Condooms tegen aids? Nee joh, ze moedigen alleen maar seksuele losbandigheid aan. Het hiv-virus is zo klein, dat gaat toch dwars door het rubber heen. Trouwens, alle ambtenaren zouden moeten weigeren homo’s te trouwen, ook al kost ze dat hun baan. Aldus de Colombiaanse kardinaal Alfonso López Trujillo (1935), toevallig ook hoofd van de Pauselijke Raad voor het Gezin.

Tegelijkertijd was de homoseksualiteit van de Trujillo een publiek geheim van Medellín tot Rome. Hij zou een ‘geheim appartement’ in Medellín hebben gehad waar hij seminaristen, jongemannen en prostituees mee naartoe nam. Priesters ronselden de jongens voor hem op straat.

Toen hij in 2008 plotseling overleed, circuleerde in Rome het gerucht dat hij aids had.

1.500 interviews

Wanneer iemand iets te stellig ontkent, is de kans groot dat hij liegt. Zo is het ook met homoseksuele priesters, bisschoppen en kardinalen: hoe feller zij zich tegen homoseksualiteit keren, hoe groter de kans dat zij zélf homo zijn. Kardinaal Trujillo voorop.

Homoseksualiteit zou een van de belangrijkste redenen zijn geweest voor het afgetreden van paus Benedictus XVI.

Het is één van de gedurfde conclusies van Frédéric Martel in zijn pas verschenen boek Sodoma. Het geheim van het Vaticaan. Hij beweert dat ‘veruit de meerderheid’ van het Vaticaan homo is. En: hoe hoger in de hiërarchie van de Kerk, hoe dichter bij de paus, hoe hoger het percentage homo’s. Verder stelt hij dat homoseksualiteit een van de belangrijkste redenen is dat paus Benedictus XVI is afgetreden en, zijn meest gewaagde bewering, dat door homoseksualiteit het seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk zo welig heeft kunnen tieren.

Wie alleen de headlines leest, zou het boek makkelijk kunnen wegzetten als de zoveelste sensatiebeluste poging om seks in verband te brengen met de Kerk. Maar dit boek is veel meer dan dat.

Alleen al de cijfers overtuigen. Martel interviewde in vier jaar maar liefst 1.500 mensen, vaak meerdere keren en altijd face-to-face, onder wie 41 kardinalen, 52 bisschoppen en 200 priesters en seminaristen, maar ook sekswerkers, leden van de Zwitserse garde, politieagenten en ambassadeurs. Hij gebruikte een team van 80 researchers, correspondenten, adviseurs, fixers en vertalers. De bronnenlijst, voetnoten en bibliografie was te lang om in het boek te publiceren. De Nederlandse vertaling telt 672 pagina’s, zo’n 300 pagina’s staan daarnaast nog online.

Martel reisde een dertigtal landen af, van Argentinië tot Zwitserland, van Saoedi-Arabië tot Mexico. Tussen 2015 en 2018 verbleef hij elke maand gemiddeld een week in Rome, de laatste jaren binnen de poorten van het Vaticaan, en enkele maanden zelfs in hetzelfde gebouw als de paus.

Het patroon

De – slim georkestreerde – aandacht voor het boek is dan ook enorm. Martel gunde primeurtjes in allerlei landen, Sodoma werd daarna gelijktijdig gepubliceerd in acht talen. Er verschenen al honderden artikelen en items over het boek.

Op een ongekend warme februaridag, een kleine week na publicatie, is Martel even in Nederland. Voor het interview met Vrij Nederland bezoekt hij uitgeverij Balans, die de Nederlandse vertaling voor haar rekening nam, aan de Keizersgracht in Amsterdam. Die ochtend was hij nog te gast in een Franse radioshow, ’s avond moet hij in Brussel zijn voor een media-optreden.

