Hij was naast haar op de achterbank van zijn auto gaan zitten en kroop steeds dichter tegen haar aan, tot ze klem kwam te zitten tussen hem en het achterportier. Ze wilde hem wegduwen, maar hij was te sterk. Hij boog zich naar haar toe en drukte zijn lippen tegen haar mond. Zijn handen verdwenen onder haar truitje op zoek naar haar borsten. ‘Ik wil dit niet,’ zei ze. ‘Alle meisjes vinden dit leuk,’ reageerde hij en pakte haar pols vast terwijl hij met zijn andere hand in haar tepel kneep. ‘Je doet mij pijn,’ schreeuwde ze, ‘laat me los’. Hij ging door, trok haar truitje en bh naar beneden, zette zijn arm tegen haar keel, stroopte zijn broek naar beneden en pakte zijn penis. ‘Jij gaat het doen, spuug in je hand’. ‘Nee, Ik wil niet,’ zei ze. Hij werd agressiever, ze was bang en deed wat hij vroeg. Tot hij het overnam en over haar borsten klaarkwam. Zij huilde.
‘Ik heb haar met mijn auto opgehaald,’ verklaarde hij in de rechtbank. ‘We zijn naar een rustige plek gereden en op de achterbank gaan zitten. We keken elkaar aan en ze begon mij te zoenen. Ik merkte dat ze opgewonden was. Ik zat aan haar borsten, zij trok mij af. Toen ik klaarkwam, kwam er ook wat op haar borsten. Ik heb haar niet aangerand. Er is niets tegen haar wil gebeurd. Ik denk dat ze achteraf spijt kreeg, vanwege de problemen met haar ex,’ legde hij uit.
Twee aanwezigen, twee verklaringen.
In de criminologie staat het bekend als de zedenparadox. Veel zedenzaken kenmerken zich door een gebrek aan bewijs. Meestal zijn er geen getuigen of opnamen. En moet de rechter het doen met twee (tegenstrijdige) verklaringen van het slachtoffer en de verdachte. Dat creëert een dilemma: ‘Bij het strikt volgen van de regels kan er vrijwel nooit een veroordeling volgen. Met als gevolg dat kinderen en vrouwen vogelvrij worden verklaard. Zo ontstaat de paradoxale situatie dat juist omdat het om ernstige beschuldigingen gaat, met minder bewijs genoegen wordt genomen,’ schreef rechtspsycholoog Peter van Koppen twintig jaar terug.
Zo ook in bovenstaande zaak. Het ondersteunende bewijs bestond onder meer uit WhatsApp-verkeer tussen het slachtoffer en een vriendin. Terwijl ze nog op de achterbank zat, appte ze dat ze iemand gedwongen had afgetrokken. Dat is een opvallende toevoeging, omdat een extra verklaring van het slachtoffer normaal gezien niet telt als zelfstandig bewijs.
‘De rechterlijke macht worstelt met dit soort he said, she said’-zaken,’ legt strafrechtadvocaat Job Knoester uit. ‘Aanvullend bewijs moet vaak komen van bijvoorbeeld foto’s waarop sporen van geweld zichtbaar zijn, of meldingen van slachtoffers met gelijke ervaringen. Daarbuiten wordt het voor rechters al snel glad ijs.’ Hij noemt als voorbeeld een aangifte van een aanranding waarbij de man ontkende. ‘De vrouw was meteen naar de buurman gelopen, en die verklaarde voor de rechtbank dat de vrouw hevig geëmotioneerd op de stoep stond. De Hoge Raad zag dat als aanvullend bewijs.’ Dat bevreemde Knoester: ‘Rechters leggen de lat voor bewijslast bij zedenzaken op deze manier lager dan bij andere strafzaken’.
Waar in de huidige wet dwang moet worden bewezen bij aanranding of verkrachting, staat straks de ontbrekende wil centraal.
