Medio juni 2021 viel bij de bewoners van de Amsterdamse Da Costabuurt en omringende straten een brief op de mat. Afzender: stadsdeel Amsterdam-West. Onderwerp: alcoholverbod. ‘Per 1 juli 2021 geldt in de Da Costabuurt en een deel van de Kinkerstraat tot aan de Tollenstraat een alcoholverbod op straat.’
Wordt de buurt drooggelegd, vroeg ik me af. Geen woensdagavondborrel meer aan een picknicktafel met vrienden? Niet meer een dorstlessende versnapering op de aanlegsteiger aan de gracht? Gelukkig is de gemeente de slechtste niet: ‘Op vergunde terrassen van de horeca mag wel alcohol worden genuttigd’. En in reactie op de ontstane consternatie laat de gemeente weten dat er enkel zal worden gehandhaafd op ‘excessen’. Wie of wat dat zijn, is aan handhaving om te bepalen.
Het doel van de brief wordt snel duidelijk: ‘De aanleiding voor het instellen van een alcoholverbod is de ernstige overlast die wordt veroorzaakt door een groep alcohol- en drugsverslaafde personen in het gebied.’ Om de hoek zit een inloophuis voor dak- en thuislozen, de maatregel is voornamelijk gericht op de bezoekers daarvan. Buurtgenoten waren niet te spreken over het verbod: de gemeente schiet met een kanon op een mug, wat gaat dit verbod bijdragen?
Aan ‘kwetsbare overlastgevers’ zal zorg en hulp, in de vorm van onder meer onderdak en dagbesteding worden aangeboden, laat de gemeente weten. Maar niet iedereen kan op de barmhartigheid van de stad rekenen. ‘Voor mensen die geen recht hebben op voorzieningen in Amsterdam wordt hulp geboden bij terugkeer naar eigen regio of land van herkomst.’ Dat is een omfloerste manier van ‘eigen daklozen eerst’ zeggen.
Onbehaaglijk gedrag
Lang werd het verhaal van stijgende huizenprijzen en nieuwe bewoners met hogere inkomens in armere buurten als een succes gepresenteerd, maar tegenwoordig heeft men oog voor de rekening: dat je buurman een Mercedes heeft, betekent nog niet dat jij erin mag rijden. Eind 2022 kwam van twee jonge geografen, Willem Boterman en Wouter van Gent, Making the Middle-Class City uit, waarin ze de politiek van gentrificatie van Amsterdam van de laatste decennia onder de loep nemen. Op de omslag staat het symbool van de dominantie van kapitaal in de hoofdstad: de luxueuze Pontsteiger, een negentig meter hoge woontoren aan de rand van de oude havenwerkerswijk Spaarndammerbuurt. Het gebouw staat symbool voor het Amsterdamse woonbeleid: de politieke prioriteiten liggen bij appartementen die voor 7 miljoen van eigenaar verwisselen, betaalbare huisvesting is daaraan ondergeschikt.
Boterman en Van Gent stellen dat gentrificatie lange tijd als een natuurverschijnsel werd voorgesteld: ambtenaren zagen het als een gegeven dat betaalbare woningen verdwenen en dat daarvoor duurdere huizen terugkwamen. Een kwestie van vraag en aanbod op een schaarse markt – wat kunnen wij daaraan doen?
Gentrificatie is echter meer dan stijgende woonlasten, betogen Boterman en Van Gent. Ook de smaak van mensen met een hoger inkomen en hogere opleiding komt naar voren in hoe de stad is ingericht. Er treedt een zichzelf versterkende wisselwerking op waarbij hoogopgeleide, welbespraakte (nieuwe) bewoners makkelijk beleidsmakers weten te vinden, en vice versa. Samen richten ze de buurt in, waarbij de oude bewoners er bekaaid van afkomen.
Net als met het alcoholverbod in een gegentrificeerde buurt als de Da Costabuurt hoeven de nieuwe bewoners zich geen zorgen te maken – het zijn de gebruikers van de publieke ruimte, de vlekken op het idee van een smetteloze stad, die zich zorgen moeten maken.
Zomeravonden met barbecues en muziek in het Vondelpark, getoeter in de straten en feesten op pleinen als het Marokkaanse elftal verder komt op het wereldkampioenschap voetbal dan het ooit is geweest, scooters die ’s nachts door de buurt rijden, nachtbrakers op het Centraal Station. Het is een greep uit de kleinburgerlijke ergernissen die ijverige ambtenaren ertoe aanzetten om de publieke ruimte te zuiveren van onbehaaglijk gedrag.
