Opnieuw relevant, want
Donderdag 3 oktober gaat de film ‘The Joker’ in première. De film draait om de gelijknamige schurk die verkleed gaat als clown. Gerard Janssen zocht in 2007 uit waarom we tegenwoordig toch zo’n hekel hebben aan clowns.
Op YouTube is een van de eerste televisiecommercials met Ronald McDonald te zien, uit het begin van de jaren zestig. ‘The hamburger happy clown’ ontmoet een jongetje van een jaar of tien. Ronald draagt op zijn hoofd een kartonnen doosje met daarin een Big Mac-menu: een zakje french fries, een hamburger en een beker frisdrank. Zijn clownsneus is een plastic bekertje en hij kan hamburgers toveren. Als hij een hamburger weggeeft, heeft hij meteen weer een nieuwe in zijn hand. ‘Mijn moeder heeft me gezegd dat ik niet met vreemden mag praten,’ zegt het jongetje. ‘Je moeder heeft zoals altijd gelijk, maar ik ben Ronald McDonald! Geef me een McDonald’s-hand.’ Even later loopt het jongetje hand in hand met de clown op weg naar luilekkerland: een McDrive.
Het kan bijna niet anders of deze griezelige commercial was de inspiratiebron voor It van Stephen King. In de beginscène van dat boek rent een jongetje achter een papieren bootje aan dat in de goot drijft. Het bootje verdwijnt met het water in een gat. Het jongetje is teleurgesteld dat hij zijn bootje kwijt is. Maar in het gat zit een clown met gele ogen en witte handschoenen. En daarop ontvouwt zich dezelfde dialoog als in de McDonald’s-reclame. ‘Maar ik ben toch geen vreemdeling,’ zegt de clown die een kruising is tussen Bozo de clown en Ronald McDonald, ‘ik ben Pennywise.’ Het jongetje steekt zijn hand uit naar de clown en een gruwelijk horrorverhaal is begonnen.
De verkrachtingsscène uit A Clockwork Orange, de ontuchtzaak van Oude Pekela, de Insane Clown Posse en Killer Clowns from Outer Space. Het zijn maar zo wat associaties die een clowns-gezicht kan oproepen. Een porseleinen beeldje van een clown met een grimas hoort thuis in het rijtje Afrikaanse dodenmaskers, indianenvloeken, negentiende-eeuwse Victoriaanse poppen en een wassenbeeld met een half weggesmolten gezicht. The ‘evil clown’ ligt boven in de letterbak van de moderne beeldtaal.
‘De wereld is fucked up, dus de clowns zijn fucked up.’
In zijn boek The Society of Mind schrijft kunstmatige intelligentie-onderzoeker Marvin Minsky over wat een Marsmannetje zou denken als hij mensen voor het eerst zou zien lachen: hij zou schrikken. Als je niet beter weet, is lachen een gruwelijk gezicht. Wilde gebaren, schokkende ledematen, de borstkas die op en neer golft en verschrikkelijke keelgeluiden. Het is alsof de lachende persoon niest, blaft, naar adem snakt en langzaam stikt. Een lach is niet zo grappig als je denkt. Er is een wrede lach, een tedere lach, een agressieve lach, een troostende lach, een ontwapenende lach, een misleidende lach, een oneerlijke lach en een sensuele lach. Vaak is een lach een optelsom van meer emoties tegelijk. Hetzelfde geldt voor een clown.
Poëtische clown
Een van de bekendste pauzeclowns, of repriseclowns, is Oleg Popov (76). Hij is met het Groot Russisch Staatscircus regelmatig in Nederland, onlangs nog rond de jaarwisseling. Popov stamt uit de rijke Russische clownstraditie, die nog steeds in iedere nerf van het Staatscircus zit. In een enorme circustent oefenen olympische ex-turners acrobatenoefeningen en lopen ex-commando’s van het Rode Leger rond, pezige mannen met zwarte mutsen, en elastische trapezemeisjes. Popov zit in een omgebouwde stadsbus die achter de piste staat. Een Harry Potter-achtig verblijf, met clownsgewaden, zwart-witte schaakpatronen en van rommelmarktspullen in elkaar gesleutelde attributen. Een bont geschilderd draaiorgeltje, een halve maan aan een touw en een spiegel met een lijst van gloeilampen.
Popov kan lachen als een clown en huilen als een clown. Hij doet het voor. ‘Het is zijn belangrijkste gereedschap.’ De oude man ziet eruit als altijd. Zwarte lijntjes onder zijn ogen, een rode neus met een wit streepje erboven, een zwart-wit geruite pet met een bloem erop. Het uiterlijk van een clown is een gewichtige zaak.