Frédéric Martel is schrijver, onderzoeksjournalist en socioloog, en zelf ook homo. Hij publiceerde meer boeken over homoseksualiteit, bijvoorbeeld Le rose et le noir. Les homosexuels en France depuis 1968 (1996), La longue marche des gays (2002) en Global gay (2013). Maar hij schreef niet eerder over de Kerk. ‘Katholicisme speelt geen rol in mijn leven,’ zegt hij.

‘Als je alleen naar de zwarte schapen kijkt, de extreme incidenten, dan mis je waar het eigenlijk om draait: de stille meerderheid.’

Wat onderscheidt zijn boek van eerdere boeken over homoseksualiteit binnen de Kerk? ‘Het ging steeds over het schandaal: de chemseks-feestjes, de prostitutie, het seksueel misbruik,’ zegt Martel. ‘Als je alleen naar de zwarte schapen kijkt, de extreme incidenten, dan mis je waar het eigenlijk om draait: de stille meerderheid. Daar gaat mijn boek over. Niet over kardinaal A, B of C, maar over het systeem, het patroon. Dan wordt het sociologie.’

Het is niet zijn bedoeling homoseksuelen te ‘outen’. Hij noemt velen dan ook niet bij naam, ‘tenzij ze al in de media zijn ge-out, wegens een misbruikschandaal bijvoorbeeld, of als ze al lange tijd dood zijn.’

Regenboogparaplu

Homoseksualiteit verklaart volgens Martel een groot deel van de recente geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk. De strijd tegen condooms en het homohuwelijk, het aftreden van paus Benedictus XVI, de opstand tegen paus Franciscus, de talloze misbruikschandalen: telkens zou homoseksualiteit een centrale rol spelen.

Volgens Martel is dus ‘veruit de meerderheid’ van het Vaticaan homo, maar hij geeft geen cijfers. Hij citeert wel de homoseksuele ex-priester Francesco Lepore, de naaste medewerker van drie pausen. Lepore spreekt van tachtig procent.

Martel vertrouwt regelmatig op zijn gaydar, als hij beschrijft hoe zijn geïnterviewden avances naar hem maken.

Soms wordt Martel ronduit suggestief. Dan mijmert hij een pagina lang over van wie de regenboogparaplu is die hij in een paraplubak in het Vaticaan ziet staan. Hij vertrouwt regelmatig op zijn gaydar, als hij beschrijft hoe zijn geïnterviewden avances naar hem of een van zijn assistent-journalisten maken. Hij benadrukt de bovenmatige interesse voor naaktschilderijen van Caravaggio of Michelangelo en bespreekt uitvoerig de ijdelheid van paus Benedictus XVI.

Homo-datingapp

Martel redt zijn geloofwaardigheid met de honderden interviews met sekswerkers, politieagenten en zelfs artsen – opvallend veel geestelijken zijn aan aids overleden.

Met twee telefoons kun je tamelijk exact de locatie van een Grindr-gebruiker achterhalen. Dat was regelmatig midden in het Vaticaan.

Hij gebruikt zelfs homo-datingapp Grindr om de alomtegenwoordigheid van homo’s binnen het Vaticaan aan te tonen. Die app toont op de meter nauwkeurig de afstand tussen gebruikers onderling. Met twee telefoons kun je dus tamelijk exact de locatie van een Grindr-gebruiker achterhalen. Dat was regelmatig midden in het Vaticaan.

‘Ik ben extreem goed geïnformeerd,’ zegt hij over zichzelf. ‘In het Vaticaan had ik 27 priesters of leken die tegenover mij openlijk gay waren. Zij sliepen met veel mensen, er werd met ze geflirt.’ Hun informatie behandelde hij als off the record, maar kon hij wel gebruiken om zijn vermoedens te bevestigen.

‘De mannelijke straatprostitutie heeft overal in Europa last van een krimpende markt. Behalve in Rome.’

Het meest onthullend is Martel in het hoofdstuk over straatprostitutie in Rome. ‘De mannelijke straatprostitutie heeft overal in Europa last van een krimpende markt,’ schrijft hij. Behalve in de Italiaanse hoofdstad. ‘De verklaring is simpel: de priesters houden de markt in stand.’

