Liever luisteren dan lezen? Samuel Peperkamp heeft dit verhaal ingesproken.

Het is even voor elf uur ’s avonds wanneer de achturige werknacht van Mohamed Mejdoubi (40), manager van de horecastewards, en zijn veertien collega’s begint.

Jarenlang kampte Rotterdam met problemen tijdens de uitgaansavonden. Drugsdealers, vechtpartijen en mannen die vrouwen lastigvielen hoorden bij een normale uitgaansavond in Rotterdam. ‘Elke uitgaansnacht stond er een ME-busje in het centrum,’ vertelt Mejdoubi.

En nu? In de Witte de Withstraat komen we deze zaterdagavond alleen drie agenten in opleiding tegen. Dat komt mede door de inzet van de horecastewards. In hun blauwe jasjes lopen ze de hele nacht door de uitgaansstraten. Geen oortjes, geen portofoons. ‘Wij praten met de ondernemers, de beveiligers en de politie, maar spreken ook de wildplassers, drugsdealers en hooligans aan.’ Ze kiezen geen partij en willen op een positieve manier de veiligheid waarborgen.

Daarbij kunnen ze worden aangestuurd door de wachtcommandant van de politie, die camerabeelden bekijkt. Het hele uitgaansgebied staat er vol mee. In totaal telt Rotterdam 394 camera’s.
Maar die camera’s hebben niet overal zicht op. In de steeg achter de Witte de Withstraat bijvoorbeeld ziet de camera maar een klein gedeelte. Even verderop, op ’t Landje, een plein met een voetbalveld en speeltoestellen, was het tot twee jaar geleden een walhalla voor hangjeugd en indrinkers. Toch hingen er al die tijd twee camera’s. ‘Die hebben niet geholpen,’ zegt Mejdoubi. Wat helpt wel? ‘Praten en langskomen.’

‘Dronken mensen trekken zich niets aan van camera’s.’

Een extra paar ogen

Cameratoezicht is een hulpmiddel, extra handig sinds er is bezuinigd op blauw op straat. ‘We hebben er nu een paar ogen bij,’ zegt Mejdoubi. Maar er is te weinig mankracht om live mee te kijken met elke camera. ‘En als de politie iets ziet, duurt het even voordat ze er iemand op af kunnen sturen.’ Dat blijkt ook op de Korte Lijnbaan, waar een groep jongeren een vuurwerkbommetje afsteekt. ‘Dat gebeurt regelmatig,’ zegt Mejdoubi. Even verderop is een prullenbak uit de grond getrokken. Mejdoubi maakt er een foto van en appt die naar zijn collega’s. Er staat een camera op de vuurwerkgooiende en prullenbakvernielende jongeren gericht. Maar directe actie van politiezijde blijft uit.

‘Dronken mensen trekken zich niets aan van camera’s,’ weet Mejdoubi uit ervaring. ‘Een gesprek werkt dan vaak beter.’ Een camera heeft heus wel eens nut, vindt Mejdoubi. Maar hij vraagt zich af of het geld niet effectiever kan worden besteed. ‘Op straat zien wij incidenten eigenlijk altijd eerder,’ zegt Mejdoubi. ‘En we voorkomen ze vaak al voordat het uit de hand loopt.’

Een overheidscamera met alles erop en eraan kost al gauw vijftien- tot twintigduizend euro. Daar komt per jaar nog zo’n anderhalf- tot vijfduizend euro aan kosten bij voor onderhoud en gebruik, per camera. Dat blijkt uit ons onderzoek, waarbij we alle gemeenten van Nederland mailden, belden of bezochten om te achterhalen hoeveel camera’s ze gebruiken en sinds wanneer, waar ze staan, hoeveel ze kosten en of ze cameratoezicht evalueren.

Bekijk hier hoeveel camera’s er per gemeente hangen.

No go-zone

Het plaatsen van camera’s is lang niet altijd een succesverhaal. Een voorbeeld.

