‘We willen liever buiten spelen,’ zegt een van de twee meisjes van ongeveer zes die op de drempel staan van het leeslokaal van democratische basisschool De Vallei in Driel. Er zitten zo’n 170 leerlingen. ‘Bijna niemand wil binnen zitten met dit met mooie weer,’ lacht begeleider Chantal Roncken. Door het raam zijn de in kleurige shirts en jurkjes gestoken kinderen op het speelplein te zien.

Lees ookLees hier deel 1: Democratische scholen: toekomst of uitwas?24 juli 2018

De drie meisjes van vijf die blijven, schuiven hun stoel aan de lage beukenhouten tafel. Het woord ‘roos’ staat op het programma. Roncken leest voor uit De mooiste roos van de hele wereld. Na een kwartier stapt een nieuw meisje binnen, ook een jaar of vijf. ‘Je mag ook meedoen,’ zegt Roncken. ‘En je mag ook altijd weer weggaan.’

Op democratische scholen mogen leerlingen zelf kiezen of ze bijvoorbeeld ‘roos’ willen leren spellen of liever buiten willen spelen. ‘Spelen is een vaardigheid die je nodig hebt om in een steeds veranderende omgeving te kunnen functioneren,’ meldt de schoolgids. Spelen is, behalve als doel op zich, vaak het startpunt van een gerichte wens om iets te leren. Al hoeft dat geen schoolvak te zijn. Het A4tje dat in de gang hangt en waar het rooster van die week op staat, vermeldt behalve taal en rekenen ook: klimmen, smoothies maken en acrobatische gym.

Pannenkoeken leren bakken

Dat kinderen leren lezen, schrijven en rekenen is een ‘natuurlijk’ bijproduct van het feit dat ze deelnemen aan een samenleving waarin je die dingen nu eenmaal moet kunnen. Wie pannenkoeken wil leren bakken, moet leren met gewichten te rekenen en wie op bezoek wil bij een bedrijf, moet een mail kunnen schrijven. Testen hoe ver je bent in een schoolvak, mag altijd. Maar afgezien van de eindtoets, die elke basisschoolleerling in Nederland moet doen, zijn toetsen op democratische scholen niet verplicht.

Dwang om schoolvakken te leren, creëert bij veel kinderen frustraties. Dat zit ‘natuurlijk leren’ in de weg.

Dwang om schoolvakken te leren, creëert bij veel kinderen frustraties, aldus de filosofie. Dat zit ‘natuurlijk leren’ in de weg. ‘Op mijn oude school kon ik niet zelf kiezen wat ik wilde doen,’ zegt Mara (11). Een dergelijk antwoord geven veel leerlingen op de vraag waarom ze van een reguliere school zijn overgestapt naar een democratische school. Leerlingen die vanaf hun vierde al naar een democratische school gaan, zijn daar doorgaans gekomen omdat hun ouders geloven in het onderwijsconcept van ‘natuurlijk leren’.

democratische scholen

Hoog tempo

Een kind staat er op een democratische school niet alleen voor. Er zijn zeventien begeleiders voor de 170 leerlingen. Daaronder acht leerkrachten met een bevoegdheid en drie met gedeeltelijke bevoegdheden (zij-instromers die al mogen lesgeven of een buitenlands diploma). Elk kind heeft een coach (er zijn tien coaches voor de 170 leerlingen) met wie het vaak dagelijks contact heeft en die helpt bij het vormgeven van eventuele leerbehoeften, of dat nu rekenen is of bijvoorbeeld een uitje naar Burgers Zoo.

Met name jonge kinderen zijn zich er niet altijd van bewust dat ze iets willen leren. ‘De coach kan helpen latente leerwensen manifest te maken,’ vertelt directeur Maaike van Mourik. Ze geeft het voorbeeld van een jongen van zes die het plan had om het schoolplein te verbeteren maar dat niet op papier kon zetten omdat hij nog niet kon schrijven. ‘Dan heb je een probleem,’ zei ik tegen hem. ‘Je kunt nog niet schrijven.’ Dat was het startsein voor hem om mee te gaan doen met taallessen.

‘Democratisch onderwijs is niet geschikt als je continu aangestuurd wilt worden.’

