Een potentiële verhoorscène, in de niet zo verre toekomst. Een verdachte (m/v) zit in een stoel, zijn wijs- en middelvinger omklemd door clips die huidgeleiding en hartslag meten. Een gespecialiseerde rechercheur legt stellingen voor over het misdrijf, terwijl op een beeldscherm de genoemde moordwapens een voor een voorbij komen.

‘Meneer De Wit is vermoord met een keukenmes.’

‘Meneer De Wit is vermoord met een jachtgeweer.’

‘Meneer De Wit is vermoord met een bijl.’

‘Meneer De Wit is vermoord met een honkbalknuppel.’

‘Meneer De Wit is vermoord met een pistool.’

Schouw van het lichaam heeft uitgewezen dat meneer De Wit is doodgeschoten met een jachtgeweer. De rechercheurs onderzoeken of dat ‘juiste’ moordscenario bij de verdachte resulteert in een fysieke reactie die typisch is voor herkenning. Oftewel, beschikt deze verdachte over kennis die alleen de dader of een andere betrokkene kan hebben?