Vervolgens doet hij nauwkeurig verslag van zijn bevindingen in de wijk rond station Roma Termini. Martel sprak met maar liefst zestig mannelijke prostituees, voor een groot deel moslim en migrant, populair bij priesters vanwege de anonimiteit. Hij vergeleek telefoonnummers in de telefoons van de sekswerkers met de nummers die hij zelf had verzameld. Hij sprak eigenaren van hotels die per uur te boeken zijn, politieagenten die van alles zeer goed op de hoogte blijken te zijn en lijsten hebben van beroofde, gechanteerde, mishandelde of zelfs door prostituees vermoorde priesters, ook op homo-ontmoetingsplekken.

‘De eerste ring van wellust’

De openlijk homoseksuele Italiaanse luxe-escort Francesco Mangiacapra, die Martel ook sprak, onthulde in 2018 het seksleven van 34 geestelijken in een document van 1.200 pagina’s, inclusief namen en screenshots van gesprekken op WhatsApp en Telegram. Het leidde tot een klein schandaal in Italië.

De twee kardinalen zetten een waar prostitutienetwerk op. Ze wisselden jongens uit via een geraffineerd systeem van tussenpersonen.

Het losbandigst wordt het bij de kardinalen die Martel alleen bij hun bijnamen noemt, ‘La Mongolfiera’ en ‘Platinette’, die onderdeel uitmaakten van wat Martel ‘de eerste ring van wellust’ noemt rond paus Johannes Paulus II (onder ‘de tweede ring van wellust’ vallen bisschoppen en priesters). La Mongolfiera en Platinette zetten een waar prostitutienetwerk op. Ze wisselden jongens uit via een geraffineerd systeem van tussenpersonen.

De zaak kwam aan het licht toen de Italiaanse politie meerdere hoofdrolspelers in dit systeem oppakte vanwege corruptie, maar de voornaamste opdrachtgevers bleven buiten schot. De kardinalen genoten immers de immuniteit van het Vaticaan.

‘La Mongolfiera’ en ‘Platinette’ zijn volgens Martel allebei nog in leven en uiten intussen zware kritiek op de tolerante uitspraken van paus Franciscus over homoseksuelen en roepen steevast op tot meer kuisheid, schrijft Martel.

 

Dubbelleven

Pagina voor pagina bouwt Martel zo aan een geloofwaardig beeld gebaseerd op vele bronnen, waardoor uiteindelijk buiten kijf staat dat in het Vaticaan een zeer hoog percentage homoseksueel is. De vraag is dan natuurlijk: en dus? ‘Wie ben ik om te oordelen?’, schrijft ook Martel (verwijzend naar de bekende uitspraak van paus Franciscus over homoseksuele geestelijken: ‘Als iemand gay is en de Heer zoekt, als hij blijk geeft van goede wil, wie ben ik dan om te oordelen?’)

‘Wat kan het mij, als niet-katholiek, schelen of ze hun gelofte van kuisheid schenden?’ zegt Martel. Prostitutie is bovendien legaal in Italië.

Hij heeft, uiteraard, niks tegen homoseksuele priesters, en evenmin is hij tegen het katholicisme, zegt hij: ‘Het is geen wraakactie. Het is puur een journalistiek onderzoek. Ik had net zo goed een ander onderwerp kunnen nemen.’ Wat hij wél aan de kaak wil stellen, is ‘de hypocrisie’. Hoe de meest homofobe geestelijken er zelf homoseksueel gedrag op nahouden en andermans seksueel misbruik toedekken uit angst zelf ontmaskerd te worden.

‘Johannes Paulus II wist waarschijnlijk niet van zijn homoseksuele entourage. Hij was oud en ziek. Benedictus XVI was naïef, wilde het niet zien. Maar Franciscus weet alles.’

