Het leven van Doortje Smithuijsen (32) lijkt op dat van mij. We zijn ongeveer even oud, schrijven voor min of meer dezelfde kranten en tijdschriften, publiceren non-fictieboeken en storten ons op dezelfde thema’s: kapitalisme en technologie en hun invloed op ons dagelijks leven. Zo te horen houden we ook allebei van jazz, bedenk ik wanneer ik tegenover haar op de bank zit in haar appartement, en van lang uitweiden en dan vergeten welke vraag de ander ook al weer had gesteld.
Het grootste verschil tussen ons is dat zij een vrouw is en ik een man. Dat betekent, is me na het lezen van haar nieuwe boek Kapitalisme is seksisme weer ingeprent, dat vrijheid voor mij over het algemeen vanzelfsprekend is, en voor haar iets waarvoor ze moet vechten.
Na jarenlang het kapitalisme te hebben bestudeerd, koppelt Smithuijsen dat nu voor het eerst expliciet en zonder omhaal aan seksisme, een verwevenheid die ze intuïtief altijd al wel had aangevoeld, maar liever wegstopte. Ze deed alsof het er niet was. Want ze was toch one of the guys? Iemand die hard werkte, altijd leuk meedeed, en daarmee dezelfde kansen en mogelijkheden als mannen creëerde voor zichzelf. Toch?
Vanaf het moment dat ze de dertig naderde, kon ze zichzelf niet langer voor de gek houden met dat verhaal. Natúúrlijk is het kapitalisme een systeem dat seksisme in stand houdt. Of sterker nog: dat seksisme creëerde en er afhankelijk van werd. Maar daarover later meer. Concreet betekende dertig worden voor Smithuijsen dat de mensen om haar heen – ook vage bekenden – haar continu begonnen te bevragen over of ze al kinderen had, of ze die wel wilde, of ze dan tenminste toch een vriend had? Wanneer ze over haar werk vertelde, kreeg ze van mannen te horen dat ze ‘wel héél ambitieus’ was. Ook haar online algoritme veranderde. De reclames voor kledingmerken en cosmetica werden verruild voor zwangerschapstesten, buggy’s en luiers.
Op zulke momenten dacht ze weleens terug aan haar studie filosofie, waar ze voor het eerst hoorde van het hegeliaanse concept van de Geist, wat betekent dat er een collectief bewustzijn bestaat dat mensen bepaalt in hun gedachten. Vond ze toen maar vaag. Want waar was die Geist dan? Ze was toch vrij om te doen wat ze wilde? Inmiddels denkt ze daar anders over. ‘De samenleving heeft overduidelijk een bepaald plan met mij,’ schrijft ze. ‘Een plan dat op allerlei verschillende manieren aan me wordt opgedrongen: door reclames, door de manier waarop mensen met me omgaan, door de wijze waarop bepaald gedrag wordt afgekeurd en aangemoedigd.’
Tsja, dacht ik toen ik dat las, misschien lijkt het leven van Doortje Smithuijsen toch minder op dat van mij dan ik dacht.
Thuisblijven voor de kinderen
Een passage uit haar boek die me bijbleef, ging erover dat vrouwen alsmaar van hun volle potentieel worden afgesneden. In plaats van zich in vrijheid te ontplooien, zitten ze – veel meer dan mannen – met een schuldgevoel opgezadeld, omdat ze van alles tegelijk moeten zijn: iemand met ambitie die carrière maakt, maar ook een goede moeder die daarbovenop nog eens het huishouden runt. Ze moet kunnen lachen om schunnige grappen van mannen, maar ook vrouwelijk blijven, voldoen aan het dwingende schoonheidsideaal. Ze moet slim, ambitieus en betrokken zijn, maar ook knap, sexy en dun.
‘Wanneer ik ging samenwonen, schoten we onmiddellijk in traditionele rolpatronen. Ik regelde de boodschappen, deed de was, kookte.’
Intussen is het leven van de mannen om haar heen behoorlijk zorgeloos. Dat komt bijvoorbeeld naar voren wanneer Smithuijsen omschrijft hoe haar ex tijdens een wandeling van de bakker naar huis – looptijd één minuut – besloot dat hij ermee wilde ophouden. Hij stapte het huis weer binnen, verbrak de relatie en was weg. ‘Ik was vooral heel jaloers,’ schrijft ze daarover. ‘Jaloers op zoveel wendbaarheid, op het idee dat je je leven zo makkelijk op kan pakken en een andere kant op kan smijten. Op zoveel mentale zelfstandigheid. Zoveel voorstellingsvermogen, zo’n talent voor denken buiten de kaders van het leven zoals het nou eenmaal is, zoals het hoort, zoals iedereen het doet.’
