In het park komen ze als pinguïns op elkaar afgewaggeld. De armen veel te vroeg gespreid, zodat ze vóór de omhelzing eerst nog ettelijke meters voor gek lopen. Maartje Wortel doet even voor hoe ze haar beste vriendin en collega-schrijver Niña Weijers in het park tegemoet loopt. Ze maken, soms meermaal daags, exact dezelfde wandeling. Hebben dat rondje zo langzamerhand oneindig vaak gelopen. Het is een goede gewoonte geworden: iemand in een huis aan de ene kant van het park sms’t: ‘In de ronde?’ en dan zegt de ander aan de andere kant ‘ja’. Het hondje van Niña moet vier keer per dag uit en schrijven is nou eenmaal een eenzame bezigheid.

Een echt gesprek

Het gaat niet zozeer om de lichaamsbeweging als om het gesprek dat ze dan voeren. Wat buiten het park uitwisselen van informatie is, wordt in het park als vanzelf een echt gesprek. Soms gaat het over schrijven. Het is handig om het daar al lopend over te hebben, vindt Maartje. Heeft met ritme te maken. ‘Je hoort toch wel eens van mensen die onder een dichter wonen dat dichters tijdens hun werk de hele tijd heen en weer lopen?’

Gesprekken die in het park gevoerd worden, kunnen terugkomen in het werk. Ze zijn niet alleen vriendinnen, maar ook personages in elkaars boeken. Aan de orde komt dan bijvoorbeeld de kwestie of karakter N. op pagina tien moet sterven of toch aan het eind van het boek.

Een beste vriend is niet automatisch een geschikt personage dat een boek lang meegaat, legt Maartje uit. En is het wel geloofwaardig om een in het wit geklede fysiotherapeut op te voeren, in een steriele behandelkamer, die haar klanten met verkoelende gels behandelt?

In deze serie vragen we mensen naar hun (goede) gewoontes. Volgende maand is Jeroen Krabbé aan de beurt. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief om geen aflevering te missen.

Verliefdheden

Maar meestal zijn er belangrijkere gespreksonderwerpen, zoals verliefdheden, relatiecrises en dieren die doodgaan. Zo had Maartje een kat die Dennie heette. De naam was er zelfs eerder dan het dier. ‘Jij gaat met mij mee,’ zei ze toen ze hem als een kitten met een dichtgekoekt oog en een snotneus aantrof op een boerderij. Ze ontvoerde hem in een broodmand naar de dierenarts en nam hem, eenmaal hersteld, mee naar huis om ‘thuis te zijn’.

Wim Brands zei: ‘Schrijf nooit over je kat. Of over welke kat dan ook.’

Dat bleek te werken. Hoewel Dennie over het toetsenbord liep, leeslinten in opschrijfboeken kapotkauwde en zich nogal vaak verzette tegen alle aandacht, bleek het leven met kat toch rustiger dan zonder. Omdat ze de hele tijd naar de kat keek, greep ze bijvoorbeeld minder vaak naar die telefoon. Overal ging Dennie mee naartoe. ‘Dan zei ik: “Kom Dennie, we gaan.”’

Klinkt dit alsof Dennie een hond was? ‘Nee, nee, Dennie was toch echt een kat. Hij kon je namelijk behoorlijk goed afwijzen. En probeer maar eens een kat aan te lijnen. Dat lukt dus niet.’

Schrijf nooit over je kat

Op school kreeg Maartje les van Wim Brands. Hij leerde haar in elk geval drie dingen. Ten eerste: ‘Probeer niet te lachen, want dat komt dom over.’ Ten tweede: ‘Je moet eerst weten hoe je moet sturen voor je uit de bocht vliegt.’ Hij zei ook: ‘Schrijf nooit over je kat. Of over welke kat dan ook.’