In 2024 krijgt Nederland een nieuwe zedenwet. ‘Daarin zal die trend naar meer aandacht voor het slachtoffer toenemen,’ meent Knoester. Hij vindt dat een goede ontwikkeling, maar is ook bang dat de balans doorslaat. ‘Ook verdachten zitten in een kwetsbare positie. Omdat bij zedenzaken de verdachtmaking vaak al de straf is.’ Hij herinnert zich zijn allereerste zedenzaak: ‘Twee dochter met ‘herboren herinneringen’ beschuldigden hun vader van verkrachting. Na verhoor kwam naar voren dat ze het hadden verzonnen. De man werd vrijgesproken. Hij was toen al ontslagen en zijn buren keken hem niet meer aan.’ De nieuwe wet zal voor een exponentiële groei van aangiftes zorgen. En daar zullen verhoudingsgewijs meer valse beschuldigingen bij zitten, voorspelt Knoester.
Net als Knoester vinden de meeste experts de nieuwe sekswet een stap in de goede richting. Waar in de huidige wet dwang moet worden bewezen bij aanranding of verkrachting, staat straks de ontbrekende wil centraal; is er geen wederzijdse toestemming, dan kom je op strafbaar terrein. Maar de wet introduceert ook een nieuw zedendelict: de schuldverkrachting. En daar is meer verdeeldheid over. Waar de één vindt dat het nodig is om slachtoffers de maatschappelijk gewenste juridische bescherming te geven, vreest de ander een tsunami aan valse beschuldigingen (en onterechte veroordelingen). Met als gevolg dat veel mensen (vooral jongeren) seks gaan beschouwen als te risicovol om je mee bezig te houden. Omdat straks bij iedere vrijpartij een toga als een soort zedenmeester in de hoek van je slaapkamer mee loert.
Onderzoekscollectief Spit beet zich voor VN vast in de zedenwet. Dit is deel twee van een tweeluik: de schuldverkrachting.
Consentmodel
In 2021 kreeg de politie 12.000 meldingen binnen van aanranding en verkrachting. Volgens onderzoek van NRC kwam het in datzelfde jaar tot 429 veroordelingen. Afgaande op deze cijfers zou nog geen 4 procent van de aangiften uitmonden in een veroordeling. Dat lage cijfer heeft allereerst te maken met de wet zelf, zegt de Nijmeegse hoogleraar angststoornissen Agnes van Minnen. Die gaat ervanuit dat een verkrachting altijd met fysieke dwang gepaard gaat. ‘Dat is een verkeerde premisse,’ zegt de hoogleraar. ‘Dat zit hem in de werking van ons brein. Die is er op gericht ons leven te redden, niet om verkrachting te voorkomen. Stel een overvaller zet een caissière een pistool tegen haar hoofd. Zij is dan in levensgevaar en zal inschatten wat ze het beste kan doen: meewerken of vechten? Dat is bij seksueel geweld hetzelfde. Je kan de dader zelfs gaan stimuleren, om hem zo snel mogelijk zijn ding te laten doen. Dan kan je in de rechtszaal uitleggen dat je kreunde en je kleren uittrok. Aantonen van dwang wordt dan ingewikkeld.’
De nieuwe wet houdt rekening met deze mechanismen. De verantwoording wordt omgedraaid.
In extreme angstsituaties – zoals bij aanranding en verkrachting – kan dat verdedigingsmechanisme zelfs tot ‘bevriezing’ leiden, legt Van Minnen uit. Je lichaam zet zichzelf in de overlevingsstand en schakelt de spieraansturing uit. Zodat zelfs schreeuwen niet meer gaat. ‘Zonder verzet, zal de belager minder agressief zijn, en stijgen je overlevingskansen.’
