Pitts is kort in Amsterdam. De presentatie van de vertaling van zijn boek vindt plaats in The Black Archives. Hier is ook een kleine tentoonstelling te zien van foto’s die hij tijdens zijn reis door Europa maakte. Pitts bezocht de organisatie toen ook, en schrijft erover in zijn boek. Hij maakt een wat schuchtere indruk, maar zodra hij vragen over zijn boek mag beantwoorden, raakt hij op stoom en praat hij honderduit over ontmoetingen tijdens zijn reis, fotografen die hem inspireren en de boeken die hij las.

Wat betekent het begrip ‘Afropeaan’ voor u?

‘De Belgisch-Congolese zangeres Marie Daulne van Zap Mama en David Byrne van de Talking Heads hebben het begrip gemunt in de jaren negentig. Het was onderdeel van de muziekwereld die op dat moment nog vol was van de val van de muur. “Afropeaan” stond voor een optimistisch, utopisch idee binnen de muziek; een wensvervulling. Voor mij is “Afropeaan” een ruimte om bij weg te dromen. Het verwijst ook naar het woord “utopian” en bevat futuristische elementen.’

Hoe heeft u besloten welke plekken u zou aandoen voor uw zoektocht?

‘Ik heb simpelweg gekeken: waar zijn de grootste zwarte gemeenschappen? Daarom moést ik naar Frankrijk en Portugal. Daarnaast heb ik de landen met een koloniale geschiedenis bezocht. Daarom ben ik ook naar Rusland gegaan; Rusland heeft geen kolonies gehad, zoals veel Europese landen, maar de Sovjet-Unie heeft de onafhankelijkheid van Afrikaanse landen gefinancierd in een strijd tégen het kolonialisme. In Rusland kun je een alternatieve koloniale geschiedenis vinden. Daar heb ik gezocht naar sporen van de antikoloniale beweging. Zweden heb ik bezocht, omdat ik wilde zien wat een sociale democratie doet voor zwarte gemeenschappen.’

‘Goed schrijven is duidelijk schrijven. Foto’s hoeven niet duidelijk te zijn.’

Ging u op reis met het doel een boek te schrijven?

‘Mijn insteek was om net zoveel foto’s te maken als teksten te schrijven, maar ik vermoedde dat fotografie de overhand zou krijgen. Afropeaan is best een uitvoerig boek geworden; ik heb veel ruimte genomen om mijn gedachten uiteen te zetten en mijn reis te beschrijven. Goed schrijven is duidelijk schrijven. Foto’s hoeven niet duidelijk te zijn. Mijn foto’s kenmerken zich door onscherpte, reflecties, imperfecties. Ze geven de toeschouwer ruimte om zelf invulling te geven aan een verhaal.’

De foto’s die u heeft opgenomen in het boek zijn geen illustraties bij de tekst, ze zijn eerder een poëtische vertelling binnen het reisverslag.

‘Ze vormen inderdaad een parallel narratief. Tegelijkertijd zijn ze onderdeel van de architectuur van het boek, ze zijn strategisch geplaatst om de lezer af en toe een denkpauze te gunnen. Ik heb veel keiharde portretten gemaakt, maar toen ik al mijn foto’s naast elkaar legde, trokken de foto’s in de periferie de meeste aandacht. Juist de foto’s die met onvaste hand waren genomen of die niet helemaal scherp waren, bleken een verhaal te vertellen. Voor mij vormt het beeld geen illustratie van de tekst, maar ze schampen de tekst en bepalen de sfeer. Mijn reis voerde naar de periferie van Europa en de foto’s uit de periferie van de beelden die ik had geschoten, pasten hier perfect bij.’

De mensen op de foto’s zien er eenzaam uit.

‘Die reactie krijg ik vaak. Dat was niet mijn bedoeling. Zwarte mensen worden vaak heel expressief op de foto gezet. Ze zijn aan het protesteren of aan het vieren. Ik denk niet dat de mensen op mijn foto’s ongelukkig zijn, ze zijn veelal in gedachten verzonken.’

