Om kwart over negen is het nog rustig op de democratische school DOE040, gevestigd in een voormalige school voor speciaal onderwijs in een lommerrijke buitenwijk van Veldhoven. Van de 82 leerlingen van vier tot eenentwintig jaar die hier naar school gaan, is hoogstens een kwart binnengedruppeld.
Aflevering gemist?
In het lege technieklokaal klinkt klassieke muziek. In de live-action role-playing-ruimte zit één in het zwart geklede jongen op een tafel gebogen over zijn mobieltje. Op het binnenplein vergelijken onder een camouflagenet vier jongens van een jaar of dertien in korte broek de littekens en schrammen op hun benen. In één lokaal doen drie meisjes en een jongen van een jaar of vier hun eerste dictee. ‘Krokodil,’ zegt begeleider Suzanne Thissen. ‘Als je niet weet hoe je het moet schrijven, doe je alleen de letters die je wel weet.’ K O, schrijft de kleinste van het stel. Ergens ligt, net als op elke democratische school met oudere leerlingen, een puber te slapen.
Wie voor het eerst op een democratische school komt, ziet in eerste instantie vooral wat afwezig is: nauwelijks lessen, geen penetrante bel en geen docenten die de wind eronder hebben. Net als op reguliere scholen is er wel verveling, maar die is vooral buiten de lessen te zien en andere activiteiten te zien. Wie geen zin heeft, hoeft immers niet. De grote vraag is natuurlijk of je zo kunt leren wat nodig is.
Leerresultaten
Democratische scholen stellen van wel. Maar alleen De Vallei, die bekostigd is, meldt op haar site wat haar resultaten zijn in termen van de doorstroom naar het voortgezet onderwijs. De Vrije Ruimte heeft de cijfers niet paraat. ‘We zouden het eens uit moeten zoeken,’ zegt directeur Marty Smit.
Ook bij DOE040 kunnen ze geen cijfers noemen omdat ze pas sinds 2014 bestaan. ‘Cijfers en diploma’s zijn niet het enige wat telt,’ relativeert DOE040-directeur Jacqueline van Ewijk. ‘Werkgevers van Brainport Eindhoven bijvoorbeeld klagen steen en been: jonge mensen hebben wel diploma’s maar kunnen niet wat we werkelijk nodig hebben.’
De Ruimte in Soest – de oudste democratische school van Nederland en met 140 leerlingen een van de grotere – meldt desgevraagd: de meerderheid van de leerlingen stroomt door naar het mbo.
Vanuit hun onderwijsfilosofie is de weerzin tegen het meten van prestaties om te vergelijken logisch.
Vanuit hun onderwijsfilosofie is de weerzin tegen het meten van prestaties om te vergelijken logisch: als je vindt dat iedereen zich moet ontwikkelen op eigen wijze en in eigen tempo, dan is het vergelijken van jouw resultaten in Nederlands, Engels of wiskunde met leeftijdsgenoten in de rest van het land zinloos. Democratische scholen vinden dat vergelijken bovendien schadelijk kan zijn. ‘Vergelijken maakt kinderen onzeker. Dat zie je in het reguliere onderwijs waar vmbo-ers het idee hebben dat ze minder zijn,’ zegt Maaike van Mourik van De Vallei.
Motivatie
Particuliere scholen zijn ook niet verplicht leerresultaten te laten zien aan de Onderwijsinspectie, zo meldt het Onderzoekskader Niet Bekostigd Onderwijs, de instructielijst aan de hand waarvan schoolinspecteurs tweejaarlijks particuliere scholen de maat neemt. Maar dat betekent níet dat de Inspectie niet let op wat kinderen op democratische scholen leren. Dat doet ze wél.
