Opnieuw relevant
Wat verklaart de golf van explosies in Nederland?

Europese burgemeesters, waaronder Schouten van Rotterdam, vragen Brussel om maatregelen tegen vuurwerkaanslagen. Nergens in Europa worden zoveel aanslagen met zwaar vuurwerk gepleegd als bij ons: in de eerste zes maanden van 2025 waren er al 678 aanslagen met explosieven en pogingen daartoe. Wat verklaart die knaldrang?


Fotografie Jeffrey Groeneweg, Iwan van Duin / ANP

10 minuten leestijd

Theo* (35) was wel wat gewend toen hij naar Vlaardingen verhuisde. ‘Ik woonde jaren op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Dat was een gekkenhuis. Ik had een psychopathische buurman, die stond altijd te schreeuwen en met zijn hoofd tegen de muur te bonken. Hij heeft een keer op allemaal winkelpanden geschoten midden in de nacht.’

‘En in een zijstraat van de Nieuwe Binnenweg, waar ik mijn auto een keer wilde neerzetten, op twee minuten loopafstand van mijn woning, daar zat een man met banden met IS. Toen zag ik zo’n arrestatieteam in van die dikke Audi’s aankomen en uitstappen met kogelwerende vesten, automatische pistolen en een stormram om naar binnen te gaan.’

In Vlaardingen kwam Theo te wonen in de volksbuurt Oostwijk, die oogt als burgerlijke idylle. Er zijn twee basisscholen, laadpalen voor elektrische auto’s en rijen aan schattige eindnegentiende-eeuwse huisjes. Toch voelde hij zich hier onveilig. Want vanuit deze buurt runde Ron van Uffelen zijn bedrijf. Je weet wel, de loodgieter op wie in 2023 en 2024 zo’n 25 aanslagen werden gepleegd met zwaar, illegaal vuurwerk. Theo en zijn buurtgenoten waren getuigen van ‘een stuk of acht’ aanslagen op de bedrijfspanden van Van Uffelen.

Op straat zijn de sporen van dat onstuimige verleden duidelijk zichtbaar. Aan de oude werkplaats van Van Uffelen in de Koninginnestraat hangt een gehavend A4’tje; daarop staat dat het pand op last van de burgemeester is gesloten. De oude garagebox van Van Uffelen in de Wilhelminastraat zit dichtgetimmerd met houten planken om explosieschade te verhullen. Het huis ernaast, waar familie van Van Uffelen woonde, staat leeg sinds er in maart 2024 een explosief naar binnen werd gegooid en brand uitbrak. Aan de buitenkant van het huis hangt een gesmolten bewakingscamera. De muren zijn zwartgeblakerd. De meeste ramen zijn afgedekt met posters van AI-gegenereerde vogels en bloemen.

Die laatste aanslag had de meeste impact op Theo. ‘Op een vrijdagnacht ging er weer zo’n bom af. M’n vrouw keek uit het raam en zei: “Wauw, ik zie ook brand.” Ze belde meteen 112. Ik ging naar buiten en wilde nog een tuinslang pakken om te proberen te blussen. Alleen het vuur verspreidde zich zo snel… Maar wat was het nou, een buurjongen zat vast op zolder. Die kon er niet uit. Die had het raam geopend en riep:

“Help! Help! Ik ga dood!” Je staat er een beetje verdwaasd bij. Wat kan je doen? Je voelt je machteloos. Uiteindelijk is hij eruitgehaald door de brandweer. Hij was helemaal zwart van het roet.’

Door andere aanslagen op de loodgieter sneuvelden Theo’s voordeur eenmaal, zijn ramen tweemaal. Naast zijn bed stond een ingepakte weekendtas met belangrijke spullen: paspoorten, rijbewijzen, verzekeringspassen, cash, een paar setjes ondergoed, een harde schijf met alle foto’s erop. Voor het geval hij en zijn gezin door een explosie halsoverkop hun huis uit zouden moeten.