Waarom zijn de meeste foto’s in metrostations of in het openbaar vervoer genomen?

Lacht: ‘Ten eerste ben ik gek op metrostations. Ten tweede wilde ik een zwarte ervaring weerspiegelen van het anonieme reizen. Ik wilde een alledaagse ervaring laten zien van mensen die onderweg zijn naar hun werk of de kinderen naar school brengen.’

‘In Engeland bestaat een traditie waarin fotografie er juist op uit is om mensen zo lullig mogelijk in beeld te brengen. Ik wil de schoonheid van mensen laten zien.’

Niet iedereen wilde graag worden gefotografeerd. Hoe heeft u dat aangepakt?

‘Dat is een interessante ethische kwestie. Heel vaak neem ik een foto, vervolgens kijken mensen naar me en als ze het goed vinden, neem ik er nog een. Als ze protesteren, verwijder ik de foto meteen. Ik ben er nooit op uit om iemand er stom op te zetten. In Engeland bestaat een traditie waarin fotografie er juist op uit is om mensen zo lullig mogelijk in beeld te brengen. Ik wil de schoonheid van mensen laten zien.

Ik dacht vroeger ook altijd dat je je als fotograaf onzichtbaar moest maken, en soms gaat dat misschien op, maar ik las een interview met fotograaf Liz Johnson Arthur, die zei: “Dat mensen je een foto zien nemen, hoeft niet noodzakelijk het moment te corrumperen.” Een curator zei tegen me: “Veel fotografen nemen een foto vlak voordat iemand kijkt, op veel van jouw foto’s kijken mensen net op, kruisen jullie blikken, waardoor er een kort contactmoment is vastgelegd.”’

Johny Pitts

Johny Pitts is fotograaf, schrijver en televisiejournalist. Hij groeide op in Sheffield als zoon van een Afro-Amerikaanse vader en een Britse moeder. Hij is curator van het online magazine afropean.com. De foto’s van zijn reis door Europa werden eerder tentoongesteld bij FOAM.

Een deel van deze foto’s is tot en met 15 juni te zien bij The Black Archives in Amsterdam.

U schrijft: ‘Ik verbaasde me erover hoeveel Zwarte* mannen ik in Europa ontmoette die, vers uit Afrika, een uiterlijke identiteit hadden aangenomen, pastiches van door het Westen geproduceerde en overgenomen culturele iconen uit de Zwarte diaspora (…), variaties op Bob Marley, 2Pac, Drake, enzovoort.’ Hoe denkt u dat dat komt?

‘Dat betrof voornamelijk veel West-Afrikanen die ik tegenkwam. Zij hebben zich een identiteit eigengemaakt die herkenbaarder is voor de samenleving waarin ze zich begeven dan hun Afrikaanse identiteit. Die ervaring heb ik niet met gevestigde gemeenschappen. Zwarte Britten doen dat bijvoorbeeld niet, omdat ze over hun eigen gedeelde geschiedenis en een ondersteunend netwerk beschikken. Ik heb het over mensen van wie het bestaansrecht veel onzekerder is. Nou ja, dit is mijn theorie.’

‘Het verbaast me dat Poetin het heeft over de “denazificatie van Oekraïne”, terwijl Rusland zelf een groot neonazi-probleem heeft.’

U werd tijdens uw reis met verschillende vormen van racisme geconfronteerd. Welke ervaring heeft u het meest geraakt?

‘De ergste ervaring had ik in Rusland. Het verbaast me dat Poetin het heeft over de “denazificatie van Oekraïne”, terwijl Rusland zelf een groot neonazi-probleem heeft. Ik was onderweg naar het station in Moskou toen er een auto langzaam naast me kwam rijden. Als ik stopte, stopte de auto ook. Ik zag dat er een skinhead in zat, hij stapte uit. Snel dook ik een zijstraat in. Omdat mijn huid redelijk licht is, kan ik, weggedoken in mijn jas en met muts op, van een afstand ook nog doorgaan voor een Rus. Ik realiseerde me dat ik voor het eerst op straat liep zonder muts, die was ik vergeten, en ik had een grote afro, dus ik viel erg op.’

