Eigenlijk is het niet zo relevant hoe oud Guno Jones is, vindt Guno Jones. ‘Het suggereert dat mensen in te delen zijn in bepaalde fases en dat er kenmerken bij die fases horen. Wijsheid bij ouderdom, of misschien het tegenovergestelde. Of het jeugdige is vitaal en seniore burgers zijn minder vitaal. Ik vind het interessanter om te spreken in termen als welke ervaring iemand heeft opgedaan. Er zijn mensen van 20, 25 die enorm veel hebben meegemaakt. Veel meer dan ik ooit zou kúnnen meemaken.’

Jones promoveerde in 2007 op een analyse van het politieke debat over burgers uit de voormalige kolonies. Sindsdien doet hij onderzoek, bijvoorbeeld naar postkoloniale migratie, nationale identiteit, burgerschap, het werk van Anton de Kom en hoe (politieke) partijen met het slavernijverleden omgaan. De evidente rode draad in zijn werk: het koloniale verleden van Nederland en vooral de doorwerking daarvan.

Die specialisatie heeft te maken met ‘de toevallige loop van zijn leven,’ vertelt hij, en de positie van waaruit hij de samenleving begrijpt. ‘Iedereen heeft een bepaalde ingang tot de samenleving. Als je uit een Drents arbeidersgezin komt, dan ben je waarschijnlijk beter bekend met de uitbuiting van arbeiders in Drenthe dan een ander.’ Zoiets geldt ook voor Jones, met ‘familie en schoonfamilie uit alle delen van het koninkrijk.’ Door Jones’ relatie tot de Nederlandse geschiedenis is hij zich beter bewust van de ‘schaduwkanten’ van het kolonialisme. ‘Van dingen die veel Nederlanders eigenlijk niet willen weten, maar die op allerlei manieren doorwerken in de samenleving.’

een moedig man

Dat gold ook voor zijn inspirator en naamgever van de leerstoel, Anton de Kom. Als Jones zegt dat levenservaring belangrijker is dan leeftijd, dan is dat ook van toepassing op De Kom, vindt hij. De Kom was auteur en activist tegen de koloniale onderdrukking en uitbuiting van Suriname door Nederland. Als dertiger publiceerde hij zijn magnum opus Wij slaven van Suriname, een aanklacht tegen het regime van de bezetter. ‘Hij heeft op een briljante manier de elementen van het kolonialisme, koloniale uitbuiting en de doorwerking daarvan in kaart gebracht,’ zegt Jones.

Dat werd De Kom niet in dank afgenomen. Hij werd in 1933 gevangengenomen door de koloniale autoriteiten, uit zijn geliefde Suriname verbannen en per boot naar Nederland gestuurd.

Desondanks sloot Anton de Kom zich aan bij het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jones: ‘Hij was zich voortdurend bewust van de vraag: wie wordt in welke context onderdrukt of uitgebuit?’

De Kom schreef voor verschillende bladen tegen het fascisme en antisemitisme en ‘leverde tevens koeriersdiensten’. Dat heeft hij met zijn leven moeten bekopen. Op 47-jarige leeftijd stierf hij in concentratiekamp Sandbostel.

Kortom, een moedig man. Alleen erkenning bleef lange tijd uit. Pas vorig jaar maakte de Nederlandse regering bij monde van Wopke Hoekstra (destijds minister van Buitenlandse Zaken) excuses aan de nazaten van De Kom, voor ‘het leed dat hij en zijn gezin hebben ondervonden door toedoen van de toenmalige Nederlandse autoriteiten’.

‘Het instituut van slavernij is medebepalend geweest voor wat Nederland geworden is, samen met het bredere verhaal van kolonialisme.’

Daarnaast werd besloten dat De Kom eerherstel moest worden verleend. In overleg met zijn familie en de Anton de Kom Stichting werd daarom de Anton de Kom-leerstoel in het leven geroepen, die na een selectieprocedure aan de Vrije Universiteit Amsterdam werd gevestigd. De leerstoel moet zich richten op onderzoek naar de geschiedenis van kolonialisme en slavernij en hun doorwerking in het heden – De Koms gedachtegoed is daarin een inspiratiebron. De volledige titel van het hoogleraarschap is een aardige mond vol. Jones leest het voor: ‘Anton de Kom-leerstoel voor de geschiedenis van kolonialisme en slavernij en hun hedendaagse sociale, culturele en juridische doorwerking’.

