Een persoonlijke regel van de Britse schrijver Will Storr: hij kijkt niet op Amazon naar de recensies die lezers van zijn boeken achterlaten. Toen hij dat toch een keer deed – waarom eigenlijk, hij weet het niet meer – kreeg hij meteen spijt. Amazon laat gebruikers stemmen op recensies, en de populairste recensies komen bovenaan te staan. Meestal zijn dat geen volmondige aanbevelingen. ‘Goed,’ stond nu prominent bij een van zijn boeken, ‘maar hij begrijpt niet echt hoe het brein werkt.’

‘What the hell is this,’ dacht zijn brein, pissig. ‘Als mensen mijn Amazon-pagina opzoeken, zien ze staan: “Will Storr snapt niet hoe het brein werkt.” Dit schaadt mijn reputatie, vermindert de boekverkoop.’ En hij kon er niets aan veranderen. Dagenlang was hij woest.

In de boeken die Storr de afgelopen jaren schreef, alomvattende verhalen over waarom mensen doen hoe ze doen, heeft de werking van het brein altijd een rol van betekenis. In Heretics (2013) onderzoekt hij waarom intelligente mensen geloven in dingen die bewezen niet kloppen. Selfie (2017) gaat over hoe de westerse wereld onder invloed van het neoliberalisme geheel door zichzelf geobsedeerd is geraakt. En The Science of Storytelling (2019), waar de Amazon-recensie over ging, vertelt hoe de mens zich laat inpakken door vaardige verhalenvertellers.

In het grote geheel maakt zo’n recensie heus niet zoveel verschil, wist Storr. Misschien dat er een paar boeken minder verkocht zouden worden. Maar door het schrijven van zijn nieuwste boek The Status Game begrijpt hij nu ook waarom die recensie zulke sterke emoties bij hem opriep: het had allemaal te maken met de spelletjes die mensen spelen in hun voortdurende streven naar status. De recensieschrijver gaf aan gepromoveerd te zijn op menselijk bewustzijn, en meende dat Storr een belangrijke denker over het hoofd had gezien. Met zijn recensie deed hij een poging status te krijgen van gelijkgestemden. Storr raakte gefrustreerd omdat zijn status door de recensie zou kunnen verminderen.

Wil Storr

Will Storr (46) is journalist en schrijver. Voor zijn werk ontving hij verschillende journalistieke prijzen, waaronder de Amnesty International Award voor zijn onderzoek naar seksueel geweld tegen mannen. Voorafgaand aan The Status Game schreef hij de non-fictie-bestsellers Heretics, The Science of Storytelling en Selfie, en de roman The Hunger and the Howling of Killian Lone.

Het statusspel

Om de menselijke wereld te begrijpen, schrijft Storr, moeten we eerst begrijpen dat het leven een spel voor ons is. Als tribale diersoort moeten we voor onze overleving deel zijn van een ondersteunende gemeenschap. Daarom zijn onze hersens erop ingesteld om er zo goed mogelijk bij te willen horen. Het voelt zalig om door een groep geaccepteerd te worden, en verschrikkelijk om te worden buitengesloten. En binnen de groep willen we voortdurend stijgen in rang, want hoe hoger de rang, hoe groter de kansen op overleving en voortplanting: beter voedsel, een veiliger slaapplaats, goede seksuele partners.

Het voelt zalig om door een groep geaccepteerd te worden, en verschrikkelijk om te worden buitengesloten. En binnen de groep willen we voortdurend stijgen in rang, want hoe hoger de rang, hoe groter de kansen op overleving en voortplanting.

Het statusspel kan allerlei vormen aannemen. Op het Micronesische eilandje Pohnpei doen ze het met yamwortels, een soort zoete aardappelen. De bewoners van het eiland kennen een ijzeren hiërarchie, met bovenaan de stamhoofden en onder hen een lange rangorde, geschikt naar erfelijke en politieke lijnen waarlangs nauwelijks wordt geklommen. De enige manier om in één klap in status te stijgen, is door op het dorpsfeest met de grootste zelfgekweekte yam aan te komen. Dus zijn alle mannen het hele jaar door bezig met het cultiveren van uitzonderlijk grote yamwortels, die ze heimelijk verzorgen in het diepst van de nacht. De grootste yams zijn wel vier meter lang en worden aan palen naar het feest gedragen.

