Na tien jaar was het viroloog Jonas Salk eindelijk gelukt. Samen met zijn team had hij een werkend vaccin voor het verwoestende poliovirus ontwikkeld. Patent vroeg hij niet aan. Roem en bewondering lieten hem koud. Het enige waar het Salk om te doen was geweest, was iets nalaten aan generaties na hem. Hij vond dat de mens zich op de lange termijn moest richten door zich steeds af te vragen: ben ik een goede voorouder?

Het verhaal van Salk staat op de eerste bladzijden van het deze zomer verschenen boek The Good Ancestor. How to Think Long Term in a Short-Term World van de Australische filosoof Roman Krznaric. De link met het heden, waarin de wereld opnieuw reikhalzend uitkijkt naar een vaccin, was een toevalstreffer: Krznaric had zijn boek echt al vóór de coronacrisis af.

Het verhaal inspireerde Daan Roovers. ‘Voor Salk was het uitvinden van een vaccin geen doel op zich, maar onderdeel van goed voorouderschap. Ik zeg zelf graag: we hoeven de wereld niet achter te laten zoals we haar hebben aangetroffen.’

Het heden is overbelicht

We hebben hierover omdat in dit coronajaar juist het kortetermijndenken hoogtij viert. Aanvankelijk moest dat ook wel. Om te voorkomen dat de intensive-care-afdelingen uit hun voegen zouden barsten, waren snelle maatregelen vereist. En toen het bergafwaarts ging met de economie, wist het kabinet de schade snel te beperken door een barricade aan noodsteunpakketten op te werpen.

‘Er is nú momentum om het roer om te gooien.’

Maar we moeten niet te lang in deze reactieve modus blijven hangen, stelt Roovers. Nu we iets meer grip hebben op het heden, wordt het tijd om de lange termijn op de korte te heroveren. ‘We zijn nog steeds erg gefocust op vragen als: wat is de stand vandaag, hoe ontwikkelen de RIVM-cijfers zich? Als je op die manier kijkt, raakt het heden overbelicht. Daardoor zien we problemen die zich langzamer ontwikkelen over het hoofd.’

Daan roovers

Filosoof Daan Roovers (1970) is tot en met maart 2021 Denker des Vaderlands. Ze werkt voor de Universiteit van Amsterdam en het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed en was tussen 2001 en 2015 hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Roovers is groot pleitbezorger van publieksfilosofie, waarbij filosofie een activiteit is die hardop en midden in de samenleving wordt uitgevoerd en waaraan elke burger kan deelnemen.

Journalist Menno van den Bos legt haar elke maand een grote kwestie van deze tijd voor. Hier vind je een overzicht van de vorige afleveringen

Ons collectieve achterhoofd

Het ultieme voorbeeld van zo’n probleem is de opwarming van de aarde. Wat tot voor kort als grootste bedreiging voor de mensheid werd beschouwd, lijkt even naar ons collectieve achterhoofd te zijn verbannen. De nieuwe klimaatplannen van het Nederlandse kabinet, die er voor 1 april moesten zijn, werden door corona in maart op de lange baan geschoven. ‘Veel mensen, ook wij, hebben nu andere dingen te doen,’ zei verantwoordelijk minister Wiebes.

Volgens Roovers is het niet nodig en niet juist om de korte en de lange termijn zo van elkaar te scheiden. ‘Wetenschapsfilosoof Bruno Latour schreef onlangs dat klimaatverandering en corona juist in elkaars verlengde liggen. Ze laten beide zien dat onze samenleving ten diepste wordt beheerst door niet-menselijke fenomenen als virussen en het klimaat. We moeten niet denken: eerst corona fiksen, dan even diep ademhalen en dan zien we wel verder met het klimaat. Er is nú momentum om het roer om te gooien. Bijvoorbeeld door transportbewegingen te minimaliseren. Om te beginnen die van jezelf: stop met al dat reizen en leef en koop lokaal. Dat heeft op lange termijn een enorme impact op de CO2-uitstoot.’

Wegduiken voor een vallende boom

Nu is dat langetermijndenken makkelijker gezegd dan gedaan, erkent Roovers. ‘Iedereen die ooit heeft geprobeerd om te stoppen met roken, weet hoe moeilijk het is om een langetermijndoel te laten winnen van een kortetermijnbehoefte.’

‘In deze wereld je blik op de lange termijn houden is als tegen de storm in fietsen.’

Volgens psychologen en neurowetenschappers komt dat door hoe ons brein bedraad is. We reageren het sterkst op dingen die op korte termijn op ons afkomen. Het is evolutionair handig om te begrijpen dat je moet wegduiken voor een vallende boom. Klimaatverandering triggert veel minder, want dat is sluipend, onzichtbaar en abstract. Onze hersenen stribbelen dus tegen. En dat doen ze nog meer bij de boodschap dat we nú duurzamer moeten gaan leven om te voorkomen dat het over een x aantal jaren uit de hand loopt.

Die combinatie van kortetermijnhandelen omwille van langetermijneffecten werkt verlammend, zei de Nobelprijswinnende psycholoog Daniel Kahneman in 2014 tegen tijdschrift New Scientist. Kahneman was dan ook, zo bekende hij, pessimistisch over het vermogen van de mens om de klimaatopwarming te stuiten.

À la minute-verleidingen

Volgens Roovers heeft onze moeizame relatie met de toekomst behalve met onze bovenkamer ook te maken met het feit we in een wereld leven die ons continu bestookt met à la minute-verleidingen. ‘In webwinkels is het devies: vandaag besteld, morgen in huis. We worden geactiveerd om snel te beslissen en direct kansen te pakken. In zo’n wereld je blik op de lange termijn houden is als tegen de storm in fietsen.’

