‘We waren echt gechoqueerd.’ Levendig herinnert Wendy D’Hollander zich hoe zij en haar promotor schrokken toen ze in 2010 de eerste meetresultaten zagen van de gehalten PFOS in de eieren van kippen van eigen erf. ‘De concentraties waren alarmerend hoog,’ zegt ze aan de keukentafel van de Neerhof, een oude boerderij in Zwijndrecht, vlakbij Antwerpen. ‘Ik dacht toen: dit kan echt gevaarlijk zijn. We moeten nu stoppen met het eten van die eieren.’

Vanuit zijn slaapkamerraam kijkt een van haar zoons pal uit op het logo van 3M, de chemische fabriek die sinds een jaar in het brandpunt van de Vlaamse belangstelling staat. Voorjaar 2021 kwam door het graafwerk van burgeractivist Thomas Goorden aan het licht dat de omgeving van 3M zwaar vervuild is met PFOS. Die gevaarlijke stof behoort tot de PFAS- familie, duizenden chemicaliën die voor altijd in het milieu blijven en waarvan steeds duidelijker is dat ze een verwoestend effect hebben op ecosystemen en de menselijke gezondheid.

De 3M-fabriek bevindt zich op een steenworp afstand van de Schelde, die een kleine vijftien kilometer verder Nederland in stroomt. Toen vorig jaar duidelijk werd dat 3M honderden keren meer PFOS in de Schelde mocht lozen dan in Nederland was toegestaan, was de provincie Zeeland woedend. Omdat PFOS zich ophoopt in de natuur, overschrijden de gehalten in vis uit de Westerschelde achthonderd keer de veilige norm van het RIVM, bleek vorig najaar uit onderzoek van chemieprofessor en PFAS-expert Jacob de Boer van de Vrije Universiteit. ‘Dat is echt gigantisch,’ zegt hij.

‘Diffusie van verantwoordelijkheid’

Na het uitbarsten van de commotie in het voorjaar van 2021 stelde Vlaanderen een Parlementaire Onderzoekscommissie in. De destijds verantwoordelijke Vlaamse ministers hielden in hun verhoren vol dat zij geen aanwijzingen hadden gehad dat de volksgezondheid gevaar liep. Daar kwamen ze mee weg. Hoewel het eindrapport van de Onderzoekscommissie afgelopen maart wel concludeerde dat de Vlaamse overheid niet in staat is gebleken de burger te beschermen tegen giftige stoffen, verzuimde de Commissie harde conclusies te trekken over de momenten waarop het precies was misgegaan. Ze repte van ‘een cascade van beslissingen’ en een ‘diffusie van verantwoordelijkheid’.

The Investigative Desk reconstrueerde de affaire en laat zien dat er een aantal sleutelmomenten is aan te wijzen waarop men wel degelijk had kunnen ingrijpen. En dat signalen over een mogelijk risico voor de volksgezondheid ruim vijftien jaar lang systematisch genegeerd zijn. Zoals het onderzoek van biologe D’Hollander. Haar dochter heeft een geestelijke en motorische ontwikkelingsachterstand. Een neuroloog heeft recent tegen D’Hollander gezegd dat deze mogelijk te wijten is aan de hoge PFOS-concentratie in haar dochters bloed. ‘Ik vrees dat ik haar tijdens mijn zwangerschap heb opgezadeld met heel hoge waarden,’ vertelt ze.

Zelf kreeg ze rond 2010 ook gezondheidsklachten. Haar schildklier werkte te traag. ‘De dokter vond dat vreemd op zo’n jonge leeftijd,’ zegt D’Hollander. ‘Hij begon over vervuiling met zware metalen in vis. Maar ik ben al jaren vegetariër en eet geen vis. Mijn moeder heeft hetzelfde probleem en mijn schoonzus die aan de overkant van de straat woont ook. Haar schildklier is verwijderd omdat er allerlei gezwellen op zaten. Schildklierproblemen door PFOS zijn ook een van de meest voorkomende effecten die bewezen zijn in dierenstudies.’

Gifschandaal Schelde

Gelach in het parlement

Dat de omgeving van 3M zeer zwaar met PFOS was vervuild, was eigenlijk al sinds 2004 bekend. Toen deden Antwerpse onderzoekers onder leiding van professor biochemie Wim De Coen onderzoek naar bosmuizen in Blokkersdijk, een naast de fabriek van 3M gelegen natuurgebied. ‘De gehalten in die bosmuizen waren in de Blokkersdijk heel hoog,’ zegt De Coen tijdens een videogesprek. ‘Uiteraard schrok ik daarvan. PFOS is een stof die zich opstapelt. Normaal heb je bij een organisme dat laag in de voedselketen staat nooit dergelijke gehalten.’