Meespelen

In onze westerse samenleving doen we min of meer hetzelfde, maar dan met auto’s, smartphones, horloges. Het zijn variaties op hetzelfde spel, allemaal even dwaas. Ik voel me ook enigszins belachelijk tijdens het interview met Storr, nu ik in zijn boek heb gelezen dat het jezelf verbinden met mensen van hogere status een (al dan niet bewuste) poging is tot het vergaren van meer eigen status. Hij zit in een chic thuiskantoor met ingelijste covers van zijn bestsellers; ik in een hoekje van de slaapkamer, waar ik tijdens het praten steeds mijn laptop een beetje verschuif, in de hoop dat mijn bed ongemerkt uit beeld verdwijnt. Nadat je de wereld door Storrs statuslens hebt bekeken, is het moeilijk om hem nog anders te zien.

Toch is het statusspel niet zo idioot als het lijkt, zegt Storr. ‘De drijfveer diep in onze hersenen die ons status doet najagen, beloont gedrag dat nuttig en waardevol is voor de groep. We hebben er beschaving aan te danken, en moraliteit. Het yam-verhaal laat zien hoe ongelofelijk mensen eigenlijk zijn, en hoe belangrijk status voor ons is. Een groep besluit status toe te kennen aan wie een goede yam cultiveert, en er worden reusachtige, belachelijke yams verbouwd, door een volk dat helemaal geen geavanceerde technologie tot zijn beschikking heeft. Moderniteit, de explosie van vooruitgang die zich vanuit West-Europa en Amerika over de wereld verspreidde, is eraan te danken dat we status hebben verbonden aan de ontdekking van nieuwe en bruikbare kennis, en objectieve waarheid. Want de hersens zijn gebouwd om status na te streven, niet rede en waarheidsvinding.’

Status beïnvloedt zelfs onze gezondheid. Gebrek aan status, en gebrekkige kansen om te stijgen in status, verhogen de kans op kwalen en verminderen de levensverwachting. En juist in het moderne leven vraagt dat statusspel extra veel van ons. In zijn boek noemt Storr de Japanse hikikomori, volwassenen die het niet meer kunnen opbrengen hun slaapkamer uit te komen. Het is te moeilijk voor ze om verbinding en status te bereiken. ‘Uiteindelijk is dit de keuze waar we allemaal voor staan: hikikomori, of meespelen.’

Denkt u dat met het complexer worden van de samenleving meer mensen zich zullen loskoppelen?

‘Ja. We zijn geëvolueerd om kleine, relatief egalitaire statusspelletjes te spelen. Het leven was altijd al ingewikkeld, maar het was niet zo moeilijk je ontwikkelen tot succesvol persoon. Nu spelen we gigantisch ongelijke spellen en hebben we steeds minder het gevoel succesvol te zijn. Want status is een relatief concept, we vergelijken ons altijd met anderen.

Het heeft ook te maken met het einde van religie. Religie was een nuttig statusspel voor mensen die misschien niet erg welvarend waren, of op een andere manier sociaal mobiel. Met vroomheid konden ze een religieus statusspel spelen, een deugdzaamheidsspel, en zich een goed persoon voelen. Nu is God dood en spelen we kapitalistische spellen. Die zijn keihard, en er wordt ons geen hemel meer in het vooruitzicht gesteld.’

Alleen persoonlijk succes, dat moeilijker te bereiken is dan het lijkt.

‘Juist, want je komt er nooit. In het statusspel kom je nooit op dat punt dat je denkt: ah, ik heb het gehaald, ik zit veilig. Je hoeft maar even naar de superrijken te kijken om dat in te zien. Het heeft geen zin jaloers op ze te zijn, ze zijn geen gram gelukkiger dan jij. Hoe hoog je ook staat op de ladder, je kijkt nog steeds om je heen, bezorgd, nerveus.’

‘Het brein is alleen geïnteresseerd is in statusstijging. Onze behoefte aan status is grenzeloos – in tegenstelling tot bijvoorbeeld onze behoefte aan macht.’

Waarom is het dan zo moeilijk om achterom te kijken, naar wie het minder goed heeft?

