Zo had Freek de Jonge de aard van zijn optreden op de avond van 3 maart 1958 in de zaal De Wadden in Koog aan de Zaan nog niet eerder genoemd: ‘als een niet mis te verstane openbaring’. De openbaring was dat hij een komisch talent bezat. De Typhoon had immers over het optreden van de 13-jarige Freek voor de Zaanlandse Lyceumvereniging (ZLV) geschreven dat iedereen, ook de leraren in de zaal, ‘krom had gelegen van het lachen’. Toen hij een half jaar later de eerste onemanshow van Toon Hermans op de televisie zag, wist hij het zeker: zijn toekomst lag in het theater, zoals zijn grootvader een goede halve eeuw eerder de openbaring moet hebben gehad dat hij het woord van God moest gaan verspreiden.
Literaire kroniek
In het leven van Freek, deel 4, valt veel te lachen en door te denken

Het is niet eerder voorgekomen: dat een komiek zijn memoires schrijft in vier, vijf of zes delen. In het nu verschenen deel vier neemt Freek de Jonge geen blad voor de mond over zichzelf, zijn geliefde en over familieleden en vrienden. Maar ook over zijn geluk.