Huis-tuin-en-keukenconflicten

Zulke explosies zijn niet uitzonderlijk in Nederland, ook buiten Vlaardingen: in 2024 waren er volgens de politie 1543 aanslagen of pogingen daartoe. In 2022 waren er 343 incidenten met explosieven, in 2023 1057 – 901 incidenten waren volgens de politie te classificeren als (poging tot) aanslag. Volgens het politierapport Geweld van de georganiseerde misdaad in beeld; Fenomeenbeeld 2024 was 80 procent van de aanslagen in 2023 gericht tegen huizen, bedrijven of vervoermiddelen.

In een Europese context is die hoeveelheid aanslagen in Nederland nogal uitzonderlijk. Ter vergelijking: volgens het politierapport werden er in 2023 89 aanslagen in België gepleegd, 138 in Zweden en 24 in Denemarken. Alleen Duitsland, dat vijfmaal zoveel inwoners telt, is volgens het rapport qua aantal aanslagen in 2022 getalsmatig enigszins vergelijkbaar met Nederland. Daar werden toen 847 aanslagen gepleegd.

Het motief achter 32 procent van de aanslagen in 2023 is herleidbaar naar ‘andere activiteiten’. De politie noemt het ‘huis-tuin-en-keukenconflicten’

Het essentiële verschil is dat aanslagen over de grens doorgaans verband houden met het criminele milieu. In Nederland niet. Uit het politierapport blijkt dat 20 procent van de aanslagen uit 2023 te herleiden is naar criminele activiteiten. Van 39 procent is onbekend wat de aanleiding is – zoals de aanslagen op Ron van Uffelen. De explosies in Vlaardingen stopten in augustus 2024. Niet omdat de zaak was opgelost, maar omdat de loodgieter toen op 45-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand. Waarom hij een doelwit was, is nog steeds niet duidelijk.

Het motief achter 32 procent van de aanslagen in 2023 is herleidbaar naar ‘andere activiteiten’. De politie noemt het ‘huis-tuin-en-keukenconflicten’, vaak in de relationele sfeer. Het beruchtste voorbeeld hiervan is de aanslag aan de Tarwekamp in Den Haag, december 2024, waarbij zes mensen om het leven kwamen. De opdrachtgever van de aanslag was waarschijnlijk uit op wraak, omdat zijn vriendin hem ontrouw zou zijn geweest, zo meldde de NOS. In het politierapport geeft de politie ook een lulliger voorbeeld: twee vrijwilligers van een volkstuinvereniging kregen ruzie over de besteding van verenigingsgeld. Dat mondde uit in een aanslag op de auto van één van de twee.

Verruwing

Dan de hamvraag: waarom voelen we in Nederland zo de drang om elkaar op te blazen? Jos van der Stap, programmamanager High Impact Crimes bij de Nationale Politie, denkt dat het in de eerste plaats met ‘de verruwing’ van Nederland te maken heeft.

‘Mensen hebben korte lontjes’, zegt Van der Stap. ‘Je ziet verharding en meer geweld in de maatschappij, dat is een trend. Als mensen niet op de gewone manier hun zin krijgen, proberen ze het op een andere manier. Als ík een conflict heb met een aannemer, stap ik naar mijn rechtsbijstandverzekering. En als ik die niet heb, ga ik naar een advocaat. Dan probeer ik mijn geld terug te krijgen op een legale manier. Maar steeds meer mensen vinden dat veel te ingewikkeld en gaan mensen bedreigen totdat ze hun zin krijgen.’

Aanslagen met zwaar vuurwerk noemt hij een ‘uitvloeisel’ van die mentaliteit, die zijn weg in toenemende mate buiten het criminele milieu vindt. ‘Dan heb je het ook over twee glazenwassers of dakdekkers die in conflict komen. Of relationele zaken, zoals mensen die boos zijn op hun ex.’

Want als het om intimidatie, wraak of een wil doordrukken gaat, zijn aanslagen zeer effectief, concludeert Katharina Krüsselmann, criminoloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Zeker in het begin was de effectiviteit ervan heel zichtbaar. Over elke explosie werd geschreven, er was veel media-aandacht en een vrij sterke bestuurlijke aanpak, wat extra schade oplevert voor de slachtoffers.’