‘Omdat het brein alleen geïnteresseerd is in statusstijging. We zijn te veel bezig met omhoog, omhoog, omhoog te gaan om te zien hoever we zijn gekomen. Onze behoefte aan status is grenzeloos – in tegenstelling tot bijvoorbeeld onze behoefte aan macht. Macht gaat gepaard met verantwoordelijkheid en is hard werken. Er bestaan wel wat machtszieke mensen, die gaan de politiek in. Maar voor de meesten van ons is het een pain in the ass. Als wetenschappers daarentegen zoeken naar het punt waarop onze behoefte aan status afvlakt, kunnen ze het niet vinden. Het vlakt gewoon nooit af.’

Toch lijken macht en geld onlosmakelijk verbonden met status.

‘Het zijn symbolen voor status.’

Dus tonen mensen ze graag, in de meeste gevallen.

‘Onder Engelse aristocraten is het onbeschaafd om over geld te praten, al is het voor hen natuurlijk ook heel belangrijk. Ze voelen zich bedreigd door wat ze de nouveau riche noemen, en rijden trots rond in oude, aftandse auto’s. Zo kunnen ze neerkijken op mensen met opzichtige nieuwe auto’s. Hetzelfde vind je in de wellnesswereld. Een vriend van me zit in de wellness, en ook hij rijdt trots in een oude wagen. Het geeft hem het gevoel dat hij niet meedoet aan het auto-statusspel, maar dat doet hij evengoed.’

In uw boek noemt u onderzoek van Roos Vonk onder mensen die door meditatie oefenden in het loslaten van hun ego. Zij bleken zichzelf heel superieur te vinden.

‘Zelf had ik zoiets al eens aan den lijve ondervonden, toen ik als onderzoek voor Heretics naar een meditatieretraite ging. Zestien uur per dag zaten we daar te mediteren, en twee of drie keer per dag kwam de goeroe preken: een boeddhistische monnik – een Engelsman met een kaal hoofd. Ik ben geen geoefend mediteerder, dus ik kon niet goed knielen en zat een beetje met mijn benen gespreid. Toen werd ik apart genomen en door de goeroe uitgekafferd omdat ik met mijn voetzolen naar hem toe zat, dat had hem beledigd. En ik dacht: wat een oplichting, belachelijk. Je vernedert me omdat ik niet op de juiste manier zit.’

Het spel is kapot

Storr onderscheidt drie soorten statusspellen: dominantiespellen, waarbij status wordt afgedwongen met spierballen en bangmakerij; moralistische of deugdelijkheidsspellen; en successpellen. In de meeste gevallen betreft het een combinatie van de drie, maar doorgaans is één vorm overheersend.

Vaak hangt dat samen met het tijdsgewricht. Zo noemt hij de historische heksenjachten en de Spaanse inquisitie als voorbeelden van statusspellen rond deugdelijkheid, waarin groepen zich verloren.

Dat gebeurt, schrijft u, ‘als het leven onder druk staat’ – rond de heksenjachten bijvoorbeeld vanwege een voedseltekort. Staat het leven nu ook onder druk?

‘Relatief gezien wel. Het is natuurlijk niet zoals destijds, maar het is duidelijk te zien dat die druk zich heeft gemanifesteerd. Wat ik vermoed: na de financiële crisis is steeds duidelijker geworden dat de jonge generaties het slechter hebben dan babyboomers en Gen X’ers. Ze hebben een studieschuld, problemen met werkloosheid, kunnen geen vastgoed bezitten. Van hen is een relatief groot deel naar de universiteit gegaan met de verwachting van een goede baan, maar die krijgen ze niet. Als je dan bedenkt hoe ontzettend belangrijk status is voor een mens, mag het geen verrassing zijn dat de jonge hoogopgeleide elite zich onder druk voelt staan. Het spel is kapot: wat ze ook doen, ze krijgen niet wat hun beloofd is.

De jaren tachtig en negentig waren de tijd waarin we onze status maten aan de hand van succes. Wanneer succes moeilijker te realiseren is, zoals nu, richten we ons op moraliteit. Vooral op links lijkt het veel minder te gaan om hoe geweldig succesvol iedereen is, en veel meer om hoe goed ze zijn, en dat ze van de wereld een betere plek willen maken.’

‘Online is status ontzettend makkelijk te vergaren met deugdelijk doen. Schrijf een bekritiserende tweet over een tegenstander en je peers juichen je toe: “Ja! Briljant! Geweldig!”’

Wat heeft de opkomst van sociale media met het statusspel gedaan?

