De timing is in ieder geval voortreffelijk. Nog geen maand nadat CDA-Kamerlid Jaco Geurts de boze boeren op het Malieveld naar de mond stond te praten en vervolgens ook nog eens de stikstofberekeningen van het RIVM in twijfel trok, werd van de week bekend dat een partijcommissie van het CDA komend weekend op het partijcongres zal pleiten voor het tegenovergestelde: een reusachtige, duurzame omslag in het landbouwbeleid.
Volgens de commissie van het Wetenschappelijk Instituut, die een visie heeft ontwikkeld op de Nederlandse samenleving in 2030, moet Nederland niet langer de tweede landbouwexporteur ter wereld willen zijn. De boeren moeten af van de massale productie van goedkoop vlees. ‘Waarden als duurzaamheid en dierenwelzijn en het inkomen van de boeren moeten belangrijker zijn dan de ambitie om de tweede voedselexporteur te willen blijven,’ schrijft de commissie.
In plaats van schaalvergroting en winstmaximalisatie moet duurzame kwaliteitsproductie centraal komen te staan. Het pleidooi sluit naadloos aan bij de plannen van minister Carola Schouten (ChristenUnie), die het idee van de ‘kringlooplandbouw’ als model voor de toekomst heeft omarmd. Als de commissie zijn zin krijgt, moet ook Jaco Geurts eraan geloven.
Een grote omslag
Het werd tijd dat ook binnen het CDA, vanouds een partij met een grote achterban onder de boeren, onbeschroomd werd gepleit voor een grote omslag naar duurzaamheid. De vraag is alleen: zal de partij de moed opbrengen de duurzame ideeën van de commissie over te nemen? Of, anders gezegd: durft het CDA echt een moderne partij te worden?
Het CDA moest ook de kiezers in de grote steden en in groeikernen als Zoetermeer gaan aanspreken.
Voor de christendemocraten staat er veel meer op het spel dan de gunst van de slinkende boerenachterban. Al negen jaar geleden werd in het rapport van de Commissie Frissen, die zich boog over de verkiezingsnederlagen in de daaraan voorafgaande jaren, gewaarschuwd dat het CDA een partij van de demografische neergang dreigde te worden, als de christendemocraten zich zouden blijven richten op het vergrijzende platteland. Het CDA moest volgens de commissie een programma ontwikkelen dat ook de kiezers in de grote steden en in groeikernen als Zoetermeer zou aanspreken: juist daar had Jan Peter Balkenende zijn onverwachte overwinningen in 2002 en 2003 behaald, en niet in plattelandsgemeenten als Dinkelland en Tubbergen.
Inspirerend voorbeeld: Angela Merkel, die sinds 2005 het CDU – oorspronkelijk een conservatief-burgerlijk bolwerk – met groot succes had weten om te bouwen tot een moderne gezinspartij.
Laptop und Lederhosen
Maar met de goede raad van de commissie-Frissen werd bedroevend weinig gedaan. Al eerder had kortstondig partijvoorzitter Henk Bleker het idee van ‘Laptop und Lederhosen’ geprezen – het voorbeeld van Beieren waar de traditionele Alpencultuur prima leek samen te gaan met de nieuwe economie – maar ook daar werd binnen het CDA niets meer van vernomen.
In Christen Democratische Verkenningen betoogde Hamilcar Knops, medewerker van het Wetenschappelijk Instituut, in hetzelfde jaar dat het CDA met haar ‘pluriformiteit en aandacht voor veerkracht’ juist uitstekend paste bij de stedelijke cultuur – een bijdrage die eveneens in de onderste la verdween.
En Sybrand Buma zette als partijleider jarenlang de toon met conservatieve, angstige verhalen over immigratie en de dreigende teloorgang van de Nederlandse cultuur, die vooral gericht leken te zijn op bezorgde senioren buiten de Randstad. Het electorale resultaat was ernaar. Het CDA kon in 2017 weliswaar weer mee gaan regeren, maar in de peilingen blijft de partij al jaren hangen rond de vijftien zetels.
Inmiddels zijn er voorzichtige tekenen van herstel. De jonge ministers Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge worden steeds vaker genoemd als lijsttrekker of zelfs premier, binnen de partij wordt met waardering gesproken over het optreden van de nieuwe fractievoorzitter Pieter Heerma, die laatst bij Buitenhof met onverwachte hartstocht pleitte tegen het doorgeschoten marktdenken van de liberalen, en partijbijeenkomsten zoals de traditionele Prinsjesdagborrel op het partijbureau worden weer druk bezocht.
Maar wat bij het CDA nog ontbreekt, is een wervende toekomstvisie waar ook het electoraat in de Randstad en de groeikernen mee kan worden gewonnen. Die taak is nu aan Rutger Ploum, de succesvolle Rotterdamse advocaat die vorig jaar aantrad als partijvoorzitter.
Een eerste aanzet is het discussiestuk dat de commissie van het WI (niet geheel toevallig onder voorzitterschap van nóg een CDA’er uit de Randstad: Leonard Geluk, oud-wethouder uit Rotterdam en bestuursvoorzitter van de Haagse Hogeschool) zaterdag op het partijcongres presenteert, onder de titel ‘Zij aan zij’. Na een brede discussie binnen en buiten de partij moet de definitieve toekomstvisie in maart het licht zien. De komende maanden zullen uitwijzen of het CDA de sprong durft te wagen, weg van het vergrijzende platteland.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.