De ontstaansgeschiedenis van deze ongelijkheid werd volgens Smithuijsen vormgegeven rond de zestiende eeuw, toen de eerste staten werden opgericht. De elites wilden dat vrouwen zich toelegden op kinderen baren, zodat ze zo veel mogelijk jonge mannen het leger in konden sturen. Het idee ontstond dat vrouwen ‘van nature’ moeders zijn en dat mannen buitenshuis werken, wat het startschot vormde voor de huidige verdeling tussen onbetaalde zorg voor vrouwen en betaald werk voor mannen.
‘Toen kwam de industriële revolutie eroverheen en werd dat idee versterkt,’ zegt Smithuijsen. ‘Het was het begin van het kapitalistische model. Het gezin werd de hoeksteen van de samenleving, werk en zorg raakten nog meer gescheiden en onderverdeeld in aparte domeinen. Kinderen opvoeden werd minder door de community gedaan, zoals voorheen, maar werd de verantwoordelijkheid van de moeder, want zulke aparte rollen voor vrouwen en mannen was efficiënt. Het gevolg was dat de vrouw op die manier structureel werd uitgebuit, omdat onze maatschappij ging draaien op een ondergewaardeerd fundament van “zorgtaken”: iedereen was er afhankelijk van, maar er werd geen waarde aan toegekend – niet in de vorm van geld, niet in de vorm van status. En dat is – alle zogenaamde emancipatie ten spijt – in wezen nauwelijks veranderd.’
Het legt nog maar eens bloot wat het kapitalisme is, zegt Smithuijsen, namelijk een systeem dat gestoeld is op ongelijkheid; dat winst genereert uit ongelijke situaties. ‘Dat kan door de ene bevolkingsgroep te onderdrukken en tot slaaf te maken, maar ook door tegen vrouwen te zeggen: jullie moeten thuisblijven en voor de kinderen zorgen, waardoor de vrouw in principe ook bezit wordt van de man.’
En dan krijg je wat we vandaag de dag nog altijd zien: de vrouw en haar moederinstinct, de man en zijn vrijheid.
Theoretisch feminist
Die ongelijkheid komt pijnlijk naar voren wanneer Smithuijsen terugdenkt aan haar ex, die besloot haar te verlaten op weg van de bakker naar huis. Hij is muzikant en wanneer hij niet optrad zat hij in het café of was bij vrienden. Hij leefde zo autonoom en ongebonden mogelijk en was dan ook totaal niet bezig met de vraag wanneer hij kinderen zou moeten krijgen. Hij had nog alle tijd. Toen Smithuijsen die vrijheid ook voor zichzelf wilde creëren en dus voorstelde haar eitjes te laten invriezen, was dat ineens een probleem. Want ze waren toch samen? Eigenlijk heeft ze altijd geworsteld met haar autonomie wanneer ze in een relatie belandde.
‘Wanneer ik met iemand ging samenwonen, schoten we onmiddellijk in traditionele rolpatronen. Ik regelde de boodschappen, deed de was, kookte. En wanneer ik dan een keer om acht uur ’s avonds thuiskwam van mijn werk, stond er nooit eten klaar. Dat soort rolpatronen gingen me na een poos enorm beknellen. En het aparte is dat wanneer ik alleen woon, zoals nu, het me niet boeit of ik een goede kok ben, of dat het huis schoon is.’
Wanneer ze hier met mannen over praat, blijkt het een moeilijk onderwerp te zijn, zegt ze. Vaak komt er dan een reactie in de trant van: ‘Ja, maar mijn broer bijvoorbeeld, die doet fucking veel in het huishouden.’
Leuk anekdotisch bewijs, maar wanneer we naar de cijfers kijken, zegt Smithuijsen, blijkt dat het nog steeds super ongelijk is verdeeld. ‘Zo’n beetje elk jong gezin neemt zich voor om de taken gelijk te verdelen, maar het lukt slechts één op de tien. Hoe kan dat? Ik denk niet dat mannen het niet willen, dat ze evily bedenken: ik zeg wel dat ik het gelijk wil verdelen, maar stiekem…’
Omdat ik het een beetje heet onder de voeten krijg, biecht ik op dat de ongelijke verdeling van zorgtaken bij mij thuis ook geregeld punt van discussie is, soms zelfs leidt tot hevige ruzies. Laatst kwam ik boven en lag er plots een ‘handboek voor een nieuwe rolverdeling’ op mijn kussen. Kon ik nog even in lezen voordat ik ging slapen, beet mijn vrouw me – geheel terecht – toe.