‘Sociale media versnellen deze ontwikkeling en vergroten die uit. Online is status ontzettend makkelijk te vergaren met deugdelijk doen. Schrijf een bekritiserende tweet over een tegenstander en je peers juichen je toe: “Ja! Briljant! Geweldig!” Vroeger roddelde je in kleine kring over iemand om je superieur aan diegene te voelen, nu kleineer je hem en public. Dat maakt het veel vernederender.’

Het valt mij niettemin op hoeveel mensen nog met hun succes pronken.

‘Er zal altijd behoefte zijn aan het vergaren van successtatus. We zijn zo door status geobsedeerd, dat we het op welke manier dan ook proberen te krijgen. Whatever works. Het is het statusspel dat sociale media zo verslavend maakt. Kijk maar eens op Twitter, daar is iedereen zijn dominantie, zijn succes en zijn moraliteit aan het showen.’

Hoe ging u zelf om met de vernedering van die Amazon-recensie?

‘Er was niet zoveel dat ik kon doen. Het liefst had ik erop gereageerd met: ik heb dit boek geschreven en wat u zegt klopt niet; de denker die u aanhaalt, is niet relevant. Maar dat zou averechts hebben gewerkt. Alain de Botton heeft zo eens gereageerd op een recensie in The New York Times. (In 2009 blogde de Botton aan de recensent: ‘Ik zal je de rest van mijn leven haten en ik wens je enkel ellende toe bij elke carrièrestap die je zet.’ – KvdW) Je schat De Botton meteen lager in omdat hij dat deed.’

Zal het er nog lang zo hard aan toe gaan op sociale media?

‘Ik verwacht wel dat we langzaamaan nieuwe regels zullen ontwikkelen. Dat zie je nu al onder journalisten, die toch veelal de voorhoede zijn onder sociale-mediagebruikers. In het begin hing er een pesterige sfeer, maar inmiddels is doorgedrongen dat dat niet oké is. Iedereen is zijn gemene tweets aan het wissen.’

De online meute

Maar wat oké is, lijkt tegenwoordig troebel, vooral online. Dat illustreert Storrs casestudy van Karen Templar, de beheerder van een populaire brei-website. Begin 2019 plaatste Templar daar een blog waarin ze zich verheugde op een voorgenomen reis naar India. Als kind was ze al weg van het land, schreef ze, maar toen een Indiase jeugdvriendin haar vroeg om een keer mee te gaan, durfde ze niet: ‘Het was alsof ik een reisje naar Mars kreeg aangeboden.’ Nu ze opnieuw de kans had gekregen, kon ze niet wachten.

De commentaren op haar verhaal waren enthousiast, ook van mensen uit India, tot een Amerikaanse man haar beschuldigde van een koloniale, imperialistische mindset. Hoe durfde ze India met een andere planeet te vergelijken? Hij kreeg snel bijval, ook van mensen die eerst positief hadden gereageerd. De groepsleden jutten elkaar op in een statusspel om deugdelijkheid. Templar begreep de wijd uitgemeten kritiek niet goed, maar verontschuldigde zich uitvoerig aan iedereen die zich beledigd voelde. Niet voldoende, voor de online meute. ‘Het spijt je dat mensen zich beledigd voelen door je diep racistische argumenten?’ schreef iemand. Het duurde niet lang of Templar internaliseerde deze mening in een nieuw uitvoerig excuus, met een blog getiteld ‘Woorden die ertoe doen’. Ze noemde zichzelf ongevoelig, verschrikkelijk en achteloos in haar benadering van India als een ‘decor voor witte mensen’.

De aanval van de online meute komt in dit verhaal zeer overtrokken over, op het belachelijke af. Zelf spreekt u van ‘extreem plaatselijke en eigenaardige aantijgingen’. Maar wie zijn wij om te zeggen dat de meute ongelijk had?

‘Er is niets objectief aan moraliteit – je kan moraliteit niet isoleren en onderzoeken in een laboratorium. Het bestaat alleen in het hoofd van mensen en, wonderbaarlijk genoeg, in coalities van mensen. Alsof ze samen dezelfde droom dromen over wat goed moreel gedrag is. Karen Templar had een conventioneel idee van wat goed en fout was, en leek daarna van gedachten te veranderen. Al vraag ik me af in hoeverre ze dat echt deed, ze zal vooral heel bang zijn geweest.

