De dood van inspecteur Morse was moord met voorbedachten rade. Zijn bedenker vond het mooi geweest, na dertien boeken, een verhalenbundel en ruim dertig afleveringen van de tv-serie die de knorrige politiespeurder razend populair maakte.

In het voorlaatste avontuur van Morse ging de gezondheid van de straffe roker en drinker al danig achteruit. De hartaanval die Colin Dexter hem het boek daarop toebracht, werd hem fataal.

Morse werd ook een dagje ouder, zei de schrijver in een Volkskrant-interview. Bovendien was het Oxford waar de inspecteur opereerde na zo’n tachtig lijken ‘moordstad nummer één’ van Engeland geworden. ‘De hoogste tijd voor Oxford om weer een veilige stad te worden,’ sprak Dexter geamuseerd.

Hij had met het ombrengen van Morse geen enkele moeite. ‘De enige persoon die van mij niet dood hoeft te gaan, ben ikzelf.’

Toen Colin Dexter twee jaar geleden op 86-jarige leeftijd toch overleed, was dat de afsluiting van een tijdperk. Zijn boeken, lichtvoetige whodunits in een heerlijk kalm tempo, onttrokken zich aan de wedren om steeds gruwelijker moordtaferelen, getiktere psychopaten en buitenissiger speurders waar thrillerschrijvers de afgelopen decennia in verwikkeld zijn. Dexter schreef ze nog met de hand.

https://www.vn.nl/product/detective-en-thrillergids-2019/

En wat hem ook tot een representant maakt van een voorbije tijd, is dat hij niks had met research. Hij kon er niet mee zitten dat hij Morse gedurende zijn fictieve leven een nogal variabele leeftijd toedichtte. In onderzoeksprocedures en politieprotocollen heeft hij zich nooit verdiept. Politiewerk is stomvervelend, verkondigde hij regelmatig. ‘Het zijn niet de intelligentste mensen die aan je deur komen kloppen met de vraag of je iets hebt gezien. Wat doen ze ook de hele dag? Zoeken naar een weggegooid condoom?’

Zijn vaste tip voor aanstaande misdaadauteurs was: verzin gewoon maar wat.

true crime
Research is álles bij true crime, het misdaadgenre dat het massapubliek momenteel in de greep heeft.
Waargebeurd

Er zijn nog vertellers die dat doen. Maar de meesten staven hun verzinsels met gedegen onderzoek. Naar de plekken die hun personages bezoeken. Naar de toestand van een lijk in diverse omstandigheden. Naar opsporingsmethoden en rechtbankzaken. Of naar gebeurtenissen in het verleden die hun fictieve verhalen verzwaren met een dosis werkelijkheid.

Lees ookDit zijn de genomineerden van de Detective en Thrillergids 201924 mei 2019

Dat vragen de lezers ook, die op hun smartphones encyclopedische kennis onder handbereik hebben. Twee van de vijfsterrenboeken waaruit de Vrij Nederland-jury de thriller van het jaar kiest, worden afgesloten met een verantwoording waaruit blijkt hoeveel research de schrijvers hebben gedaan naar de historische periode die zij beschrijven.

Ster van het Noorden van de Brit D.B. John speelt zich grotendeels af in het Noord-Korea van Kim Jong-il, de vader van de huidige dictator. Het ultieme kwaad waar de fictieve personages aan moeten ontsnappen, is de lange arm van het Noord-Koreaanse regime die de bevolking, de hoofdpersonen en de lezers in een wurggreep houdt.

Genadeschot van de Nederlandse thrillerschrijver Felix Weber speelt vlak na de Tweede Wereldoorlog in Argentinië, waar gevluchte nazi’s over lijken gaan om het grote Duitse rijk levend te houden en waar joodse wrekers aan eigenrichting doen. Alles in beide boeken zou waargebeurd kunnen zijn: fictie als middel om een historische werkelijkheid te doen herleven.

