Interview
1. Blijf spelen
‘Elke zomer van mijn jeugd brachten we door op camping De Koekoek aan de Lek, in Tienhoven. Dan trok ik mijn legerdumpkleren aan, pakte mijn “mitrailleur”, en schieten maar. Ik ben heel lang speels geweest, heb zeker tot mijn vijftiende soldaatje gespeeld. Vanaf mijn zestiende begon ik te rappen. We woonden vanaf mijn elfde in Osdorp, maar ik ging naar het Grafisch Lyceum in Amsterdam-Zuid, dus veel vrienden in de buurt had ik niet. Gelukkig woonde mijn neef Marco in Osdorp. Die zat in de klas bij Arthur, en diens broer Robin wilde wel de beats maken. Voor we het wisten, waren we een band, en tot op de dag van vandaag spelen we in deze samenstelling. Ik was verslaafd aan gangstarap in die tijd, maar had wel het besef dat ik een Nederlandse tiener was en geen gangster uit L.A. Ik ging wat rommelen met Nederlandstalige raps, maakte speelse varianten op de gangstaraps. Liedjes als “Pak die snol” en “Geld voor geweld” waren eigenlijk nog steeds een voortvloeisel van het soldaatje spelen uit mijn jeugd.’
2. Wees geen purist
‘Hiphop is in de eerste plaats muziek, en voor sommigen is het een levenswijze. Er zijn puristen die vinden dat het precies aan hun regels moet voldoen. Dat vind ik gelul. De geschiedenis van de hiphop laat zien dat er zoveel mogelijk is, en wat is dan de échte old school hiphop? Moet er een dj op het podium staan, of juist een drumcomputer, een sampler of een band, moeten de raps rijmen of juist niet? Je kunt op alle mogelijke manieren hiphop maken. Het mooie van kunst is dat het vrij is.’
3. Improviseer
‘Jazz ontdekte ik toen ik het Bas van Lier Trio zag spelen. Ik dacht: als dit ook jazz is, is het geweldig. De eerste keer dat we samen speelden, improviseerden we er maar wat op los, en het klikte zo goed dat mensen uit het publiek dachten dat we al jaren samen optraden. Zo is de band Bl3nder ontstaan: het staat voor Bas van Lier Trio En Die Ene Rapper. Het mooie van jazz is dat ik live meer speling heb voor mijn teksten. Bij hiphop loopt de drumcomputer genadeloos door, maar bij jazz moet je samen improviseren.’
4. Word geen karikatuur
‘Door de muziek is mijn oude liefde verwaarloosd geraakt: tekenen. Maar sinds kort heb ik een atelier in de Jordaan waar ik rustig kan werken. Het is de bedoeling om ook werk tentoon te stellen, het moet een soort galerie worden. Hier kan ik me terugtrekken, het vormt een mooi contrast met de hectische weekenden vol optredens door het hele land. Dit jaar toeren we voor het laatst rond met de Osdorp Posse. Het is mooi geweest, we zijn nu bijna veertig en we kunnen trots terugkijken op twintig jaar knallen en succes hebben. Onze muziek is heel energiek en heftig, dat kun je niet te lang blijven doen. Op een gegeven moment is het niet meer geloofwaardig om als vijftiger met maatschappijkritische teksten rebels te staan schreeuwen op het podium. Je moet geen karikatuur van jezelf worden.’
5. Speel Triviant
‘De eerste keer dat we op Lowlands stonden met de Osdorp Posse, in 1995, was meteen onze doorbraak naar het grote publiek. We moesten in een kleine tent spelen waar zo’n twee- à drieduizend man in konden, en ik had al tegen de organisatie gezegd dat dat te klein was. Uiteindelijk probeerden minstens achtduizend mensen naar binnen te komen, het werd complete chaos. Niet in het minst omdat ik de boel opjutte door te roepen: trek die haringen eruit! Dat bedoelde ik natuurlijk niet letterlijk maar iedereen begon aan die tent te sjorren en in de palen te klimmen, totdat hij bijna omging. Ik heb mensen zien rennen voor hun leven. Dat de vraag: ‘Welke Nederlandse band is letterlijk en figuurlijk doorgebroken op Lowlands?’ een Triviantkaart heeft gehaald, vind ik fantastisch. Ik hoop nog steeds dat hij een keer op televisie voorbijkomt, voorgelezen door Astrid Joosten.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.