Zelfs bij de oppositie noemen ze Mark Rutte een ‘aardige vent’. Hoe slaagt hij erin telkens weer uit onmogelijke situaties te ontsnappen? Wat is het geheim van deze politieke trapezewerker? ‘Hij is een nat zeepje waar niemand greep op kan krijgen.’

Dinsdag 10 maart hangt de geur van wilde beesten in de Tweede Kamer. Ivo Opstelten en Fred Teeven zijn een dag eerder afgetreden vanwege de deal met drugsbaron Kees H. waarover de minister van Veiligheid en Justitie de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. Een week voor de Statenverkiezingen ruiken vrijwel alle oppositieleiders de kans VVD-premier Rutte beentje te lichten, want die hield nog tot in het weekend zijn politieke mentor Opstelten de hand boven het hoofd (‘Hij zit er bovenop, full focus, ik zou hem zo weer benoemen’).

Sybrand Buma, rivaal van Rutte op de rechtse kiezersmarkt, verwijt de premier dat hij de crisissituatie te luchtig heeft opgenomen: ‘Hoe heeft hij de regie zo kunnen laten lopen?’

Alexander Pechtold, voor een gedoogpartner van het kabinet onverwacht hard: ‘De premier hoort de regie te hebben maar is hem die in deze zaak niet ontglipt?’

Advertentie

Advertentie

Geert Wilders, als altijd in de overtreffende trap: ‘Duidelijk is dat premier Rutte de regie totaal kwijt is. Ga weg, stap op!’

Winnaar van het debat

Een premier zonder regie, het is een onheilspellend verwijt in de Kamer. De ambtsvoorganger van Rutte, Jan Peter Balkenende, kreeg het in zijn laatste jaren voortdurend te horen en slaagde er nooit meer in zich van dat imago te verlossen. Meest prangende vraag deze dinsdag: weet Rutte de kritiek wel te pareren? Gewoonlijk betreedt hij de Kamerzaal met een brede glimlach, zwaaiend naar bekenden op de publieke tribune. Nu oogt hij bij binnenkomst bedrukt. Maar gaande het debat verovert Rutte terrein op de oppositie. Natuurlijk moest minister Opstelten aftreden toen bleek dat hij de Kamer onjuist had geïnformeerd, betoogt hij. Maar zelf had hij wel degelijk gedaan wat hij kon.

Met zinnetjes als ‘laat ik mijn realiteit leggen naast die van de heer Roemer’ en ‘als de heer Buma bezorgd is over de regie kan ik hem compleet geruststellen’ slaagt hij er met toenemend gemak in de aanvallen op zijn leiderschap af te slaan.Na afloop wordt Rutte door de commentatoren uitgeroepen tot winnaar van het debat.

Ruim een week later: de uitslagenavond van de VVD in café De Haagsche Kluis aan het Plein. Het is feest! Ondanks de affaires rond de van corruptie verdachte Jos van Rey, de te royaal declarerende Mark Verheijen en het aftreden van boevenvangers Opstelten en Teeven stevent de VVD af op een overwinning bij de Statenverkiezingen. In het café staan vele tientallen liberalen elkaar vrolijk te verdringen bij de bar. Op dat moment zit Rutte nog een paar honderd meter verderop bij Halbe Zijlstra op de kamer om op tv de nek-aan-nekrace met het CDA te volgen. Ondertussen beantwoordt hij op zijn oude Nokia de felicitaties die alvast per sms binnenstromen: ‘Dank! Spannend!’

Tegen half twaalf is het tijd om zich in het feestgedruis te begeven. In De Haagsche Kluis zet de deejay de muziek op vol volume: ‘Uptown Funk’ van Mark Ronson en Bruno Mars. Cafégangers stoten elkaar aan: ‘Hij komt!’ Opgewekt stapt de VVD-leider naar binnen, roept Hai! tegen journalisten en partijgenoten, schudt talloze handen en bestijgt het podium. Hij feliciteert de partijen die er bij de Statenverkiezingen op vooruit zijn gegaan: ‘D66, het CDA, de SP, de ChristenUnie, de SGP. Vergeet ik nog iemand?’

‘De dieren!’ klinkt het uit de zaal.

Rutte: ‘En de dieren!’

De campagne is niet helemaal volgens plan verlopen, geeft hij toe. De VVD is een paar zetels kwijt. ‘Maar we zijn wel de grootste!’