Elke clown wil er origineel en speciaal uitzien. In Engeland kan een clown zijn clownsgezicht zelfs laten vastleggen bij de organisatie ‘Clowns International’. Als het schminkpatroon origineel is, wordt het overgeschilderd op een ganzenei en dit ei krijgt een speciaal plaatsje in de eierenkast. Er worden ook foto’s van de eieren gemaakt, om te voorkomen dat gezichten verloren gaan, zoals gebeurde in 1965 toen tijdens een expositie van eieren een kast omviel.
‘Hoe moet je van een stoel vallen? Hoe moet je tegen een paal aan lopen?’
Popov wordt gezien als de vader van de poëtische clown. De clown die een plastic hart geeft aan een mooie vrouw, die het in de vuilnisemmer gooit. Zijn korte acts zijn als geoliede machientjes. ‘Ik lig ’s nachts vaak wakker en neem dan een act stap voor stap door. Beweging voor beweging.’
In de kerstshow van het Staatscircus laat hij een afgerichte rat op een halve maan naar de top van de tent takelen. Als het publiek het beestje alweer vergeten is, komt het aan een kleine parachute naar beneden zeilen. En dat is leuk.
Als je Oleg Popov op een ochtend rond ziet schuifelen in het Juliana Kinderziekenhuis, waar hij ballonnetjes uitdeelt aan zieke kinderen, is het onmogelijk een enge vervelende clown in hem te zien. Hij geeft kinderen een aai over de bol, mimet vriendelijkheid, poseert geduldig voor fotografen en is duidelijk opgelucht als hij weer weg mag, terug naar de circustent op het Malieveld. Popov lijkt banger voor niet-clowns dan andersom.
Changement
‘De clowns hebben de pech dat ze altijd het changement op moeten lossen,’ zegt acteur Arjan Ederveen (50) zittend in zijn kantoor in Amsterdam. Op de kast achter hem staat het model van een oude circuswagen. ‘Langs de rand van de piste lopen om iemand in het publiek een bloemetje te geven. Dat ze het bloemetje houden en alleen het steeltje geven weet je wel. En tsja, als je avond aan avond in een bak water moet vallen, dat is niet leuk.’
Het is niet dat Ederveen niet van het circus houdt. Hij is er gek op. ‘Die sfeer. Het publiek dat rondom zit. De mannen die alles opbouwen, meisjes op een olifant, de meisjes die in de pauze achter het ijs staan. Kinderen zijn gelukkig en opgewonden. Ik vind het geweldig.’ Maar de clowns zijn aan Ederveen niet besteed – al volgde hij ooit een masterclass bij de Amerikaanse ‘nouveau clown’ Jango Edwards. ‘Ik vond ze als kind al niet leuk. Je móést ze leuk vinden. Iedereen deed altijd: hahaaaaaa, een clown. En op televisie had je Pipo de clown. Een heel saaie, vervelende clown met een wit gezicht en een rode neus. En ik ben altijd bang dat ik mee moet doen, dat ik “de man uit het publiek” moet zijn.’
‘Er is een heel smalle grens tussen humor en waanzin, een heel smalle grens tussen feiten en komedie.’
‘Pipo de clown is geen clown. Ronald McDonald is geen clown. Het woord clown wordt misbruikt,’ zegt Jango Edwards (56), de beroemde Amerikaanse clown met lange grijze haren die alle kanten uit willen. De oudere lezer kent hem misschien als de grote man achter het Festival of Fools dat in de jaren zeventig en tachtig Amsterdam opvrolijkte. De jongere lezer kent hem als clown Boris in de Pearl-reclame. ‘Clowns eng en stom? Als je Ronald McDonald bedoelt, oké. Veel clowns in het circus, oké. Maar veel clowns die ik ken, nee. En Popov zeker niet.’ Jango Edwards is een New Yorker en praat als een New Yorker. Jachtig, snel, staccato.
‘Ik heb Popov nog gezien in Rusland, ten tijde van het communistische regime. En dat was een andere Popov dan die je nu ziet. Hij kon als een van de weinigen commentaar leveren op het regime. In versluierde taal. Op een clownsmanier. Toen de Muur viel, nam zijn populariteit snel af.’
Dorpsgekken
In het begin van de clowncultfilm I Clowns van Federico Fellini uit 1970 vertelt de regisseur eenzelfde soort verhaal als Arjan Ederveen. Hij vond het circus spannend, maar hij hield niet van clowns. Ze deden hem denken aan de dorpsgekken die obscene gebaren maakten naar de vrouwen die op het land werkten, de dronken mannen in het café of de gemene stationsbaas die met een fluitje in de mond over het perron paradeerde.
