In 1924 gaf Virginia Woolf in Cambridge een lezing over de veranderde manier waarop in romans, karakters werden beschreven. Lange tijd gebeurde dat aan de hand van de maatschappelijke omstandigheden en beschrijvingen van iemands uiterlijk – of ze, als het om een vrouw ging, lang of gedrongen was, geprononceerde wenkbrauwen had, zich bescheiden poederde, of ze een gesoigneerde indruk maakte. Of ze iets uitstraalde. Hieraan moest het innerlijk van iemand maar worden afgelezen. Dat lukte volgens Virginia Woolf heel slecht. Het was vragen om oppervlakkigheid.

Literaire kroniek
Ik ben teruggebracht tot een ding dat verlangt




