Onlangs sprak ik iemand die zich publiekelijk behoorlijk giftig kan maken, maar liever niet ‘boos’ genoemd wil worden. Dat woord zou de woede minder terecht doen klinken, overdreven maken, afserveren als een mentaliteitsprobleem, of een ongewenst persoonlijkheidskenmerk – redenen om de boze persoon niet serieus te hoeven nemen.
Zulke argumentatie kende ik in de context van vrouwen. Zwarte vrouwen, vooral. De laatste jaren is er veel uitgesproken verzet geweest tegen het stereotype van de angry black woman. Maar degene die bovenstaand bezwaar opwierp, was een man. Een witte man, met een comfortabele maatschappelijke positie. Het probleem van boos genoemd worden had zich ineens diametraal over de identiteitspolitieke as verplaatst.
Al zal het aan de witte-mannenkant van die as een kleiner probleem zijn, vermoed ik.
Nare racistische retoriek
De figuur van de boze zwarte vrouw – slechtgemanierd, opvliegend – is nare racistische retoriek. En volgens Wikipedia relatief weinig aan analyse onderworpen. Het stereotype is terug te leiden naar de negentiende-eeuwse blackface minstrel shows in Amerika, en een televisiepersonage uit de jaren dertig genaamd Sapphire, die met opengesperde ogen en op luide toon haar man rondcommandeerde.
Haar erfenis is springlevend, getuige bijvoorbeeld de finale van de US Open in 2018, toen Serena Williams door de scheidsrechter werd bestraft voor het tonen van haar woede. Ze brak haar tennisracket en noemde de scheids een dief – dingen die andere toptennissers ook doen, maar Williams werd er disproportioneel voor gestraft. Jaren eerder kreeg ze ook al eens een boete van 83.000 dollar vanwege een woedeaanval. En eerder in het toernooi van 2018 werd ze aangesproken op haar uitdossing − een zwarte catsuit waarin ze zei zich een warrior princess te voelen, ‘een koningin uit Wakanda’ (het fictieve land waar superheld Black Panther woont). De volgende dag verscheen ze daarom op de baan in het meest meisjesachtige van alle kostuums: een tutu.
Achteraf oordeelde de Women’s Tennis Association dat de scheidsrechter seksistisch had gehandeld, en wezen experts op de racistische ondertonen: zwarte vrouwen die hun woede laten zien, worden sneller bestempeld als overheersend en bedreigend en eerder afgestraft voor dezelfde emotie.
Pats, clash, kaboem!
Deze gedachte was toen al niet nieuw meer in de mainstream cultuur, waar Beyoncé haar kritisch had uitgemeten in haar album Lemonade (2016). In de videoclip van ‘Hold Up’, het centrale nummer van het album, drijft ze onder water in een volgelopen slaapkamer en zingt ze over de verwachtingen waaraan ze zich probeerde te conformeren: I tried to change / Closed my mouth more / Tried to be soft, prettier / Less… awake.
Het duurt niet lang voor ze haar weg naar buiten vindt, de deuren van het herenhuis opent en het water de geveltrappen afstroomt. In een gele fladderjurk schrijdt ze de straat op om eens even goed haar middelvinger op te steken naar deze verstikkende conventies. Met een vriendelijke glimlach neemt ze een jongetje zijn honkbalknuppel uit handen en slaat ze een autoruit in. Dan een brandkraan, nog een autoruit, een verkeersbord, een beveiligingscamera, een winkeletalage. Pats, clash, kaboem! Tussendoor glimlacht ze lief, als het brave meisje dat ze nu eens niet probeert te zijn. Beyoncé is niet bang meer voor het boze-zwarte-vrouw-label.
Een ‘Karen’
Veel elementen van Beyoncés ervaring gelden voor vrouwen van alle kleuren: de verwachting – nee, bedoeling – dat ze zacht, stil, mooi en lief zijn. In elk geval niet boos. Een vrouw die zich boos toont, wordt snel weggezet als hysterisch, hoeft zich maar even op te winden om ‘rustig maar’ te horen – de ultieme kleinerende zin, die haar ontluikende boosheid direct afkapt door die als buitenproportioneel te bestempelen.