De sobere liberaal vliegt liever economy class dan business class en declareert nooit bonnetjes

De hele oppositie loopt tegen hem te hoop, maar hij wint het debat. Zijn partij wordt geplaagd door de ene na de andere affaire, maar hij glorieert bij verkiezingen. Het is niet de eerste keer dat Mark Rutte bijna dood is verklaard maar triomfantelijk herrijst. In 2006 wist hij met de hakken over de sloot de lijsttrekkersverkiezingen binnen de VVD te winnen van Rita Verdonk. Maar het boegbeeld van de rechtervleugel bleef tegen hem muiten. Een jaar lang zag het ernaar uit dat de hele VVD in stukken uiteen zou vallen. Na de zoveelste provocatie zette Rutte zijn kwelgeest uit de fractie. Haar nieuwe partij, Trots op Nederland, scoorde veel hoger in de peilingen dan de VVD. Met onverwoestbaar optimisme bleef Rutte in interviews uitspraken doen als: ‘Ik ben er heilig van overtuigd dat we de grootste partij kunnen worden.’ Heel Den Haag verklaarde hem voor gek.

Maar in 2010 versloeg hij met een neuslengte voorsprong de PvdA van Job Cohen en werd premier. Van het omstreden minderheidskabinet met gedoogsteun van Geert Wilders en later ook de welwillende medewerking van de mannenbroeders van de SGP. Tot zijn grote verbijstering (‘Geert staat voor zijn handtekening, hij is zeer betrouwbaar’) blies de PVV-leider de gedoogconstructie binnen anderhalf jaar op.

Al bijna werd Rutte afgeschreven als mislukte premier. Maar binnen een mum van tijd wist hij een nieuwe gedoogconstructie op te tuigen, dit maal met D66, ChristenUnie en GroenLinks. Zij hielpen hem Prinsjesdag 2012 te overleven. Waarna hij opnieuw de verkiezingen won en doorregeerde met de PvdA die hij vlak daarvoor nog een ‘bedreiging voor Nederland’ had genoemd. Deze keer waren het zijn partijgenoten die in opstand kwamen, vooral tegen de inkomensafhankelijke zorgpremie die hij aan de sociaaldemocraten had gegund. De Telegraaf, lijfblad van de VVD, trok woedend van leer tegen de nivelleringsplannen en doopte hem ‘Marx Rutte’.

Andere commentaren uit die tijd: ‘Rutte heeft geen ruggengraat’, ‘het is een man zonder eigenschappen’. Najaar 2013 dreigde zijn blauw-rode kabinet al weer te stranden omdat het geen meerderheid in de Eerste Kamer had. Niet getreurd, prompt sloot de wendbare premier het Herfstakkoord met D66, ChristenUnie en SGP om draagvlak te behouden in de senaat. En op 18 maart werd de VVD op het nippertje de grootste zodat Rutte het initiatief houdt om op zoek te gaan naar nieuwe meerderheden.

De grote vraag is: hoe slaagt Mark Rutte erin telkens weer uit onmogelijke situaties te ontsnappen? Wat is het geheim van deze politieke trapezewerker?

‘Af en toe was hij heel boos, maar dat liet hij alleen binnenskamers blijken. Hij heeft een ongelooflijk incasseringsvermogen’

Begin jaren negentig. Mark Rutte rijdt terug naar Nederland van skivakantie in Sankt Moritz. Samen met Jort Kelder, de latere hoofdredacteur van Quote en televisiecoryfee. Ze kennen elkaar uit het hoofdbestuur van de JOVD. De gebutste Volvo hebben ze van Kelders broer geleend. Onderwerp van gesprek: wat ze later willen worden. Mark Rutte zegt zonder blikken of blozen: ‘De VVD wordt de grootste partij van het land en ik word premier.’

Kelder, vijfentwintig jaar later: ‘Daar moest ik wel om lachen, want de VVD had toen nog geen vijftien procent van de stemmen. Maar Mark leek er echt van overtuigd.’ Geschiedenisstudent Rutte was sinds 1988 voorzitter van de JOVD, waar de linkse en rechtse afdelingen in het land elkaar de hersens insloegen. ‘De hele zaak dreigde in elkaar te donderen,’ zegt Kelder: ‘Maar Mark wist al die ruziënde clubjes bij elkaar te houden door eindeloos te praten en met iedereen cappuccino te gaan drinken. Hij maakte elke handgranaat onschadelijk. Niets bleef aan hem kleven. Hij werd toen al Mister Tefal genoemd. Hij ging weg met applaus.’