Maar je kunt wel een objectieve beredenering maken: was het racistisch wat ze zei? Gaven haar woorden er blijk van dat ze, onbewust desnoods, mensen van kleur verachtte? Zo kun je een empirische claim maken, namelijk dat het nonsens was. Je moet wel een idioot zijn om haar woorden als racistisch op te vatten.’

‘Uit onderzoek blijkt dat van alle vooroordelen die we over onszelf hebben, de moral bias het sterkst is. Jouw hersenen vertellen je: ik ben niet perfect, ik heb fouten gemaakt en er zijn dingen waarvan ik spijt heb, maar in essentie ben ik een goed persoon.’

Op eenzelfde manier is er veel empirisch bewijs vóór het nut van vaccineren. Toch zijn er, zoals u in The Status Game laat zien, grote groepen mensen die van het beweren van het tegendeel hun eigen statusspelletje hebben gemaakt. Wie het stelligst tegen vaccinaties vecht, krijgt de meeste status. Hoe kunnen we dat doorbreken?

‘Daarvoor moeten we de kracht van verhalen gebruiken. Onbewust doen we statusspelletjes, maar van de bewuste ervaring van het leven maken we een verhaal. Antivaxers hebben een emotionele afkeer van vaccinaties. Dat kan om verschillende redenen zijn: ze vertrouwen de regering niet, of de farmaceutische bedrijven, of ze zijn geneigd mensen te geloven tegen wie ze opkijken. En hun redeneringssysteem ondersteunt dat geloof met een verhaal: je gevoel klopt, vanwege x, y en z. Online vinden ze bewijzen voor x, y en z. We kunnen ze niet van gedachten doen veranderen door dat verhaal aan te vallen, dan klampen ze zich er alleen maar harder aan vast. Wat we wel kunnen doen, is er een nieuw verhaal naast zetten dat rijmt met zaken waarin ze geloven. In Amerika zijn veel antivaxers bijvoorbeeld heel patriottistisch. Aan hen zou je kunnen uitleggen dat het blijk geeft van vaderlandsliefde om je te laten inenten. Omdat het goed is voor de economie, bijvoorbeeld, en de volksgezondheid.

Op eenzelfde manier zou het migratieverhaal geframed kunnen worden als een verhaal over hardwerkende mensen die een beter leven wensen voor hun kinderen en tegelijkertijd een beter land maken van Amerika, Engeland of Nederland.’

Het lijkt erop dat juist populisten statusspelletjes rond complotten en antivaxen effectief weten in te zetten voor hun eigen gewin.

‘Dat klopt. Het heeft te maken met het feit dat het leven onder druk staat, daar komt irrationeel geloof bij kijken. Niet zo lang geleden was de standaard klacht over politieke partijen dat ze te veel op elkaar leken. Wat een geweldige tijd, iedereen was het in grote lijnen met elkaar eens. Nu spelen politici in op de irrationaliteit van stemmers. Niemand weet waar Boris Johnson echt in gelooft, hij haakt gewoon in op wat het goed doet.’

Van onze premier wordt ook gezegd dat hij geen visie heeft. Is moraliteit misschien niet zo belangrijk voor hen?

‘Jawel, hoor, ze zullen zichzelf vertellen dat ze heel eerzaam zijn. Uit onderzoek blijkt dat van alle vooroordelen die we over onszelf hebben, de moral bias het sterkst is. Jouw hersenen vertellen je: ik ben niet perfect, ik heb fouten gemaakt en er zijn dingen waarvan ik spijt heb, maar in essentie ben ik een goed persoon. Dat moeten we over onszelf geloven om te kunnen functioneren.’

U beschrijft het als een positieve ontwikkeling dat in het Westen het statusspel meer om succes ging draaien, na de sterke nadruk op deugdzaamheid in de tijd van het christendom.

‘Omdat het ons zoveel vooruitgang heeft gebracht, tot en met vaccins en iPhones. Maar moraliteit hebben we ook nodig. De grootste winnaars van het successpel – types als Elon Musk, die grens na grens verlegt – zijn getikt. Zij zijn zo geobsedeerd door status dat ze bereid zijn alles te doen en elk risico te nemen. We hebben ze nodig, want ze doen fantastische dingen, maar we zouden ze meer moeten beteugelen.