De Pijp, Amsterdam

U laat ook zien dat er binnen zwarte gemeenschappen en tussen Afrikaanse bevolkingsgroepen veel discriminatie is.

‘Racisme tussen zwarte gemeenschappen kun je niet vergelijken met racisme tussen witte en zwarte bevolkingsgroepen. Ik denk dat het een erfenis is van het kolonialisme. Salazar (tussen 1932 en 1968 dictator van Portugal, DM) gaf de voorkeur aan Angolezen boven van Kaapverdianen. In Frankrijk worden mensen van de Caraïben “Franser” gevonden dan mensen uit Senegal of Mali. Ik ontmoette ook een zwarte vrouw in Stockholm die de meest afschuwelijke dingen over immigranten zei. Ik wilde laten zien dat er veel diversiteit is binnen de zwarte gemeenschap.’

U beschrijft hoe u deelneemt aan een Afrikaanse bustour door Parijs. U heeft leuk contact met een Afro-Amerikaans stel, Jimmy en Clemence, tot jullie aankomen in een wijk met de bijnaam ‘Klein Afrika’. Ze reageren geschokt en noemen de mensen op straat armoedig, dom, corrupt en lelijk. Hoe verklaart u hun reactie?

‘Die is vaak te herleiden naar economische macht. Wat ik in Parijs zag gebeuren, was dat twee mensen uit een dominante cultuur niet geconfronteerd wilden worden met mensen die hun privileges op wat voor manier dan ook zouden kunnen aantasten. Die reactie kwam eerder voort uit de overeenkomsten dan uit de verschillen. Jimmy was lekker op vakantie in Frankrijk, hij wilde geen zwarte mensen in moeilijke omstandigheden zien. Ik denk dat dat voor hem te dichtbij kwam.

Amerika is dominant in de export van ideeën over zwartheid. Niemand die naar Amerika reist is verbaasd daar zwarte mensen aan te treffen. Dat hebben ze gezien in films, muziek et cetera. Europa exporteert zijn zwartheid niet. Daardoor wordt het niet gezien als onderdeel van de nationale identiteit. Als mijn neef uit Amerika naar Parijs komt, is hij verbaasd daar zwarte mensen tegen te komen, dat beeld heeft hij niet van Parijs.

Daarbij: als zwarte Amerikanen door Frankrijk reizen, wordt er heel anders op ze gereageerd dan op bijvoorbeeld Afrikanen. Mijn vader is artiest en Afro-Amerikaan. Als hij door Frankrijk reist, maken zijn afkomst en reputatie dat zijn zwartheid minder de boventoon voert. Dat geldt ook voor mij als ik naar Amerika ga. Op het moment dat mensen mijn Britse accent horen, denken ze dat ik geen deel uitmaak van dezelfde geschiedenis en dat maakt van mij een veilige buitenstaander. Zwart zijn betekent overal iets anders.’

Tijdens uw reis komt u weinig zwarte gezinnen tegen. U schrijft: ‘Langzaam drong het besef tot mij door dat Zwarte gezinnen in dit werelddeel systematisch en voortdurend aan de gang werden gehouden, zonder gezinsverband leefden en arm waren.’ Is sociale klasse de enige verklaring?