Dit is het resultaat van het waterbedbeleid – de ene actie veroorzaakt het volgende ongewenste effect, zonder dat de problemen aan de basis worden opgelost.
Het doet denken aan wat de Schotse antropoloog Neil Smith ‘stedelijk revanchisme’ noemde: het ‘terugveroveren’ van de stad op de armen, migranten en daklozen. Wie de onderbouwing van allerhande kleine maatregelen naast elkaar legt, ziet een tendens waarin met angst en dedain over stedelijk leven wordt gesproken.
Eftelingmuziek
Kijk wat er gebeurt in het stadsdeel Amsterdam-Noord. Direct achter het Centraal Station staan toeristentrekpleisters als de A’DAM Toren en het filmmuseum EYE. Sinds 1 januari dit jaar is camerasurveillance ingesteld in het gebied rondom de pont. ‘Afgelopen zomer was er al een flinke toename van slapers en daklozen die in de openbare ruimte in de omgeving van de pontaanlanding voor overlast zorgden,’ legt de gemeente haar beleid uit.
Dit is het resultaat van het waterbedbeleid – de ene actie veroorzaakt het volgende ongewenste effect, zonder dat de problemen aan de basis worden opgelost. Zo dreven antidaklozenleuningen op bankjes en andere vormen van ‘vijandige architectuur’ en irritante Eftelingmuziek op het Centraal Station daklozen uit het centrum, waarna ze voor hun nachtrust uitweken naar andere plekken. ‘De winkeliers vonden dit een vriendelijke en creatieve oplossing om te laten merken dat dat [overnachten in het station, TD] niet de bedoeling is van de passage,’ vertelde een woordvoerder van de NS aan het AD over het ’s nachts afspelen van de soundtrack van Carnaval Festival uit de Efteling. Repressie op zijn Hollands: met een lach en een slim gebaar blijft het idee van een tolerante stad in stand. Maar wordt het probleem van dakloosheid opgelost?
De feesten en de opstootjes die na de WK-wedstrijden van Marokko ontstonden deden de gemeente ook naar meer surveillance grijpen. Op het Mercatorplein en omgeving in Amsterdam-West is het cameratoezicht met een jaar verlengd, evenals in buurten in Nieuw-West. Steeds met als argument dat, voornamelijk, jongeren de publieke ruimte gebruiken om samen te komen en dat daar overlast door kan ontstaan. Geschreeuw, getoeter en ja, af en toe wordt er vuurwerk afgestoken. Maar dit zijn taferelen die zich al meer dan een eeuw in steden over de hele wereld afspelen. Als bewoner van een stad, opgepropt op minder vierkante meter dan je lief is, creëer je daar een vorm van tolerantie voor.
Gentrificatie is de veelgebruikte stok om vastgoedspeculanten mee te slaan.
Over Plein ’40-’45 in Amsterdam Nieuw-West schrijft burgemeester Halsema dat ‘het een verzamelpunt voor rellen of pogingen tot ongeregeldheden’ is. De foto van een uitgebrande deelauto na een gewonnen WK-wedstrijd van Marokko haalde de krant, maar wie de ‘rellen’ rondom de WK-wedstrijden in geografisch en historisch perspectief plaatst, ziet nu vooral een aangeharkte stad waar ieder risico van ordeverstoring tot rollen met de bestuurlijke spierballen leidt.
Over de grenzen
Het is helaas geen Amsterdamse afwijking dat lagere inkomens naar de randen worden geduwd – of eroverheen. De binnensteden verliezen langzaam maar zeker hun open karakter. In Den Haag worden demonstraties uit delen van het centrum geweerd omdat het een winkelgebied is: het grondwettelijke recht op demonstraties wordt beperkt opdat het shopgenot niet in gedrang komt. De gemeente Rotterdam intensiveert de strijd tegen bedelaars: het aantal boetes voor bedelen steeg in 2022 met 63 procent, meldt de Rotterdamse nieuwszender Rijnmond. En wie over de grenzen kijkt, ziet dat mondiaal dezelfde strijd plaatsvindt om de stedelijke ruimte, waarbij iedere stad zijn eigenaardigheden heeft, maar de overeenkomsten dezelfde zijn.
‘Living is loud and messy, but residing? Residing is quiet business,’ schreef journalist Xochitl Gonzalez in The Atlantic. In haar essay ‘Why do rich people love quiet?’ fileert de Amerikaanse met Puerto Ricaanse wortels de houding van haar rijke, maar bovenal witte, buurtgenoten ten aanzien van het New Yorkse stadsleven. Na haar studie aan een prestigieuze Ivy League-universiteit verhuisde ze terug naar Brooklyn, om erachter te komen dat de nieuwe – lees gentrificerende – bewoners van haar buurt een hekel hadden aan geluid. Ze wilden geen luide muziek op straat, schreeuwende kinderen op pleinen of dansende mensen in het park. De nieuwkomers wilden stilte en contemplatie, rust, reinheid en orde. Het geluid van gentrificatie is stilte.