Deze doofpotcultuur is de afgelopen decennia steeds sterker geworden, zegt Martel. Terwijl de maatschappij steeds opener werd, werd de Kerk steeds geslotener. Daardoor ging de Kerk zijn geheim alleen maar meer beschermen. Bovendien, vanaf de jaren zeventig hebben heteroseksuelen de Kerk massaal verlaten. Daardoor is de Kerk steeds homoseksueler geworden.’

Paus Franciscus is zich daar, in tegenstelling tot zijn voorgangers, maar al te goed van bewust, zegt Martel. ‘Johannes Paulus II wist waarschijnlijk niet van zijn homoseksuele entourage. Hij was oud en ziek. Benedictus XVI was naïef, wilde het niet zien. Maar Franciscus weet alles.’

Regelmatig stelt Franciscus de hypocrisie aan de kaak. Zo zei hij eens: ‘Achter rigiditeit zit altijd iets verborgen, en in veel gevallen is dat een dubbelleven.’ Een directe aanval op de streng-conservatieve kardinalen die hem hekelen om zijn pogingen de kerkelijke doctrine over het gezin en homoseksualiteit te hervormen.

Kardinaal-diva

Martel ondergraaft zijn eigen geloofwaardigheid helaas nogal eens door zijn schrijfstijl. Niet zelden doorspekt hij zijn onderzoek met suggestieve grapjes en stereotypen. De extravagante, en homofobe, kardinaal Raymond Leo Burke noemt hij de ‘kardinaal-diva’. Hij heeft het over ‘sacristienichten’ en ‘liturgiequeens’. Benedictus XVI noemt hij ‘onze queeny’ en ‘een echte showgirl’, diens cowboyhoed ‘versie Brokeback Mountain’.

Hij deinst ook niet terug voor overtrokken metaforen. Hij beschrijft een kardinaal ‘die tijdens zijn jeugd de avontuurtjes aan elkaar reeg, als een vrome non die kraal na kraal haar rozenkrans bidt’. Vaticaanstad noemt hij een van de grootste homoseksuele gemeenschappen ter wereld, ‘ik betwijfel zelfs of er zo veel gays te vinden zijn in Castro, de iconische homowijk in San Francisco’.

Jezuïetenpriester en -schrijver James Martin vindt dat Martel ‘zijn zwaarbevochten informatie begraaft onder een oceaan van roddel, insinuaties en bitchiness’.

Frank Bruni, een homoseksuele columnist van The New York Times, noemt Martels taalgebruik ‘erg onverstandig en diep beledigend’. De jezuïetenpriester en -schrijver James Martin vindt dat Martel ‘zijn zwaarbevochten informatie begraaft onder een oceaan van roddel, insinuaties en bitchiness’.

 

Grappig, tragisch, complex

Sodoma krijgt regelrechte Da Vinci Code-achtige trekken wanneer Martel schrijft over ‘de codex, het ingewikkelde en geheime wachtwoord, de echte sleutel om Sodoma te kunnen begrijpen.’

Als hij het heeft over de campagne van paus Franciscus voorafgaand aan de synode over het gezin in 2015, wordt het zowaar een Lord of the Rings-achtig epos: ‘Er kwam een ware oorlogsmachine op stoom, in vijf werelddelen. Nuntiussen, bondgenoten, bevriende kardinalen, iedereen werd gemobiliseerd.’

‘Ik moest het zo schrijven,’ verdedigt Martel zich als de kritiek hem wordt voorgelegd. ‘Dit is literaire non-fictie, geen academisch werk. Ik vertel een verhaal. Dit boek moet grappig zijn, tragisch, complex. En ik wilde vooral dat het goed geschreven was.’

Maar zijn die grapjes dan echt nodig?
‘Het onderwerp kan heel saai zijn. Dan zou dit boek een mislukking zijn. Om het tot een succes te maken, moest ik, zonder pretentieus over te willen komen, een eigen schrijfstijl ontwikkelen.’

Is dat wel verstandig bij zo’n gevoelig onderwerp?
‘Ik ben Frans.’