Kiest een kind er uit zichzelf voor om iets nieuws te leren, dan verloopt het leerproces vaak veel sneller, zo is de ervaring op verschillende democratische scholen. ‘Kinderen die het lessenblok Op-Weg-Naar-Het-VO kiezen, kunnen zich in twee jaar tijd de hele verplichte basisschoolstof voor taal en rekenen eigen maken,’ aldus Van Mourik. Dat programma kunnen kinderen in zijn geheel of gedeeltelijk volgen. Elk kind overlegt met zijn coach wat hij nodig heeft om naar het voortgezet onderwijs uit te stromen. Wie daar niet voor kiest, moet een andere manier vinden om zich die vaardigheden eigen te maken. De meeste kinderen volgen deze lessen geheel of gedeeltelijk. Het afgelopen jaar was er één kind dat de lessen niet volgde, een eindtoets deed en daarna toch gewoon uitstroomde naar het voortgezet onderwijs.

Zo’n elf Vallei-leerlingen van tien tot twaalf jaar nemen dit semester deel aan Op-Weg-Naar-het-VO. In een klein lokaal zitten ze in drie tafelgroepjes met elk een paar vellen rekensommen voor zich. Op het whiteboard legt leerkracht Esther Snelders deelsommen uit. Het tempo ligt hoog. Als niemand vragen heeft, gaat Snelders verder. Ze controleert niet wie er fouten heeft of iets niet snapt. Dat moeten kinderen zelf aangeven. ‘Democratisch onderwijs is niet geschikt als je continu aangestuurd wilt worden,’ licht Van Mourik toe.

democratische scholen

Inspectiebezoek

De Schoolinspectie vindt de manier waarop De Vallei kinderen aanstuurt op dit moment onvoldoende. De school kreeg daarom eind juni het predicaat zeer zwak. Het is een kwaliteitsoordeel dat volgde op een onderzoek uit 2017 waarin de veiligheid op De Vallei onvoldoende werd bevonden. Naar aanleiding van klachten van een aantal ouders bezocht de Inspectie de school in het voorjaar van 2017 onaangekondigd. Zes ouderparen hadden besloten hun kinderen tijdelijk thuis te houden omdat ze vonden dat begeleiders de kinderen onvoldoende in de gaten hielden.

‘In enkele gevallen zijn (soms nog jonge) leerlingen buiten de schoolterreinen aangetroffen of hebben leerlingen van de school begrafenisplechtigheden in het aangrenzende kerkhof verstoord,’ aldus het Inspectierapport. En ook: leerlingen behandelen elkaar niet altijd respectvol en begeleiders zien daar onvoldoende op toe. Conclusie: het veiligheidsbeleid moet beter.

‘Bij ons wordt de toets altijd slechter gemaakt dan het niveau waarop leerlingen uitstromen. Leerlingen zijn bij ons ook niet aan toetsen gewend.’

De onveiligheid die een aantal kinderen hebben ervaren, hing volgens de school vooral samen met de krappe huisvesting en de drukte die dat gaf op de school. Om bekostigd te blijven, moest de school voldoen aan een norm van minimaal 200 leerlingen, maar de gemeente – verantwoordelijk voor het gebouw – kon geen gebouw ter beschikking stellen dat groot genoeg was. Inmiddels is er na de zomer zicht op extra lokalen en heeft de school maatregelen getroffen om de veiligheid te verbeteren. Tot tevredenheid van de Inspectie, aldus De Vallei.

Maar op het moment dat ik de school bezoek, is er net een nieuw Inspectiebezoek geweest met een negatief oordeel over de kwaliteit. Het is onduidelijk wat kinderen leren omdat er niet getoetst wordt tot de leerlingen naar het voortgezet onderwijs gaan. Daardoor hebben de leerkrachten geen goed beeld van de ontwikkeling van leerlingen. De resultaten op de eindtoets zijn bovendien onvoldoende.

‘Bij ons wordt de toets altijd slechter gemaakt dan het niveau waarop leerlingen uitstromen. Leerlingen zijn bij ons ook niet aan toetsen gewend. Kijk je naar dat uitstroomniveau dan blijkt onze eigen inschatting van de capaciteiten van de leerling drie jaar na uitstromen nog steeds te kloppen,’ zegt Van Mourik. ‘Ruim de helft van de kinderen van De Vallei stroomt door naar havo of vwo.’

De school heeft niettemin aangegeven op zoek te gaan naar een manier van tussentijds toetsen die past bij het democratische school-concept en taal- en rekenvorderingen beter te monitoren. Van de Inspectie krijgt de school een jaar de tijd om zich te verbeteren. Lukt dat niet dan kan de minister maatregelen nemen, zoals het intrekken van de financiering.

De leerlingen zijn zich bewust van de spanningen die de Inspectiebezoeken geven. ‘Ben jij van de Inspectie?’ vraagt een van de drie jongens van een jaar of acht, negen die aan een van de houten picknicktafels op het binnenplein strips zitten te lezen. ‘Dan wil ik niet met je praten.’