Sinds afgelopen december is Jones de eerste bekleder van de leerstoel, die wordt gefinancierd door het Rijk.

Dat verleden moet bestudeerd en herdacht worden, vindt Jones. ‘Er moet worden aangegeven: dit instituut van slavernij is medebepalend geweest voor wat Nederland geworden is. En de slavernij niet alleen, maar samen met het bredere verhaal van kolonialisme, onteigening van de grond van Inheemsen, uitbuiting van tot slaaf gemaakten en de uitbuiting van contractarbeiders.’

Vorig jaar boden (demissionair) premier Mark Rutte en koning Willem-Alexander excuses aan voor het slavernijverleden. Wat vond u daarvan?

‘Ik vond het betekenisvolle momenten. Ze waren het resultaat van een emancipatieproces van vele generaties nazaten van tot slaaf gemaakten en hun bondgenoten. Die hebben zich jarenlang ingezet voor herdenking en erkenning van het koloniale verleden in de publieke ruimte, en voor excuses. Je kan het niet los zien van decennia aan activisme. De vraag is voor mij wel hoe duurzaam het effect ervan is. Gaat het gepaard met een diepere reflectie over wat het kolonialisme was?’

En als u die vraag eens beantwoordt?

‘Ik vrees dat het oppervlakkige erkenning is geweest.’

Dit is het Herdenkingsjaar Slavernijverleden, zijn we niet juist druk bezig?

‘Er is een verschil tussen symbolisch herdenken en je rekenschap geven van je koloniale verleden. Als je dat doet dan zou je bijvoorbeeld kritisch moeten kijken naar migratiepolitiek. Toen er vluchtelingen uit Oekraïne naar Nederland en andere landen in Europa kwamen, werd er onderscheid gemaakt tussen mensen met de Oekraïense nationaliteit en zonder. Er kwam een speciale regeling waardoor Oekraïners allerlei beschermingen kregen. Ze mochten zich vrij verplaatsen, kregen bepaalde sociale rechten en de arbeidsmarkt werd voor ze opengesteld. Dat gold niet voor derdelanders. Mensen die getroffen werden door dezelfde oorlog vielen onder een verschillend juridisch regime. Dat waren vaak mensen uit voormalige kolonies, uit India en Afrikaanse landen. Die gaan nu een hele onzekere toekomst tegemoet, terwijl witte Oekraïners op allerlei manieren gefaciliteerd worden. Dat faciliteren is natuurlijk goed, maar er wordt een raciaal onderscheid gemaakt.’

Mensen met rechten en mensen zonder

Het opdelen van mensen in categorieën noemt Jones ‘de politiek van het classificeren’. Die was in het koloniale Nederland vrij overzichtelijk. Tijdens de slavernij waren er mensen met rechten en mensen zonder. Tegenwoordig gaat het volgens Jones om ‘onvoorwaardelijke en voorwaardelijke burgers’. ‘Onvoorwaardelijke burgers zijn burgers van wie niet wordt bevraagd of ze bij Nederland horen, of ze nu een migratiegeschiedenis hebben of niet. Dat meent men te kunnen afzien aan naam of uiterlijk. En je hebt een categorie burgers die op allerlei manieren signalen krijgen dat ze hier eigenlijk niet thuishoren, ook al zijn ze hier misschien geboren.’

‘Als je je bewust bent van hoe classificatie werkte in de koloniale tijd en direct erna, dan zorg je dat er géén toeslagenaffaire wordt gecreëerd door onderscheid te maken tussen twee categorieën burgers.’

Eén groep wordt als norm voor ‘de Nederlander’ gezien, terwijl je rekenschap geven van de koloniale tijd juist ook te maken heeft met het bestrijden van dergelijke mechanismen, vindt Jones. En niet louter met sorry zeggen. ‘Als je je bewust bent van hoe classificatie werkte in de koloniale tijd en direct erna, dan zorg je dat er géén toeslagenaffaire wordt gecreëerd door onderscheid te maken tussen twee categorieën burgers. Als je je ervan bewust bent dat de medische wetenschap, bijvoorbeeld de dermatologie, eurocentrisch is en niet geënt op lichamen uit voormalige kolonies, dan zorg je ervoor dat er kennis komt waardoor je iedereen kan bedienen. Als je weet dat discriminatie op de arbeidsmarkt keer op keer wordt aangetoond, dan zorg je ervoor dat er wetgeving komt om dat aan te pakken.’

retoriek

Er is volgens Jones een nog recenter teken dat de excuses voor het slavernijverleden oppervlakkig waren: ‘Dezelfde partij die de excuses aangeboden heeft (de VVD, red.), onderhandelt nu met een extreemrechtse partij, die in haar verkiezingsprogramma en politieke retoriek in essentie tweederangs burgerschap voorstaat. Dan heb je de les niet geleerd, uit de excuses.’