De resultaten haalden de pers en het Vlaams Parlement. Volksvertegenwoordiger Johan Malcorps van de partij Groen wees er in maart 2004 op dat ook in de Westerschelde de hoogste concentraties ooit waren gemeten, dat Europarlementariërs de stof in hun bloed hadden en dat bij 3M uit onderzoek bij proefdieren al decennia bekend was dat de stof kanker en geboorteafwijkingen kon veroorzaken. Hij vroeg wat de overheid deed om de gezondheidseffecten bij de mens in kaart te brengen. Malcorps partijgenoot Jef Tavernier, die toen net minister van Leefmilieu was geworden, reageerde met een kwinkslag: ‘Als die stoffen gevonden worden bij bosmuizen, ijsberen en politici, dan is er wat aan de hand.’

Gelach in het parlement. De minister meldde dat zijn ambtenaren de wetenschappelijke literatuur volgden, maar dat PFOS niet was opgenomen in het Vlaamse biomonitoringsprogramma. Malcorps besloot zijn interventie met profetische woorden: ‘We kunnen er niet onderuit: degenen die dit al bijna twintig jaar wisten, zullen in de toekomst op de ene of andere wijze aansprakelijk moeten worden gesteld.’ De voorzitter verklaarde het incident gesloten.

In de jaren na Malcorps waarschuwende woorden bleven de signalen dat er iets mis was zich opstapelen.

Een jaar later, in 2005, ondertekenden Vlaanderen en Nederland de Scheldeverdragen. Daarin spraken ze af dat Nederland de dijken van de Hedwigepolder zou doorsteken om nieuwe natuur te creëren ter compensatie van de verdieping van de Schelde voor de scheepvaart. Dat Nederland talmde met de uitvoering leidde jarenlang tot een ernstig geschil met Vlaanderen. Intussen is de bebouwing in de polder geruimd, zijn de bomen gekapt en is de Hedwigepolder klaar om het water te ontvangen. Maar de onteigende grondeigenaren grijpen de vervuiling met PFOS nu aan als reddingsboei om de ontpoldering alsnog tegen te houden. In november 2021 spanden ze een procedure aan bij de Raad van State. Ook verschillende Zeeuwse gemeenten kanten zich tegen de ontpoldering nu de ‘nieuwe natuur’ zou volstromen met door PFOS vervuild Scheldewater.

Duizenden keren boven de norm

In de jaren na Malcorps waarschuwende woorden bleven de signalen dat er iets mis was zich opstapelen. Volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ moest 3M een onderzoek laten uitvoeren door een door de overheid erkende bodemdeskundige, in dit geval het Nederlandse ingenieurs- en adviesbureau Arcadis. In de Zwijndrechtse straat waar D’Hollander woont, mat Arcadis in 2006 al een vervuiling in het grondwater ‘boven de destijds geldende norm’.

Dat grondwater kon je uit voorzorg beter niet gebruiken om te drinken of gewassen mee te besproeien, was te lezen in het onderzoek. Een aantal buren in de straat kreeg dat te horen, maar D’Hollander wist er niets van. ‘Ik vind dat de overheid dat toen aan iedereen in onze straat had mogen laten weten,’ zegt ze. Pas in 2021 adviseerde de Vlaamse overheid de burgers van Zwijndrecht die binnen anderhalve kilometer van 3M wonen om hun putwater nergens voor te gebruiken, niet eens om de auto mee te wassen.

‘Als je weet dat er een verontreiniging is, dan moet je die volledig in kaart brengen. De regels zijn daarover heel duidelijk.’

In 2006 oordeelden de bodemdeskundigen nog dat het buiten het fabrieksterrein om een lichte vervuiling ging. Die leverde geen gevaar op, dachten ze. Maar op het terrein van de fabriek zelf, zo’n vierhonderd meter van D’Hollanders huis, waren de concentraties in het grondwater torenhoog, vele duizenden keren boven het toenmalige criterium. In het bodemonderzoek stond dat er een ‘ernstige bedreiging’ uitging van deze verontreiniging en dat die zich kon verspreiden. Niet alleen via het grondwater, ook via de lucht.