Maar als filmmaker kreeg Fellini een vakmatige interesse in de filosofische en psychologische kant van de ouderwetse Europese clown. Met aan de ene kant de arrogante ijdele witte pierrot met zijn mooie pak en zijn kogelvormige hoedje, en aan de andere kant de domme august die gezag ondermijnt met zijn rebelse onnozele gedrag. Hij is de dwaas die ervoor zorgt dat de slimmerik nog dommer lijkt dan de dwaas zelf. Fellini deelde de hele mensheid in tweeën. Picasso, Einstein, Mussolini en Carl Jung waren volgens hem Augusten en Freud en Hitler witte clowns. Hij zag op straat vittende Pierrot-ouders met kinderen die zich gedroegen als rebellerende clowns.
‘Je bent een spiegel van wat de wereld is,’ zegt Jango Edwards, ‘de wereld is fucked up, dus de clowns zijn fucked up. Je bent een soort medium. Als ik optreed voor kinderen met het downsyndroom kom ik binnen met een stapel borden die ik vervolgens kapot laat vallen. Dat vinden ze helemaal te gek. Maar ik heb ook eens moeten optreden voor een groep heroïneverslaafden in een methadonprogramma. Dan moet je iets anders verzinnen.
Dus ik vroeg of ze een aandenken wilden hebben van de grootste clown ter wereld. Geen reactie natuurlijk. Ze hingen half slapend over hun bankjes. Ik haal een stempelkussen tevoorschijn en knoop mijn broek open. Ik stempel wat afdrukken van mijn lul op een papiertje en zet mijn handtekening eronder. Je zag die gasten wakker worden. “Hé, dat is typisch.” Laatst zag ik zo’n “handtekening” voor een paar honderd dollar langskomen op eBay.’
Jango Edwards is een rare clown. Hij had evenals zijn vader een bloeiend bedrijf als tuinarchitect, maar hij was geïnteresseerd in filosofie en poëzie. In 1970 liet hij alles achter en vertrok hij onder invloed van het esoterische boek The Fourth Way van Ouspensky naar Europa, om clown te worden. Maar er was een probleem. Hoe werd je clown? Clownsscholen bestonden niet. En de ouderwetse clown was volgens kenners gestorven.
De laatste scène van de eerder genoemde film I Clowns is een clownsbegrafenis. Clowns in paardenpakken trekken een wagen voort waarin de dode august ligt. De hysterisch huilende weduwe is een clown verkleed als vrouw. Het leven is als een clownsact, de dood is de ultieme clou en het beste dat we kunnen doen, is de dood belachelijk maken op een hysterische manier. De scène staat symbool voor de dood van de klassieke clown, die een vak beheerste dat van vader op zoon werd doorgegeven.
Nieuwe golf
Gelukkig voor Edwards was daar Carlo Colombaioni, die ook in I Clowns te zien is. Colombaioni, een vriend van Fellini, was een klassieke clown, uit een beroemd clownsgeslacht. Maar hij was de lege tribunes in het circus zat. Als het publiek niet meer naar het circus kwam, moest het circus naar het publiek. Hij zette zijn rode neus af, deed voorstellingen in theaters en op straat en belangrijker nog: Colombaioni gaf de geheimen van het vak door aan anderen. Dit werd hem door zijn familie niet in dank afgenomen. Hij werd verstoten, maar was ook het startpunt van een heel nieuwe golf clowns. Hij leerde aan mannen als Jango Edwards de kneepjes van het vak. Hoe moet je van een stoel vallen? Hoe moet je tegen een paal aan lopen?
Edwards staat op en loopt naar een deur. ‘Kijk, ik sta aan deze kant en een ober aan de andere kant. De deur komt tegen mijn gezicht. Ik val op de grond. Ik sta op, en weer komt de deur in mijn gezicht. De derde keer sta ik op, en wil ik met geweld door de deur, maar dan houdt de ober de deur open en schiet ik erdoorheen. Dat is de wet van drie. The three gag routine. Elke goede grap gaat in drieën… Maar het gaat niet om de skills. Het gaat om je hart. Dat is het belangrijkste dat ik geleerd heb. Het gaat om menselijkheid.’
Hij staart even filosofisch voor zich uit. ‘Als je het ziet, kun je niet meer terug,’ zegt Jango Edwards, ‘want je leert te veel over jezelf en over menselijkheid. Dat is pijnlijk. Je ziet de mensen lijden en je wilt ze helpen. Het is fucked up. Er is een heel smalle grens tussen humor en waanzin, een heel smalle grens tussen feiten en komedie. Het leven is gek en tragisch.’