‘Er is veel economische migratie onder zwarte gezinnen, maar los daarvan hebben ze gewoon geen tijd om naar een festival te gaan of te gaan kamperen. Ze zijn bezig met werken en overleven. Daarnaast is de geschiedenis van reizen sterk verbonden met het koloniale idee van ontdekken en veroveren. Voor zwarte mensen heeft het een heel andere connotatie. Tegelijkertijd legt de zwarte gemeenschap zichzelf ook restricties op uit angst. Touré (Amerikaans schrijver en cultuurcriticus, DM) schreef het boek Who’s Afraid of Post-Blackness? What It Means to Be Black Now. Hij zou ergens in het Midden-Westen gaan skydiven. Vlak ervoor liep hij een café binnen, waar alleen maar witte toeristen rondhingen. Er was één tafel met zwarte mensen. Hij praatte even met ze, leuk, brothers onder elkaar. Ze vroegen hem wat hij ging doen. Hij vertelde dat hij ging skydiven. Ze reageerden: “Brother, zwarte mensen doen dat soort dingen niet.” Toen hij eenmaal in het vliegtuig zat en naar beneden keek, dacht hij: misschien doen zwarte mensen dit soort dingen inderdaad niet. Maar hij sprong en toen hij zijn parachute opende, zweefde hij vlak boven de wolken en zag de zon ondergaan. Hij had een soort spirituele ervaring. Hij schrijft: “Ik had het verschrikkelijk gevonden als mijn zwartheid me van deze ervaring had afgehouden.” Reizen verbreedt je horizon en kan ook de zwarte gemeenschap versterken.’

Johny Pitts
Finsbury Park, Londen

Jessica de Abreu van The Black Archives vertelde u dat Nederlanders zichzelf als tolerant zien en ontkennen racistisch te zijn. Dat gaat voor wel meer landen op. Wat is uw ervaring met racisme in landen die zichzelf als tolerant presenteren?

‘Er is geen schaal waarop je landen kunt vergelijken. Ik vind dat The Black Archives erg goed werk verricht: ze laten aan de hand van bewijsstukken zien op welke vlakken Nederland racistisch is, zoals met betrekking tot Zwarte Piet. In New York mocht je het woord racist heel lang niet gebruiken, ook al zeiden mensen soms de meest racistische dingen, dat stond gelijk aan iemand uitmaken voor pedofiel. Maar als je racisme niet kunt adresseren, is het moeilijk op te lossen.’

U gebruikt vaak het woord ‘multiculturalisme’ in uw boek. In Nederland is dat woord uit de gratie geraakt, omdat het met de mislukte integratie van immigranten uit de jaren zestig en zeventig wordt geassocieerd. Welke connotatie heeft het voor u?

‘Het begrip wordt vaak misbruikt. De huidige Britse regering is de meest etnisch diverse regering die Groot-Brittannië ooit heeft gekend. Maar wat als “multicultureel” wordt gepresenteerd, is afkomstig uit slechts één culturele groep: de elite die particulier onderwijs heeft gevolgd. Dat is multi-etnisch, niet multicultureel.’

‘Door mijn reis heb ik geleerd om veel meer eigenaar te worden van het Europese erfgoed.’

In de proloog vraagt u zich af hoeveel ‘omgekeerd kolonialisme’ u tegen zult komen tijdens uw reis. En?

‘Dat was een onhandige woordkeuze van mij. Je kunt niet spreken van kolonialisme van Afrika in Europa, omdat er geen sprake is van onderdrukking. Ik zocht naar invloed, dat is het juiste woord. Door mijn reis heb ik geleerd om veel meer eigenaar te worden van het Europese erfgoed. Ook míjn geschiedenis ligt hier. Kijk bijvoorbeeld naar de afbeeldingen van zwarte mensen op de gevels van grachtenpanden in Amsterdam. Ik hoef die gebouwen niet neer te halen, maar ik wil óók onderdeel van die geschiedenis zijn.’

*In het vertaalde boek wordt Zwart met een hoofdletter geschreven in navolging van de schrijfwijze van de Amerikaanse Associated Press (sinds juni 2020). In het oorspronkelijke boek (verschenen in 2019) wordt ‘black’ met een kleine letter geschreven.

Johny Pitts, Afropeaan, vertaald door Robert Dorsman, uitgeverij De Geus, 464 blz., € 22,50