Rutte werd human-resource manager bij Unilever, onder andere bij de pindakaasfabriek in Delft. In 2002 vroeg Gerrit Zalm hem als staatssecretaris van Sociale Zaken, gevolgd door een periode op Onderwijs. Behendig loodste hij een nieuwe bijstandswet door de Kamer. De ambtenaren, gewend aan de strenge hiërarchie, waren aangenaam verrast door zijn spontaniteit. Hij sprak ze zomaar aan in de lift en iedereen mocht ‘Mark’ tegen hem zeggen.

Zijn eerste grote beproeving kwam toen Rita Verdonk probeerde hem als aankomend partijleider een spaak in het wiel te steken. Drie maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen ging de telefoon bij Jan Driessen, oud-journalist en in 2006 directeur communicatie bij verzekeraar Aegon. ‘Het was Mark, of ik hem wilde helpen als campagnestrateeg. De VVD was tot op het bot verdeeld. Maar Mark bleef met iedereen praten en overleggen. Zelfs met Rita en haar adviseurs hield hij goed contact. Af en toe was hij heel boos, maar dat liet hij alleen binnenskamers blijken. Hij heeft een ongelooflijk incasseringsvermogen.’ Uiteindelijk zette hij Rita pas uit de fractie toen hij wist dat het niet tot een partijscheuring zou leiden. Driessen: ‘Door zijn gevoel voor timing heeft hij zelfs toen geen vijanden gemaakt.’

Illustratie: Bas van der Schot

Al jaren woont Mark Rutte in een eenvoudig appartement in de Haagse wijk Benoordenhout. Het interieur ademt een vooroorlogse sfeer: een piano, boekenkasten vol politieke biografieën en het verzameld werk van Thomas Mann, een vergeelde poster van Davos aan de muur. Toen hij premier werd, was hij er met geen stok toe te bewegen het Catshuis te betrekken: hij weigerde zijn vertrouwde woninkje te verlaten. De peperdure gepantserde Mercedes S600 waarin Balkenende in zijn laatste jaren werd vervoerd, liet hij ook aan zich voorbij gaan. Hij gaf de voorkeur aan een gebruikte BMW.

In zijn vrije tijd rijdt de minister-president in een oude Saab 9-3 Station met versleten koppelingsplaten. De sobere liberaal vliegt liever economy class dan business class en declareert nooit bonnetjes. Een jacquet heeft hij nog steeds niet. Voor gelegenheden als Prinsjesdag huurt hij er eentje voor nog geen honderd euro. ‘Mark hecht absoluut niet aan uiterlijk vertoon,’ zegt Jan Driessen, die nog altijd regelmatig contact met hem heeft. ‘Hij loopt ook nog steeds met die oude Nokia rond. Als je vraagt: moet je geen iPhone?, zegt hij meteen: nee joh, heb ik niet nodig. Hij is door het premierschap nul komma nul veranderd.’

Gebleven zijn ook de vaste vakantiebestemmingen en eetgewoonten van Rutte. Zo moet en zal hij minstens een keer per jaar naar New York, waar zijn wandelroute hem altijd voert langs de showroom van Steinway & Sons en het huis van de in 1989 overleden pianovirtuoos Vladimir Horowitz aan de Upper East Side. Inmiddels al een kwart eeuw oud is de traditie om met een groep oud-JOVD’ers te gaan skiën in de Zwitserse Alpen. Jort Kelder, ook steevast van de partij: ‘Hij wil altijd naar het zelfde kneuterige hotel in Zermatt, met zo’n wagenwiel aan het plafond. En de eerste avond moéten we van hem naar het zelfde matige fondue-restaurant, Café Dupont. Mark is een man van tradities, dat geeft hem houvast.’

In Den Haag is Rutte stamgast van Indonesische restaurants als Soeboer aan de Brouwersgracht en Poentjak aan de Kneuterdijk. Zo onderhoudt hij zijn contacten met familieleden, vrienden, partijgenoten, ministers, fractieleiders in de Kamer en mogelijke toekomstige coalitie- en gedoogpartners. Voor zulke avondlijke gesprekken heeft de eeuwige vrijgezel alle tijd. Behalve de piano, Thomas Mann en één glas rode wijn is er thuis niemand die op hem wacht.