In de zomer van 2005 stuurden omwonenden van de Philipsschool in Zaltbommel een brief naar toenmalig burgemeester Albert van den Bosch (VVD): zij wilden permanent cameratoezicht in hun buurt. Vooral ’s avonds was het gebied rondom de Philipsschool een no go-zone. Dan verzamelde zich daar een groep van zo’n vijfentwintig jongeren tussen de 12 en 25 jaar. Ze gingen voor niemand aan de kant, scholden voorbijgangers uit en blokkeerden het naastgelegen parkeerterrein met afvalcontainers.

Jarenlang konden de jongeren doen en laten wat ze wilden. De buurtbewoners zamelden handtekeningen in en lieten weten cameratoezicht niet als schending van hun privacy te zullen zien. De gemeenteraad stond niet onwelwillend tegenover camera’s. Al helemaal niet nadat drie jongeren de auto van een VVD-raadslid stalen en erin gingen joyriden. In november 2009 werd tijdens een raadsvergadering besloten tot het plaatsen van camera’s. ‘Ik heb nog nooit van een gemeente gehoord waar ze ontevreden waren over cameratoezicht,’ zei burgemeester Van den Bosch bij die gelegenheid.

In 2012 werden de camera’s eindelijk geplaatst. Alleen had de gemeente de school twee jaar eerder gesloopt. De camera’s keken nu uit op een net ingezaaid grasveldje.

Burgemeester speelt een hoofdrol

In 2010 had slechts een kwart van de gemeenten camera’s. Uit onze inventarisatie blijkt dat er nu in 40 procent van de gemeenten (152 van de 380) in totaal bijna drieduizend toezichtcamera’s hangen. En het zijn niet alleen de steden, ook dorpsgemeenten als Zuidhorn, Urk en Gulpen-Wittem hebben camera’s geplaatst. Die camera’s dienen allemaal hetzelfde doel: het handhaven van de openbare orde en veiligheid.

De burgemeester speelt een hoofdrol als het gaat om cameratoezicht. De gemeenteraad bepaalt alleen of de burgemeester de bevoegdheid krijgt om camera’s te plaatsen. Vervolgens bepaalt de burgemeester of, waar en hoe lang er camera’s worden neergezet. Soms volgt een debat met de gemeenteraad na een begroting of evaluatie, maar formeel hoeft dat niet.

De camera’s moeten volgens de gemeentewet wel noodzakelijk zijn en het toezicht mag geen ongeoorloofde inbreuk op de privacy veroorzaken. Ook mogen camera’s pas worden geplaatst als eerdere – minder ingrijpende – maatregelen voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid niet hebben gewerkt. Wanneer de camera niet meer nodig is, moet deze weer verdwijnen.

De camera moet dus effect hebben. Maar hoe meet je dit effect?

‘Zeggen dat de criminaliteitscijfers omlaag zijn gegaan, zegt niks als je het niet kunt vergelijken met een plaats zónder toezicht.’

Geen wondermiddel

Door cameratoezicht te evalueren, zegt econoom Ben Vollaard, die aan de Tilburg University onderzoek doet naar criminaliteitsbeleid. ‘Maar als de doelstelling vooraf niet duidelijk is, dan kun je van alles concluderen.’

Voor een goede evaluatie is bovendien een vergelijkbare groep of plaats nodig waar géén cameratoezicht is. ‘Achteraf zeggen dat de criminaliteitscijfers omlaag zijn gegaan, zegt niks als je het niet kunt vergelijken met een plaats zónder toezicht.’

Bijna 20 procent van de gemeenten met cameratoezicht meet de effecten ervan helemaal niet, wordt duidelijk uit ons onderzoek. Zo schrijft de gemeente Dalfsen (vijf camera’s) in een reactie: ‘We staan niet zo stil bij de camera’s. Ze hangen er, er gebeurt niet echt wat en er is geen commotie om. Het gaat prima op deze manier.’

De gemeenten die het effect van cameratoezicht wel evalueren, doen dat op uiteenlopende manieren. Sommige gemeenten hebben een evaluatierapport laten opstellen door externe onderzoekers, andere laten een ambtenaar of de burgemeester twee A4’tjes optekenen.