Huizen van slachtoffers werden regelmatig gesloten door een burgemeester, zoals in Vlaardingen gebeurde. ‘Zo’n aanslag is heel makkelijk, er is een klein risico om gepakt te worden, en het risico dat je als opdrachtgever wordt gepakt, is nóg kleiner.’

Cobra’s

Hoewel Nederland de explosiekoploper van Europa is, zegt Krüsselmann, is het niet de bakermat. Dat is waarschijnlijk Zweden. In 2016 en 2017 begonnen criminelen daar handgranaten voor huizen te leggen. ‘De hypothese is dat Nederlandse criminelen dat hebben gezien en overgenomen.’ Uit onderzoek van Krüsselmann blijkt dat er in 2017 12 incidenten met handgranaten in Nederland waren; in 2018 waren het er 41, in 2019 53.

Alleen is illegaal vuurwerk makkelijker verkrijgbaar in Nederland dan een handgranaat. Het is gewoon te koop via social media als Snapchat, Telegram en WhatsApp, zegt Van der Stap. Uit het politierapport blijkt dat zo’n tachtig procent van de aanslagen inderdaad met zwaar vuurwerk wordt gepleegd. Qua kracht doet het vaak niet onder voor een handgranaat, een oorlogswapen. Van der Stap: ‘Een Cobra 6, Cobra 8, een Cobra 20 – dan praat je over tweehonderd gram flitspoeder. Dat zijn vier handgranaten.’

Krüsselmann: ‘De materialen zijn simpelweg beschikbaar, dus verspreiden dit soort aanslagen zich ook buiten het criminele milieu.’ Al wil ze daar wel een kleine nuancering bij maken: ‘Ik denk dat het aandeel huis-tuin-en-keukenconflicten een beetje wordt overschat. Een motief in de persoonlijke sfeer is vrij makkelijk te achterhalen, makkelijker dan een crimineel motief. Een groot aantal van de aanslagen waarbij het motief onbekend is, zal te maken hebben met de criminaliteit.’ Aanslagplegers willen hun opdrachtgever niet verlinken – of ze weten werkelijk niet om wie het gaat, omdat ze de opdracht via social media hebben gekregen.

Desalniettemin vermoeden Van der Stap en Krüsselmann beiden dat de oer-Hollandse vuurwerkcultuur het aantal aanslagen opstuwt. ‘Prima dat het legaal is’, zegt laatstgenoemde, ‘maar die handeling, het afsteken van een explosief, wordt door veel Nederlanders daardoor niet gezien als iets mogelijk crimineels. In de buurt waar ik woon, een typische Vinex-wijk, daar lopen met oud en nieuw vijftienjarigen rond met Cobra’s. En niemand kijkt daarvan op. Mensen denken: het is vuurwerk, dat steekt de buurman al jaren af, dat steekt de buurjongen al jaren af. Alleen de kracht van de effectieve stof erin wordt onderschat.’

Weinig impulscontrole

De aanslagplegers zijn doorgaans jongeren bij wie niet doordringt hoe destructief vuurwerk kan zijn. ‘De gemiddelde leeftijd is 23, de meest voorkomende leeftijd is 16, meer dan de helft is onder de 20’, zegt Van der Stap. ‘Het zijn meestal veelplegers: jongens die al eens met de politie in aanraking zijn gekomen, weinig impulscontrole, makkelijk beïnvloedbaar, makkelijk over te halen om zoiets te doen voor een paar honderd euro.’

“Snap je wel dat je een bom naar een huis gooit? Dat er ook een kind van vijf of zes kan wonen?”

Dat beaamt ook Theo. Als gedwongen explosiedeskundige, maar ook omdat hij in een jeugddetentiecentrum werkt – met aanslagplegers. ‘Als een van onze gedragswetenschappers aan zo’n jongen vraagt: “Snap je wel dat je een bom naar een huis gooit? Dat er ook een kind van vijf of zes kan wonen? Dat dat kind dat eng vindt en daardoor niet kan slapen?” De ene zegt: o, ja, nooit bij stilgestaan, vervelend. De ander zegt: ja, boeit me echt helemaal niks.’