Commerciële relatie

‘Waanzinnige vaststellingen,’ reageert Isabelle Larmuseau. In de strak ingerichte woonkamer van haar huis, een oude textielfabriek in het Oost-Vlaamse dorpje Sleidinge, geeft de gezaghebbende milieujuriste een college over de Vlaamse bodemregelgeving. ‘Als je weet dat er een verontreiniging is, dan moet je die volledig in kaart brengen. De regels zijn daarover heel duidelijk. Je moet steeds een stukje verder meten, ook als de grens van de verontreiniging buiten het eigen bedrijfsterrein ligt.’ Dat gebeurde niet, het bodemonderzoek reikte nauwelijks verder dan de grond van 3M. ‘Hier zit de clou van het verhaal,’ zegt Larmuseau.

‘Wij zijn op basis van de toenmalige kennis van de toxiciteit tot de conclusies gekomen die in onze rapporten zijn opgenomen,’ zegt Arcadis in een reactie. Het bureau geeft aan dat de verontreiniging in de woonwijk wel degelijk in kaart is gebracht. Hoewel dat maar een klein stukje was, bestond volgens de autoriteiten geen noodzaak om de verontreinigingsvlek nog verder in kaart te brengen omdat de metingen niet significant boven de toenmalige waarde voor drinkwater lagen.

Toch had de bodemdeskundige moeten ingrijpen en onderzoeken hoe ver de vervuiling precies reikte, vindt Larmuseau. ‘Maar er is onvermijdelijk een commerciële relatie tussen de “onafhankelijke” bodemexpert en het opdrachtgevende bedrijf,’ zegt ze. Arcadis beklemtoont een door de Vlaamse overheid erkende onafhankelijke deskundige te zijn. Larmuseau heeft daar zo haar vragen bij. ‘Natuurlijk kan die commerciële relatie ertoe leiden dat bodemdeskundigen er het zwijgen toe doen. Dat blijkt nu meer dan ooit een systeemfout.’

Gifschandaal Schelde

Alarmbel

Terwijl Vlaanderen wegkeek, gaven in de omgeving van een fabriek van DuPont in Parkersburg in de Verenigde Staten bijna zeventigduizend mensen bloed af. Later zou de Hollywoodfilm Dark Waters het schandaal rond de DuPont-fabriek bij het grote publiek brengen. Maar eind 2012 veroorzaakten de uitkomsten van het epidemiologische onderzoek al een schokgolf onder wetenschappers: er was een verband tussen blootstelling aan de chemische stof PFOA – een zusje van PFOS – en verschillende typen kanker.

In die tijd tekende zich een wetenschappelijke consensus af dat PFOS net als PFOA een zeer gevaarlijke stof was. In 2009 was PFOS door de Verenigde Naties opgenomen in de categorie persistente organische polluent (POP), stoffen die niet-afbreekbaar zijn, zich opstapelen in de voedselketen en een bedreiging vormen van de gezondheid. ‘Als je een stof als een POP labelt, zit je in de top van de piramide van meest gevaarlijke stoffen,’ zegt Wim De Coen, de wetenschapper die in 2004 hoge concentraties PFOS naast 3M mat en nu hoofd gevaarsbeoordeling is bij het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA). ‘Ik denk dat 2009 het moment was om aan de alarmbel te trekken. Men had toen systematisch moeten gaan bepalen hoe groot de vlek was,’ zegt hij. ‘Meten is weten.’

‘Als het in het grondwater zit, is het een teken dat het mobiel is. Kunnen we dan alsjeblieft wat verder gaan kijken?’

Kom bij de wetenschapper niet aanzetten met de verdediging dat er sprake is van voortschrijdend inzicht en er toen nog geen zekerheid was. ‘Het voorzorgsprincipe betekent dat je niet alles tot in het laatste detail hoeft te weten,’ zegt De Coen. ‘Als je als overheid je bevolking wilt beschermen, zeg je: we hebben hier voldoende aanwijzingen dat die stof een probleem is.’

Buitengewoon ernstige vervuiling

Intussen was Lantis, de publieke bouwheer die toen nog Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) heette, vol aan de slag met de voorbereiding van ‘Oosterweel’, een megaproject om de ring van Antwerpen rond te maken, precies langs het fabrieksterrein van 3M in Zwijndrecht. Na decennia gesteggel gingen in februari 2018 de voorbereidende werkzaamheden van start voor de bouw van het stuk snelweg dat aan de noordwestelijke kant van de stad moet komen en verlossing moet bieden voor de verkeersproblemen.