Duracel-konijntje

Ruttes voorganger Jan Peter Balkenende kreeg na zijn aftreden zware kritiek vanuit zijn eigen CDA. Hij had zich omringd met een ‘ijzeren ring van adviseurs’ die ervoor zorgden dat onwelgevallige informatie niet meer tot hem doordrong. Het Torentje was een gesloten bastion geworden. Rutte, met zijn ervaring als cappuccinodrinker bij de JOVD en human-resource manager bij Calvé, nam zich voor dat hij dat niet zou laten gebeuren. ‘Hij heeft meteen gezegd: zo’n ijzeren ring wil ik niet,’ observeert CDA-kenner Pieter Gerrit Kroeger, die meewerkte aan een kritisch rapport voor het partijbestuur over de grote nederlaag van het CDA in 2010: ‘Hij heeft de luiken van het Torentje opengezet.’

Aan het Binnenhof heeft Rutte maar één echte vertrouweling: politiek assistent Annelies Pleyte, die al voor hem werkte toen hij fractieleider was. Naast zijn reguliere vergaderingen met zijn ambtenaren, de VVD-top en PvdA-kopstukken als Lodewijk Asscher en Diederik Samsom gaat hij twee keer per week fitnessen met zijn bewindslieden: goed voor de teambuilding. Bovendien onderhoudt hij een gigantisch netwerk via telefoon en vooral sms. Ook zijn directe medewerkers weten vaak niet wie hij allemaal raadpleegt. Rutte is de eerste Nederlandse minister-president die per sms regeert.

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk diende ook onder Balkenende. Hij maakte van nabij mee hoe de onderlinge verhoudingen tussen CDA en PvdA verziekt raakten door de moeizame relatie tussen Balkenende en zijn vicepremier Bos, gestook van hun spindoctors en eindeloze loopgravenoorlogen tussen departementen. Vaak moesten de fractieleiders van de regeringspartijen in de Kamer eraan te pas komen om de conflicten binnen het kabinet te sussen.

In Rutte II is het de premier zelf die de goede verhoudingen bewaakt, zegt Plasterk. Hij laat details graag over aan zijn vakministers, hij heeft het liefst dat die hun eigen zaken regelen. ‘Ik had hem een keer een uitgebreide sms gestuurd over een probleem met de Antillen. Kreeg ik een sms’je terug: “Tja. Succes.” Dan weet je dat je het zelf moet oplossen, én zo voorkomt hij dat alle problemen bij hem terechtkomen. Maar als er conflicten dreigen tussen bewindslieden, komt hij meteen in actie. Hij heeft veel gevoel voor achterliggende emoties die niet worden uitgesproken. Dan zorgt hij er meteen voor dat het in kleine kring wordt opgelost. Liefst voordat het in de ministerraad komt.’

Zelfs in het formalistische China liep hij spontaan op zijn gesprekspartners af en stelde zich voor met ‘Hello, I’m Mark!’

De energieke Rutte (vicepremier Asscher: ‘Hij is net een Duracel-konijntje’; een oud-medewerker: ‘Hij is als kind in een vat met energy drink gevallen’) schakelt snel. Als een minister hem in het Torentje vertelt over dreigende onenigheid met een collega, belt hij meteen die andere minister: ‘Ik zet je even op de speaker. Kunnen jullie dit samen oplossen?’ Plasterk: ‘Dan moet je wel, en kan hij weer door.’

Mocht het in de ministerraad toch tot een aanvaring komen, constateert de voormalige human-resource manager dat het tijd is voor koffie. ‘Dan neemt hij de ene minister mee naar een hoek van de Trêveszaal en Asscher de andere minister naar een andere hoek. Dan is de kou snel uit de lucht, wordt een besluit genomen en kan iedereen de vergadering met opgeheven hoofd verlaten.’

Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en net als Plasterk van de PvdA, ging meteen na de installatie van het kabinet met de premier op handelsmissie naar Turkije. ‘Zo heb ik zijn werkwijze al snel leren kennen. Mark bereidt zich heel goed voor op wie hij gaat ontmoeten. Hij is open, legt makkelijk contacten, stelt mensen meteen op hun gemak. Zo opereert hij op werkbezoeken maar ook in Den Haag.’ Zelfs in het formalistische China liep hij spontaan op zijn gesprekspartners af en stelde zich voor met ‘Hello, I’m Mark!’. Die spontaniteit is niet alleen uit aardigheid: het geeft Rutte ook het strategische voordeel dat zijn gesprekspartners hem snel in vertrouwen nemen. Daardoor weet hij voortdurend wat er speelt. Ploumen: ‘Als je je afstandelijk opstelt, zijn mensen niet geneigd je te vertellen wat ze werkelijk vinden. Maar omdat hij zo open is, krijgt hij dat wel te horen. Dat geeft hem een enorme informatievoorsprong.’