En dat betekent?
‘Frans is de definitie van secularisme. Fransen maken religie belachelijk. Er zijn daarvoor geen grenzen. Maar dit boek is niet anti-religieus of blasfemisch. Bovendien toon ik altijd empathie met mijn personages, vind ik.’

Iedereen in de kast

NYT-columnist Bruni en priester Martin vrezen echter dat het boek juist munitie is voor de conservatief-rechtse vleugel van de Rooms-Katholieke Kerk. Dat het de ‘jacht’ op homoseksuele priesters alleen maar vergroot en hen zo alleen maar verder de kast injaagt. Dat het, onbedoeld, homoseksualiteit met pedofilie verwart en juist de aandacht afleidt van het échte probleem: seksueel misbruik.

‘Natuurlijk is er in het algemeen geen verband tussen homoseksualiteit en seksueel misbruik,’ zegt Martel. ‘Van al het seksueel misbruik zijn de meeste daders heteroseksuele mannen, het vaakst in de familiesfeer of op school.’

Maar zoom je in op de Katholieke Kerk, dan verschijnt een ander beeld. Volgens het John Jay Report uit 2004, opgesteld in opdracht van de Amerikaanse Katholieke Bisschoppenconferentie (USCCB), is meer dan 80 procent van de slachtoffers binnen de Kerk jongen of man. In het bekende Spotlight-onderzoek van The Boston Globe uit 2002 (waarover in 2015 een Oscar-winnende film werd gemaakt) was 85 procent van de slachtoffers een jongen tussen de 11 en 17 jaar. Volgens Martel komt dat door de combinatie van de Kerk als misogyn mannenbolwerk, het priestercelibaat en de geheimhoudingscultuur binnen de Kerk. ‘Die is extreem sterk, vooral doordat het een systeem is dat niet door één iemand in stand wordt gehouden. Het bestaat uit duizenden kleine kasten. Iedereen zit in zijn eigen kast. Als er in één van die kasten een probleem ontstaat, dan, pfieuw, wordt die verwijderd. Maar het systeem blijft in stand.’

In het netwerk van kasten houdt iedereen elkaar de hand boven het hoofd uit angst anders zelf ontmaskerd te worden.

Er is dan ook geen sprake van een ‘gay lobby’, een woord dat zo nu en dan opduikt. Dat suggereert namelijk dat er een groep mensen op een of andere manier georganiseerd samenwerkt voor een gezamenlijk doel. In plaats daarvan spreekt Martel van een ‘rizoom’, een netwerk zonder kern, zonder hiërarchie.

In dat netwerk van kasten houdt iedereen elkaar de hand boven het hoofd uit angst anders zelf ontmaskerd te worden. Martel vat het zo samen: ‘Door de “cultuur van geheimhouding” die noodzakelijk was om de grote invloed van homoseksualiteit in de Kerk te verzwijgen, kon misbruik verborgen blijven en konden seksuele roofdieren profiteren van de bescherming die dit systeem bood, zonder medeweten van het instituut.’

Roofdieren

Tot de ergste ‘roofdieren’ behoren de Mexicaanse Marcial Maciel (1920) en de Colombiaanse kardinaal Alfonso López Trujillo (1935).

Maciel richtte de Legionairs van Christus op, een katholieke liefdadigheidsinstelling. Die groeide uit tot een netwerk van tientallen universiteiten, middelbare scholen en kloosters. Maciel zou uiteindelijk honderden jongens misbruiken, inclusief zijn zoons.

Zijn ‘dubbelleven’ kwam al in de jaren veertig aan het licht, schrijft Martel. In 1956 werd hij al eens geschorst, maar in 1965 werd hij weer van alle blaam gezuiverd. Ondanks nieuwe beschuldigingen zette paus Benedictus XVI hem pas in 2006 uit al zijn functies.

Trujillo wordt door Martel beschreven als een extreemrechtse, fel anti-communistische kardinaal met een extravagante levensstijl en banden met het drugskartel van Pablo Escobar. Hij leidde een wereldwijde kruistocht tegen homoseksualiteit en het gebruik van condooms om aids te bestrijden.