De nieuwe wet houdt rekening met deze mechanismen. De verantwoording wordt omgedraaid. Slachtoffers hoeven straks niet meer uit te leggen waarom ze zich niet hebben verzet en dat er sprake was van dwang. De initiatiefnemer heeft straks de plicht steeds te toetsen of de ander (nog) wel wilt. Is dat niet het geval en de initiatiefnemer gaat toch door, dan kan die voor opzetverkrachting worden veroordeeld. Maar ook als de initiatiefnemer niet wist dat de ander niet (meer) wilde, maar dat wel had kunnen weten – bijvoorbeeld bij passiviteit door bevriezing – kan een veroordeling volgen. Alleen heet het dan geen opzetverkrachting maar schuldverkrachting.
‘Het zal daarmee makkelijker worden om aangifte te doen. Maar dat betekent nog niet dat ook het aantal veroordelingen zal toenemen’, zegt voormalig Eerste Kamerlid en zedenadvocaat (voor slachtoffers) Margreet de Boer. ‘Het OM moet straks bewijzen dat er geen toestemming was. En dat is net zo moeilijk als uitleggen dat je werd gedwongen.’
Toch is zij groot voorstander van het invoeren van de sekswet, vanwege de uitwerking die het heeft op de slachtoffers. ‘Als je aangifte doet bij de politie krijg je een informatief gesprek. Daarin leggen ze je uit wat zo’n strafzaak inhoudt, en dat de bewijsvoering in zedenzaken moeilijk is. Dat blijft zo. Maar waar je nu veelal te horen krijgt: “Jij bent niet verkracht.” Hoor je straks: “Wat jou is overkomen, is strafbaar, maar hoe gaan we dat bewijzen?” Dat is toch een beter te verteren boodschap.’
En dat is een niet te onderschatten verbetering. Als slachtoffers het gevoel krijgen dat de politie ze niet gelooft, kan dat leiden tot secundaire victimisatie (hernieuwd slachtofferschap). ‘En dat kan echt tot wanhoop leiden,’ zegt rechtspsycholoog Robert Horselenberg van de Universiteit van Maastricht. ‘Ik ken een zaak waarbij een vrouw zich opnieuw liet verkrachten, om het te kunnen filmen, zodat ze zou worden geloofd.’ Toch denkt Horselenberg niet dat de nieuwe wet het probleem gaat oplossen. Het probleem ligt volgens Horselenberg namelijk niet bij de wetgeving, maar bij de zedenpolitie en het OM.
Horselenberg was begeleider van het promotieonderzoek van André de Zutter, waarin hij onderzoek deed naar het herkennen van valse aangiften bij zedendelicten. Daaruit kwam naar voren dat de gemiddelde zedenrechercheur daar niet beter in is dan de gemiddelde burger. Daar is een verklaring voor, zegt Horselenberg: ‘Slachtoffers die een verkrachting verzinnen, moeten hun verzinsels ergens vandaan halen. Vaak komen die uit Hollywoodfilms. Maar de gedramatiseerde verkrachtingen van het witte doek corresponderen meestal niet met de werkelijkheid. Zo ontstaan er verkrachtingsmythes. Veel zedenagenten lopen met diezelfde mythes in hun hoofd. Waardoor ze de verhalen van fakers eerder geloven dan de verhalen van echte slachtoffers.’
‘Het moet normaal worden dat je bij twijfel controleert of de ander het seksuele contact ook echt wilt. Maar je kunt je afvragen of je het zware middel van het strafrecht wilt inzetten om die verandering te bewerkstelligen.’
Horselenberg concludeert daarom: als je verkrachtingsslachtoffers wilt helpen, moet je beginnen bij het beter opleiden van de zedenpolitie. Helaas staat die daar volgens de Maastrichtse rechtspsycholoog niet open voor. ‘Het WODC (kennisinstituut van ministerie van Justitie, red) heeft ons gevraagd onderzoek in te stellen naar die opvattingen over verkrachting binnen OM en politie. Dat kwam er niet. Het OM en de politie vonden dat niet nodig.’