‘Je voelt je als acteur soms als een soort dokter. Je wilt weten wat er mis is met het publiek,’ zegt Ederveen. ‘En je wilt ze helpen met het ontladen van hun emoties. Of het nu lachen of huilen is.’
Groupies
Edwards begon in 1975 het Festival of Fools, een conventie van The Nouveau Clowns in Amsterdam. Ook gaf hij vele workshops en masterclasses, waar ook mensen als Kees Prins en Arjan Ederveen lessen volgden.
Met name de laatste heeft indruk gemaakt op Edwards. Zijn stem slaat over als hij begint over de 30 Minuten-serie van Arjan Ederveen en Pieter Kramer. ‘Briljant, briljant,’ zegt hij een octaaf hoger. ‘Arjan Ederveen is een van de beste studenten die ik ooit gehad heb. Als je zijn werk in New York laat zien, kan iedereen dat volgen. Daar hoef je geen Nederlands voor te kunnen verstaan. En wat ook belangrijk is: hij kiest nooit een kant. Niks is honderd procent goed en niks is honderd procent slecht. Het gaat over menselijkheid.’
‘Pipo de clown is geen clown. Ronald McDonald is geen clown. Het woord clown wordt misbruikt.’
Wat betreft Jango Edwards hoort Ederveen thuis in hetzelfde rijtje als cartoonist Gary Larson en acteur Robin Williams. Het rijtje van de heel goede clowns. Ook een serie als Seinfeld past volgens Edwards in de oude clownstraditie.
Ederveen, die zichzelf niet zozeer als clown, maar meer als acteur ziet, herinnert zich de lessen van Edwards. ‘Wat vooral indruk maakte, is de energie van die man. Doen. Doen. Doen. Altijd maar bezig blijven, dan komt de rest vanzelf. En wat ook veel indruk maakte, was dat hij geen onderbroek droeg. Hij stond gewoon in zijn blote kont. Net zo makkelijk. Had hij helemaal geen problemen mee. Dat vond ik goed. Een geweldige man. Maar ik hield wel een beetje afstand. Sommige klasgenoten dweepten met hem. Ze werden echte groupies, sloten zich bij hem aan en gingen met hem optreden.’
Georganiseerd clownen
Jango Edwards is een echte clownsclown. Volgelingen van Edwards stonden aan de wieg van Cirque du Soleil en organisaties als CliniClowns en Clowns Sans Frontières. In Barcelona richtte Edwards de Clown Militia op. Clowns die door de straten van Barcelona marcheren en hun lijflied ‘Fucking Chicken’ laten horen en achteloze voorbijgangers op een clowneske Guantánamo-manier terroriseren. Verbaasde mannen en vrouwen worden onder zachte druk gezet om zich te gedragen als kippen of om opdrukoefeningen te doen.
Het is een heel nieuw soort van georganiseerd clownen. In Engeland bestaat een gelijksoortige groep clowns die opereert onder de groep Circa (Clandestine Insurgent Rebel Clown Army). Clowns die meedoen aan demonstraties, en politie en leger persifleren. Ze hebben hun eigen silly salutes, hun eigen manier om zich te camoufleren en hun eigen manier om te stoppen (silly halt). Ze reageren enthousiast op ieder bevel van de oproerpolitie. Als de politie zegt dat ze zich moeten verspreiden, doen ze dat met volle overgave. Op hun website presenteert The Clown Army met trots een radiobericht, opgevangen van de politieradio tijdens een actie tegen de spionnen-basis Menwith Hill. ‘The clowns are organising… the clowns are organising – over and out.’ Met dit soort acties verandert de oproerpolitie van ordebewaarders in potsierlijke witte clowns. In Nederland is een variant van deze organisatie actief onder de naam Clolonel.
Op dit moment gedraagt de Amerikaanse overheid zich ook als een groep belachelijke witte pierrots die Edwards dwarszitten. Hij staat ‘under probation’. Hij kan zich geen misstap veroorloven, of hij raakt zijn paspoort kwijt. Het heeft te maken met de banden die Edwards heeft met groepen als de Clowns Militia en Circa. ‘Ze denken dat ik mogelijk banden heb met mensen die potentieel in verbinding staan met terroristische organisaties. Daarbij heeft een Spaanse krant mij verkeerd geciteerd. Ze schreven dat clown Edwards de oorlog verklaart aan George Bush. Maar ik zei dat ik de oorlog verklaarde aan de oorlog.’
Edwards zou zijn situatie kunnen aanvechten, maar daarvoor zou hij naar een consulaat of ambassade moeten. Hij durft zich voorlopig niet in het consulaat van Amerika te vertonen. ‘Dan ben ik op Amerikaans grondgebied en zouden ze me kunnen vasthouden.’
‘It’s crazy,’ zegt de clown.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.