Gentrificatie is de veelgebruikte stok om vastgoedspeculanten mee te slaan. Architectuurcriticus René Boer vindt dat terecht, maar merkt ook op dat het belangrijk is de discussie over gentrificatie scherp te houden. ‘In de kern gaat het over het verdrijven van mensen met lage inkomens, het is klassenzuivering. Gentrificatie is een politiek project en door de hele tijd clichés over koffietentjes te gebruiken, gaan dingen door elkaar lopen. Ik pleit ervoor om het begrip smooth city te gebruiken. Hiermee bedoel ik een stad die gladgestreken, geoptimaliseerd en geperfectioneerd is. De publieke ruimte is homogeen ingericht naar de normen van de kapitaalkrachtige bewoners van de stad.’
Boer publiceerde in maart 2020, enkele weken voor de eerste coronalockdown in Nederland, ‘Wallen 2020, een contramanifest’. Hierin keert hij zich tegen het alarmistische narratief dat de Amsterdamse binnenstad een ‘stedelijke jungle’ is. ‘Naast de koloniale herkomst van dit begrip, is het ook pertinente onzin,’ stelt Boer. ‘Dit is het laatste stukje binnen de ring dat nog niet helemaal is gladgestreken. De gemeente wil de ruimte voor intensiteit en chaos eruit organiseren.’
In 2018 verscheen van Boer het essay ‘Smooth City is the New Urban’ in het architectuurtijdschrift Volume, waarin hij zijn concept van de smooth city verkent. Als onderdeel van neoliberaal stadsbeleid en door de terugkeer van de middenklasse naar de stad ziet hij dat de eisen aan de omgeving veranderen. De nieuwe middenklasse ‘eist een suburbane kwaliteit van haar omgeving’, zoals properheid en zero tolerance voor ongemakkelijke verstoringen van het alledaagse leven.
Boer heeft zijn essay uitgewerkt in het boek Smooth City, dat in mei verschijnt. ‘Door gentrificatie en het polijsten van de stad verdwijnt het open en democratische karakter. En bovenal de ruimte voor menselijke behoefte aan spontaniteit en complexiteit.’ Zelfs op het niveau van de straatstenen komt de homogenisering terug, zegt hij. ‘In alle stadsdelen worden straten op dezelfde manier heringericht, er is geen tolerantie voor afwijkende architectuur. Tot op het kleinste niveau wil de overheid de publieke ruimte controleren.’
Het ‘carnavaleske’ reizen, de tijdelijke opheffing van de morele codes, dat is het soort toerisme dat aan banden wordt gelegd.
Zelf ziet Boer een alternatief in het idee van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett, die spreekt over een ‘poreuze stad’. ‘Denk aan een spons: die kan veel opnemen en kan zich aanpassen. Die flexibiliteit, dat vermogen tot aanpassen, verliest een stad zodra alles continu voorspelbaar en controleerbaar moet zijn.’
Het spook van het massatoerisme
Boven de strijd om de Amsterdamse publieke ruimte zweeft het spook van het massatoerisme. Ruim 21 miljoen mensen bezochten in het pre-coronajaar 2019 de stad. Sindsdien bindt de gemeente de strijd aan met wat zij het ‘bral- en zuiptoerisme’ noemt. Met de disneyficatie van Amsterdam in het achterhoofd klinkt dat sympathiek, maar wie verder kijkt, ziet dat een pretpark wordt ingeruild voor een openluchtmuseum. Halsema’s voorganger Eberhard van der Laan stelde in 2019 dat de kermis op de Dam moest ophouden vanwege de drukte in de binnenstad, maar in de straten eromheen konden vijfsterrenhotels hun stempel op de omgeving drukken.
De ‘carnavaleske’ reizen, de tijdelijke opheffing van de morele codes, dat is het soort toerisme dat aan banden wordt gelegd, aldus politicoloog Maarten Hajer. ‘In die zin kan het toerisme een bedreiging vormen voor het publieke domein: de toerist is in carnavalsstemming maar deelt de openbare ruimte met mensen voor wie het dagelijkse leven wel verder gaat,’ schreef hij in De stad als publiek domein (1994). ‘De opkomst van de toeristenindustrie gaat […] gepaard met een esthetisering van de omgeving. Ze vormt een parodiëring op de stad: de levendigheid van een winkelstraat met een divers aanbod wordt vervangen door imitatie en het resultaat is een beheerste omgeving van een straat met louter toeristische functies.’ Wat betreft de hedendaagse klachten over monocultuur – de Nutellawinkels, spareribrestaurants en souvenirverkopers) van het massatoerisme die de straten domineren – kun je stellen dat de voorspellingen er wel waren, maar ervoor werd gekozen om niet te luisteren.