Vervelen hoort erbij

Vertrouwen houden dat een kind dat heel veel speelt en tussentijds niet getoetst wordt, uiteindelijk toch leert wat het nodig heeft, lukt ook niet iedere ouder. ‘Soms zeggen we: democratisch onderwijs is geschikt voor alle kinderen, maar niet voor alle ouders,’ zegt Van Mourik.

‘De eerste tweeëneenhalf jaar ben ik naar geen enkele les geweest,’ vertelt de 12-jarige Xandra, die nu vier jaar op De Vallei zit.

‘De eerste tweeëneenhalf jaar ben ik naar geen enkele les geweest,’ vertelt de 12-jarige Xandra, die vier jaar op De Vallei zit. ‘Ik wilde alleen maar spelen. Maar daarna begon ik me te vervelen. Ik wist niet wat ik moest doen. Dat duurde ongeveer een jaar. Mijn vader wilde toen dat ik van school ging. Maar mijn moeder wilde dat ik bleef: houd vol, dat je je een tijd verveelt hoort bij het concept.’

Haar verveling mondde uiteindelijk uit in actie, vertelt ze. ‘Vorig jaar dacht ik opeens: volgend jaar ben ik 12! Ik wil wel naar de middelbare school! Toen ben ik lessen Op-Weg-Naar-Vo gaan volgen. Ik heb inmiddels de Cito-toets gedaan en daar kwam een havo/vwo-advies uit.’

Motivatie

De meeste ouders van de kinderen die op democratische scholen zitten, zijn hoger opgeleid. De sociaal-economische achtergrond van ouders is een belangrijke voorspeller van onderwijssucces, concludeert onderwijsonderzoeker John Hattie. In Visible Learning (2009) vatte hij ruim achthonderd wereldwijde meta-studies naar de effecten van onderwijs samen. Kinderen uit de midden- en hogere klasse komen vaker op hogere onderwijstypes terecht dankzij het culturele kapitaal dat ze in hun gezin meekrijgen. Een positieve houding ten opzichte van onderwijs, zelfvertrouwen en hulpbronnen als kennis en geld voor bijlessen, maken dat zij eerder doorstromen naar hogere onderwijstypes. In 2016 constateerde de Onderwijsinspectie in ‘De Staat van het Onderwijs 2014-2015’ hetzelfde.

Xandra zelf verklaart haar score uit haar motivatie. ‘Als je iets echt wilt, dan ga je ervoor.’

De namen van de leerlingen in dit artikel zijn om privacy-redenen gefingeerd.

Democratisch onderwijs groeit

Momenteel zijn er zestien democratische scholen in Nederland met in totaal ruim achthonderd leerlingen. Alle scholen zijn goedgekeurd door de Inspectie. De scholen in dit artikel hebben allemaal wachtlijsten. De Vallei heeft 170 leerlingen (wachtlijst: 150); de Vrije Ruimte 70 (wachtlijst: 120) DOE040 heeft er 82 (wachtlijst: 40).

Voorloper van het democratisch onderwijs was Iederwijs, dat startte in 2002 en in 2010 zijn deuren sloot na een storm van negatieve berichtgeving, oplopende financiële tekorten en kritische Inspectierapporten. Iederwijs-school De Ruimte in Soest was in 2005 de eerste democratische school in Nederland. Ook De Vrije Ruimte in Den Haag is geïnspireerd door Iederwijs.

De meeste democratische scholen zijn particulier (kosten: circa € 3600,- per kind per jaar, maar minder bij een tweede kind) en bedoeld voor leerlingen van 4-21 jaar. Alleen De Vallei (Driel) en Blink (Culemborg) zijn bekostigd.

Bekostigde scholen vallen onder een ander Inspectieregime dan particuliere scholen en moeten ‘leerprestaties’ kunnen laten zien. Dat is Inspectiejargon voor cijfers op genormeerde toetsen, waarbij leerlingen vergeleken worden met leeftijdsgenoten. Niet bekostigde scholen hoeven alleen te laten zien dat ze leerlingen voorbereiden op het voortgezet onderwijs of vervolgonderwijs en dat ze leerlingen in staat stellen een diploma te halen op hun niveau.

De democratische scholen onderzoeken samen of ze ook bekostigd kunnen worden. Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ – dat binnenkort wordt ingediend – maakt het starten van scholen op basis van een nieuw pedagogisch didactisch concept in principe eenvoudiger. Op dit moment kunnen alleen nieuwe scholen worden gesticht die behoren tot een van de bestaande (traditionele) levensbeschouwelijke richtingen.

Bron o.a.: De gelukkige school. Hoe Iederwijs opnieuw het onderwijs wilde uitvinden van Astrid Schutte (SWP, 2018).