In een reactie legt het OM uit dat het geen interesse had omdat ‘er overlap bestond met eerdere onderzoeken’. Daarnaast is het OM van mening dat de persoonlijke opvattingen van officieren van Justitie geen rol spelen bij de beoordeling van zedenzaken, omdat die gewoon de wet volgen. Een woordvoerder van de politieacademie voegt daar capaciteitsoverwegingen als reden aan toe.
Horselenberg vindt het onbegrijpelijk. ‘Door de nieuwe wet zal het aantal aangiften toenemen. Zolang de politie haar kennis niet inhaalt, blijven de verkrachtingmythes hun werk doen, en zal de nieuwe wet alleen maar meer teleurgestelde slachtoffers brengen. En omdat uit onderzoek gebaseerd op cijfers uit de VS blijkt dat vijf procent van de aangiftes vals is: ook tot meer onterecht beschuldigden.
Valse Zeden
In haar benedenwoning in de binnenstad van Utrecht staat Ivonne Leenhouwers op van de keukentafel. Ze rommelt wat in de kast achter haar en tovert een boekje te voorschijn: Valse Zeden van Cris Veraart staat er op de kaft. Een klassieker uit 1997 waarin de inmiddels overleden advocaat uitlegt hoe hij in zijn praktijk het aantal valse beschuldigingen zag toenemen, en welke traumatische gevolgen dat voor de betrokkenen kan hebben. Het boek is een pleidooi verdachten van zedenzaken meer rechtsbescherming te bieden.
Leenhouwers liet zich door Veraart inspireren en staat alleen verdachten bij. ‘Ik kijk dus vooral naar de mogelijke gevolgen van de nieuwe wet voor cliënten die verdacht worden van een zedendelict.’ Dat wil niet zeggen dat ze blind is voor de positie van slachtoffers. Ook zij pleit voor een cultuuromslag. ‘Het moet normaal worden dat je bij twijfel controleert of de ander het seksuele contact ook echt wilt. Maar je kunt je afvragen of je het zware middel van het strafrecht wilt inzetten om die verandering te bewerkstelligen. Dat gaat misschien beter via scholing en bewustwordingscampagnes.’
Want zo’n rechtsgang is voor beide partijen geen sinecure, waarschuwt ze. ‘Dan mag je, met een schoolklas of een batterij journalisten achterin de zaal, in geuren en kleuren vertellen wat je toen dacht en waar je toen met je vinger zat.’
De Utrechtse advocaat verwacht dat vooral de schuldverkrachting veel mensen het strafrecht zal intrekken. ‘Je kan dan al het label verkrachter krijgen als je bepaalde signalen misschien wel hebt gezien, maar anders hebt uitgelegd.’ En het herkennen van die signalen is in een vaste relatie al lastig, waarschuwt ze. ‘Laat staan als je voor het eerst seks hebt, elkaar net kent, er drank of drugs in het spel is, een leeftijdsverschil is, een taalbarrière? Dan kan je later misschien wel worden vrijgesproken, zo’n beschuldiging blijft aan je kleven. Ook als het proces kort was en de feiten duidelijk. Je bent beschadigd voor het leven. Dat zien mensen pas als een buurman, vader, vriend of weet ik veel wie, dat aan zijn broek krijgt.’
Het gebruiken van het strafrecht als breekijzer om een gewenste seksuele moraal te forceren, zou bovendien averechts kunnen werken. ‘Ik heb meerdere zaken waarin studenten die na een avond waarvan zij dachten dat die goed verliep een appje krijgen: ‘Dit ging over mijn grenzen heen.’ Die jongeren gaan zich dan verontschuldigen. Dat is sociaalmaatschappelijk wat je wil. Strafrechtelijk gezien is dat helaas geen verstandige reactie want het kan als bewijs worden gezien om iemand als verkrachter te veroordelen.’
