Het gebeurde, de roman die Dirk Ayelt Kooiman net niet had voltooid toen hij in 2018 overleed, is even tergend kleurloos als bij vlagen kleurrijk. In afgepast proza wordt het door rituelen en stemmingen beheerste leven van de hoofdpersoon beschreven, afwisselend in een soort notaristaal en in de taal van een precieze sensitieve dichter. De ‘hij’ van de roman was nooit zo iemand die met zijn herinneringen leefde, maar na een verhuizing raakt hij op ‘dood spoor’ en begint zijn verleden op te spelen. Hij moet dan ongeveer vijfendertig jaar zijn. Het zijn herinneringen van iemand die vanaf zijn kindertijd maar half bestaat. Hij heeft altijd de neiging weg te zakken in gedachteloosheid waardoor hij er maar half bij is, thuis, op school of in de kerk.
Het is een typisch Kooiman-personage dat leeft bij de gratie van ‘gewaarwordingen’, op wie iets ‘de indruk wekt’ of die langzaam iets ‘beseft’. Ook al is hij aanwezig, is het alsof hij zich in het souterrain van het leven ophoudt en van tijd tot tijd bovengronds komt.
Dat is goed te zien aan de beschrijving van het kerkbezoek in zijn jeugd. De eindeloze preken worden jarenlang zonder tot hem door te dringen uitgezeten ‘in een ijl en inhoudsloos gedroom’. Tot het toch nog onverwachte ‘amen’ uit de lucht komt vallen: ‘Dan veerde hij herlevend op. Het waren die momenten van euforie, die innerlijke explosies van opluchting te midden van woestijnen van eentonigheid, die hem door de jaren heen zo helder waren bijgebleven.’ Ook op school was hij er maar half bij: ‘De eerste woorden van een les hadden nog niet geklonken, of zijn aandacht verslapte, en zijn gedachten vluchtten alle kanten op. Onoplettendheid was zijn tweede natuur geworden.’
sociaal-psycholoog
In het leven van de ‘hij’ is ‘het geen ongewoon verschijnsel’ dat de problemen zichzelf oplossen: ‘het gebeurde’ gewoon, zou de uitleg van de titel van de roman kunnen zijn. Het kan ook dat de titel slaat op de ingrijpendste gebeurtenis in zijn leven: ‘het gebeurde’ op de dag van ‘zijn eerste zelfstandige daad’. Dat was toen hij op een zondagochtend tegen zijn ongenaakbaar afstandelijke moeder zei dat hij niet meer mee zou gaan naar de kerk. ‘Dan ben je mijn kind niet meer,’ reageert ze onmiddellijk. Bovendien voegt ze er nog even aan toe dat ze hem nooit heeft gewild: ‘Ik wilde jou niet. Ik had al een afkeer van je toen je een baby was.’
Dat maakt hem veel duidelijk over zijn jarenlange ‘afkeer van alles’, van zijn hele bestaan. Ze hadden hem altijd het idee gegeven dat hij tekortschoot. Met zijn hang naar ‘eenzelvigheid’ was hij in vergelijking met zijn twee broers een schim in huis. Hij vroeg zich af of zijn vader zijn naam nog wel wist.
In zijn vrije tijd gaat hij foto’s maken van van gasfabrieken, watermolens en stoomgemalen, alles in zwart/wit.
Het alsof Kooiman de perioden van somberheid en depressie van zijn antiheld soms opzettelijk giet in formele taal, in die van een sociaal-psycholoog die een rapport over zijn patiënt moet schrijven: ‘In de daaropvolgende periode deden zich in zijn leven een drietal beslissende ontwikkelingen voor, drie bakens in de tijd, die elk op hun eigen gebied en op een eigen schaal doorslaggevend van invloed op zijn toekomst zouden zijn.’