Ik vertel Smithuijsen dat ik denk ik zoiets ben als een ‘theoretisch feminist’, een term van schrijfster Roxane van Iperen. ‘Dat betekent dat ik het helemaal met je eens ben, een gelijke verdeling in zorgtaken tussen mannen en vrouwen ook écht belangrijk vind, maar dat het me toch niet lukt om die overtuigingen om te zetten in daden.’
Smithuijsen stelt me gerust: ook ik ben geprogrammeerd. Het kapitalistische systeem duwt niet alleen vrouwen, maar ook mannen in een bepaalde rol. ‘Jij mist een hele maatschappelijke context die van je verwacht dat je die zorgtaken op je neemt. De zorgzame vader is pas een uitvinding van dertig jaar geleden.’
Dat vind ik lief, maar het voelt ook oneerlijk. Zo kom ik er – en mannen in het algemeen – wel heel gemakkelijk vanaf.
‘Het is erg beangstigend om dan geen partner te hebben, omdat er geen blauwdruk is voor hoe je leven er dan uit zou moeten zien.’
Daar is Smithuijsen het mee eens. ‘Ik denk dat jullie moeten inzien dat die beïnvloeding bij vrouwen indringender is. Dat vinden veel mannen moeilijk. Maar voor mannen geldt dat ze de hele wereldgeschiedenis aan zet zijn geweest. Dat creëert een wereld die voor jullie comfortabeler is. En dat wordt nog te vaak gebagatelliseerd.’
Ter illustratie noemt ze het sociologische onderzoek dat ze ook in haar boek aanhaalt, waaruit blijkt dat relaties minder goed worden zodra de vrouw succesvoller wordt in haar carrière. Mannen vinden het gemiddeld genomen niet prettig wanneer hun vrouw meer gaat werken en verdienen dan zij. En zelfs de vrouw wordt dan minder tevreden over de relatie. ‘Vrouwen denken in zo’n situatie dat ze een individueel probleem hebben,’ zegt Smithuijsen. ‘Zo van: mijn man vindt het niet chill dat ik fulltime werk en zo ambitieus ben. En dan blijkt uit zo’n onderzoek: bam!, duizenden vrouwen hebben hier last van. Dat is toch oneerlijk?’
Vrijblijvende seks
De man als standaard is ook een sociaal verschijnsel. Smithuijsen zegt dat ze zich lange tijd one of the guys voelde, in de zin dat ze goed met mannen overweg kon. Ze hoorde vaak van ze dat ze zo lekker direct was, niet zeikte, er nooit bullshit was met haar. ‘Ik zag dat als compliment,’ zegt ze. ‘Maar mannen zeggen daarmee eigenlijk: je bent tof omdat je mannelijk bent. Maar hoezo is dat goed? Waarom mag je niet vrouwelijk zijn? En stel je voor dat vrouwen tegen mannen zouden zeggen: “Ah, fijn, je bent zo lekker vrouwelijk.” Zoiets is ondenkbaar.’
In het verlengde daarvan beschrijft Smithuijsen in haar boek hoe ze tijdens een avond in de kroeg door een kennis een ‘egocentrisch kutwijf’ werd genoemd, omdat ze openlijk uitsprak dat ze op zoek was naar iemand om seks mee te hebben. Ik zeg tegen haar dat ik die scène enorm heftig vond. ‘Ja?’, vraagt ze. ‘Vrouwen zullen hier waarschijnlijk hun schouders over ophalen. Dit valt eigenlijk nog mee. De meeste vrouwen hebben veel erger meegemaakt.’
Ik vond het schrijnend om te lezen omdat ik ergens het idee had dat we die hele discussie over dat mannen players zijn en vrouwen sletten wanneer ze met iemand naar bed gaan, allang achter ons hadden gelaten. Misschien is het naïef, maar ik wist niet dat er zo weinig veranderd was de afgelopen twintig jaar. En dat mannen dit soort verwijten niet alleen maken tussen de 14 en 18 jaar, maar ook wanneer ze al lang en breed volwassen zijn.
‘Wanneer je als vrouw open bent over je seksuele verlangens, voelt het alsof je iets heel spannends doet, iets wat eigenlijk niet kan,’ zegt Smithuijsen. ‘Er zijn natuurlijk altijd mannen die zeggen: super, prima, maar vaker word je er op afgerekend. En wanneer dat gebeurt, dan… dan raakt me dat echt héél hard. Dan denk ik: zie je wel, zie je wel, zie je wel. Het mag niet.’
