Het was de Duitse filosoof Wilhelm von Humboldt (1767-1835) die bij het stichten van de universiteit van Berlijn bedacht wat daar bovenal geleerd zou moeten worden. Afgezien van studeren voor een beroep was het de bedoeling dat er ook gestudeerd werd voor het leven: er moest aan de vorming van de persoonlijkheid van de jongelieden gedaan worden. Daar komt het woord Bildung vandaan. Bildung was de vorming tot zelfstandige, vrije en goede persoonlijkheden met gevoel voor geschiedenis en cultuur. In de negentiende eeuw zou Bildung vooral door de bourgeoisie en conservatieve kringen worden gekoesterd. Die hadden de middelen om hun kinderen naar goede scholen en de universiteit te sturen.
Behoefte aan enige substantie
Twee eeuwen later beleeft Bildung al enige tijd een herwaardering, maar in een heel andere context. De algemene vorming van de Bildung is nu een ideaal geworden dat tegenwicht moet bieden aan de eenzijdigheid van de opleidingen op de hoge school of universiteit. Meer willen weten dan alles over je eigen vak, daar gaat het om. Voor Von Humboldt bestond die algemene vorming uit drie onderdelen: het verwerven van een brede, algemene kennis, kritisch denken en moreel oordelen. Het is een trio dat nu, in deze tamelijk freewheelende tijd, helemaal geen bedaagde indruk meer maakt, alsof er wel weer behoefte is aan enige substantie.
In ieder geval komen Von Humboldt en de drie pijlers van de Bildung ter sprake in Wij zijn de politiek, het boekje dat Marc van Dijk heeft gemaakt in gesprek met Daan Roovers, de nieuwe Denker des Vaderlands. Dat boekje is wel nodig omdat Roovers niet of nauwelijks in boekvorm heeft gepubliceerd. Ze heeft haar sporen vooral verdiend als hoofdredacteur van Filosofie Magazine van 2001 tot 2015. De boeken bleven beperkt tot een Kleine geschiedenis van de filosofie samen met René Gude en een boekje van amper tachtig pagina’s over opvoeden in de serie ‘Nieuw licht’: Mensen maken.
Deze individualistische tijd heeft volgens Roovers behoefte aan meer ‘betrokkenheid’, zoals het modieus heet.
Daan Roovers werkt aan een proefschrift over de ‘publieke opinie’ van de achttiende eeuw tot onze tijd. Dat lijkt niet zo bijzonder nu er zoveel publieke opinie bij is gekomen door sociale media als Twitter en Facebook. Maar dat is het wel, want publiek denken is denken dat een beetje in de lucht hangt omdat het los raakt van het individuele denken. Het individuele denken staat met twee eigen benen op de grond. In de publieke sfeer wordt het individuele ondergeschikt aan het algemene.
Volgens Roovers bestaat het individuele denken vooral uit vooroordelen die nog niet zijn weerlegd door het publieke, gezamenlijke denken. Deze individualistische tijd heeft volgens Roovers behoefte aan meer inzet en bewustzijn van de burgers, meer ‘betrokkenheid’, zoals het modieus heet. Het gaat Roovers om ‘publiek denken’, om denken ten behoeve van het algemeen belang.
Een eiland zijn
Vandaar dat Roovers het begrip politiek veel ruimer opgevat wil zien dan alleen als de politiek die in Den Haag wordt beoefend. Roovers schaart zich onder de denkers en stromingen die in mensen politieke wezens willen zien, zoals Aristoteles (‘de mens is een politiek dier’) of de stromingen in de jaren zeventig die zeiden dat het persoonlijke politiek is. Dat is nogal veelomvattend, alsof er geen uitweg is voor wie de politiek ook wel eens de politiek wil laten.
‘Politiek’ is ook politiek, dat wil zeggen, naast het noodzakelijke en nobele werk ten behoeve van het algemeen belang, ook gemarchandeer, gekuip, geven en nemen, buigen of barsten. Het ‘wij zijn de politiek’ van Roovers is net iets te alomvattend, té politiek van top tot teen, te holistisch. Wij zijn veel politiek, maar lang niet alles. Er moet een nooduitgang zijn. De verantwoordelijke burger hoeft zich niet altijd verantwoordelijk te voelen. Een mens moet ook een eiland kunnen zijn.
Roovers is vooral een doorgewinterde generalist en eclecticus, iemand die haar wijsheid bij anderen zoekt.
Het publieke denken in het algemeen belang maakt van Daan Roovers een utilitair en praktisch filosoof, een filosoof die vanaf haar keukentafel naar de hele wereld kijkt. Niet een filosoof die in zijn eigen gedachtenwereld opgesloten zit, of vervuld is van zijn eigen filosofie, systeem of theorie. Ze is vooral een doorgewinterde generalist en eclecticus, iemand die haar wijsheid bij anderen zoekt en (nog) geen specifiek eigen gedachtenwereld heeft ontwikkeld.