In het bouwgebied van de ring werd in september 2016 een waarde van 1600 microgram PFOS per liter grondwater gerapporteerd. Die meting kwam in het Vlaamse nieuws als extreem hoge waarde. Maar uit de verslagen van het bodemsaneringsproject dat 3M op haar terrein uitvoerde, blijkt dat er in de periode tussen 2011 en 2017 tientallen keren hogere waarden, tot tachtigduizend microgram, zijn gemeten. ‘Absurd hoog,’ zegt chemieprofessor De Boer. ‘Dit laat zien dat ze daar bij 3M ontzettend vuil werkten.’

Die concentraties in het grondwater hadden een zoveelste reden moeten zijn om in actie te schieten, zegt zijn Vlaamse collega Wim De Coen. ‘Als het in het grondwater zit, is het een teken dat het mobiel is. Kunnen we dan alsjeblieft wat verder gaan kijken?’
Het verhaal was altijd: de vervuiling van het grondwater is geen bedreiging voor Zwijndrecht, want dat is op te pompen en te zuiveren, en bovendien stroomt het noordwaarts, richting Schelde en niet zuidwaarts, richting woongebied. Maar in een verslag van een vergadering in april 2017 bij Lantis is juist te lezen dat de pluim van PFOS zich in zuidelijke richting heeft bewogen en dat die pas is te beheersen nadat de werken aan Oosterweel zijn afgerond omdat die invloed hebben op de grondwaterstroming. Dat betekent dat de buitengewoon ernstige vervuiling pas onder controle is te krijgen na voltooiing van het zeer langdurige Oosterweel-project dat volgens optimistische schattingen in 2030 af moest zijn.

Voorlopig liggen de werkzaamheden stil. Milieu- en burgerbewegingen wonnen op 19 april 2022 een bij de Raad van State aangespannen procedure. Een belangrijk argument van de rechters om hen gelijk te geven, was dat onduidelijk is wat de invloed van het project op de bodemsanering is.

Gifschandaal Schelde

Totaal ongepast

De vervuiling in het grondwater en vooral in de grond vormde een lastig obstakel voor Lantis, dat grote hoeveelheden zwaar vervuilde grond moest verplaatsen voor de bouw van de snelweg. Door Lantis ingehuurde bodemdeskundigen schetsten in een ‘Quick-scan PFOS’, in handen van The Investigative Desk, de mogelijke uitwegen.

Bij de politiek verantwoordelijken van de Oosterweelverbinding lag toen een persbericht klaar om de burgers van Zwijndrecht in te lichten. Alleen ging dat nooit de deur uit.

Volledige afvoer en verwerking van de vervuilde grond werd als duur en lastig haalbaar beoordeeld. Maar een ‘aanpassing normkader’ bood verlossing. De door Lantis ingehuurde bodemdeskundigen konden zelf de normen voor het gebruik van de grond opstellen. Met vernuftig rekenwerk kwamen ze tot een acht maal hogere norm dan ze zelf aanvankelijk hanteerden, die ze verantwoordden door te stellen dat men ‘nauwelijks wordt blootgesteld via andere blootstellingsroutes dan grondwater’. Destijds was echter al tien jaar bekend dat de vervuiling zich ook via de lucht verspreidde.

‘Daar rammelt het,’ zegt de chemieprofessor De Boer. ‘Betrokkenen die belangen hebben bij het bouwen van het Oosterweeltraject hebben zelf de norm vastgesteld. Dat is zo ontzettend fout.’ Lantis bestrijdt in een reactie aan de normen te hebben gesleuteld. Dat de bouwheer zelf de bodemnormen moest laten afleiden, vond het bedrijf in eerste instantie ook ‘totaal ongepast’. Maar het kon niet anders, want het was gewoon een verplichting die uit de wet voortkomt. ‘Als er geen normen zijn, is het de taak van de erkende bodemdeskundige die af te leiden.’

Verzwijgen

De opwinding in de Parlementaire Onderzoekscommissie en de Vlaamse pers richt zich vooral op een ander deel van het verhaal: de keuze in oktober 2017 om de vervuiling voor de bevolking van Zwijndrecht te verzwijgen. Bij de politiek verantwoordelijken van de Oosterweelverbinding lag toen een persbericht klaar om de burgers van Zwijndrecht in te lichten. Alleen ging dat nooit de deur uit.

