Henk Baars, Voorzitter van vereniging Kerk en Vrede

‘Bij het uitbreken van een oorlog ontstaat vaak het gevoel dat je je geen pacifisme kunt permitteren, omdat pacifisme wordt verward met passief-isme. Maar als pacifist spreek je je juist heel actief uit tegen het primitieve gevoel van “we slaan erop”. Dat uitspreken kan gepaard gaan met geweldloos verzet. Denk aan de antikernwapenprotesten uit de jaren tachtig. Met vredesorganisaties uit Engeland en Duitsland zijn we een alternatief aan het ontwikkelen voor de militaire “veiligheidsarchitectuur” van de wereld: stapsgewijze scenario’s voor volledige afbouw van al het militaire. Al is pacifisme een heel oude christelijke traditie, kerkelijk is er nooit een meerderheid voor. Maar over ons plan voor demilitarisering zegt de Raad van Kerken wel: “Ga er alsjeblieft mee door.”

Het onverwachte scenario van Ruslands inval in Oekraïne dwingt ons om veel scherper na te denken. Dat Oekraïne de strijd tegen Rusland zomaar moet opgeven, zal ik niet zo snel zeggen. Maar met het sturen van wapens zit je dicht aan tegen de stap dat alles ten onder gaat. Welke wereldleider is nog diplomatiek bezig? Het wordt steeds meer een strijd tussen West en Oost, met zowel militaire als economische escalaties. We hebben elkaar in de tang.

In het Westen heerst het verhaal dat Russen alleen maar luisteren naar geweld. Maar Russen zijn precies als wij, er is geen ander type menssoort. Tijdens de Koude Oorlog hadden we vanuit de kerk allerlei contacten met kerkelijke gemeenten in Polen en de DDR. Het ging om het menselijke contact: hoe gaat het met jullie, hoe leven jullie? In Polen zag ik de nationale vlag bij het altaar in de kerk staan, nationalisme en religie horen daar bij elkaar. In Rusland is dat ook zo. Wij kunnen dat bijna niet bevatten. Toch zou je kerken willen stimuleren om contact op te bouwen. Buiten patriarch Kirill en alle militaire logica om.’

Sabine Scharwachter, Oud-voorzitter van jongerenorganisatie DWARS (GroenLinks)

‘Wat is pacifisme precies? Dat je tegen geweld bent, behalve bij directe zelfverdediging? Er zijn genoeg situaties waarbij ik geweld niet per definitie principieel wil uitsluiten. Denk aan onafhankelijkheidsoorlogen. Zonder gewelddadige middelen zou de dekolonisatie niet hebben plaatsgevonden. Maar je kunt pacifisme ook zien als: toe willen naar een geweldloze, vreedzame samenleving. Een stip aan de horizon, om in gedachten te houden bij de keuzes die je maakt. Dat heeft zeker bestaansrecht. Toch spreek ik liever van “antimilitarisme”. Het geloof dat als je duurzame vrede nastreeft, militaire middelen je daarbij niet helpen.

‘Als er helemaal geen politieke weerstand is, kun je ervan uitgaan dat de regering er dingen doorheen fietst waar we straks spijt van krijgen.’

In heel Europa worden de budgetten voor defensie nu verhoogd en ook de EU begint zich steeds meer met defensie bezig te houden. Dat heeft consequenties voor de lange termijn die verder reiken dan de oorlog in Oekraïne, zoals een nieuwe wapenwedloop. In de Nederlandse politiek zie je de weerstand tegen gewapende drones zienderogen afnemen, onder het mom dat het in Oekraïne zo handig is. Terwijl ze waarschijnlijk naar andere conflictgebieden zullen vliegen.

Als er helemaal geen politieke weerstand is, kun je ervan uitgaan dat de regering er dingen doorheen fietst waar we straks spijt van krijgen. Ik mis zulk tegenwicht van de oppositie. Ook van mijn eigen partij, GroenLinks. In ons beginselprogramma staat letterlijk dat wij geloven dat militaire middelen niet de oplossing zijn, en opeens hoor ik Jesse Klaver bij Op1 verkondigen dat het “stom” was dat GroenLinks altijd wilde bezuinigen op defensie. Zo’n statement, zonder enige discussie voorafgaand in de partij, vind ik bizar.’