Erin geluisd

Research is álles bij het misdaadgenre dat het massapubliek momenteel in de greep heeft. De aantrekkingskracht van true crime zit ’m in het uitpluizen van verhoren en documenten, het uitstippelen van tijdlijnen en het reconstrueren van gebeurtenissen.

Je speurzintuigen worden maximaal aangesproken. Kun je door goed kijken of luisteren uitvinden of iemand al of niet de waarheid spreekt?

Hoe meeslepend dat kan zijn, bewijzen Netflixseries als The Staircase, The Keepers en Making a Murderer. Wie daaraan begint, kan niet meer stoppen. Dat geldt ook voor de luistervariant: de true crime-podcast. Stap voor stap nemen deze veeldelige documentaires de kijker of luisteraar mee in de gedetailleerde ontrafeling van een onopgeloste of vastgelopen moordzaak die gaandeweg steeds complexer wordt.

Dat vergroot het drama, want het gaat om zaken die schreeuwen om een oplossing, een berechting of een herziening. En alles is écht. Bij een fictief verhaal kan de detectiveliefhebber afhaken als de plotwendingen te bedacht zijn, te voorspelbaar of juist te bizar. Van ongeloofwaardige verzinsels heb je bij true crime geen last. Geloofwaardigheid speelt alleen een rol in het beoordelen van getuigenissen en onderzoeksresultaten. Is de geciviliseerde verdachte van de moord op zijn vrouw uit The Staircase nou een doortrapte leugenaar of het slachtoffer van een gerechtelijke dwaling? Heeft de vriendelijke jongeman die in de hitpodcast Serial per telefoon vanuit de gevangenis spreekt als 17-jarige zijn ex-vriendinnetje omgebracht? Of zit hij al twintig jaar onterecht vast? Je speurzintuigen worden maximaal aangesproken. Kun je door goed kijken of luisteren uitvinden of iemand al of niet de waarheid spreekt?

Het publiek wordt bij true crime door de makers aangesproken als gelijke en uitgenodigd om mee te speuren. ‘Als je deze zaak samen met mij wilt ontcijferen, is nu het moment gekomen om heel goed op te letten,’ zegt de Amerikaanse maker van Serial halverwege het eerste seizoen. Dit wordt in fictieve misdaadverhalen nou nooit gezegd. Daar wordt het publiek erin geluisd middels dwaalsporen en slim gedoseerde (des)informatie. Bij true crime wordt niks achtergehouden, is de belofte. Dat de makers ervan ook sturen in de montage, de opbouw van een vertelling of in hun commentaar, vergeten we voor het gemak.

Heel verdacht

Bij een wekelijkse podcast kunnen de luisteraars letterlijk meespeuren. Het eerste seizoen van Serial, dat sinds 2014 meer dan 300 miljoen luisteraars trok, ging vergezeld van een website waar je documenten kon inzien die journaliste en radiopresentator Sarah Koenig gaandeweg verzamelde. Omdat het creëren van de serie gelijk opging met haar onderzoek, kon je ‘live’ meemaken hoe nieuwe informatie van podcastluisteraars invloed had op de reconstructie. Getuigen meldden zich omdat ze weet hadden van de uitzendingen. Om iets op te helderen, of – heel verdacht – om nader onderzoek juist af te raden.

Bij De brand in het landhuis, de podcastserie waarmee theatermaker Simon Heijmans onlangs een Nederlandse luisterhype veroorzaakte, leef je mee met elk telefoontje dat Heijmans pleegt: zou hij de man die meer weet maar zich verborgen houdt eindelijk te pakken krijgen? Nee. Verkeerd nummer. De stem van de maker die bevindingen ordent en becommentarieert – Koenig bevlogen, met een missie, Heijmans poëtisch en empathisch – leidt de luisteraar door een wirwar van feiten, vermoedens en ontdekkingen.