Illustratie: Bas van der Schot

Zuid-Beveland, februari 2012. Mark Rutte staat in de gure wind op een boerenerf in Nisse. Hij is op werkbezoek in Zeeland. De eigenaar van het agrarische bedrijf biedt hem een mandje streekproducten aan en vraagt of hij Kees van der Staaij misschien kent. Hij wil de leider van de SGP, de partij waarop hij al vele jaren stemt, ook een presentje laten bezorgen. ‘Tuurlijk!’, roept Mark en grijpt zijn oude Nokia: ‘Ha Kees, ik sta hier in Zeeland bij een fruitteler die een kist appelen voor jou wil meegeven. Zal ik die voor je meenemen in de dienstauto? Ja? Oké, doe ik! Leuk man, hier!’

Van der Staaij krijgt nog steeds een glimlach op zijn gezicht als hij aan het voorval terugdenkt. Ondanks het feit dat zijn partij het liefst een regering op grondslag van Gods Woord zou zien, is Van der Staaij zeer in zijn nopjes met de liberale premier. Hij noemt hem ‘spontaan’, ‘benaderbaar’ en ‘super-sociaal in de omgang’.

Rutte regeerde nog maar net met gedoogsteun van Wilders of hij belde al met Van der Staaij: ‘Hij wilde weten hoe wij ervoor stonden. Toen hebben we een paar keer samen een vorkje geprikt. Hij nam er de tijd voor. Ik merkte: hij investeert echt in ons.’ Strategisch voordeel voor Rutte: toen hij in 2011 voor het eerst zijn meerderheid in de Eerste Kamer verloor, was de SGP bereid hem de hand te reiken, in ruil voor zaken als het respecteren van ambtenaren die geen homoparen wilden trouwen en geen verruiming van de koopzondag.

Toen ook Ruttes tweede kabinet stuk dreigde te lopen op de verhoudingen in de Eerste Kamer, sloot de SGP zich aan bij de ‘constructieve drie’. Zo wist Rutte de beginselvaste getuigenispartij ertoe te verleiden dicht tegen de macht aan te kruipen. Van der Staaij: ‘We blijven vasthouden aan onze campagne tegen overspel. Politiek kom ik daar niet ver mee, maar het geeft de partij kleur op de wangen. Maar je moet in Den Haag ook resultaat boeken en dat kan alleen in kleine stapjes. Mark Rutte begrijpt heel goed wat onze wensen zijn. Zo kunnen we samen komen tot een win-winsituatie.’

Pechtold: ‘Rutte is van een principieel soort lenigheid’

Alexander Pechtold, ook van de ‘constructieve drie’, kijkt met een mengeling van verbazing en bewondering naar het gemak waarmee Rutte zulke uiteenlopende partijen als het CDA, de PVV, de SGP, GroenLinks, de ChristenUnie, de PvdA en zijn eigen D66 het hof weet te maken: ‘Ik vind het wel getuigen van kwaliteit als je elke week met iemand anders bij Soeboer gaat eten en iedereen heeft het idee: dit doet hij alleen met mij. Terwijl ze bij Soeboer denken: daar zit er weer één. Die gave heeft Rutte.’

Slechter kan de D66’er het verkroppen dat de altijd glimlachende premier met steun van Wilders regeerde en vroom de andere kant opkeek toen de PVV een Polenmeldpunt startte: ‘Rutte is van een principieel soort lenigheid. Maar dat hij politiek ging bedrijven over de ruggen van Polen en Oost-Europeanen, was op het principeloze af.’ Toen de VVD-leider tijdens de statencampagne op de tv uitriep dat jihadstrijders beter konden sneuvelen in het Midden-Oosten dan naar Nederland terug te keren, dacht Pechtold: je mag met zo’n vluggertje best vijf extra zetels proberen in de wacht te slepen, maar ik zal je met die uitspraak blijven achtervolgen.