Geen gebrek aan publiek denken
Het publieke denken van Roovers is afkomstig van de Amerikaan Walter Lippmann, schrijver van The Public Philosophy uit 1955. Bij Jean-Paul Sartre vindt Roovers de munitie om Dick Swaab te bestrijden wanneer die zegt dat alles al vastligt in de mens wanneer hij anderhalf jaar is. Dan zouden we niet meer verantwoordelijk zijn voor onze daden, zegt Roovers met Sartre.
Aan Jean-Jacques Rousseau en zijn boek Emile, of over de opvoeding ontleent Roovers het idee dat ‘ervaring’ voor kinderen de beste leermeester is. Niet boeken of computerschermen, dat is teveel niet tastbare kennis. Iedereen denkt dat Descartes lichaam en geest uit elkaar haalde. Volgens Roovers deed hij dat niet: ‘hij zocht juist naar de wisselwerking van die twee.’ John Stuart Mill, de negentiende eeuwse liberaal en utilitarist, leverde Roovers de kern van haar ideeën over het publieke denken: dat een oordeel pas van waarde is wanneer het is onderworpen aan de toets van kritiek van anderen. Geen zelfgenoegzame tevredenheid met de eigen gedachtespinsels: ‘Je moet je eigen tegenspraak organiseren om tot een juist oordeel te komen.’
Wanneer Roovers zegt dat ons denken niet langer gericht moet zijn op wat ons onderscheidt van elkaar, dan is het de vraag wat ze zich daarbij voorstelt.
Het utilitiaire in het denken van Roovers, het denken in het algemeen belang, maakt de indruk boven de werkelijkheid te zweven, ook al is dat nu juist niet haar bedoeling. Wanneer Roovers zegt dat ons denken niet langer gericht moet zijn op wat ons onderscheidt van elkaar, maar op het publieke, ‘op onze gezamenlijkheid’, dan is het de vraag wat ze zich daarbij voorstelt. Er wordt al voortdurend door zo ongeveer iedereen over grote, publieke, de hele wereld omspannende kwesties gedacht. Aan publiek denken, aan zaken die ons allemaal aangaan, is geen gebrek als we zien wat er allemaal wordt geschreven en onderzocht als het gaat om ‘gezamenlijke’ onderwerpen als klimaatverandering, digitalisering, autoritaire regimes, racisme, populisme, handelsoorlogen, terrorisme, emigratie en privacy.
Being nice is the new punk
In alles wat Roovers in Wij zijn de politiek zegt overheerst de gematigdheid. Volgens Roovers wordt ‘het grijze midden’ helemaal niet meer gehoord. Op de sociale media doet een gematigde mening niets. De polarisatie is zo onstuitbaar dat de gematigde stem wordt weggedrukt door ‘de grote monden.’ Er is ook zoveel kritiek dat het echte kritische denken, het kritische denken als zodanig, iets van het verleden aan het worden is. Het bestaat niet meer. Het is weggedrukt door getweet, gescheld, gekrijs, gevloek en geschamper. De taal van de onderbuik overheerst zo dat de taal van het verstand avantgardisme aan het worden is: ‘Being nice is the new punk’, zoals Roovers citeert. Kritisch zijn is niet meer onderscheidend, daaraan kun je geen onafhankelijke geest meer aflezen.
Het kritisch denken wordt door Roovers nu gezien als een soort impulsief getwitter. Het blijft steken in een beperkt perspectief. Roovers wil het omvormen tot ‘publiek denken.’ Dat gaat niet meer over wat ons van elkaar onderscheidt, maar wat ons aan elkaar verwant maakt, het gezamenlijke. Ze leunt daarbij op Immanuel Kant die het had over ‘het publiek gebruik van de rede.’ Dat vertaalt Roovers als ‘hoe betrek ik het grotere geheel in mijn denken, de rest van de wereld.’
Ik vraag mij af of dat grotere geheel niet wat te groot wordt wanneer dat ‘de rest van de wereld’ betekent. De wereld heet tegenwoordig wel binnen handbereik te zijn, maar dit lijkt mij al te globaal gedacht. Te meer nu dat in ‘gezamenlijkheid’ moet gebeuren, wat mij te religieus wordt. De door Roovers veel aangehaalde Hannah Arendt had het over amor mundi, van de wereld houden. Daar is de wereld te groot voor. De wereld kun je niet eens omhelzen.
Wij zijn de politiek. Het denken van Daan Roovers is uitgegeven door Ambo/Anthos.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.