Boer ziet het carnavaleske element ook terugkomen in de festivalcultuur van de stad. ‘Het zijn geen open feesten. Kijk bijvoorbeeld naar Milkshake (het grootste lhbtiq-festival van Amsterdam, red.): daar zie je hoe een complexe queercultuur is omgevormd naar een terrein met een hek omheen waar je veel geld betaalt om naar binnen te mogen. Er ontstaat binnen de hekken een moment van uitzondering, en als het voorbij is, moet iedereen weer terug naar zijn dure huurwoning.’ Boer wil geen paar dagen per jaar commercieel escapisme, maar een stad waar continue ruimte is voor experiment en vrijheid. ‘Daar is op dit moment geen ruimte voor.’
Feesten, seks, alcohol en drugs
De commerciële exploitatie van de publieke ruimte gaat onder het huidige college echter door, er zijn maar een paar bedrijfstakken die aan banden worden gelegd. ‘We richten ons nadrukkelijk op de bezoeker die komt voor het unieke historische en culturele karakter van Amsterdam. De bezoeker die respect heeft voor de stad en haar bewoners,’ aldus de nieuwste toerismevisie van de gemeente uit november 2022. Over feesten, seks, alcohol en drugs spreken Halsema en wethouders enkel met opgetrokken neus. De hiermee samenhangende drukte en overlast in de binnenstad is echter het gevolg van eigen gemeentelijk beleid: het aantal coffeeshops in Amsterdam daalde bijvoorbeeld in twintig jaar van 283 in 2001 naar 166 in 2021. In 2016 concludeerden drugsonderzoekers Dirk Korf, Nienke Liebregts en Ton Nabben al dat de afname van het aantal wietwinkels er tegelijkertijd voor zorgde dat de drukte bij de overgebleven shops groter werd, met overlast als bijkomend gevolg.
Is er nog hoop voor de toegankelijke en open stad? ‘Voor de Wallen is gelaagdheid en de complexiteit van het gebied de hoop.’
In het kader van Project 1012, het ‘opschonen’ van de Wallen, sloot de gemeente in tien jaar tijd 112 ramen voor sekswerkers, waarna de drukte rondom de overgebleven ramen toenam. In dezelfde periode dat het aanbod van het rauwe randje werd gekortwiekt, werd de rode loper uitgerold voor de hotelindustrie. Waren er in 2010 nog 47.692 bedden in 370 hotels in Amsterdam, in minder dan een decennium werden dat er meer dan twee keer zoveel: 89.256 slaapplaatsen in 536 hotels in 2021. In plaats van de economische oorzaken aan te pakken, wijst het gemeentebestuur met geheven vingertje naar sectoren die het als ‘economisch laagwaardig’ bestempelt. ‘Grote hotels dumpen de negatieve effecten van hun verdienmodel in de publieke ruimte,’ ziet Boer. De treurige conclusie is dat voor congressen en bankiers de stad haar open karakter houdt; de kunstmatig in stand gehouden vrijplaatsen voor cultuur zullen slechts dienen als clowns in hun circus.
Is er nog hoop voor de toegankelijke en open stad? ‘Voor de Wallen is gelaagdheid en de complexiteit van het gebied de hoop,’ aldus Boer. ‘Er wonen zo veel verschillende gemeenschappen: sekswerkers, ondernemers, studenten, kunstenaars. Vergeleken met deze buurt is de rest van Amsterdam een monocultuur. Wat de gemeente het best kan doen? De mensen met rust laten.’ Hij gelooft in de kracht van de huidige bewoners om de wijk vorm te geven, maar daarvoor moet de belangrijkste oorzaak van overlast worden aangepakt: het aantal hotels in de regio Amsterdam. Voor Amsterdam als geheel is hij minder hoopvol. ‘De poreuze stad verdwijnt steeds verder uit het zicht, je voelt haar door je handen glippen.’ Toch ziet Boer ook kleine lichtpuntjes. ‘Kijk bijvoorbeeld naar het woonprotest van de laatste jaren. Mede daardoor is de verhuurdersheffing afgeschaft, waardoor op termijn minder sociale huurwoningen zullen worden verkocht. Zo blijft Amsterdam als toegankelijke stad toch nog iets langer in leven.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.