De redenering van de Vlaamse ministeries van Leefomgeving en Mobiliteit om niet te communiceren, was dat er geen direct risico zou zijn voor de mens. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), die zorg moet dragen voor een schone bodem, vond wel dat er ‘onduidelijkheid’ was over de blootstelling aan de bewoners van Zwijndrecht omdat er weinig gegevens waren uit het woongebied. Om die ‘onzekerheid’ weg te nemen, zouden meer metingen nodig zijn. Bouwheer Lantis gaf er een positieve draai aan: ‘OVAM concludeert dat er vandaag geen enkel risico kan zijn voor de mens. De gemeten waarden op de site en in de omgeving zijn tientallen keren lager dan de gehanteerde minimumdrempel. Dat maakt dat er nu al met zekerheid gezegd kan worden dat hier geen gevaar dreigt voor de mens.’ Waar Lantis die zekerheid ineens vandaan haalde, blijft onduidelijk.

In opdracht van de provincie Zeeland is het RIVM momenteel bezig te beoordelen of het nog veilig is om de vis te eten.

Nog opmerkelijker is de verklaring van de Vlaams-nationalistische minister Weyts, die in 2017 mobiliteit in zijn portefeuille had. Die zei later in de Onderzoekscommissie weinig verschil te zien tussen de tekst van OVAM en de versie die Lantis ervan gaf. Die interpretatie vindt hij ‘logisch en steekhoudend’. Maar volgens OVAM zijn het ‘fundamenteel’ andere weergaven van de feiten.

Een ‘veelheid aan systeemfouten’

‘Er was geen humaan toxicologisch risico,’ zei de christendemocratische voormalig minister Schauvliege (Leefomgeving) eindeloos in haar hoorzitting in de Onderzoekscommissie. ‘En we moeten niet met de bril van vandaag naar het verleden kijken.’

Toch waren er vanaf 2004 ook met de kennis van toen al tal van momenten waarop alle reden was in te grijpen. De affaire legt een ‘veelheid aan systeemfouten’ bloot. Allereerst dringt wetenschappelijke kennis moeizaam tot de overheid door. De Coen wijst bovendien op de versnippering van verantwoordelijkheden: ‘De ene instelling gaat over het water, de andere over de bodem. Er is een gebrek aan een holistische visie.’

Verregaande bevoegdheden zoals zelfs voor het vaststellen van vervuilingsnormen zijn ondertussen overgedragen aan private partijen met commerciële belangen. ‘Die moeten onafhankelijk zijn,’ zegt Larmuseau. ‘Maar worden betaald door hun opdrachtgever.’

Dagelijks maakt de industrie nieuwe stoffen aan waarvan de effecten nauwelijks onderzocht zijn. Volgens PFAS-expert Jacob de Boer moet je zulke gevaarlijke stoffen gewoon niet maken. ‘Ik heb m’n hele leven gewijd aan dit soort substanties. Er zijn nog veel grote problemen met vervuiling door chemische stoffen. Daar kom je pas achter als het kwaad al geschied is. We hebben experimenten op wereldschaal gedaan.’

Van de eigen vis afblijven

De Vlaamse vervuiling steekt intussen via de Westerschelde de grens over naar Nederland. In opdracht van de provincie Zeeland onderzocht het RIVM of het nog veilig is om vis uit de rivier te eten. Eind mei adviseerde het instituut om ‘zo min mogelijk’ vis, garnalen, oesters en mosselen te eten om de gezondheid niet in gevaar te brengen. ‘Het eten van producten uit de Westerschelde draagt extra bij aan de al hoge PFAS-blootstelling via andere bronnen in Nederland,’ schreef het gezondheidsinstituut.

Niet alleen Zeeuwen, maar vrijwel alle Nederlanders krijgen te veel PFAS binnen via drinkwater en voedsel, concludeerde het RIVM vorig jaar. Dat komt mede door de Chemours-fabriek in Dordrecht, die al jarenlang PFAS-stoffen uitstoot in de lucht en loost in de Merwede. Op basis van groeiende wetenschappelijke kennis worden de conclusies van Europese instanties steeds alarmerender. De stoffen zijn alom in het milieu, zelfs op de Noordpool. Als consument kun je er nauwelijks aan ontsnappen. Ze schaden het immuunsysteem, de voortplanting, het ongeboren kind en ze zijn kankerverwekkend. Inmiddels ijvert de Nederlandse regering samen met andere landen voor een totaalverbod op de chemische familie in Europa. Maar zo’n verbod zal naar verwachting nog jaren op zich laten wachten.

The Investigative Desk

The Investigative Desk is een collectief van onderzoeksjournalisten dat zijn werk financiert uit donaties, subsidies, cofinanciering en honoraria. Geldgevers hebben geen zeggenschap over de onderzoeken. Dit onderzoek werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.