Ondertussen bracht het internet ook een stereotiepe boze witte vrouw voort: Karen. Een ‘Karen’ is een middenklasse moeder van middelbare leeftijd op haar vervelendst. Ze heeft een groot gevoel van entitlement: ze meent dat ze recht heeft op dingen en vindt dat anderen zich naar haar moeten voegen. Net als Sapphire is ze slechtgemanierd en onbeschoft. Ze is een internetschurk met (meestal) een witblonde, korte coupe en een nog korter lontje. Ze vindt dingen schandalig, belachelijk, en wil onmiddellijk de manager spreken. Doorgaans gaat het over relatief onbenullige zaken – zo wordt haar privilege benadrukt. Vaak heeft ze racistische trekjes.
Boven alles is Karen een vrouw die zichzelf niet in de hand kan houden. Ze gaat makkelijk over tot schreeuwen en slaan, en is zelfs in staat aan een autospiegel te gaan hangen als het mikpunt van haar woede dreigt weg te rijden. Een Karen heeft geen enkele werkelijke macht, de meme bestaat om haar belachelijk te maken. (Waarschijnlijk is ze daarom zo boos. Karens ervaren veel stress en een beperkt gevoel van controle, schreef een psychologe in een ingezonden brief aan de Volkskrant. ‘Met hun hormonale ellende en hun vele verplichtingen verdienen ze eerder onze steun en sympathie dan onze haat.’)
Karen dient er vooral toe vrouwen de mond te snoeren. ‘Oké, Karen, hou nou maar op.’ Noem iemand zo, en je reduceert haar tot een stereotype dat we niet mogen, waarnaar niet geluisterd wordt, en dat je niet serieus hoeft te nemen. Bozig type. Vervelende persoonlijkheid.
Het internet vráágt om boosheid. Woede wekt emoties op en krijgt meer aandacht, meer reacties.
Inmiddels is dat dus ook een label dat mannen vrezen. Voilà, we zijn aan de andere kant van de as beland. Onverwacht, want boos is iets wat mannen van oudsher tot op grote hoogte mogen zijn – en ze komen er zonder twijfel nog altijd beter mee weg.
Internet vráágt om boosheid
Dat het nu een beetje verandert, zal niet losstaan van het internet: een toegankelijk podium waar iedereen zijn woede kan etaleren ten overstaan van een groot en grotendeels anoniem publiek dat bereid is mee te gaan in die woede. Internet vráágt om boosheid. Woede wekt emoties op en krijgt meer aandacht, meer reacties. Toen grote techbedrijven daarachter kwamen, lieten ze hun algoritmes prioriteit geven aan boze berichten (willens en wetens, bleek uit de onthullingen van Facebook-klokkenluider Frances Haugen). Boze emoji’s krijgen prioriteit boven andere emoji’s. Zo werd het sociale internet een woedevliegwiel. ‘We zitten op internet omdat we boos zijn en we zijn boos omdat we op internet zitten,’ schreef Jan Postma in De Groene Amsterdammer.
Online kent woede een enorme inflatie. Niet in de laatste plaats door Donald Trump, die woede zo uit zijn verband heeft gerukt dat er voor niemand nog eer aan te behalen valt. ‘Ieder beschaafd mens weet hoe gênant het is om en plein public je zelfbeheersing te verliezen,’ schrijft Postma. ‘Daarom verpakken we op internet onze meest diepgevoelde woede liever in een ironisch jasje – en als we dat een keer vergeten, hebben we direct spijt.’
‘Beschaafde mensen’ laten het boos zijn liever aan de stereotypen, de Trumps, de wappies die schreeuwend over het internet en door de straten trekken. Aan FvD’ers die in het wilde weg dreigen met tribunalen.
Zonde wel, want er zijn zoveel dingen die onze woede verdienen. Klimaatcrisis, wooncrisis, toeslagencrisis, ongelijkheid. Misschien moeten beschaafde mensen die boosheid eens terugclaimen en duidelijk maken waar boosheid op zijn plaats is. Hun Wakanda-pak aantrekken (of een politiek-correctere versie ervan) en zich laten gelden à la Beyoncé. Pats, clash, kaboem! Wie weet herkennen we dan elkaars woede, en kunnen we samen boos zijn in plaats van op elkaar.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.