Op vrijdag, om 13:17 uur, zit zijn mond vol. Een wit servetje hangt over zijn onderlip. Helemaal achter in zijn keel glinstert een rood blikje dat alles blokkeert. Over zijn dubbele onderkin, die vanmorgen nog blonk en door een kleuter werd gekust, druipt een roze, kleverige substantie. De vieze druppels vormen een plasje op de grond.

‘Hé papier! Papier hier,’ galmt het directief op het bijna verlaten pleintje. De lucht is grauw, het miezert, maar toch verorbert een gezin de laatste restanten van de lunch in de buitenlucht. Cherrytomaten en bosbessen uit blauwe bakjes. De twee kinderen, oma en moeder drinken frisdrank uit een pakje met een rietje; vader neemt een flinke teug uit een blik bier.

Een volle Holle Bolle Gijs heeft geen aantrekkingskracht op een druilerige doordeweekse dag in pretpark de Efteling. Twintig minuten lang roept hij zonder dat een passant hem ook maar een blik waardig gunt. ‘Hé papier! Papier hier.’

Alleen die ene grijsaard remt zijn scootmobiel...