Opvallend vaak zijn de evaluaties kritisch op het effect van cameratoezicht: het is niet te meten of het toezicht heeft niet het gewenste resultaat. Toch besluiten burgemeesters het toezicht in bijna alle gevallen te verlengen. Zo schrijft de gemeente Hoogeveen (tien camera’s) in 2011 dat het ‘lastig is om aan te tonen wat exact de bijdrage van cameratoezicht is’. De gemeente concludeert desondanks in dezelfde evaluatie dat het ‘van belang is voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid om het cameratoezicht voort te zetten’.

Dit gebeurt ook in de Stichtse Vecht (42 camera’s), waar ‘het effect van cameratoezicht erg lastig te meten is’. Ze noemen cameratoezicht dan ook ‘geen wondermiddel, maar een hulpmiddel’. Niettemin adviseert het evaluatierapport van de Utrechtse gemeente om het gebruik van de camera’s ‘te handhaven’.
In het Groningse Ter Apel, ‘asielhoofdstad van Nederland’, weet zelfs de politie het effect van de zes camera’s niet te onderbouwen in de twee pagina’s tellende evaluatie: ‘De politie geeft aan dat het nut van de camera’s zeer moeilijk te peilen is.’ Maar ook in Ter Apel werd het cameratoezicht in 2018 verlengd.

Wanneer is het succesvol?

De conclusies uit de evaluaties verrassen onderzoeker Vollaard niet. ‘Preventief fouilleren was ook altijd een succes volgens de evaluaties,’ herinnert de criminaliteitsbeleidonderzoeker zich. ‘Maar wanneer is het succesvol? Als je veel wapens vindt of juist weinig?’

Vollaard is kritisch op het camerabeleid van Nederlandse gemeenten. ‘De investering in camera’s is niet goed onderbouwd. Men hoopt op bepaalde effecten, maar is er uiteindelijk niet in geïnteresseerd.’
Hij vindt niet dat alle gemeenten in Nederland jaarlijks het cameratoezicht moeten evalueren. ‘Dat kost ook bakken met geld.’ Maar een aantal goed uitgevoerde evaluaties van cameratoezicht in een tiental representatieve gemeenten zou volgens Vollaard al helpen. ‘Een gemeente zou alleen geld moeten uitgeven aan cameratoezicht als ze het effect ervan van tevoren kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld door te refereren aan vergelijkbare situaties in vergelijkbare gemeenten.’

Camera-expert Sander Flight adviseert gemeenten, schrijft rapporten voor het ministerie van Justitie en Veiligheid en voerde tientallen evaluaties uit voor gemeenten. Volgens Flight is het geloof in het effect van cameratoezicht vaak niet op feiten gebaseerd, maar meer een soort ideologie. ‘Gemeenten kijken vaak pas achteraf naar de doelstellingen. Als er boeven worden gepakt, dan is dat dankzij de camera’s. En als er geen boeven worden gepakt, komt dat door de preventieve werking van camera’s.’

Rejo Zenger van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom vindt het gebrek aan duidelijke evaluaties kwalijk: ‘Eenmaal geplaatste camera’s blijven staan. En genomen “veiligheidsmaatregelen” worden bijna nooit herzien.’
Sander Flight onderschrijft dit. ‘Cameratoezicht is een tijdelijke maatregel,’ citeert hij de wet. ‘Maar duizend jaar is ook tijdelijk.’

Geblunder met camera’s

Bovendien is het plaatsen van een camera nog maar de eerste stap. Ervoor zorgen dat de beelden bruikbaar én toepasbaar zijn, is een ander verhaal. Er moet een uitkijkcentrum worden opgetuigd, er moet getraind personeel komen en goede samenwerking met de politie op straat.

Cameratoezicht
Deze foto’s zijn gemaakt bij uitkijkcentrum RTR-NL in Nijmegen. Zowel particulieren als politie kijken hier camerabeelden uit, onder andere die van Zaltbommel.