Ook gender- en jongerenonderzoeker Linda Duits van de Universiteit van Utrecht waarschuwt voor de negatieve effecten. ‘De wet criminaliseert de seksuele praktijk van heel wat mensen.’ Zo staat er in de memorie van toelichting dat het straks aan jezelf te wijten is, als je door te veel alcohol de signalen niet goed hebt opgepikt. ‘Straks mag seks dus alleen nog als je zeker weet dat niemand onder invloed is van drank of drugs en er een hartelijke ‘ja’ is gegarandeerd.’
Een overheid die allerlei voorwaarden stelt waaronder seks mag, doet haar denken aan de kerk die seks voor het huwelijk verbood. ‘De nieuwe wet heeft het over een ‘initiatiefnemer’ die allerlei verantwoordelijkheden draagt en steeds toestemming moet vragen aan de andere partij die de seks ondergaat.’ De zorgplicht wordt vooral voor jongeren een grote last, voorspelt ze. ‘Die vinden seks al supereng en kunnen gaan denken: daar moet ik maar bij wegblijven, dat is gevaarlijk.’
Zeker omdat nog vaag blijft wie wat straks niet mag, zegt ze. ‘Want wanneer begint de verantwoordelijkheid? Bij de eerste knipoog, of pas bij het pijpen? En wie is de initiatiefnemer: Is dat degene die begint te zoenen, of die als eerste een kledingstuk uittrekt? De wet is daar onduidelijk over.’
Het is aan de strafrechter om dat dat straks allemaal in te vullen, zegt rechter Jacco Janssen. Als voorbeeld noemt hij twee experimenterende jongeren, ‘de jongen vingert het meisje, zij zegt: ‘niet doen’. Ik moet dan beoordelen of de jongen al eerder had kunnen vermoeden wat er zich afspeelde in het hoofd van het meisje. En dat had moeten onderzoeken voordat hij verder ging.’
‘De wetgever trekt nieuwe grenzen en de rechter zal die in de praktijk in concrete zaken moeten gaan invullen, zonder te veel een zedenmeester te worden,’ legt Janssen uit. Hij is ervan overtuigd dat de rechterlijke macht daar wel uitkomt. Toch waarschuwt hij ook voor valse verwachtingen: ‘De wetgever wil slachtoffers meer juridische bescherming bieden, en wij zullen ons best doen om die te geven, maar we hebben ook de verantwoordelijkheid om verdachten de bescherming te bieden waar ze recht op hebben.’
De Groningse hoogleraar strafrecht Kai Lindenberg ziet die worsteling en concludeert: ‘Onderzoek toont steeds duidelijker aan dat slachtoffers kunnen bevriezen. Als je dat stevig wil beschermen, kom je uit op schuldverkrachting. Maar daarmee leg je de lat voor aangifte erg laag. Er zullen meer mensen in het verdachtenbankje terechtkomen. Vanwege de problemen met de bewijslast zal het OM mensen uit de de omgeving van de verdachten moeten ondervragen en daarmee de identiteit van hen prijsgeven. Bij vrijspraak zullen ze niet meer van die verdachtmaking afkomen. Strafrechtadvocaat Bart Swier zei het treffend: “Je kan beter worden veroordeeld voor inbraak dan vrijgesproken voor verkrachting.”’
Dat neemt niet weg dat de Lindenberg in de nieuwe wet ook een vooruitgang ziet. ‘Ze is systematisch inzichtelijker en zal meer bescherming bieden aan slachtoffers die dat volgens internationale verdragen en de maatschappelijke moraal ook moeten krijgen. Maar de haast om de nieuwe wet in werking te laten treden is ten koste gegaan van duidelijkheid over een heel ingewikkeld misdrijf. Zo blijven de spelregels rondom (vooral) de schuldverkrachting onduidelijk, waardoor er veroordelingen zullen komen waarvan we achteraf zullen zeggen dat die onterecht waren.’
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.