Dit verhaal is ook te beluisteren.

Stel je voor: tegen een jongen van zeventien is altijd gezegd dat hij niet hoeft te werken, maar gewoon van zijn vaders centen kan leven. Hij weet heus wel hoe dat geld wordt verdiend. Kan zich eigenlijk nauwelijks voorstellen dat er ook zoiets bestaat als legaal een inkomen bij elkaar sprokkelen. Dus geeft hij, net als zijn vrienden en neven, geld uit als water. Ziet al voor zich hoe hij straks zelf zijn zaakjes regelt, zijn eigen geld verdient.

Dat is een tijdje leuk. Maar dan wordt zijn vader gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf. Het geld raakt op. Zijn zusjes dreigen van school te worden gestuurd vanwege hun studieresultaten. Zijn moeder weet niet wat ze moet doen, heeft altijd geleund op haar man die alles voor elkaar kreeg.

Die jongen heeft dan een keuze. Neemt hij de rol – en dus de criminele activiteiten – van zijn vader over? Of zoekt hij legaal werk? In het gunstigste geval kiest hij voor dat laatste. Hij moet dan een legitimatie aanvragen. Daar zit een wachttijd op van vier weken.

‘Normaal gesproken gooit zo’n jongen de handdoek dan in de ring,’ zegt de coach, die vanwege de gevoeligheid van zijn werk anoniem wil blijven. ‘Te veel gedoe, te lang wachten, het momentum verdwenen.’ Dus wil de coach doorpakken. Hij gooit wat lijntjes uit en zorgt dat die jongen aan de slag kan. Meteen een legitimatiebewijs. Meteen een contract. Hup, aan het werk.

Zo gaat dat ook bij het aanvragen van een uitkering. ‘Het duurt allemaal te lang,’ zegt de coach. ‘Daar kunnen ze niet op wachten, helemaal niet wanneer ze blut zijn. Dus geven we ze een tijdelijk voorschot. Ja, criminelen geld geven, dat stuit weleens op weerstand. Maar ze betalen het netjes terug. En het geeft ontzettend veel vertrouwen. ‘Hey, ze komen ons niet straffen,’ denken ze, ‘maar willen meedenken.’ Wasmachine kapot? Ik schakel direct met de kringloop. Hebben ze nog een tweedehands staan? Regel ik dat we die gratis kunnen ophalen. Brandjes blussen, dat is het.’

Die zeventienjarige jongen bestaat trouwens echt. Hij woont in Tilburg en verdient zijn geld nog altijd op een eerlijke manier, zegt de coach. ‘Hij heeft eigenlijk een nieuwe manier gevonden van zijn bestaan inrichten, ontdekt dat het ook anders kan. Hij hoeft zijn vader en opa niet achterna te gaan. Hij kan zijn eigen pad nog kiezen.’

Criminele families tilburg

Méér zien dan de crimineel

Bovenstaande schets is illustratief voor de Tilburgse criminele-familie-aanpak. De stad is drie jaar geleden begonnen met een project dat het hardnekkige patroon moet doorbreken van criminaliteit binnen gezinnen dat van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven. Kansengelijkheid staat daarbij centraal: kinderen – vooral jongens – die opgroeien in zo’n gezin, zijn eigenlijk bij voorbaat vrijwel kansloos om op een fatsoenlijke, legale manier hun plek te verwerven in de maatschappij.

Als de familieaanpak iets laat zien, is het wel dat mensen altijd beïnvloed en gevormd worden door het milieu waarin ze zich begeven, door de subcultuur waarin ze opgroeien.

Het project, dat is gericht op preventie en repressie, is om meerdere redenen bijzonder. Ten eerste is er een klein team samengesteld – een coördinator, drie coaches en een handvol medewerkers – dat op een gegeven moment maar gewoon, in alle vrijheid, is begonnen om te proberen die families binnen te komen. In plaats van alles van tevoren dicht te timmeren, zoals doorgaans wordt gedaan, wilden ze niet te veel protocollen, excelsheets, bemoeienis van instanties, overleggen en vergaderen. Gewoon iets proberen en dan eventueel onderweg wat bijsturen, van fouten leren, was de gedachte.

Daarnaast zijn er maar weinig projecten met een vergelijkbare insteek. In Amsterdam gaat ook aandacht uit naar criminele gezinnen, onder de noemer van de ‘top 600-aanpak’, maar die is repressiever ingestoken. Bij projecten waarin wel ruimschoots aandacht is voor hulpverlening, bijvoorbeeld bij de aanpak van Romagezinnen die voor problemen zorgen, wordt dan weer niet over criminele activiteiten gesproken, alsof dat een soort van verboden gespreksonderwerp is. Wat dus vooral nieuw is, is dat de gemeente weet dat deze gezinnen in de criminaliteit zitten, en specifiek probeert – met hulpverlening en repressie ­– dat gedrag te doorbreken.