In het PVV-verkiezingsprogramma staat: ‘De excuses voor het slavernijverleden en de politionele acties, zoals gedaan door de koning, worden ingetrokken.’

‘Dat zegt eigenlijk alles. Je kan zeggen dat zij de erkenning van het slavernijverleden en de doorwerking ervan niet omarmen. Het erge is eigenlijk dat niemand er een punt van lijkt te maken, dat dit soort problematische voorstellen worden gedaan. Tenminste, niemand die nu aan de onderhandelingstafel zit. Het is me althans niet opgevallen.’

Er is toch door formerende partijen gezegd dat de PVV standpunten moet terugnemen? De partij heeft ook wetsvoorstellen ingetrokken.

‘Het wereldbeeld waar de PVV van uitgaat, is een vijandbeeld. Wij tegen de anderen. Ze moeten niets hebben van emancipatie, ook waar het om seksuele emancipatie gaat. Dat is allemaal maar woke, allemaal onzin. De partij heeft vaak genoeg aangegeven dat ze haar wereldbeeld wil omzetten in wetgeving. Het is niet incidenteel wat de PVV wil. Het is ook niet zo dat de leider van de partij ooit heeft gezegd: “maar ik bedoel het niet zo”. Was dat maar zo. Er zit een patroon in.’

Wat zegt het over Nederland dat de PVV de grootste partij is geworden?

‘Nou, om terug te komen op de vraag of de erkenning voor het kolonialisme en slavernijverleden diepgaand is doorgedrongen in de samenleving: het zegt dat die noodzaak tot erkenning onvoldoende onderdeel geworden is van het bewustzijn van de kiezers die op de PVV gestemd hebben.’

Weet de gemiddelde Nederlander genoeg over het slavernijverleden?

‘Ik vermoed van niet. Je hebt soms een soort willful ignorance, dat men het niet wil weten.’

Demissionair minister Robbert Dijkgraaf (OCW) zei in Het Parool dat veel Nederlanders wel degelijk meer willen weten over het slavernijverleden, en dat er in 2022 Kamerbrede instemming was om beleid te voeren over het slavernijverleden.

‘Het zijn tegengestelde tendensen. Want aan de andere kant zie je een investering in een problematisch nationaal zelfbeeld. Er leeft een bepaald idee over onze nationale identiteit: we zijn groot, we zijn goed, we zijn verlicht, we zijn een handelsvolk. Een kenmerk van ieder nationaal zelfbeeld is dat men de schaduwzijden van de geschiedenis niet onder ogen wil zien. Het hele project van erkenning van het slavernijverleden heeft juist te maken met het onder ogen zien van die schaduwkant. Je ziet heen-en-weer-gaande bewegingen. Bijvoorbeeld in 2012, toen werd de subsidie voor instituten die zich met kolonialisme en slavernij bezighielden ingetrokken. Je krijgt vroeg of laat te maken met een backlash, die is vaak etno-nationalistisch. Die is uit op morele zuiverheid en het creëren van het idee dat Nederland een in essentie onschuldige samenleving is. Maar daar wordt niemand beter van.’

Organisch intellectueel

De Anton de Kom-leerstoel is expliciet bedoeld om wél te reflecteren op het koloniale verleden en de doorwerking ervan in het heden. Om die ambities in goede banen te leiden, werkt Jones aan een leerstoelplan. Daarin staat wat hij als Anton de Kom-professor beoogt te doen en wat de wereld een beetje kan verwachten. Zo zal Jones samenwerken met de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Hoe dat verband er precies zal uitzien, is nog niet zeker. Waarschijnlijk zal Jones in samenwerking met anderen promovendi of onderzoekers begeleiden of bijstaan. ‘Onderdeel van de leerstoel is ook een academische werkplaats. Het idee is dat onderzoekers en mensen uit de samenleving daar rondom bepaalde thema’s gaan samenwerken,’ zegt hij. Daarnaast zal Jones – in nauwe samenwerking met collega’s – onderzoek doen. Bijvoorbeeld naar hoe het recht en de slavernij met elkaar verweven waren, naar interraciale relaties in de koloniale tijd en naar de rol van het koninklijk huis gedurende het kolonialisme.