Tegelijkertijd was volgens Martel de homoseksualiteit van Trujillo ‘een publiek geheim waar tientallen getuigen me over konden vertellen en dat zelfs door kardinalen werd bevestigd’. Trujillo zou menig ‘geronselde’ escort verbaal en fysiek hebben misbruikt.

Maciel werd nooit aan een civiele rechtbank ‘uitgeleverd’. In 2008 overleed hij op 88-jarige leeftijd omringd door luxe in Florida. Ook Trujillo overleed in 2008, relatief plotseling. Paus Benedictus XVI preekte tijdens zijn begrafenis.

De top

Dat Sodoma verscheen vlak voor een bijeenkomst over seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk in het Vaticaan, is niet helemaal toevallig. In eerste instantie wilde Martel zijn boek afgelopen september publiceren. Maar tijdens de zomer stroomden al de vertaalverzoeken binnen. Aan de Nederlandse vertaling werkten vier mensen drie maanden lang.

Intussen riep paus Franciscus alle kerkleiders bijeen voor de top. Publicatie werd enkele dagen daarvoor gepland. De Britten wilden nog wachten tot maart, zegt Martel, maar hij weigerde dat. ‘Het móést voor die top. Je kan niet drie weken later publiceren. Dan is alle discussie al geweest.’

‘Franciscus sprak van “wolven” en “Het Kwaad”. Maar het is niet “Het Kwaad”. Je moet het beestje bij de naam noemen: priesters die minderjarigen misbruiken.’

Wat vindt u van de uitkomst van de top?
‘Best slecht, natuurlijk. Franciscus sprak van “wolven” en “Het Kwaad”. Maar het is niet “Het Kwaad”. Het zijn geen “wolven”. Je moet het beestje bij de naam noemen: priesters die minderjarigen misbruiken. Priesters die misbruikzaken in de doofpot stoppen. Maar Franciscus sprak niet over de doofpotcultuur.

‘Tegelijkertijd steun ik Franciscus. Het is dapper wat hij doet. Hij heeft met de synodes over het gezin de doctrine proberen te veranderen, en hij is daarna hard aangevallen door kardinalen die extreem homofoob zijn. Maar het is niet genoeg, ik denk dat het te laat is.’

Wat kan Franciscus nog meer doen?
‘Veel. Hij kan wat aan de geheimhoudingscultuur doen, bijvoorbeeld. Maar hij is ook een Argentijnse peronista van 82. Hij is niet progressief, zeker niet op seksueel gebied. Het hangt nu af van de komende jaren. Als hij nog tien jaar blijft leven, dan kan hij het College van Kardinalen flink veranderen. De kardinalen die hij benoemt zijn al overwegend homovriendelijk. Als hij doodgaat of de Kerk verlaat, om wat voor reden dan ook, dan is alles mogelijk. Dan zou er ook een rechtse paus kunnen aantreden.’

Bent u nu klaar met het onderwerp?
‘Ja.’

Bent u niet benieuwd hoe het nu verder gaat?
‘Nee, want weet je, ik ben een journalist. Een schrijver. Ik heb geen politieke agenda. Ik heb dat boek niet geschreven om de Kerk te veranderen. Ik geef het boek aan de mensen, en dan kunnen ze ermee doen wat ze willen. Ik ga door met andere onderwerpen. Ik schrijf nu bijvoorbeeld over Ben-Gurion en over de dichter Rimbaud.’

‘Een kardinaal kan natuurlijk geen zaak tegen mij beginnen. Kun je het je voorstellen, dan verraadt hij zichzelf!’

Bent u bang dat u voor de rechter wordt gesleept?
‘Ik heb veertien advocaten in de arm genomen, dus maak je geen zorgen. En een kardinaal kan natuurlijk geen zaak beginnen. Kun je het je voorstellen, dan verraadt hij zichzelf! En trouwens: dit boek helpt de Kerk. Op de lange termijn. Als je dat niet gelooft, ben je gek.’