Bij true crime wordt niks achtergehouden, is de belofte. Dat de makers ervan ook sturen in de montage vergeten we voor het gemak.

Over de verfilmingen van zijn Morse-boeken mopperde Colin Dexter altijd dat het moeilijk is om mensen op tv te laten denken. De true crime-podcast heft dit bezwaar op. Het is een medium dat drijft op hardop denken. En op het meedenken van de luisteraar.

Verslaafd aan de spanning

De Amerikaanse misdaadjournalist James Renner begon zijn onderzoek naar een cold case uit 2007 met een blog. Toen hij zijn bevindingen over de raadselachtige vermissing van de 21-jarige Maura Murray omwerkte tot een boek, was hij nog uiterst tevreden over het inzetten van zijn lezerspubliek. Hij vergeleek zijn ‘open sourced form of reporting’ met de werkwijze van een illustere voorganger: ‘Als Sherlock Holmes behoefte had aan informatie, vroeg hij een leger van straatkinderen om hun oor te luisteren te leggen,’ schrijft hij in het boek. Holmes noemde deze straatkinderen The Baker Street Irregulars.

Het leger aan internetspeurneuzen dat Renner met zijn blog activeerde, noemt hij in zijn boek zijn ‘Irregulars’, wat zoiets betekent als partizanen of guerrilla’s. Posts en mails die Renner ontving met nieuwe sporen of gezichtspunten maken deel uit van het boek. De gedachten die hij hierover formuleert, betreffen ook zijn eigen, twijfelachtige motieven.

Een psycholoog die hij bezoekt vanwege zijn obsessie met Maura’s vermissing, vertelt hem dat zijn geest werkt als die van een seriemoordenaar. Als misdaadjournalist stortte hij zich al eerder op onopgeloste moordzaken, maar dat was op uitdrukkelijk verzoek van de familie van het slachtoffer. In het geval van Maura wil haar familie niks met zijn project te maken hebben. Familieleden bij wie hij ongevraagd op de stoep staat, dreigen hem in elkaar te slaan. Toch kan Renner het niet laten. Hij noemt zichzelf verslaafd aan de spanning die een moordonderzoek met zich meebrengt. De titel van zijn (nog niet in het Nederlands vertaalde) boek is dan ook True Crime Addict. Met als ondertitel: How I Lost Myself in the Mysterious Disappearance of Maura Murray.

Slachtoffer van true crime

Toen hij dit bedacht, kon Renner niet voorzien dat een deel van zijn speurdersleger nog net iets verslaafder bleek dan hij. Op internet floreren allerlei samenzweringstheorieën waarin de politie beschuldigd wordt van ondermaats speurwerk, of van medeplichtigheid aan Maura’s verdwijning.

Zo is er de ‘Lone Officer Theory’, met brigadier Cecil Smith als ‘lone wolf’. De politieman uit New Hampshire was als eerste ter plekke bij de in de sneeuw gestrande auto waaruit Maura verdween. Inconsistenties in zijn verklaringen maakten hem tot een mogelijke verdachte. Maar dat was nádat Renners boek in 2016 was uitgekomen. Zijn lezers gingen door waar Renner was opgehouden, tot de brigadier zelfmoord pleegde.

Waarom brigadier Smith zich van het leven beroofde, is niet bekend. Aannemelijk is dat de aanhoudende aantijgingen en bedreigingen aan zijn adres een factor zijn geweest. Inspecteur Morse was het slachtoffer van fictie. Smith was het slachtoffer van true crime.

Na de zelfmoord van de politieman plaatste James Renner een wanhoopskreet op zijn blogpagina. Er zijn geen feiten die erop wijzen dat de politie iets te maken heeft met Maura Murrays verdwijning, stelde hij. Noch met het toedekken ervan.

‘Wat hij probeert, is personages te creëren voor een filmscenario.’

