Kort na de verkiezingen in november schreef Ronald Plasterk, oud-minister voor de PvdA, in zijn Telegraaf-column dat de formatie ‘niet enorm ingewikkeld is en niet heel lang hoeft te duren’: er zou geen alternatief zijn voor een rechts kabinet met PVV, VVD, NSC en BBB. Plasterk was de enige niet: tal van commentatoren meenden dat alleen zo’n kabinet recht zou doen aan de verkiezingsuitslag, want ‘de kiezer heeft gesproken’. Kort daarop werd dezelfde Plasterk gevraagd als informateur door Geert Wilders, die zijn eerste verkenner, PVV-senator Gom van Strien, al spoedig had zien sneuvelen vanwege een fraudezaak: de PVV-leider en de Telegraaf-columnist hadden elkaar tijdens een genoeglijke vakantie op de Antillen zo goed leren kennen dat Geert meende dat Ronald hem ‘geen loer zou draaien’.
Inmiddels zijn we ruim drie maanden verder, moest Plasterk na slepende onderhandelingen meemaken dat Pieter Omtzigt zijn dienstwagen leende om aan een stel journalisten in een Postillionhotel stiekem te gaan vertellen dat hij uit de gesprekken zou stappen, en is de formatie terug bij af. De kiezer die in november zo overtuigend zou hebben gesproken, kan de puinhoop alleen maar in verbijstering gadeslaan.
Nadat een oud-PvdA-minister als informateur faalde in zijn opdracht en zijn dienstwagen weer kon inleveren, mag oud-PvdA-senator Kim Putters nu proberen de formatie vlot te trekken. Zijn eerste gesprekken waren van de week met zijn voorganger en partijgenoot Ronald Plasterk, Thom de Graaf, vice-voorzitter van de Raad van State en oud-minister voor D66, en dienst voorganger, de ervaren rot Herman Tjeenk Willink, tevens PvdA.
In november klonk in koor dat ‘de kiezer’ een rechts kabinet zou willen. Maar dat bleek een onmogelijke opdracht.
Je zou kunnen zeggen: de rechtse partijen van de coalitie in wording – en dan met name de PVV en BBB – missen bestuurlijke ervaring en kunnen niet anders dan bouwen op de resten van de oude middenpartijen. Je zou ook kunnen zeggen: wat een armoede dat ze de formatie niet voor elkaar krijgen zonder de progressieve partijen die door de rechtse kiezers als het Grote Kwaad worden gezien.
Precies daar wringt het. Want juist de kiezers die in november nog hoopten eindelijk een rechtse coalitie voor elkaar te brengen, komen bedrogen uit: na drie maanden is er nog geen enkel zicht op een rechtse coalitie, waar ook de exercitie van Kim Putters de komende weken naar alle waarschijnlijkheid weinig aan zal veranderen. Dat geldt al helemaal voor de NSC-kiezers die meenden op een rechtse partij te stemmen.
Als ze de moeite hadden genomen een blik te werpen op het verkiezingsprogramma en de kieslijst van NSC, hadden ze kunnen weten hoe moeilijk de rechtsstatelijke principes van Pieter Omtzigt en zijn getrouwen in overeenstemming te brengen zouden zijn met het gedachtengoed van de PVV: het grootste obstakel voor een rechtse coalitie. Juist de NSC-kiezers zijn volgens de peilingen inmiddels alweer massaal afgehaakt: degenen die hem zagen als Linkse Verlosser uit teleurstelling dat hij überhaupt met de PVV ging praten, degenen die hem zagen als Rechtse Heiland vanwege zijn aarzelingen en bokkige gedrag tijdens de onderhandelingen.
In november klonk in koor dat ‘de kiezer’ een rechts kabinet zou willen. Maar dat bleek een onmogelijke opdracht.
Wie na de verkiezingen zei dat de vorming van een rechtse coalitie misschien helemaal niet zo’n automatisme was, kreeg te horen: ‘De kiezer heeft gesproken,’ en zelfs: ‘De kiezer heeft altijd gelijk.’
Dat laatste heeft me altijd onzin geleken: er zijn altijd een heleboel kiezers die om de verkeerde redenen op de verkeerde partij stemmen, of om de goede redenen op de verkeerde partij, of zelfs om de verkeerde redenen op de goede partij. Van degenen die op Pieter Omtzigt hebben gestemd, vindt de helft in ieder geval van zichzelf dat ze géén gelijk hebben gehad.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.