Lees ookDeze jongeren wrikten zich los uit het criminele circuit: ‘Ik weet nu waar mijn hart zit’10 februari 2022

Het project staat ook haaks op hoe er doorgaans vanuit de regering wordt gekeken naar dit soort kwesties. Minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yeşilgöz-Zegerius pleit voor strenger straffen, net als haar voorganger Ferd Grapperhaus. De toon van de VVD is wat dat betreft altijd vrij eendimensionaal: criminelen moeten keihard worden aangepakt. We herinneren ons nog de beruchte woorden van Mark Rutte na de avondklokrellen eind 2021, waarin hij de pers vertelde dat hij ‘niet ging zoeken naar sociologische oorzaken’. Het was gewoon allemaal ‘tuig van de richel’.

Criminaliteit wordt er dan met de paplepel ingegoten. Voor een nieuwe generatie is er bijna geen ontsnappen aan.

De gemeente Tilburg lijkt meer geïnteresseerd te zijn in sociologie. Het vertrekpunt is dat een crimineel niet zomaar een crimineel wordt. Als de familieaanpak iets laat zien, is het wel dat mensen altijd beïnvloed en gevormd worden door het milieu waarin ze zich begeven, door de subcultuur waarin ze opgroeien. De gemeente wil daarom méér zien dan alleen de crimineel en de strafbare feiten die zijn gepleegd, en gelooft in tweede kansen. Dat betekent voor criminelen nog altijd dat ze zo nodig hard gestraft worden, maar dat als ze eruit willen stappen, dit hun kans is.

Criminele families tilburg

Al eeuwenlang

Het begon allemaal met een avond in de kroeg. Criminoloog Toine Spapens (Universiteit van Tilburg) en historicus Hans Moors, die een eigen onderzoeksbureau heeft, dronken samen een biertje. Ze spraken over het historisch onderzoek naar bendes in de zeventiende en achttiende eeuw waarvan cultuurhistorica Florike Egmond de structuren had vastgelegd, met de familienamen erbij. De twee onderzoekers hoorden van rechercheurs dat sommige namen hen nog altijd zeer bekend voorkwamen. De vraag die zich al snel opdrong, was of dat klopte (ja, bleek later) en hoe dat dan verklaard kon worden.

Spapens en Moors laten in hun onderzoek zien dat bepaalde families al heel lang in het criminele circuit actief zijn. Ze noemen dat een ‘generatie-effect’. Criminaliteit wordt er dan met de paplepel ingegoten. Voor een nieuwe generatie is er bijna geen ontsnappen aan. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat ze in een bepaalde subcultuur leven waarbinnen ze ook steeds hun partners en vrienden zoeken. Vrouwen uit zulke families hebben vaak een voorkeur voor mannen met een behoorlijk strafblad.

De volgende stap voor Spapens en Moors was om te onderzoeken hoe zo’n patroon kon worden doorbroken. Uit hun onderzoek bleek dat alleen repressie in ieder geval niet werkte. Alleen strafrechtelijk vervolgen, hoewel onvermijdelijk, lost niets op. Ze raadden gemeenten – die zich inmiddels met tientallen tegelijk bij de onderzoekers hadden gemeld ­– aan om een combinatie van sociale hulpverlening en hard aanpakken in te zetten. Indien nodig kon daar, als derde factor, de buurt nog bij betrokken worden door de voedingsbodem waarin ze gedijen onaantrekkelijker maken, bijvoorbeeld door iets te doen aan hun reputatie als ‘koning van de wijk’.

Criminele families tilburg

Voor het hele gezin

Zo’n drie jaar geleden ging de gemeente Tilburg, in samenwerking met Spapens, met de aanpak aan de slag. Inmiddels zijn de eerste resultaten binnen. Tien gezinnen hebben de criminaliteit voorlopig verlaten. Voor het eerst werd een patroon doorbroken. Er zitten nog een stuk of vijftien families midden in het traject.

Spapens: ‘Het blijven natuurlijk momentopnames, maar je ziet dat de gezinnen op een aantal cruciale terreinen, zoals zelfredzaamheid, huisvesting, werk en opleiding, goede resultaten behalen. Dat zijn belangrijke bouwstenen voor het oplossen van andere problemen waar ze nog mee te maken hebben. Ook zien we vooruitgang op het gebied van zingeving, lichamelijke gezondheid, sociale relaties en psychische gezondheid.’