Zie ook Apple, dat zich positioneert als superieur aan alles en iedereen. Ze zijn geobsedeerd door privacy en het beschermen van de data van hun gebruikers. Maar dat is puur strategisch, omdat ze wedijveren met Google, dat onze data nodig heeft om zijn producten beter te maken. Ondertussen weten we allemaal hoe Apple zijn leveranciers treitert en kennen we de verhalen uit de Chinese iPhone-fabrieken.

En dan is er nog de ongelofelijke belastingontwijking. Apple heeft de slimste koppen in dienst om zo min mogelijk belasting te hoeven betalen, en te kunnen zeggen: kijk, het staat in de wetgeving, wij hebben gewoon de regels gevolgd. Daar kan geen regering tegenop. Het is compleet cynisch en hebzuchtig. Als Apple echt goed zou willen doen, zouden ze belasting betalen.’

‘Het is tegenwoordig heel normaal dat een behoorlijk succesvol iemand zich toch een mislukking voelt. En dat is hartstikke ongezond.’

Er zijn ook veel supersterren die aan belastingontwijking doen. Van Bono is bijvoorbeeld bekend dat hij een Nederlandse brievenbusfirma had. Maar zij worden vaak nog wel beschouwd als morele figuren.

‘Omdat ze wel veel geld aan goede doelen geven. Van het betalen van je belastingen stijg je niet in status. Maar als Bono twee miljoen dollar aan kankeronderzoek geeft, neemt zijn status wel toe. Dan krijgt hij een prijs, houden ze een feestje voor hem, wordt hij geridderd. En Bono is erg geïnteresseerd in status, dat kunnen we gerust stellen. Regeringen zouden bedrijven moeten belonen als ze hun belastingen betalen – door dat niet te doen, laten ze echt een kans liggen. Het verdwijnt allemaal in een groot, zwart gat.’

Draagt het statusspel bij aan ongelijkheid?

‘Zelfs in de laagste klassen genieten mensen een levenscomfort dat honderd jaar geleden nog niet bestond. De kwaliteit van leven is enorm omhooggegaan, en mensen zijn beter beschermd dan ooit. Maar door het belang van status is het leven alsnog heel ingewikkeld voor mensen onderaan, want die kunnen slechts omhoogkijken naar alle anderen. Daarbij is het tegenwoordig heel normaal dat een behoorlijk succesvol iemand zich toch een mislukking voelt. En dat is hartstikke ongezond.’

Geldt dat eigenlijk ook voor de yam-verbouwers op Pohnpei? Dat degene die een yam van drie meter kweekte zich slecht voelt omdat hij toch niet de grootste had?

‘Dat weet ik niet, maar er is altijd de kans dat hij volgend jaar wint. De kans is nul dat een van ons twee ooit een Elon Musk wordt.’

‘Elites zijn een onoplosbaar probleem,’ schrijft u.

‘Omdat het leven altijd om dit spelletje blijft draaien. Gelijkheid is een mythe. Iedereen wil altijd beter uitkomen dan de ander, we blijven elkaar verdringen. Daarom hebben we regels nodig.’

Zouden we niet eens moeten kijken hoe we kunstmatig de status van onderwijs- en zorgpersoneel kunnen verhogen?

‘Dat lijkt me lastig, want dat zit in de cultuur, en die ontwerp je niet van buitenaf. De BBC probeert dat wel: veel van wat daar wordt uitgezonden, is eigenlijk zachte propaganda voor een nieuw-linkse levensbeschouwing. Het is goed bedoeld, maar enorm onauthentiek. Mensen zijn niet zo makkelijk om de tuin te leiden. Toch moet er wel iets aan te doen zijn. Als we verpleegkundigen niet hetzelfde kunnen betalen als bankiers, die weinig goeds doen voor de wereld, dan moeten we hen op zijn minst meer kunnen respecteren.’

Aan het eind van het boek geeft u een aantal adviezen om het statusspel minder zwaar te laten wegen voor het individu. Heeft u ook oplossingen voor het collectief?

‘Het begint bij de economie. Een van de openbaringen van Selfie, wat mij betreft, was hoe ontzettend machtig de economie is. Denk maar aan die huiveringwekkende uitspraak van Thatcher: “Economics are the method, the object is to change the soul.” Thatcher en Reagan veranderden de economie, en wij veranderden mee. We werden hebzuchtige ego-individualisten. Het brein wil weten wie we moeten zijn om verbinding en status te bewerkstelligen, en handelt daarnaar. De economie bepaalt uiteindelijk wie je moet zijn.’