Desondanks bracht Dennie het tot hoofdpersoon in de vorig jaar verschenen roman Dennie is een star. Aan het eind van het boek gaat Dennie plompverloren dood en hoewel de echte Dennie gelukkig bleef leven, stierf hij nu twee maanden geleden alsnog. Hij kwam om tijdens de chaos, veroorzaakt door een marathon die door de straat voerde. Dennie kwam onder een auto, helemaal bij het Tropenmuseum. Het was verschrikkelijk.

Moet er een nieuwe kat komen? Maartje sluit niet uit dat dat gaat gebeuren. Het wordt uitgebreid besproken in het park.

Parkgebruikers

Om eerlijk te zijn is het meestal Maartje die praat en praat. Niña luistert, schrijft zo nu en dan iets op in haar telefoon wat ze kan gebruiken voor haar boek en rolt met haar ogen als het alweer over liefdesverdriet gaat. Als het na één ronde niet klaar is, doen ze nog een rondje.

Op bankjes zitten doen ze niet. Daar zitten de alcoholisten als het iets minder koud is.

Eigenlijk gaat het ook totaal niet om het park zelf of de mensen die er komen. Parkgebruikers herkent Maartje niet, of het moet een enkele hond zijn die ze eerder heeft zien lopen. Om je heen kijken, dat is meer voor als je in de natuur bent. Maartje kijkt standaard naar de grond: ‘Ik loop naar voren vallend.’ Zo is het makkelijker om iets te vertellen dan wanneer je tegenover iemand zit. Daar word je verlegen van. En het voordeel is dat je tegelijkertijd ziet hoe vies de stad eigenlijk is. In het boek van Niña komt nog wel eens iemand van de plantsoenendienst voor. ‘Ik kan daar niets mee, althans niet voor een boek.’

In een groef

Nee, op bankjes zitten doen ze niet. Daar zitten de alcoholisten als het iets minder koud is. Er zitten ook mensen die slecht nieuws hebben gekregen in het ziekenhuis verderop. Als ze mensen op bankjes ziet zitten, denkt Maartje: ‘Wat zullen ze allemaal te horen hebben gekregen?’

In de zomer strijken ze tijdens het rondje door het park wel eens op een veldje neer, bij het hostel, want dan nemen ze een ander pad. Ook weer een gewoonte, ja.
‘Pas als je erover gaat nadenken, realiseer je je hoeveel je er hebt.’

Je wil het niet, maar je zit toch in een groef met die dagelijkse wandelingen door het park. Doordat het rondje nu eenmaal een gewoonte is, moet het ook een gewoonte blijven. Nou ja, is het eigenlijk wel een gewoonte? Misschien is het beter te spreken van een gewoonte die hard bezig is een ritueel te worden. Zoals bijvoorbeeld elke dag mediteren om kalm te worden meer een ritueel is dan een dagelijkse gewoonte. ‘We geloven er beiden heilig in.’

Op de automatische piloot

Dan hebben we het nog niet eens over schrijven gehad. Daar horen ook talloze gewoontes bij.

Het liefst zou Maartje een totaal vrij leven leiden, zoals schrijven per definitie vrij denken is. Van gewoontes wordt de mens dommer, vindt ze. Je gaat over op de automatische piloot. Ze zou alles wat moet, vooral dat wat van anderen moet, willen loslaten. Weg met interviewafspraken om tien uur in de ochtend. Je belt elkaar als het zo uitkomt en dan zegt de een tegen de ander: ‘Zullen we nú gaan lopen?’

Bij de uitgeverij kennen ze dat van haar. Daar zeggen ze: ‘Mocht je zin hebben om je aan een deadline te houden; er is er toevallig volgende week één.’

Grote kans dat ze die deadline dan ineens wil halen.

Wie Maartje Wortel, schrijver
Gewoonte een rondje door het park
Frequentie soms meermaal daags
Overig Maartje Wortel, Dennie is een star (Das Mag Uitgevers, 2019), Niña Weijers, Kamers antikamers (Uitgeverij Atlas Contact, 2019)