In de periode daarvoor weersprak Renner met toenemende stelligheid de verdachtmakingen in de posts van zijn volgers. Het hielp allemaal niks, concludeerde hij in wat het laatste bericht op zijn Maura-blog zou zijn. ‘Doorgaan met schrijven over hoe deze zaak is uitgemond in samenzweringen en bijgeloof, roept alleen maar meer woede en vijandigheid op.’

Dit kunnen wij beter

Een moordzaak waarover veel vragen bestaan, biedt materiaal voor een goed verhaal. Maar de suggestie kan dan worden gewekt dat de verteller de partijdigheid van rechtbankadvocaten overstijgt en meer te weten kan komen dan de politierechercheurs. Dit kunnen wij beter, is de impliciete oproep aan het publiek.

Renner infecteerde online fanaten met ‘delusions of detective grandeur’, schreef een Amerikaanse criticus. De vader van Maura Murray, die in het boek ook verdacht overkomt vanwege de bijzonder nauwe band met zijn jongvolwassen dochter – samen weekendjes weg klinkt niet gezond – zei in een interview over Renner: ‘Wat hij probeert, is personages te creëren voor een filmscenario.’

Dat verwijt klonk ook in de rechtbank bij de behandeling van de zaak-Holleeder. De Nederlandse tv-crimi heeft een boost gekregen sinds makers het aandurven om de actualiteit dicht op de huid te zitten. Maar de manier waarop true crime-vertellers een misdaad ‘framen’, heeft invloed op de perceptie ervan. De serie Judas gaf de lezing van Astrid Holleeder werkelijkheidswaarde. Verbeelding verkleurt feiten.

Razend spannend

Wat bijdroeg aan het op hol slaan van James Renners volgers, is dat hij de vermissing van Maura Murray niet opgelost kreeg. Dat is de pest met true crime. De makers ervan worden bij voorkeur getriggerd door vastgelopen zaken, onopgeloste mysteries en vermeend onschuldige veroordeelden. Het is één ding om daar een goed verhaal over te vertellen. Het is wat anders om zo’n zaak een geheel nieuwe wending te geven.

Zo is Sarah Koenig lekker op stoom met het doorprikken van aannames die een toenmalige verdachte in de Serial-moordzaak bij nader inzien niet vrijpleiten, als ze deze figuur eindelijk heeft opgespoord. Het is razend spannend als zij hem onaangekondigd een bezoekje gaat brengen. ‘Als ik de opnames terugluister, heb ik zin om mezelf een Xanax-pilletje te geven,’ zegt ze voorafgaand aan het reportagefragment. De verdachte blijkt, zo kunnen we zelf horen, een aangename man die twintig jaar na dato nog altijd aangeslagen lijkt door de dood van de scholiere.

Hetzelfde geldt voor het veroordeelde ex-vriendje Adnan, die per gevangenistelefoon van veel wijze berusting getuigt – de podcastluisteraar is net als Koenig van hem gaan houden.

Het einde van het liedje is dat Koenig er niet uitkomt. ‘So you really have no ending?’ vraagt Adnan haar in de laatste aflevering. Een verschrikkelijke vraag. Maar wij kunnen het ook niet helpen dat zijn herinnering aan de dag dat zijn ex-vriendinnetje vermoord werd, zo mistig blijft.

De weerbarstige werkelijkheid laat zich niet netjes vangen in de voorziene loopduur van een serie.

Net zoals we bij de Netflixserie The Keepers, over de moord op een geliefde jonge non, vergeefs hebben gewacht op de hervonden herinneringen van de op het katholieke internaat misbruikte Jean, die wellicht als veertienjarige heeft gezien wie de moordenaar is. Het wachten is op een vervolg.

Of op het vervolg van het vervolg, zoals bij Making a Murderer, dat ook na twee seizoenen nog geen uitsluitsel kan geven over het sterke vermoeden dat de twee veroordeelden niet schuldig zijn. Dat ligt niet aan de makers, dat ligt aan de weerbarstige werkelijkheid die zich niet netjes laat vangen in de voorziene loopduur van een serie.

