De laatste dichtbundel van Joost Zwagerman: psalmen en klaagliederen van een wanhopige ongelovige die in een duistere wereld naar existentiële betekenis zoekt.
Wie een jaar geleden had voorspeld dat er begin 2016 postume religieuze gedichten van Joost Zwagerman zouden verschijnen zou voor gek zijn versleten. Toch past de bundel in Zwagermans gang van maximaal naar minimaal, van oproer naar inkeer. De gedichten vormen zo’n beetje zijn laatste publieke woorden en ze laten zich lezen als een credo maar vooral ook als een ‘De profundis’. Wakend over God heet de bundel en dat is zo’n beetje de omgekeerde gedachte van een oorspronkelijk over de mensheid wakende God, maar in deze tijd, met God en religie ernstig in de verdrukking, snap je het: God kan wel wat aandacht gebruiken.
Dat een altijd seculier geachte schrijver als Zwagerman zich met zoiets glibberigs als het godsbesef bezighoudt zegt veel over hemzelf in zijn laatste dagen maar ook over onze cultuur: op zoek naar ouderwetse vastigheid. Maar hij vindt die niet; als de dichter hoort over het plotinisme (in elke mensenleven huist God) schrijft hij: ‘Niet platonisch maar plotinisch / – zo het woord bestaat – spat / alles tussen God en mensenziel / voorgoed en weergaloos kapot.’ Met de nodige pathetiek, soms manisch, zoekt Zwagerman naar God in maar ook buiten zichzelf, nu eens smachtend, dan weer verongelijkt en egocentrisch: ‘weer / moet ik de ruis en echo / van de schepping overdoen.’
Met het christelijk geloof of de bijbelse God heeft zijn opperwezen weinig te maken, dit zijn psalmen en klaagliederen van een wanhopige ongelovige die in een duistere wereld naar existentiële betekenis zoekt, in kunstwerken, in de oerknal, in zijn kinderen, in dieren. Als hij thuis een dood musje vindt voelt hij dat hier iets van het wereldraadsel of zelfs de wereldbrand in vertegenwoordigd is, maar hoe? ‘De mus gebiedt. / Ik moet eten uit Zijn hand.’ Het is die tantaliserende aanwezigheid van een macht die desondanks onzichtbaar blijft, die Joost Zwagerman zijn laatste woorden influistert.
Het is verleidelijk er een bewuste opmaat naar zijn zelfgekozen dood in te lezen, want dood is naast God de voornaamste aanwezige in deze bundel, maar los van zijn persoonlijke inzet verwoordt Zwagerman het algehele verlies aan godsbesef in onze tijd. Overigens, en misschien is dat wel het meest kwellende, is Zwagermans God niet voortdurend absent, een enkele keer is hij juist stralend aanwezig: ‘Geniet / er nu eens van. het verdroomde is nu vrij. / Al wat straalt is nu de grootste tover.’ Om vervolgens weer des te pijnlijker gemist te worden. Was Hij er maar nooit geweest, denk je na Wakend over God.
Joost Zwagerman, Wakend over God, gedichten, uitg. Hollands Diep, 96 blz, € 19,90
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.