Het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) deelt die analyse. Het ministerie concludeert dat ‘daders vaak de impact van aanslagen met explosieven onderschatten, dat zwaar professioneel vuurwerk makkelijk te krijgen is voor weinig geld en dat de pakkans relatief klein is. Het is daardoor een laagdrempelig middel om anderen te bedreigen’.

Blazen Nederlanders elkaar dus domweg op vanwege ‘verruwing’ en de vuurwerkcultuur? Als dat zo is, waarom doen burgers in andere Europese landen dit dan niet óók? Hebben die geen knaldrang? Duitsland en België zijn evengoed gepolariseerde landen met een vuurwerkcultuur. Hordes Nederlanders trekken met de jaarwisseling nota bene naar België en Duitsland om dáár vuurwerk te kopen.

‘Het eerlijke antwoord is dat we daar nog geen duidelijke verklaring voor hebben’, zegt Krüsselmann, zelf Duits. Drie Nederlandse collega-criminologen bevestigen dat desgevraagd per telefoon of e-mail. Het ministerie van J&V heeft ook geen idee. Het bevestigt slechts dat ‘Nederland een uitzondering is in Europa op het gebied van aanslagen met explosieven’ en verwijst naar het Fenomeenbeeld als ‘de meest recente kennis die we momenteel hebben over aanslagen met explosieven in Nederland en het verschil daarin met andere landen’. Joakim Sturup, analist en onderzoeker bij de Zweedse politie, schrijft dat hij ‘geen idee heeft’ waarom er inmiddels meer aanslagen worden gepleegd in Nederland dan in Zweden.

Experimenteren

Astrid De Schutter, criminoloog en onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut, kan het ook niet  verklaren. Ze deed onderzoek naar vuurwapen- en drugsgeweld in België. ‘Wat we hebben vastgesteld, is dat ongeveer de helft van de aanslagen met explosieven in de provincie Antwerpen plaatsvindt. En we zien dat die aanslagen meestal gelinkt zijn aan het drugsmilieu’, zegt ze. ‘Huizen van drugsdealers, drugsbazen en hun familie worden daarbij getarget. Je ziet echt dat het de bedoeling is om een boodschap over te brengen met die explosieven: we weten waar je woont, we weten waar je familie woont, we kunnen je raken.’

Huis-tuin-en-keukenconflicten zijn dat niet. Ook De Schutter wijst hiervoor naar de Nederlandse vuurwerkcultuur. ‘Ik denk dat er in Nederland een veel grotere vuurwerkcultuur is dan in België. Vuurwerk afsteken met de jaarwisseling is hier meer gecontroleerd. Gemeenten en steden organiseren zelf vuurwerkshows en maken zelf beleid of er vuurwerk mag worden afgestoken door particulieren of niet. Over het algemeen zie je dat dat strakker aan banden wordt gelegd.’

Terwijl jongeren in Nederland juist met vuurwerk kunnen ‘experimenteren’, waardoor ze er beter bekend mee zijn dan met handgranaten – of zelfs vuurwapens. ‘Het gaat om jonge mensen die hun hersenen nog moeten ontwikkelen, die risico’s moeilijker kunnen inschatten. En als ze dan een vuurwerkbom tegen een huis smijten, denken ze: “Ik raak geen mensen, het is maar vuurwerk”. Maar het is allang geen vuurwerk meer als je Cobra’s gebruikt.’