Uitermate onbevredigend

Na afloop van menige true crime-hit heeft de kijker of luisteraar een keur aan inzichten opgedaan. Over ongeoorloofde verhoormethodes, over de feilbaarheid van het rechtssysteem en het menselijk geheugen, over corrupte getuigen, lacunes in onderzoeken en de (on)geldigheid van bewijsmateriaal.

We hebben verdachten, slachtoffers, veroordeelden, hun familieleden, vrienden en buren leren kennen. Maar als de hoofdpersonen schuldig zijn bevonden, is nog altijd niet duidelijk of dit terecht is.

Een heropening van een rechtszaak blijkt ook niet zomaar een optie. We weten nog steeds niet wie het gedaan heeft. En dat is uitermate onbevredigend. Waar ben je dan urenlang zoet mee geweest? Wat was de zin van het meekrijgen van die tijdlijnen, uitpeilingen van mobiele telefoons, rechtbankverslagen en zoektochten naar personen of documenten? Closure is for doors heet een van de laatste hoofdstukken van True Addict. Misschien is het stomvervelende werk van de politie, waar Colin Dexter zo badinerend over deed, toch ingewikkelder dan gedacht.

De veiligheid van fictie

Simon Heijmans komt een heel eind met het onderzoek in zijn geboorteplaats naar een brand in een landhuis in 2003 waarbij de excentrieke, teruggetrokken eigenaar Ewald Marggraff om het leven kwam. Hij ontzenuwt geruchten, achterhaalt verdwenen spullen en krijgt in de laatste aflevering van kunstdetective Arthur Brand zelfs een tip over de daders die zijn eigen theorie ondersteunen. De brand is aangestoken door criminele handelaren in vervalste schilderijen, moet de conclusie zijn. Maar het Openbaar Ministerie kan niks met de tip die Brand via via heeft gekregen. ‘Geen nieuw onderzoek naar brand en dood Marggraff in Vught ondanks meeslepende research in podcast,’ kopte het Brabants Dagblad begin februari.

En hoe mooi Heijmans het verhaal ook vertelt, de luisteraar voelt zich ook ongemakkelijk bij zijn speurtocht naar de huisvriend/werknemer van het brandslachtoffer. Die geeft duidelijk te kennen dat hij niet wil meewerken.

Al zijn goed en kwaad in het betere misdaadverhaal geen absolute eenheden, ze zijn in de afronding toch van elkaar te onderscheiden.

Uiteindelijk leest Heijmans een onverstuurde brief aan hem voor, waarin hij de man liefdevol vertelt hoe hij denkt dat het is gegaan. Hij romantiseert daarin de homoseksuele verhouding die tussen de huisvriend en de landheer werd vermoed, maar die de toegesprokene nooit heeft bevestigd.

Het doet de luisteraar verlangen naar de veiligheid van fictie. Daar zijn tenminste geen nog levende personen bij betrokken die beschadigd kunnen raken. Het doet verlangen naar het overzicht van een thriller die toewerkt naar een einde waarin de dader ontmaskerd wordt. Rustgevend is dat.

Al zijn goed en kwaad in het betere misdaadverhaal geen absolute eenheden, ze zijn in de afronding toch van elkaar te onderscheiden. En het is best fijn dat de schrijver de lezer daarin altijd een stap voor is. De losse eindjes, tegenstrijdigheden en onbewijsbare verdenkingen waar true crime in grossiert, roepen bewondering op voor thriller- en detectiveschrijvers. Zij hebben de moeilijke taak om een moord eerst helemaal uit te denken en dan weer ingenieus te verhullen.

Een misdaad onderzoeken is een vak. Een moordzaak verzinnen ook.

Fotografie: Lonneke van der Palen
Handmodel: Frédérique Olthuis
Props: Leon Koekman @ uniformverhuur