Alle scholen, ook particuliere, moeten namelijk een leerlingvolgsysteem gebruiken aan de hand waarvan inspecteurs kunnen zien of kinderen zich wel ontwikkelen, onder andere in de kerngebieden. Dat zijn voor de basisschool met name Nederlands, rekenen en wiskunde en in het voortgezet onderwijs Nederlands, Engels, rekenen en wiskunde. Zijn de vorderingen ondermaats, dan is dat een onderwerp van gesprek met de school. Omdat er soms een goede reden is waarom kinderen zich anders ontwikkelen dan leeftijdsgenoten – ziekte, psychische problemen of omdat ze stuk gelopen zijn op een reguliere school bijvoorbeeld – is het ontbreken van vorderingen daarin niet automatisch alarmerend.
‘Het eerste wat hij deed, was op de bank gaan liggen. Als je maar niet denkt dat ik hier wat ga doen, zei hij steeds.’
Van Ewijk noemt als voorbeeld Noud, die op zijn zestiende naar DOE040 kwam nadat hij op meerdere scholen was afgehaakt. ‘Het eerste wat hij deed, was op de bank gaan liggen. Als je maar niet denkt dat ik hier wat ga doen, zei hij steeds. Na drie weken stond hij toch maar eens op. Maar ik wil geen les, waarschuwde hij. Uiteindelijk heeft hij een paar vakken op vmbo-niveau gedaan en is hij stage gaan lopen in een verpleeghuis bij demente bejaarden. Hij bleek een natuurtalent en werkt er nog steeds.’
Eenzijdige focus
Maar lang niet iedere leerling vindt zijn draai op een democratische school. Een meisje van vijftien haakte op DOE040 af omdat ze naar eigen zeggen niet werd uitgedaagd. Ze kwam aan het woord in een uitzending van De Monitor van begin dit jaar, getiteld ‘Is de vrijheid van onderwijs doorgeslagen?’
‘Waarom heeft het programma niet gevraagd of ze haar leerlingendossier in mochten zien?’ reageert directeur Van Ewijk. De ouder van een jongen van tien wiens moeder werd geïnterviewd was ontevreden omdat haar kind niet was toegelaten. Van Ewijk, opnieuw verbolgen: ‘Als je als school aangeeft dat je een kind niet kunt bieden wat het nodig heeft, dan moet je als ouder op zoek naar iets anders. Dan is het niet in het belang van het kind naar de media de stappen.’
Onderwijsvernieuwingen baren altijd critici. Dat was al zo bij de Reformpedagogen – Montessori, Freinet, Parkhurst (Dalton), Petersen (Jenaplan) en Steiner (Vrije School) begin twintigste eeuw, aldus Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland van historicus Piet de Rooy. Het was ook te zien bij Iederwijs begin deze eeuw, zo blijkt uit de reconstructie die ik maakte van de opkomst en ondergang van Iederwijs. Iederwijs-kinderen worden ‘social dropouts zonder basiskennis,’ voorspelde onderwijseconoom Henriëtte Maassen van den Brink destijds.
Uit het alumni-onderzoek dat ik deed van de eerste Iederwijs-school, bleek dat niet te kloppen. Iederwijs-leerlingen stroomden bijna allemaal door naar reguliere scholen en kijken meestal met tevredenheid terug op de persoonlijke ontwikkeling die ze daar doormaakten.
Goed onderwijs is onderwijs met een hoge output, gemeten in diploma-opbrengsten.
In de discussie over democratische scholen voeren zorgen over de schoolse leerprestaties vaak de boventoon. De Rooy noemt als verklaring de opkomst van het rendementsdenken vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw. Goed onderwijs is onderwijs met een hoge output, gemeten in diploma-opbrengsten. Maar zelfs de Onderwijsraad – tegenwoordig onder leiding van voormalig Iederwijs-critica Henriëtte Maassen van den Brink – vindt dat ons onderwijs zich teveel richt op meetbare doelen. ‘De samenleving heeft ook behoefte aan creativiteit, probleemoplossend vermogen, samenwerking, culturele en morele sensitiviteit, zorgzaamheid en vakmanschap,’ schrijven ze in het rapport Een smalle kijk op onderwijskwaliteit uit 2013.