Daarnaast werken de nieuwste technologieën in de praktijk lang niet altijd goed. Zo werd een pilot met gezichtsherkenning in de Rotterdamse trams om zwartrijders tegen te gaan stopgezet.

In enkele gemeenten werd de afgelopen jaren ook geblunderd met camera’s. In Rotterdam moesten camera’s in het uitgaansgebied vervangen worden omdat de beelden ’s nachts niet scherp waren, in Haarlem bleken camera’s nutteloos tijdens regenval. En het zicht van een camera in IJsselstein was in de zomermaanden volledig verdwenen doordat deze uitkeek op de bladeren van een boom. Datzelfde was jarenlang het geval in Amsterdam.

Er is ook verschil tussen permanente en mobiele camera’s. Permanente camera’s staan op een vaste plek, mobiele camera’s kunnen verplaatst worden zonder al te veel bestuurlijke besluiten.

Alle camerabeelden worden maximaal 28 dagen bewaard en mogen ook gebruikt worden voor opsporing. Ook moet er live meegekeken worden met de camera’s, schrijft de gemeentewet voor. Maar niet alle gemeenten laten de politie live meekijken. Een steekproef uit de evaluaties en informatie die wij van de gemeenten hebben gekregen, wijst uit dat 20 procent van de gemeenten nooit live meekijkt met de camera’s. En waar dat wel gebeurt, is dat vaak maar af en toe: in de weekenden, in de avond.

Wel blijkt uit alle 79 evaluaties die we voor dit onderzoek hebben gelezen, dat de politie overal positief is over cameratoezicht. Camerabeelden zijn belangrijk voor de opsporing en als bewijsstuk. ‘Als camerabeelden ervoor zorgen dat een moord- of verkrachtingszaak wordt opgelost, dan weegt dat op tegen alle kosten van cameratoezicht,’ zegt camera-expert Flight.

Het is een gevoel

Een van de weinige gemeenten in Nederland waar camera’s na evaluatie weer zijn weggehaald, is Boskoop. Bij de boomkwekerijen in het Zuid-Hollandse dorp werken veel seizoenarbeiders uit Oost-Europa. De samenstelling van het dorp is daardoor veranderd. In het centrum lopen groepen mannen met blikken bier, weggedoken onder hun capuchons. Ze vallen op. Net als hun huizen midden in het centrum, makkelijk te herkennen aan de afgeplakte ruiten.

De seizoenarbeiders houden er een andere leefstijl op na dan de gemiddelde Boskoper. En dat wil wel eens tot overlast leiden, merkt Ria de Groot, voorzitter van de Boskoopse Dorpsraad. Drugshandel, inbraken en geluidsoverlast. In totaal zo’n 75 incidenten per jaar, blijkt uit een memo van de burgemeester. Maar daar draagt de lokale jeugd ook aan bij.

Het was zo erg, vertelt De Groot, dat het centrum van Boskoop in 2008 onder verscherpt toezicht kwam te staan: er kwamen extra wijkagenten en een buitengewoon opsporingsambtenaar. Maar de bewoners wilden cameratoezicht.
Dat kwam er in 2011 voor ten minste twee jaar.

Een evaluatie van de gemeente uit 2013 stelde dat cameratoezicht een nuttig instrument is. De camera’s mochten blijven hangen tot 2016. Vanaf dat jaar was Boskoop door herindeling niet meer zelfstandig, maar onderdeel van Alphen aan den Rijn, een van de veiligste gemeenten van Nederland. Alphen aan den Rijn is ook een van de gemeenten met de minste camera’s per inwoner.

Burgemeester Liesbeth Spies (CDA) besloot in 2016 dat de situatie in Boskoop niet langer om cameratoezicht vroeg. Dit tot woede van de bewoners. ‘Cameratoezicht werkt toch het beste,’ zegt De Groot. ‘Als je zo’n camera ziet, denk je wel twee keer na voordat je in een grote groep op straat bier gaat drinken.’
Maar burgemeester Spies zette haar besluit door. De camera’s moesten weg. Vanwege budgettaire redenen, maar ook omdat ze niet meer nodig waren. De meldingen van overlast namen al jaren af en enkele van de zogenoemde Polenhotels waren gesloten.