Jolle Demmers, Hoogleraar Conflict Studies (Universiteit Utrecht)

‘Pacifisme heeft altijd recht van bestaan, maar verliest in tijden van oorlog de ruimte om haar claim te maken. Want zodra er een oorlog uitbreekt, komt een samenleving in een oorlogsroes. Gedrag dat normaal gesproken crimineel en verschrikkelijk wordt gevonden, is opeens noodzakelijk en rechtvaardig. Het is heel interessant hoe we daar als samenleving zo makkelijk instappen.

Bij de oorlogsroes hoort een taal die zich door de eeuwen heen opvallend vaak herhaalt: wij zijn per definitie rechtmatig en beschaafd, de vijand is onrechtmatig en barbaars. Dat verhaal van wij-zij, goed-kwaad, zwart-wit mag niet doorbroken worden. En dat is niet puur vanwege politieke oorlogspropaganda, het heeft ook een sociale betekenis. In tijden van crisis willen mensen vasthouden aan een eenduidig verhaal. Het is de tijd van kleur bekennen. En als je daar niet in meegaat, word je op zijn best als naïef weggezet en op zijn slechtst als landverrader. Dat zie je natuurlijk in Rusland, maar het is ook opvallend sterk in de westerse samenleving. Je hoeft het NOS Journaal maar aan te zetten en je ziet een eenduidig verhaal zonder nuances. We hebben een vijand die wordt belichaamd door Poetin en de enige kant die we op kunnen, is hem te straffen, of eigenlijk: hem uitschakelen. Terwijl dit een conflict is dat je al vanaf dag één had kunnen uitonderhandelen.

Ik bestudeer al dertig jaar oorlogen, maar heb in het Nederlandse publieke en politieke debat niet eerder zo sterk ervaren dat die oorlogsroes zo’n greep op ons heeft.

Er wordt aldoor gezegd dat Rusland en Poetin zo irrationeel en grillig zijn. Maar ik zie eigenlijk het omgekeerde. Ik zie het Westen emotioneel reageren, zonder strategie, zonder exitplan en zonder realistisch politiek einddoel. En ik zie het regime van Rusland al vijftien jaar doen wat het aankondigt. Van bluf is geen sprake. Ik snap er niks van dat onze politici die opschaling, die de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov al weken rustig heeft aangekondigd, niet met man en macht proberen te voorkomen.

Angst voor escalatie is niet aan de orde, volgens Ollongren. Dat lees ik als: “Wij zijn nergens bang voor, wij zijn moedig.” Maar in mijn ogen is er niets moedigs aan wat er nu gebeurt. Ruslands supersonische raketten halen Nederland makkelijk. Bij onderzoek naar de Nederlandse bom op Hawija in Irak zag ik hoe gigantisch destructief één luchtaanval doorwerkt in een mensenleven. De huidige leveranties van offensieve wapens zullen vooral leiden tot meer doden en vernietiging, bieden geen enkele garantie op een vorm van vrede en maken een daadwerkelijke escalatie naar óf een hypersonische raketoorlog óf nucleaire aanvallen gewoon denkbaar.

Hoe kan het pacifisme een alternatief aandragen? Oekraïne heeft het recht op zelfverdediging. Maar daarnaast hebben landen, en dus ook Nederland, onder het Internationale Humanitaire Recht de verplichting om het risico op oorlog af te wenden. Daar hoor je eigenlijk niemand over. Die verplichting biedt Nederland een uitweg om zonder gezichtsverlies, als land van het internationaal recht, te zeggen: wij doen niet mee aan deze militaire escalatie. Als je pacifisme vertaalt naar de plicht om oorlog af te wenden en op te roepen tot vredesonderhandelingen, dan maak je het concreet. De Nederlandse regering zou al haar creativiteit en intelligentie moeten inzetten op het vinden van een mogelijkheid tot onderhandelen. Daarnaast hebben we een breed gedragen burgerinitiatief nodig om politici daartoe te bewegen. Een vredesbeweging 2.0, die de oorlogsroes doorbreekt.’