Wanneer de held zijn school verlaat, uit het ouderlijk huis vertrekt en aan het werk gaat als hulp van een fotograaf voor reclamefolders, gaat hij in zijn vrije tijd foto’s maken van kleurloze onderwerpen, van gasfabrieken, watermolens en stoomgemalen, alles in zwart/wit. Het is alsof hij het onderwerp onbewust aanpast aan zijn sombere staat.
een karikatuur van zichzelf
Niet alleen kan die somberheid zomaar op een ochtend verdwenen zijn, door alles heen flakkert soms zijn zin in het leven op, meestal is hij dan verliefd of heeft de aandacht van een vrouw alles anders gemaakt. Kooiman is goed in pijnlijk precieze kleurloosheid, maar ook heel sterk in euforische scenes.
Zoals in de scene waarin de held als vijfjarige in een teil wordt gewassen door een nichtje van een jaar of zeventien dat hem bij het afdrogen terloops dicht tegen zich aandrukt, waarbij hij de nodige sensaties ondergaat. Of de scenes met ‘Elly’, de vrouw van zijn baas, die hem in de donkere kamer soms quasi terloops aanraakt en op een dag zegt dat hij de deur van zijn slaapkamer maar open moet laten staan. Waarna ze regelmatig ‘s nachts bij hem komt. Dit noemt de sociaal-psycholoog in Kooiman dan de ‘amoureuze periode’ van zijn held en ‘de mooiste tijd van zijn leven’.
Maar na deze mooie tijd komt nog het hoofdstuk ‘Don Juan’, wat niet veel goeds inhoudt. Don Juan is een koude serie-verleider en dat wordt Kooimans held ook, misschien wel uit wraak om de ongevoeligheid van zijn moeder te vergeten. Hij verandert in een aan vrouwen veroveren verslaafde figuur die met zijn veroveringen ‘op duizelingwekkende honderdtallen’ uitkomt. Hij posteert zich aan het eind van de bar in een café en komt ‘in actie’ zodra hij een vrouw alleen ziet. Dan verloopt het ‘volgens een vast patroon’, waarbij niet veel gevoelens te pas komen, geen beloftes, geen vervolgen. Het is bijna onwaarschijnlijk dat die eertijdse antiheld verandert in deze irritante vrouwenjager: ‘Tot hij een karikatuur van zichzelf dreigde te worden.’
onbestemd
Voor de structuur van roman is het goed dat de held daarna weer tot somberheid vervalt omdat het Don Juan-hoofdstuk niet boven het cliché uitkomt, ook al schaamt de held zich soms voor zijn ongevoelige gedrag. Louter een wisseling van stemming maakt dat hij ontvankelijk wordt voor een niet-erotische relatie, een meisje bij wie het ondenkbaar is dat zíjn wil of verlangens het voor het zeggen zouden hebben. Hij kan zich alleen maar aanpassen aan haar ongedwongen autonomie.
In dit hoofdstuk ‘Grote liefde’ keert Kooimans fijnzinnigheid terug, tegelijk met die van zijn held die, ‘misschien wel voor het eerst, naar zijn hart luistert’. Dat levert hem niet de liefde van het meisje op. Ook krijgt hij zijn houvast niet terug, zoals hij dat had in zijn amoureuze periode met ‘Elly’. Het meisje houdt hem op afstand. Hij kan niet meer dan een oudere vriend voor haar zijn. Dat is pijnlijk want zijn ‘hunkeringen’ zijn niet afgenomen.
Dat doet de roman onvoltooid en onbestemd eindigen. Ondanks de nodige geslaagde onderdelen is het de vraag of Kooiman er wel een echt geslaagde roman van had kunnen maken. De held ontwikkelt zich niet tot een dwingend genoeg personage, het dood spoor-probleem blijft steken in stemmingen. De taal is van een aangenaam vertrouwde precisie, maar soms ook op de rand van bloedeloos, alsof het om een nog ruwe versie gaat. Zoals de titel ook een voorlopige indruk maakt.
Het gebeurde door Dirk Ayelt Kooiman is uitgegeven door De Harmonie.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.