Achteraf bleek ook dat vijf van de zes camera’s al maanden niet meer aan stonden. ‘Volksverlakkerij’ noemt De Groot dat.
Is de situatie sindsdien verslechterd? Dat weet De Groot niet. Toch blijft ze in cameratoezicht geloven: ‘Het is een gevoel. Mensen denken toch dat ze met die camera’s niet meer overal mee weg kunnen komen.’
Het hele dorp hangt nog wel vol met bordjes die aangeven dat er cameratoezicht is.

Steeds meer een crimefighter

Terug naar Zaltbommel. Of eigenlijk naar buurdorp Gameren, onderdeel van de gemeente Zaltbommel. Sinds oktober 2017 haalt het dorp van tweeduizend inwoners de lokale kranten. Dankzij één inwoner: ‘de terrorbuurman’. Al jaren zorgt de man voor overlast in de buurt. Een jaar geleden kwam het tot een climax toen hij zijn overbuurman met een steen op z’n hoofd sloeg. Hij kreeg twee jaar celstraf.

Na een jaar in de cel keerde de buurman terug naar zijn woning in de Schoolstraat in Gameren. Eind september 2018 besloot waarnemend burgemeester Peter Rehwinkel (PvdA) voor ten minste drie maanden een camera voor de twee-onder-een-kapwoning van de ‘terrorbuurman’ te plaatsen. ‘Ik heb ervoor gekozen om het maximale pakket van de bevoegdheden die ik heb in te zetten,’ zegt Rehwinkel desgevraagd. ‘Die camera hadden we nog ongebruikt liggen.’

Het is exemplarisch voor de rol van de burgemeester, die steeds meer een crimefighter wordt. Althans, hij heeft daar steeds meer mogelijkheden toe, ziet bestuurskundige Niels Karsten van Tilburg University. ‘De laatste jaren heeft de burgemeester tal van nieuwe bevoegdheden gekregen, waaronder preventief fouilleren, een avondklok voor kinderen, tijdelijke huisverboden en pandsluitingen.’ En dus ook het plaatsen van een camera voor iemands huis.

Heel kostbaar

Maar burgemeesters zouden eerst naar andere, minder kostbare en simpelere opties moeten kijken om de veiligheid in hun gemeenten te verbeteren, vindt criminaliteitsbeleidonderzoeker Ben Vollaard van de Tilburg University. ‘Cameratoezicht is heel kostbaar, vaak kunnen low-techoplossingen veel preventiever zijn dan zomaar ergens een camera ophangen.’

Vollaard noemt schriklichten om wildplassers te voorkomen, verstelbare ledverlichting op pleintjes waar jongeren ’s nachts rondhangen en een vroegere sluitingstijd voor horecagelegenheden.

Camera-expert Sander Flight is kritisch op het camerabeleid van gemeenten. ‘Ze moeten de cameraposities duidelijker aangeven, strengere doelstellingen formuleren en beter evalueren.’

Flight vindt ook dat gemeenten hun burgers beter moeten informeren. ‘Cameratoezicht kan een meerwaarde hebben. Op straat als gemeenten aan voorbijgangers beter aangeven waar de camera’s hangen, en op papier als ze het effect ervan onderbouwen.’ Dat cameratoezicht nu zijn doel vaak voorbijschiet, is duidelijk, volgens Flight: ‘Nu is er gerommel aan het begin en gerommel aan het einde. Maar toch is cameratoezicht volgens gemeenten altijd een succes.’

Verantwoording

Voor dit onderzoek bevroegen we tussen september 2018 en november 2018 alle Nederlandse gemeenten over het cameratoezicht binnen hun gemeentegrenzen; 340 van de 380 gemeenten gaven (deels) antwoord op onze vragen.