Evert Nieuwenhuis houdt duurzaamheidsclaims tegen het licht. Deze week: ‘Ik zat fout. Dichtbevolkt Nederland heeft juist veel windmolens.’

En toen sloeg uw columnist de plank mis. Twee weken geleden vroeg ik mij hardop af waarom Nederland niet meer van windmolens houdt. Ooit zetten we met die even stoere als sierlijke machines de wereld naar onze hand, vandaag wil niemand de moderne variant ervan in zijn achtertuin hebben. Terwijl ook nu windturbines ons veiligheid en welvaart bieden: schone energie vermindert het stijgen van de zeespiegel en op termijn is windenergie goedkoper, zeker als we de verkapte subsidies voor fossiele brandstoffen in ogenschouw nemen (in Nederland bijna 10 miljard euro per jaar, berekende het IMF; zie de aflevering van vorige week). Onze voorvaderen omarmden de windmolens – in de Gouden Eeuw telde ons land er meer dan tienduizend, tot op de stadsmuren van Amsterdam aan toe – maar nu begroeten de inwoners van de lage landen windturbines met een ferm ‘nimby’: not in my backyard.

Een veelgehoord argument is dat Nederland te dichtbevolkt is voor nog meer windturbines. Het zijn nu eenmaal grote joekels en er is er altijd wel een achtertuin waarvan ze het uitzicht verpesten. Is dat echt zo? vroeg ik mij af. Ik sloeg aan het rekenen en concludeerde dat Nederland dichtbevolkt mag zijn, maar als je hiervoor corrigeert er opvallend weinig windturbines staan ten opzichte van andere landen. De cijfers en de som klopten, maar de redenering achter de berekening niet.

Ergo: met die vele achtertuinen (hoge dichtbevolktheid) heeft Nederland juist veel windturbines.

Het tegenovergestelde is waar, zoals onder anderen professor Wim Turkenburg mij e-mailde: het dichtbevolkte Nederland kent juist relatief veel windturbines op land. Per vierkante kilometer heeft Nederland 52 Watt aan windvermogen opgesteld (eind 2014), waarmee het op een vierde plaats in Europa staat (Duitsland heeft per vierkante kilometer de meeste capaciteit, gevolgd door Denemarken en Portugal). Geen slechte prestatie, zeker niet als je bedenkt dat Nederland na Malta het dichtsbevolktste land van Europa is. Ergo: met die vele achtertuinen (hoge dichtbevolktheid) heeft Nederland juist veel windturbines.

Ook Pieter Boot, hoofd Klimaat, lucht en energie bij het Planbureau voor de Leefomgeving, komt tot die conclusie. Hij berekende de capaciteit om windenergie op te wekken per vierkante kilometer voor enkele Europese landen en corrigeerde dit voor bevolkingsdichtheid op een betere manier dan ik deed: als een land vier keer dichtbevolkter is dan het Europees gemiddelde (zoals Nederland), tellen de opgestelde windturbines vier keer zwaarder. Nederland staat dan juist bovenaan.

Nederland is – terecht – van plan om nog veel meer windturbines te plaatsen. In het Energieakkoord is afgesproken om in 2020 op land ruim twee keer meer windenergie op te wekken dan nu. Is dat verstandig? En zo ja, hoe moet dat dan met onze achtertuinen? Daarover volgende week meer. Intussen stof ik mijn schoolboeken wiskunde af en bied ik u mijn excuses aan.