‘De Kom was echt een organisch intellectueel. Hij heeft ook een kritiek op het kapitalisme geformuleerd en een ecologisch bewustzijn ontwikkeld.’

Dat alles gebeurt met het leven en oeuvre van Anton de Kom als theoretisch kader. Jones wil aan de hand daarvan doordenken over ‘de hedendaagse samenleving’, en kijken of hij er mogelijk op kan voortborduren. Bovendien bestaat het werk van De Kom uit méér dan alleen een kritiek op het kolonialisme, zegt hij. ‘De Kom was echt een organisch intellectueel. Hij heeft ook een kritiek op het kapitalisme geformuleerd en nagedacht over wat daarna zou kunnen ontstaan. Het ging hem niet alleen om tot slaaf gemaakten of nazaten daarvan, maar ook om contractarbeiders. De Kom was daarnaast iemand die nadacht over de schoonheid van de natuur in Suriname, lang voordat we een ecologisch bewustzijn ontwikkelden.’

Wat maakt Anton de Kom vandaag de dag nog relevant?

‘Anton de Kom leefde in een tijd dat Suriname nog door Nederland werd gekoloniseerd. Hij kon niet weten wat er na de staatkundige onafhankelijkheid zou gebeuren met het burgerschap van burgers uit kolonies, met migratiepolitiek en het fenomeen Fort Europa. Koloniale politiek is ook mobiliteitspolitiek. Dat gaat om de controle van lichamen van burgers: je haalt ze weg, houdt ze op hun plek of brengt ze naar het moederland. Dat was onderdeel van de koloniale orde. Maar nu, in die post-onafhankelijke samenleving, kun je ineens zien dat er een internationaal migratieregime is ontstaan dat nadelig is voor mensen uit de voormalige kolonies. Mensen uit voormalige kolonies hebben voor veel meer landen een visum nodig dan mensen uit voormalige moederlanden. Die kunnen zich in veel grotere mate visumvrij over de aarde verplaatsen.’

Uitputtingsrelatie

Hoewel Jones ‘op geen enkele manier wil suggereren’ dat hij ‘in de schoenen van Anton de Kom zou kunnen staan’, hebben beiden wel iets gemeen: een antikapitalistische inborst. ‘Anton de Kom had een vergezicht. Daarin waren de arbeiders de eigenaren van de productiemiddelen, niet de aandeelhouders. Hij was communistisch in zijn oriëntatie.’

Na hun onafhankelijkheid moesten voormalige kolonies opgaan in de ‘internationale kapitalistische wereldorde’, zegt Jones. ‘Je kreeg de internationalisering van het kapitaal, maar niet de internationalisering van het pleidooi voor de rechten van arbeiders. De vakbonden zijn allemaal nationaal georganiseerd, het gaat niet over: hoe kunnen we de uitbuiting van arbeiders in de internationale context tegengaan? De Kom was een internationalist, communisten waren internationalisten. Je had de Communistische Internationale, ‘arbeiders aller landen verenigt u’. Na de Koude Oorlog zag men het communisme alleen maar als totalitaire ideologie en werd niet gekeken naar de fundamentele economische kritiek. De Kom werd gezien als communistische agitator, terwijl hij pacifist was. Zijn werk leent zich goed voor kritiek op het kapitalisme.’

Wat is volgens u de relatie tussen kapitalisme en kolonialisme?

‘Gebiedsverovering, onteigening van grond van Inheemsen, slavernij en contractarbeid zijn onderdeel van het ontstaan van het kapitalisme. De relatie tussen mensen onderling en tussen mensen en hun omgeving is een uitputtingsrelatie geworden. Die uitbuiting van mensen en grond, het idee dat je je grond kan toe-eigenen en dat die niet een gemeenschap toebehoort, die manier van denken is tijdens het kolonialisme ontstaan. In de plantage-economie. Het is onderdeel geworden van de kapitalistische wereldorde.

We zitten in een samenleving met grote ongelijkheid. Het neoliberalisme, waaraan competitie, zelfverrijking en steeds maar groeien inherent zijn. We hebben een bepaald idee gekregen wat het betekent om mens te zijn. Dat gaat niet uit van dat je ingebed bent in een groter geheel en dat je verantwoordelijk bent voor elkaar. Wat wordt gestimuleerd, is individuele ontwikkeling, individuele groei en individuele verrijking. Vermeerdering. Dat wordt op nationale schaal gereflecteerd: voortdurende groei van de economie zonder dat je je afvraagt ten koste waarvan. Groei ten koste van alles, ook ten koste van jezelf. Iedereen is uitgeput.’