Het pijnlijke is, vertel ik Smithuijsen, dat ik in potentie – onder bepaalde omstandigheden – misschien ook wel zo’n man zou kunnen zijn. Dat is natuurlijk niet zo prettig om op te schrijven. Enerzijds wind ik me al zo lang als ik me kan herinneren op over hoe oneerlijk het is dat vrouwen als ‘slet’ worden weggezet omdat ze hetzelfde willen als mannen: vrijblijvende seks. Anderzijds heb ik het idee dat ik soms bewust moeite moet doen om er ook écht van overtuigd te zijn dat vrouwen net zo veel recht hebben als mannen op casual seks. Alsof ik een eerste primitieve reactie – die misschien een halve tel duurt – moet onderdrukken en snel vervang door een goedkeurende. En misschien is dat ook niet zo vreemd, sus ik snel mijn geweten. Het is een denkbeeld dat lange tijd diep geworteld zat – en soms nog zit – in onze cultuur. Dan kun je doen alsof dat helemaal geen invloed meer op je uitoefent, maar ergens in ons onbewuste fladderen die ideeën nog rond. En ik kan me voorstellen dat ze soms, in combinatie met alcohol en gevoelens van verliefdheid of gekrenktheid, onverwachts naar boven kunnen komen.
‘Ik denk dat onze samenleving sowieso veel moeite heeft met alleenstaande vrouwen,’ zegt Smithuijsen. ‘Dan ben je in het slechtste geval een probleem en in het beste geval een project. Een vrijgezelle man is van zichzelf, een vrijgezelle vrouw is van de ander, van de wereld. Daar mogen we iets van vinden en over zeggen. Bijvoorbeeld dat ze haar eitjes niet zou moeten invriezen, terwijl veel mannen geen vasectomie willen omdat ze misschien nog een gezin willen stichten, mochten ze ooit gaan scheiden.’
Waarom gebeurt dit?
Het lijkt soms alsof vrijheid iets is wat mannen obsessief moeten proberen vast te houden, terwijl vrouwen juist worden aangemoedigd om te settelen, zeg ik tegen Smithuijsen. ‘Ik weet nog dat ik met mijn vriendin ging samenwonen toen ik nog studeerde, ik was 21, zij 22. Ik kreeg al mijn vrienden over me heen. Ze waren verbaasd dat ik me nu al “vastlegde”. Ik hoor mezelf nog herhalen dat ik heus nog wel vrijheid had, hoor, dat we niet zo’n stel waren dat elke avond samen op de bank ging zitten, dat ik doordeweeks nog gewoon kon chillen en zo laat kon thuiskomen als ik wilde, dat we elkaar juist de ruimte gaven, enzovoorts. Mijn vriendin kreeg dat soort vragen niet. Haar vriendinnen waren blij voor haar, ze vonden het een logische stap. Het voelde alsof ze iets had bereikt waar uiteindelijk alle vrouwen naar zouden moeten streven: huisje, boompje, beestje.’
‘Kun je je voorstellen,’ zegt Smithuijsen, ‘hoe het is om een vrijgezelle vrouw van boven de dertig te zijn. Het is erg beangstigend om dan geen partner te hebben, omdat er geen blauwdruk is voor hoe je leven er dan uit zou moeten zien. Helemaal omdat ook nog eens het sterk overtrokken idee heerst dat je na je vijfendertigste heel moeilijk kinderen kan krijgen. Het is doodeng, terwijl datzelfde leven voor mannen een aantrekkelijk narratief is. Ongebonden en vrij.’
‘Het frustreert me steeds meer dat we als vrouwen maar moeten accepteren dat de kaarten zo geschud zijn,’ zegt Smithuijsen. ‘Waarom gebeurt dit?’
Ik zeg dat ik niet al te pessimistisch wil overkomen, maar dat ik ook niet zo een, twee, drie zie hoe we hieruit gaan komen. Als seksisme inherent is aan het kapitalisme… Moeten we dan het systeem omverwerpen? Of hoe gaat er iets veranderen?
‘Ik denk niet dat we binnen het kapitalisme ooit écht gelijkheid gaan krijgen tussen mannen en vrouwen,’ zegt Smithuijsen. ‘We zitten vast in dit systeem, er is geen andere wereld waaraan we kunnen refereren.’