Regelmatig kwam Pechtold in aanvaring met de premier die hij gedoogt. Bijvoorbeeld tijdens de onderhandelingen over het Herfstakkoord van 2013. Tot op het eind bleef D66 ruziën met de PvdA over de vraag wanneer de inkorting van de WW en de versoepeling van het ontslagrecht moesten ingaan. Op een gegeven moment ontplofte Rutte, die altijd de vaart erin wil houden. Kon Pechtold eindelijk eens ophouden met zijn gezeur? Het werd nog net geen scheldpartij. Maar lang duurt zo’n woedeaanval van de premier niet. Pechtold: ‘Het unieke is dat hij je daarna meteen opbelt. Dan zegt hij iets als: dat was niet goed van me. Ik wil je bedanken voor de steun die je me ook hebt gegeven, hoe kan ik jullie helpen zodat we er morgen samen uit kunnen komen?’

De premier is een graag geziene gast in Berlijn. Merkel en hij bellen elkaar regelmatig, soms zelfs op zaterdag tijdens het boodschappen doen

Vrijwel iedereen die meer dan een paar maanden intensief met Rutte heeft samengewerkt, heeft wel zo’n driftbui meegemaakt. Maar altijd komt dat telefoontje of sms’je om het bij te leggen. Pechtold: ‘Het is slim van Rutte dat hij het zo aanpakt. Het is heel moeilijk om dan boos op hem te blijven.’

In Ruttes werkkamer in het Torentje staat schuin onder het portret van de voorlaatste liberale premier van Nederland, Pieter Cort van der Linden, een foto van Angela Merkel, voorzien van een persoonlijke opdracht ‘für Mark’. Getekend: ‘Angela’. Ook op de machtigste vrouw van de wereld heeft Rutte indruk gemaakt met zijn informele stijl.

Aanvankelijk had de Hollandse premier nog heel wat wantrouwen te overwinnen in het Bundeskanzleramt. Dat kwam vooral door zijn gedoogpartner Wilders die ten oosten van Winterswijk als een gevaarlijke rechts-populist wordt beschouwd. Het was dan ook heel verstandig dat hij Berlijn bezocht als eerste hoofdstad na zijn aantreden. Merkel wilde van hem weten of Nederland nog wel een betrouwbare Europese bondgenoot was. Rutte drukte haar op het hart dat Geert Wilders niets te zeggen had over het buitenlands beleid en dat hij in dat opzicht rekende op steun van de pro-Europese partijen in het Nederlandse parlement.

Kennelijk wist Rutte de bondskanselier met die uitleg gerust te stellen, schrijft toenmalig ambassadeur in Berlijn Marnix Krop in zijn boek Hart van Europa: ‘Merkel ging met de vaststelling “ook ik ben een realist” over tot de orde van de dag.’ Echt hartelijk werd de relatie pas toen Rutte na het sneuvelen van zijn eerste kabinet een ‘Grosse Koalition’ sloot met de PvdA. Merkel zag dat als een teken dat de gematigde krachten het in Nederland onder leiding van Mark Rutte hadden gewonnen van het extremisme. Sindsdien is de premier een graag geziene gast in Berlijn. Merkel en hij bellen elkaar regelmatig, soms zelfs op zaterdag tijdens het boodschappen doen.

De Duitsers hebben Rutte inmiddels met twee hoge prijzen geëerd. De man die in eigen land het verwijt kreeg dat hij het rechts-populisme salonfähig maakte, ontving de LudwigErhard-Medaille vanwege het bedwingen van het populisme en zijn ‘standvastige koers’. In zijn dankwoord ging hij uitgebreid in op zijn liefde voor Thomas Mann. De bondskanselier zelf overhandigde hem met een persoonlijke lofrede de nog veel prestigieuzere WaltherRathenau-Preis. ‘Ze heeft hem politiek in haar hart gesloten,’ zegt Marnix Krop.

Dat hij in Nederland in campagnetijd dingen roept als ‘geen cent meer voor de Grieken’ neemt Merkel voor lief. Krop: ‘Wat telt, is wat hij doet in Berlijn en Brussel. Om de euro te redden stemt Nederland in de praktijk in met verruiming van de bevoegdheden van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank. Als het erop aankomt, vindt ze Mark Rutte verlässlich en dat is het grootste compliment dat je uit haar mond kunt krijgen’.

