alle wilde wezens heilig zijn, en we moeten toegewijd zijn en onze aandacht richten op het bestuderen van en zorgen voor de aarde. Dat is dus eigenlijk het inheemse wereldbeeld, of de inheemse religie, maar dat hoeft niet te worden verabsoluteerd tot een vastomlijnde religie.
Je zou wetenschap ook kunnen zien als toewijding aan de werkelijkheid; die grondhouding zie je bij veel wetenschappers. Meer daarover praten is cruciaal om tot een nieuwe beleving van de wereld om ons heen te komen, waarbij we onze biosfeer op waarde weten te schatten en echt gaan beseffen dat die ons uitgestrekte lichaam vormt en ontzettend belangrijk is, want onmisbaar voor ons voortbestaan.’
Een belangrijk probleem is volgens u de tandeloosheid van het internationaal recht. Ziet u het toekennen van rechten aan de natuur als een cruciale stap om ecologische ineenstorting te voorkomen?
‘Zeker, we moeten niet-menselijke actoren juridische status in rechtbanken geven en mensen aanwijzen om voor hen te spreken en hun belangen te vertegenwoordigen. Dat is een taak waarmee mijn Ministerie voor de Toekomst is belast en dat zie ik nu over de hele wereld gebeuren.
Een belangrijke inspiratie hiervoor biedt het werk van de Franse filosoof Bruno Latour. Hij is niet alleen erg belangrijk voor het begrijpen van de relatie tussen wetenschap en samenleving, maar ook voor zijn concept van een “actor-netwerk” – wat een andere manier is om te zeggen dat de aarde ons lichaam is, of dat we moeten samenwerken met niet-menselijke actoren voor het algemeen welzijn en voor de gezondheid van onszelf en alle anderen.’
Uw nieuwe boek zal gaan over de High Sierra, het Californische berggebied waarin u vaak trektochten maakt. Uw liefde voor de natuur en in het wild levende dieren blijkt ook duidelijk in The Ministry. Wat wilt u de lezer meegeven over (wilde) natuur?
‘Ik heb het grote geluk gehad mijn hele leven naar de Sierras van Californië te kunnen gaan. Daar zag ik wilde dieren hun leven leiden op de plek waar ze thuis zijn. Dat is een sublieme ervaring die vroeger heel gewoon was, maar nu zeldzaam is. Ik heb tijd kunnen doorbrengen in die prachtige wildernis, omdat die gered is door eerdere generaties. Deze plekken zijn cruciaal voor het opzetten van natuurcorridors en -reservaten en het voorkomen van massale uitsterving deze eeuw.
Door wat van mijn ervaringen te delen en te schrijven over dieren en geologie, hoop ik iets van wat ik daar zelf heb geleerd in taal over te brengen.
Als romanschrijver probeer ik zelf meestal uit mijn verhaal te blijven, maar in dit nieuwe boek besloot ik direct te spreken over een deel van wat ik heb gezien. Wat voor mij begon als een prettige manier om mijn vrije tijd door te brengen, is steeds meer uitgegroeid tot het bezoeken van een onmisbare heilige ruimte. Daar wil ik mensen over vertellen.’

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.