‘Moeders willen vaak wel, maar zitten in situaties waarin ze behoorlijk klein gehouden worden,’ zegt de coach. ‘Deze gezinnen zijn heel gesloten naar de buitenwereld. De mannen zitten er niet op te wachten dat hun vrouwen een opleiding volgen of baan krijgen, want dat vormt alleen maar een risico dat ze dingen gaan vertellen tegen anderen. Dat is zo’n beetje hoe zo’n crimineel gezin in elkaar zit.’

Het is daarom niet eenvoudig om er binnen te komen. Vaak is het wachten tot het goede moment voorbijkomt, bijvoorbeeld wanneer de vader wordt aangehouden en een poos de gevangenis in moet. De inkomsten vallen dan weg, soms moet het gezin zelfs hun woning uit. Wanneer de problemen zich opstapelen, en criminaliteit dus niet meer loont, staan ze meestal wel open voor hulp. De moeder wil doorgaans toch het beste voor haar kinderen (de vader natuurlijk ook, maar die heeft vaak een andere route voor ogen).

De coach legt dan contact en gaat een keer langs om kennis te maken en uit te leggen wat hij voor ze kan betekenen. Zo’n gezin vertrouwt in principe niemand. Daar heb je weer zo iemand van de gemeente die langskomt, denken ze. Dus begint de coach met het oplossen van praktische zaken. Bijvoorbeeld een uitkering aanvragen. Of een van de kinderen helpen met een probleem op school. Op die manier verdient hij, stap voor stap, hun vertrouwen.

‘Ik ben er voor het hele gezin,’ zegt de coach. ‘Als een soort regisseur. Ik kijk naar ze vanuit een helikopterblik. Probeer alle betrokken zorgpartijen bij elkaar te brengen, korte lijnen aan te leggen met die instanties, polsen hoe de begeleiding vanuit daar verloopt, wat er speelt, hoe het op school gaat.’

Criminele families tilburg

Met ze meedenken

Vaste kaders zijn er niet. De coach heeft veel vrijheid om te doen wat goed voelt. De opdracht is simpel: proberen dat gezin binnen te komen. Kijken wat er nodig is, en dat dan regelen. Een prettige manier van werken voor de coach, maar ook voor het gezin. Er komt eindelijk iemand langs die alle tijd heeft, niet vastzit aan tijden en schema’s en protocollen en regeltjes. Ze kunnen hem altijd bellen wanneer ze hulp nodig hebben. Hij neem ’s avonds op, in het weekend of zelfs midden in de nacht of wanneer hij met vakantie is.

‘Als er iets voorvalt, weten ze dat ze op ons kunnen bouwen,’ zegt de coach. ‘Ze zijn altijd gestraft door de overheid. Nu willen we ineens met ze meedenken. Die familie moet best een hele weg afleggen om ons opnieuw te vertrouwen. Daarom ga ik meerdere keren per week bij ze langs. Soms drink ik alleen maar een bakje koffie, laat even mijn gezicht zien, ga iets met ze eten. Is een van de kinderen jarig, dan breng ik iets lekkers mee.’

Wanneer zulke gesprekken op gang komen, kan de coach de kinderen en eventueel de moeder doorverwijzen naar instanties waar ze hun trauma’s kunnen verwerken.

Vanuit dat praktische beginpunt bouwt de coach gestaag toe naar een meer psychologische benadering. Hij probeert de moeders ‘in hun kracht te zetten’. Contact te leggen met de kinderen. Dat is niet altijd makkelijk. ‘Ze zijn loyaal naar hun ouders. Krijgen veel mee van wat er gebeurt, maar weten ook weer niet alles. En ze hebben altijd geleerd om hun klep erover te houden. Ineens verschijnen wij dan. Ik vraag wat ik voor ze kan doen, of ze hun verhaal willen vertellen, hoe zij alles hebben beleefd, wat het met ze heeft gedaan, dat soort dingen.’

Wanneer zulke gesprekken op gang komen, kan de coach de kinderen en eventueel de moeder doorverwijzen naar instanties waar ze hun trauma’s kunnen verwerken. Want uiteindelijk is de aanpak vooral gericht op de minderjarige kinderen. ‘We kunnen ze niet allemaal redden, maar willen ze zoveel mogelijk fatsoenlijk laten meedraaien in de maatschappij. Ze hebben nog een heel leven voor zich, kunnen nog een andere afslag nemen, maar daarvoor moeten we niet alleen tot hen doordringen, maar ook tot hun omgeving.’