‘Op het moment van de verkiezingsuitslag ziet Mark meteen wat de kansen en de mogelijkheden zijn. En daar handelt hij naar’

Amstelveen, zaterdag 14 maart 2015. De verkiezingen staan voor de deur en Mark Rutte loopt, gevolgd door televisiecamera’s, een winkelcentrum binnen. In spijkerbroek, blauw donsjack, de bovenste twee knoopjes van zijn overhemd staan open. ‘Hallo! Goeiemiddag!’, roept hij tegen flyerende VVD’ers: ‘Leuk jullie te zien! Dit ziet er allemaal goed uit, zeg! Hoe is het leven? Leuk!’ Spontaan knielt hij naast een buggy om zich samen met het peutertje te laten filmen. ‘Te gek! Super! Dank voor uw stem! Tot snel! Leuk u te zien!’ roept hij naar het winkelend publiek. Een man met zijn arm in een mitella vertelt dat zijn sleutelbeen is gebroken. Rutte: ‘Komt helemaal goed!’

Dan loopt hij opgewekt door.

Winston Churchill zei ooit van zijn voorganger David Lloyd George: ‘Hij was een charmeur die de schors van een boom af kon vleien.’ Het had over Mark Rutte kunnen gaan: de man die altijd zijn telefoon opneemt, die elk sms’je binnen een kwartier beantwoordt, die net zo makkelijk met de PVV als met de PvdA regeert en ondertussen ook alle lijnen met mogelijke nieuwe coalitiepartners openhoudt. Hij kweekt er goodwill mee en het zorgt ervoor dat zijn politieke tegenstanders wel te hoop lopen tegen zijn beleid maar het hem persoonlijk altijd weer vergeven. Zelfs bij de PVV en de SP noemen ze Mark Rutte een ‘aardige vent’. Jort Kelder omschrijft zijn jeugdvriend als een ‘nat zeepje waar niemand greep op kan krijgen’. En dat bedoelt hij als een compliment: ‘Hij is de ideale premier voor deze tijd. Mark heeft al jaren geleden gezien dat de grote politieke partijen door de ontzuiling en individualisering hun vanzelfsprekende machtsbasis verliezen. Dat vraagt om een premier die met iedereen zaken kan doen. Als iemand dat kan, is hij het.’

Binnenhof-watcher Pieter Gerrit Kroeger: ‘Natuurlijk betaalt Rutte daar een prijs voor. Hij krijgt verwijten als: hij is te spontaan, te flexibel, te wendbaar. Het is allemaal waar. Maar probeer in Den Haag maar eens iemand te vinden die een hekel aan Mark Rutte heeft. Die vind je niet.’

Seriële monogamie

Communicatiegoeroe Jan Driessen: ‘Op het moment van de verkiezingsuitslag ziet Mark meteen wat de kansen en de mogelijkheden zijn. En daar handelt hij naar. Hij snapt slecht dat anderen dat opportunistisch vinden, voor hem is dat het ABC van de hedendaagse politiek. Hij zegt: reken erop dat we de komende decennia voortdurend met wisselende meerderheden zaken zullen moeten doen. Dat vergt van een politiek leider een nieuw soort kundigheid en die heeft hij in huis. Hij past enorm goed in deze tijd.’

Van veel premiers werd gezegd dat ze goed bij de tijdgeest pasten. Zoals Ruud Lubbers, Der Macher, die orde op zaken stelde in Nederland en het CDA de grootste verkiezingsoverwinning ooit bezorgde: 54 zetels. En Wim Kok, de oud-vakbondsman die als premier van twee Paarse kabinetten zo boven de partijen wist uit te rijzen dat hij onaantastbaar leek. In beide gevallen sloeg hun populariteit plotseling om in het tegendeel. Toen Lubbers na twee centrumrechtse kabinetten ook nog probeerde met de PvdA te pacteren, werd het een bende. Opeens stond de man die alles wist en alles kon te boek als een Zonnekoning, een control freak die over zijn graf heen wilde regeren. Staatsman Kok werd van de ene op de andere dag beschouwd als een visieloze technocraat die de Fortuyn-revolte niet had zien aankomen. Rutte wordt nu geprezen om zijn flexibiliteit en zijn vaardigheid in het bedrijven van de seriële monogamie: uiterst loyaal totdat de volgende partner zich aandient. Maar hoe lang kan hij daarmee doorgaan? Wanneer komt het moment dat de grillige kiezers opeens blijken te hunkeren naar een heel ander soort premier, een leider met onwrikbare standpunten en een meeslepende visie? Dan kunnen de kwaliteiten die nu in hem worden geprezen zich heel snel tegen hem keren.