Uitwas of toekomstbelofte?
Zijn democratische scholen dan niet zozeer een uitwas van de vrijheid van onderwijs, maar veeleer het onderwijs van de toekomst? Democratische scholen vinden van wel. De Vrije Ruimte-directeur Smit: ‘Democratisch onderwijs is gezonder onderwijs.’ De Vallei, de Vrije Ruimte en DOE040 willen dan ook graag bekostigd worden. Met het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen dat Onderwijsminister Slob na de zomer wil indienen, wordt dat in principe makkelijker.
Maar er is een adder onder het gras: straks mag je pas starten als je voldoet aan de stichtingsnorm van circa tweehonderd leerlingen. Nu hoef je die norm als beginnende school pas binnen vijf jaar te halen. Democratische scholen willen bovendien niet zo groot worden. Van Ewijk voorziet daarom dat vooral grote scholengemeenschappen de wet gaan gebruiken om met nieuwe onderwijsconcepten te beginnen. Een nieuwe school starten heeft namelijk als voordeel dat je behalve geld per leerling ook een soort startgeld krijgt.
Wie bekostigd wil worden, moet concessies doen aan zijn onderwijsconcept.
Bekostiging heeft voor democratische scholen als nadeel: meer regels zoals het aantonen van leerresultaten waarbij leerlingen worden vergeleken met andere leeftijdsgenoten. Dat staat haaks op de democratische onderwijsfilosofie waarin je kinderen met zichzelf vergelijkt en niet met andere kinderen die andere talenten en mogelijkheden hebben. Wie bekostigd wil worden, moet dus concessies doen aan zijn onderwijsconcept. Of dat erg is? Van Mourik: ‘Uiteindelijk gaat het om de vraag: wanneer is een kind gelukt? Is het belangrijk om zo hoog mogelijk te scoren of is het belangrijk om te ontdekken wie je bent en dat te vinden in het leven waar je goed in bent?’
De namen van de leerlingen in dit artikel zijn om privacy-redenen gefingeerd.
Democratische school DOE040 klaagt De Monitor aan
Het programma De Monitor liet in ‘Is de vrijheid van onderwijs doorgeslagen’ van 6 februari 2018 twee ontevreden ouders aan het woord van kinderen die na verschillende scholen achter zich gelaten te hebben, dachten op DOE040 eindelijk hun heil te hebben gevonden. DOE040 diende een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek: De Monitor zou onzorgvuldige journalistiek bedreven hebben en hebben nagelaten goed onderzoek te doen naar de achtergrond van de klachten. Op 3 september oordeelde de Raad dat de klacht gegrond was. De Monitor heeft zonder nader onderzoek DOE040 beschuldigd van ‘emotionele mishandeling’ en heeft de reactie van de school onvoldoende in haar programma verwerkt en ten onrechte gesuggereerd dat de school niet zou hebben willen meewerken aan het programma.
In de aflevering ‘Avatars op school’ van 27 maart onthulde De Monitor dat een aantal oprichters van democratische school De Ruimte in Soest en een ouder van DOE040 Avatar-master waren. Was er soms sprake van indoctrinatie door Avatar, dat met het sektarische Scientology vergeleken wordt? De betrokken scholen ontkenden Avatar-invloed op hun onderwijs in alle toonaarden.
D66-onderwijsspecialist Paul van Meenen en Peter Kwint (SP) bevroegen de minister van Onderwijs over zowel de Avatar-diensten als de kwaliteit. ‘De inspectie heeft geen aanleiding gezien om het onderwijs op de betreffende school als onvoldoende te kwalificeren,’ antwoordde deze op 7 maart. Slob stelde ook dat het ‘aanbieden van aanvullende betaalde diensten, ook in de vorm van therapie, coaching of remedial teaching, toelaatbaar is en wenselijk kan zijn.’


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.