Mark Van de Voorde, Publicist, lid van de Algemene Vergadering van de christelijke Vlaamse vredesorganisatie Pax Christi en schrijver van Vrijheid is meer dan blijheid (verschijnt juni 2022)

‘In de grond van mijn hart en in het diepst van mijn ziel ben ik een pacifist en ben ik niet voor wapengebruik. Maar met zo’n agressor als het Russische regime denk ik: je kan toch niet zomaar de handen in de schoot leggen en zeggen: “Doet u maar”? Je moet een onderscheid maken tussen wat ik agressie noem enerzijds, en verdediging anderzijds. Als je ziet wat er in Marioepol gebeurt, denk ik: een land heeft het recht op zelfverdediging. En misschien is dit toch helaas wel het moment om dat land te steunen met bewapening, zodat het niet helemaal onder de voet wordt gelopen. Ik denk hierbij aan de door de nazi’s terechtgestelde theoloog Dietrich Bonhoeffer, die de gewetensvraag stelde of je nog voor lankmoedigheid mag pleiten als je ziet wat Hitler zijn tijd aandoet.

Het is voor mij belangrijk dat het geweld dat voortkomt uit zelfverdediging nooit groter mag zijn dan het geweld dat jou wordt aangedaan. In een oorlog is dat een risico. Dat is een gewetensprobleem waar ik niet helemaal uit ben, maar waar ik mij wel over wil uitlaten. Daarom heb ik er een opinieartikel over geschreven in het Vlaamse tijdschrift Knack. Van tevoren heb ik de Algemene Vergadering van Pax Christi ervan op de hoogte gebracht dat ik dit op eigen titel ging doen. Want hoewel niet iedereen in de organisatie erover uit is, blijft het bestuur van Pax Christi bij haar kernwaarden en spreekt zich uit tegen bewapening.

Natuurlijk is het het beste als je een andere weg kunt bewandelen, waarbij minder wapens nodig zijn. Als er nu één niet-gewelddadige methode is om Rusland op zijn knieën te krijgen, dan is dat geen Russische olie of gas meer te kopen, stoppen met geld erheen te sturen.’

Willem de Haan, Journalist en ‘totaalweigeraar’ van de dienstplicht

‘Ik denk dat pacifisten oorlogsvoerders een spiegel voorhouden, waarin zij hen oproepen om te antwoorden op de vraag: “Moeten we dit wel doen?” Want met het geloof in geweld als oplossing van een conflict bevind je je op een doodlopende weg. Ook in Oekraïne. Het heetst van de strijd is het allermoeilijkste moment voor die spiegel. Maar tegen de tijd dat het gedaan is, zullen de verantwoordelijken zich op hun hoofd krabben en zich afvragen wat ze nu eigenlijk hebben bereikt, tegen welke kosten. Dat is de kernvraag: hoeveel doden mag je accepteren om iets te bereiken? Ik denk dat het antwoord “nul” is.

‘Na al die jaren ben ik er nog steeds niet achter waarom het verboden is om iemand te doden, terwijl je daar juist een lintje voor krijgt als je een uniform draagt.’

De belangrijkste taak van de politiek is ervoor zorgen dat je burgers veilig zijn, en in een oorlog gebeurt dat op geen enkele manier. Maar zij die oorlog voeren, denken daar kennelijk anders over.

Mijn standpunten zijn niet nieuw. Toen ik werd opgeroepen voor de dienstplicht, weigerde ik om überhaupt aan het militaire systeem mee te doen. Dus wilde ik me ook niet laten keuren en wilde ik geen beroep doen op de dienstweigerwet om vervangende dienst te doen. Daarvoor moest ik, als “totaalweigeraar”, een jaar de gevangenis in. De dienstplicht is intussen opgeschort, maar het geloof in militaire methoden is nog altijd de realiteit waar we het mee moeten doen. Ik verzet me daartegen door erover te schrijven en het er over te hebben met mensen om mij heen, onder andere door een boodschap te delen die de Oekraïense vredesbeweging eind april aan internationale vredesorganisaties rondstuurde: “We veroordelen het dwingen van burgers om in militaire dienst te treden, militaire taken uit te voeren, en het leger te steunen tegen de wil in van vredelievende mensen in Rusland en Oekraïne.”

Na al die jaren ben ik er nog steeds niet achter waarom het verboden is om iemand te doden, terwijl je daar juist een lintje voor krijgt als je een uniform draagt.

Bij de nationale dodenherdenking op 4 mei vertelde een jongen van negentien over zijn opa, die illegaal eten had gebracht aan gevangenen in Kamp Vught. Hij had de kans om de bewakers iets aan te doen, maar besloot hen te laten voor wie ze waren. Want: “Je moet het slechte niet slechter maken door zelf slecht te doen.” Ik vond dat een opmerkelijk mooie zin omdat er verzoening uit spreekt. Gelukkig hebben veel mensen dat goed gehoord.’