De vaders kunnen ook hulp krijgen, maar hebben daar gemiddeld genomen minder interesse in. Sommigen zitten al ruim veertig jaar in de criminaliteit en hebben via die weg vermogen opgebouwd. Het is dan moeilijk om je een ander leven voor te stellen, laat staan dat ze veranderen in modelburgers. Al zijn er uitzonderingen. Sommige vaders zijn erg betrokken, soms vanuit de gevangenis. Ze zien dat het beter gaat met hun gezin. Er lonkt een positiever vooruitzicht voor wanneer ze vrijkomen. In zo’n geval kan de vader, net als de moeder, geholpen worden bij het vinden en volgen van een passende opleiding, zodat hij bijvoorbeeld als monteur aan de slag kan.

Criminele families tilburg

Uitvoerend personeel

Worden die gezinnen niet al te veel beloond? ‘Dat is een oude discussie,’ zegt Spapens. ‘Terecht ook wel. Mensen die in armoede leven, hard werken om de eindjes aan elkaar te knopen, kunnen zich benadeeld voelen wanneer de overheid ineens een opleiding gaat betalen voor een moeder en haar kinderen. Logisch, alleen dat is geen reden om zo’n gezin dan maar links te laten liggen.’

Spapens ziet dat deze ‘zachte aanpak’, hoewel vermengd met een meer repressieve benadering, ook in de politiek nog altijd op weerstand stuit. Hij wijst op de terugkerende verkiezingsleuzen van de VVD over meer en harder straffen. ‘Maar wat is nou een straf? En waar straf je ze het hardste mee? En wie dan? Geldt dat ook voor Tata Steel en dat soort bedrijven? Daarover denkt de VVD niet van: die gaan we eens hard aanpakken. Het gaat altijd over dezelfde groepen die toch al, sociaaleconomisch gezien, aan de onderkant van de samenleving zitten. Dat is kortzichtig. Natuurlijk, je kunt heel hard roepen dat we het geld van criminelen moeten afpakken, iets waar de overheid al dertig jaar mee bezig is. Maar de lui die je daarmee raakt zijn vooral kleine spelers, onderdeel van een veel groter samenwerkingsverband. Het is vaak uitvoerend personeel. Zij moeten dan ineens een paar ton terugbetalen, maar dat geld hebben ze al uitgegeven. En dan? Wie schiet daar dan wat mee op?’

Spapens pleit er dan ook voor om ernaar te kijken als een schuld aan de maatschappij, die ook geleidelijk kan worden afgelost door voor een ander pad te kiezen en uit de criminaliteit te blijven. Lukt dat, zou er bijvoorbeeld ieder jaar vijftigduizend euro betaald kunnen worden.

Aan de andere kant moeten de gemeente Tilburg en de coaches in het bijzonder ervoor waken om niet te verworden tot een Sjakie van Flodder, de sociaal werker die, op het pijnlijk naïeve af, altijd maar weer in de bres sprong voor de familie Flodder, niet doorhebbende dat ze hem niet serieus namen en puur gebruikten voor hun eigen gewin.

Daarom heeft de gemeente besloten dat gezinnen op vrijwillige basis kunnen besluiten om deel te nemen aan het uitstapprogramma, maar dat het niet vrijblijvend is. Houden ze zich niet aan de gemaakte afspraken, dan kan de samenwerking worden stopgezet.

De coach vertelt over een gezin waarin een jongen van zestien problemen had met zijn stageplek. Na wat te hebben bemiddeld, werd hij uiteindelijk bij een ander bedrijf ondergebracht. Hij begon vervolgens met een opleiding. Toen brak de zomervakantie aan. Hij verveelde zich, stak een auto in brand. Tsja, dan houdt het wel een keer op. Het is klaar met jou, zeggen ze dan.

Alleen: dat is nog best een dilemma. Want die jongen kwam uit een gezin met vijf kinderen. Met hem en zijn oudere broer ging het niet zo goed. De andere drie timmerden juist lekker aan de weg. En de moeder wilde ook graag. Wat is dan wijsheid? Het hele gezin loslaten? Of alleen die jongen en zijn broer?

Het blijft, kortom, maatwerk. Over het algemeen worden de individuele leden van een gezin niet snel afgerekend op de fouten van een ander. De coach vertelt dat vaders geregeld de neiging hebben om tijdens het traject weer het criminele pad op te gaan. Als zoon en dochter dan nog bezig zijn met een studie, blijven ze die in principe ondersteunen.

‘Maar we zijn geen gekke Henkie,’ zegt hij. ‘Soms moeten we onze handen van iemand aftrekken. Dan gaat de deur op een kier. Maar wanneer we zien dat hij zijn gedrag aan het veranderen is en graag weer wil, zijn we altijd bereid een nieuwe kans te geven.’