Aan de andere kant, zegt ze, ‘we kúnnen het, als enige diersoort ter wereld, wél. Kijk maar naar al die mensen die toch echt zijn gestopt met roken.’
Rookverslaving is een goede metafoor voor deze tijd, zegt Roovers. ‘Als je als roker griep krijgt, stop je vanzelf een paar dagen. Maar zodra je beter bent, steek je er weer een op. Terwijl die griep eigenlijk een kans was om definitief te stoppen om het échte gevaar, de longkanker, te neutraliseren. Als corona voor de wereld als een griep is, is klimaatverandering als longkanker.’

Hoe kunnen we onszelf trainen om bij wat we doen naar de lange termijn te kijken?

‘Wat we in elk geval nodig hebben, is verbeeldingskracht. Krznaric heeft het in zijn boek over “kathedraaldenken”. De mensen die begonnen met de bouw van beroemde kathedralen wisten dat ze hun werk nooit voltooid zouden zien worden. De architect Gaudí wist dat de Sagrada Família voor zijn dood niet af zou zijn. Toch werkte hij rustig door. Ook iets wat pas in de toekomst bestaat, maar wat je je wel kunt voorstellen en waaraan je bijdraagt, is de moeite waard.

Krznaric komt met een aantal filosofische gedachte-experimenten om die verbeeldingskracht in te bedden in het hier en nu. Een daarvan is een variatie op de sluier van onwetendheid, een gedachtenexperiment dat de Amerikaanse filosoof John Rawls in 1971 beschreef in zijn boek Een theorie van rechtvaardigheid.

Daarbij vraag je jezelf af hoe zou je willen dat de samenleving eruitziet als je niet weet waar je geboren zult worden. Over het algemeen kiezen mensen dan voor een wereld waarin alles rechtvaardig verdeeld is. Krznaric merkt op dat je daarbij niet alleen aan mensen hier en nu moet denken, maar ook aan onze nakomelingen en hun nakomelingen. Waarom zouden we die er niet bij betrekken? De sluier van onwetendheid wordt dan de vraag: stel dat je niet weet of je nu geboren zult worden of over 150 jaar, wat zou je dán doen?

Of neem ‘de pijl’, een gedachte-experiment dat Krznaric leent van de Britse filosoof Derek Parfit. Als je een pijl afschiet, weet je dat die aan het einde van zijn vlucht iets kan raken – een hert, bijvoorbeeld. Dat is jouw verantwoordelijkheid, maar die causaliteit geldt ook voor een langere termijn. Denk aan kernafval. Als kinderen daar nu ziek van worden, zouden we dat heel erg vinden. Maar als ze er over een eeuw pas ziek van worden, is dat dan minder erg? Het zou heel gek zijn om mensen in de toekomst minder waard te vinden dan mensen nu. Met de dingen die we doen, schieten we als het ware een pijl af naar de toekomst.’

Is het nemen van verantwoordelijkheid voor waar die ‘pijlen’ landen aan burgers of aan politici?

‘Politici zijn het meest verslaafd aan de korte termijn. Dat is heel kwalijk, want aan hen zouden we juist ons langetermijndenken moeten kunnen toevertrouwen. Ik ben niet zozeer kritisch op onze huidige politici, maar op het systeem waarbinnen ze elke paar jaar vervangen worden. Daardoor zijn ze per definitie passanten en kom je in de politiek weinig visies tegen die verder reiken dan een paar jaar.

Als we van politici langetermijnvisie verwachten, komen we bedrogen uit. Ik heb meer vertrouwen in planbureaus en onderzoeksinstituten als het RIVM, waar langetermijnkennis is opgeslagen, en in ambtenaren. Ik voer vaak gesprekken in de lokale politiek, en wat me daar altijd opvalt, is dat er twee groepen zijn die nadenken over de lange termijn: de ambtenaren en de bewoners. Die blijven lang op hun plek, terwijl burgemeesters en wethouders vaak van stad naar stad gaan.’

De coronacrisis heeft bewezen dat we met zijn allen tot heel wat in staat zijn als we onze schouders eronder zetten. Zoals je in een eerder deel van deze reeks zei: het idee van de maakbaarheid is terug. Kunnen we dat aanwenden om klimaatverandering het hoofd te bieden?

‘Ik denk het wel, maar het klimaat is om een aantal redenen een extra ingewikkeld probleem. Behalve dat het een abstract langetermijnprobleem is, is er ook altijd die gedachte: wat maakt mijn bijdrage nou voor verschil in het geheel? Een defaitistische houding ligt op de loer. Terwijl jij met de fiets op vakantie gaat, vliegen er honderden vliegtuigen over je hoofd. En jij maar natregenen.’

De levens van echte mensen

Het doorbreken van dat defaitisme is moeilijk, zegt Roovers, maar wordt al makkelijker als je jouw acties beschouwt als een kleine bijdrage aan de levens van echte mensen. Ook daar heeft Krznaric een trucje voor. ‘Stel je voor dat je kinderen krijgt en dat die kinderen ook weer kinderen krijgen. En dat je kleinkinderen, die je dus nog op schoot zult hebben, ook weer volwassen worden en op een gegeven moment zelf grootouder worden. Dat is een situatie die je je redelijk goed kunt voorstellen, en waarbij je door die familieband een bepaalde betrokkenheid hebt. Ondertussen zit je dan al in het jaar 2250. Zo maak je de toekomst minder abstract en wordt het minder gemakkelijk om te denken: ze zoeken het tegen die tijd maar uit.’

Wie weet brengt dat besef ons, net als Jonas Salk, wel tot grootse daden.