Wat ook kan, zegt Van der Stap, is dat bepaald gedrag ‘geografisch bepaald’ is. ‘Plofkrakers komen bijvoorbeeld altijd uit Utrecht of Noord-Holland. Hun aanslagen plegen ze in Duitsland. Maar waarom zijn er geen Duitsers die dat doen? Ze kunnen er toch geld mee verdienen? En het is toch simpel? Je leert het van die Nederlandse gasten en dan ontstaat er in Duitsland een clubje dat het kan. Maar dat gebeurt niet. Het is kennis in combinatie met omstandigheden.’ Een ander voorbeeld zijn overvallen op waardetransporten van Brink’s, zegt Van der Stap. ‘Die verdachten kwamen altijd uit Zuid-België of Noord-Frankrijk.’ Met andere woorden, aanslagen kunnen ook gewoon een strikt nationale modus operandi zijn.

De aanwezige woordvoerder oppert een banalere verklaring: ‘Het is een nieuw fenomeen. Het heeft hier de afgelopen drie jaar een vlucht genomen. Het kan ook zo zijn dat het gewoon nog niet is overgewaaid.’

Huurcontracten

Om het Hollandse explosiegeweld hoofd te bieden, werd eind vorig jaar het Offensief Tegen Explosies (OTE) opgericht door minister van Justitie en Veiligheid David van Weel. De Rotterdamse burgemeester Carola Schouten is de voorzitter, verder zijn onder meer de politie, het Openbaar Ministerie, wooncorporatiekoepel Aedes en VNG aangesloten. In april kwam het OTE met een eerste Plan van Aanpak. Het doel voor 2025: het aantal aanslagen met tien procent laten afnemen. ‘Dat is geen eenvoudige opgave’, zo valt te lezen in het plan, ‘maar een die vereist dat alle registers worden opengetrokken.’

Zo wil het OTE onder meer inzetten op publiekscampagnes, mogelijk in samenwerking met Meld Misdaad Anoniem. Het wil stimuleren dat er in contracten voor sociale huurwoningen een clausule wordt opgenomen waarmee het huurcontract kan worden opgezegd ‘in geval van het aantreffen van explosieven in de woning’. Het wil een handreiking opstellen ‘waarin de mogelijkheden van het handhaven van F4 vuurwerk onder de Wet economische delicten en de Wet wapens en munitie op een rij worden gezet’. Het wil onderzoeken of explosieschade mogelijk op daders verhaald kan worden en of bepaald zeer zwaar vuurwerk (zoals Cobra’s) binnen de gehele Europese Unie verboden kan worden.

‘Je voelt allemaal dingen. Het is boosheid, het is machteloosheid, het is emotie’

En wat het ook wil is: méér onderzoek naar motieven achter aanslagen, onder meer ‘over de oorzaken van de geconstateerde internationale verschillen in aard en omvang van aanslagen met explosieven’. Want hoewel het OTE schrijft dat er ook aanslagen met explosieven in landen als België, Zweden en Duitsland worden gepleegd, ziet het ‘dat andere landen ver achterblijven bij de situatie in Nederland en Nederland zodoende een negatief uitzonderlijke positie heeft ten opzichte van andere Europese landen’. Waarom? Het wijst naar factoren zoals de vuurwerkcultuur. Maar een duidelijke verklaring antwoord heeft ook het OTE niet.

In Vlaardingen is voorlopig de rust wedergekeerd sinds de dood van Van Uffelen. Dat is een opluchting voor Theo. De aanslagen trokken nogal een wissel op zijn buurtgenoten, zijn gezin en natuurlijk op hem. ‘Kinderen van buren, een paar huizen verderop, van tussen de negen en twaalf jaar, gingen weer in bed plassen. En een ouder stel dat eens in de week hun kleinkinderen op bezoek kreeg, zei: dat doen we niet meer.’

Inmiddels oogt Theo kalm. ‘Eerst kon ik er helemaal niet over praten, dan ging ik huilen’, zegt hij. ‘Je voelt allemaal dingen. Het is boosheid, het is machteloosheid, het is emotie, het is alles. Het hele palet van: what the F is hier gebeurd? Het allerergste is dat je je niet meer veilig voelt in je eigen huis en omgeving.’

Theo is een gefingeerde naam. Enkele details zijn achterwege gelaten of vervaagd om zijn identiteit te beschermen. Theo’s echte naam is bekend bij de hoofdredactie.

Samenleving
Gerelateerd