Bent u uitgeput?

‘Nou, als je je op mijn kennisveld begeeft, dan moet je oppassen. Je bent met schaduwkanten bezig: van de geschiedenis, van het bestaan, van de samenleving, van de mens.’

Hoe kan het Nederlandse slavernijverleden het best herdacht worden volgens u?

‘Je moet het verleden niet verbijzonderen, maar uitleggen hoe het is gerelateerd aan wat zichtbaar is in de hedendaagse samenleving. Het feit dat we allemaal een tekort aan middelen hebben, heeft te maken met de kapitalistische orde. We hebben schaarste: onzekerheid over ons brood, onzekerheid of we een dak boven ons hoofd hebben, onzekerheid over onze oude dag. Dat heeft direct een relatie met het kapitalisme. Er zijn samenlevingsvormen geweest in het verleden waarin iedereen gegarandeerd was van een stuk grond, de gemeenschap zorgde voor de ouderen, enzovoorts. Ik zeg niet dat we terug kunnen daarnaartoe, maar het systeem dat Anton de Kom bekritiseerde, was een systeem van uitbuiting. We hebben nu te maken met de zure vruchten daarvan: een ecologische crisis, woningnood, armoede, inflatie.

‘De slavernij is heel dichtbij, verweven met het verleden en heden van Nederland. Het is de vraag of mensen daarvoor openstaan.’

Sommige dingen zijn gewoon ingewikkeld. Dan hoop je dat mensen niet alleen op TikTok kijken, soms moet je ook gewoon lezen om iets te snappen. Dat is een van de uitdagingen, de sociale-medialisering van de cultuur. Maar je moet het ook op een zo toegankelijk mogelijke manier brengen. Exposities in musea zijn een goede manier om dat te doen, of documentaires. Of erfgoedtours, bijvoorbeeld over de Amsterdamse grachten. Daar wordt gewoon uitgelegd: dit gebouw staat er om die reden, met deze geschiedenis. Dan leg je direct de link, op een tastbare manier.’

Je moet laten zien dat de geschiedenis nog heel dichtbij is?

‘Zeker. En dat er slechts enkele generaties terug nog slavernij was. Ik was laatst bij een bijeenkomst over de Surinaamse componist Helstone. Aan het einde van de negentiende eeuw was hij nog tot slaaf gemaakt. Toen werd hij vrij, is gaan studeren en belandde in Leipzig op het conservatorium. En hij is een klassieke componist geworden, zijn erfenis is een verrijking voor de cultuur. Op die manier is het ook heel dichtbij: hij werd geboren in slavernij en groeide in één generatie uit tot groot componist die cum laude is afgestudeerd. De slavernij is in die zin heel dichtbij, verweven met het verleden en heden van Nederland. Het is maar de vraag of mensen daarvoor openstaan.’

U werkt in een spanningsveld, zeker met de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen in het achterhoofd. Heeft u daar last van?

‘Dat gaan we zien. In het verleden heeft een dergelijk spanningsveld het werk wel bemoeilijkt. Mensen konden heel lang geen of onvoldoende financiering vinden voor dit soort onderzoek. Veel werk is zonder veel middelen gedaan. We organiseerden onze eigen studiegroepjes, daar kregen we geen cent onderzoeksubsidie voor. Het was niet zo dat er helemaal geen ruimte of geld voor was, maar je merkte dat onderzoek naar het koloniale verleden niet tot de mainstream behoorde. Vooral ook de manier waarop je het wilde doen. Als je wilde nadenken over diversiteit in de Nederlandse samenleving, ging je het dan hebben over hoe verschillend iedereen is? Of over culinaire tradities? Of ging je het hebben over de dingen die bepalend zijn voor de positie van mensen? Toegang tot de arbeidsmarkt, uitsluitingsmechanismen, systemisch racisme, roofkunst? Er gebeurde wel van alles, maar het had voor iedereen een enorme prijs.’

Ook voor u?

‘Je betaalt altijd een prijs als je je met dit onderwerp uiteenzet. Maar ik heb heel lang in betrekkelijke stilte mijn werk kunnen doen. Nu sta ik wat meer in de spotlights, maar bekendheid is vergankelijk. Alles verdwijnt.’