Wat te doen?
Erover praten, om te beginnen, denkt Smithuijsen. Want dat gebeurt nauwelijks. In haar boek laat ze aan de hand van populaire sportklasjes zoals Rocycle, yoga, pilates of meer spirituele equivalenten als een cacaoceremonie, zien dat vrijwel alle communale ruimtes voor vrouwen zijn gekoloniseerd door het kapitalisme. Vrouwen praten daar niet met elkaar, ze werken aan zichzelf. Het onbehagen wordt met self care gesust.
Ze beschrijft hoe een essay van Joke Smit uit 1967, ‘Het onbehagen bij de vrouw’, in die tijd veel losmaakte, omdat het vrouwen voor een van de eerste keren aansprak als collectief. ‘Voorheen zat elke huisvrouw met hetzelfde ongelukkige, onvoldane gevoel thuis te wachten tot haar kinderen uit school zouden komen en haar man van het werk. Ze wist niet dat eindeloos veel andere vrouwen zich precies zo voelden – omdat ze opgesloten was in haar eigen ruimte. Nu zie je eigenlijk hetzelfde,’ zegt ze. ‘Vrouwen leven weer gesegregeerd. Er worden allerlei eisen aan ze gesteld en daar proberen ze aan te voldoen. Niemand vraagt van: “Hé, wat vind jij daar nou van?”Rocycle is een goed voorbeeld, omdat je daar aankomt, niets hoeft te zeggen, op een fiets gaat zitten, alle frustratie er onder aanvoering van een soort Beyoncé-feminisme uittrapt en weer naar huis gaat.’
Daarom schrijft Smithuijsen tegen het einde van haar boek dat vrouwen moeten loskomen van het ‘kapitalistisch egocentrisme’ en ‘spiritueel isolement’, en moeten toewerken naar meer verbinding, een beetje zoals er in de jaren zestig en zeventig, naar aanleiding van het essay van Joke Smit, praatgroepen ontstonden. Op die manier zou er weer iets kunnen ontstaan als een collectieve stem. Maar daarvoor is eerst bewustwording nodig.
‘Je wordt altijd beïnvloed door de systemen om je heen. Ik denk dat het je autonomer maakt in je denken en handelen als je weet hoe die systemen in elkaar zitten.’
‘En dat is wat ik met dit boek heb willen doen,’ zegt Smithuijsen. ‘Laten zien dat je altijd wordt beïnvloed door de systemen om je heen. Ik denk dat het je autonomer maakt in je denken en handelen als je weet hoe die systemen in elkaar zitten. Dat je weet hoe het komt dat van vrouwen veel meer dan van mannen wordt verwacht dat ze zich bezighouden met zorgtaken en kinderen krijgen. Ik denk dat die achterliggende oorzaken zijn ondergesneeuwd de laatste jaren, omdat het idee leeft dat we allemaal vrij zijn, dat we zelf kiezen wat we doen. En daar ben ik het echt niet mee eens.’
Mega softie
Het interview zit er eigenlijk al op wanneer Smithuijsen nog zegt dat onze samenleving de wereld heel makkelijk indeelt in daders en slachtoffers, winnaars en verliezers, en dat je dat niet wilt als vrouw, een slachtoffer zijn, of een verliezer. En dat je daarom het spel maar meespeelt, niet zo snel je mond opentrekt.
Ze twijfelt even, en vertelt dan toch maar dat iemand met meer dan honderdduizend volgers gisteren op TikTok een heel zuur filmpje over haar had gemaakt – iemand die ze nota bene kent, met wie ze ooit heeft samengewerkt. ‘Als vrouw – helemaal als vrouw met een mening – krijg je dan bakken met kritiek over je heen,’ zegt ze. ‘Ik voelde me daar heel kut over, was er echt door gekwetst. Na een tijdje dacht ik: ik bel hem gewoon. Hij zei: ja, weet je, hier moet je gewoon tegen kunnen. Dit hoort er nu eenmaal bij, ik doe dit de hele tijd bij mensen. Ik vertelde hem dat ik het heel disrespectvol vond en heel onaardig. Dat ik helemaal niet zo hard tegenover elkaar wilde zijn. Hij vindt mij nu waarschijnlijk een megasoftie en een huilebalk, maar ja: liever dat, dan dat ik dat spelletje weer meespeelde.’
Ja, dacht ik terwijl ik luisterde naar hoe de jazzplaat zijn einde naderde, laat er maar wél een keertje bullshit zijn met Doortje Smithuijsen.


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.