Zijn we niet vooral bezig de dekstoelen op de Titanic te herschikken? In zijn net verschenen boek Schokeffecten. Filosoferen in tijden van klimaatverandering stelt filosoof Wouter Kusters (56) meer van zulke ongemakkelijke vragen. Het draait daarin niet om het zoeken naar oplossingen, maar om diepgravende analyse. Zijn focus ligt bij wat hij noemt ‘de sombere delen van de klimaatbezorgdheid’: trauma, angst en depressie. ‘Ik wil de diepte verkennen en onderzoeken wat er gebeurt als de doemberichten écht tot je ziel doordringen,’ zegt hij in zijn kantoortje in een bedrijfsverzamelgebouw in het Zuid-Hollandse Reeuwijk.

Negatieve gevoelens worden vaak beschouwd als sta-in-de-weg voor praktische klimaatactie, en daarom gaan we te snel naar optimisme, vindt Kusters. ‘Al snel wordt de gapende leegte van de ondergang aangekleed met woorden. Met maatregelen, verklaringen, discussies, acties, relativeringen, woorden over woorden, praktische uitwerkingen, uitvoerbare oplossingen,’ schrijft hij in Schokeffecten.

De titel verwijst naar het moment waarop mensen zich plotseling realiseren dat klimaatverandering een existentiële bedreiging is. Kusters noemt dat ‘O shit, we are really in trouble’-momenten en mentale tipping points, omdat mensen daarna blijvend veranderd zijn. Niet iedereen beleeft dat zo, beseft hij. ‘Je krijgt een schok als je wereldbeeld aan diggelen gaat, omdat je merkt dat je ideeën over hoe het allemaal in elkaar zit en waar het heengaat met de wereld niet meer kloppen. Maar voor jonge mensen is de kans groter dat dit al bij hun wereldbeeld hoort.’

Wouter Kusters

Wouter Kusters

Wouter Kusters (1966) is filosoof, schrijver en taalkundige. Na zijn studie taalwetenschappen en een promotie in dat vakgebied (2003), studeerde hij filosofie. Voor zijn boeken Pure Waanzin. Een zoektocht naar de psychotische ervaring (2004) en Filosofie van de Waanzin. Fundamentele en grensoverschrijdende inzichten (2014) kreeg hij de Socrates Wisselbeker voor beste filosofische boek. Filosofie van de Waanzin is vertaald in het Engels, Chinees en Arabisch. Kusters werkt voor uitgeverijen en begeleidt auteurs. Ook is hij actief binnen de Stichting Psychiatrie en Filosofie en Stichting Waardenwerk. Hij woont met zijn vrouw en twee kinderen in het Groene Hart.

Collapsorealist

Een belangrijke schok voor hemzelf was het interview ‘Het is al te laat’ met de Australische klimaatexpert en hoogleraar publieke ethiek Clive Hamilton in Vrij Nederland, in 2014. ‘Hamilton is een collapsorealist en gaat ervan uit dat we afstevenen op de afgrond en dat hooguit nog kunnen afremmen. Vervolgens las ik zijn boek Requiem for a Species en allerlei artikelen over klimaatverandering en werd het dieper en naarder.’

Kusters heeft met tussenpozen vijf jaar aan zijn boek gewerkt. In die periode zag hij het bewustzijn rond klimaatverandering enerzijds sterk toenemen. Zo werd het een politiek thema. Tegelijk dringen de sombere boodschappen nog altijd niet werkelijk door het pantser van alledaagsheid heen en gaat het roer onvoldoende om, constateert hij. ‘Op het Journaal zie je hoe mensen massaal op vliegvakanties blijven gaan en in kranten staan advertenties voor verre reizen onbeschaamd naast artikelen over klimaatverandering.’

‘Er zijn drie soorten reacties op drie soorten angst die met verschillende situaties te maken hebben.’

Als we de dreigingen van klimaatverandering en ecologische destructie werkelijk tot ons laten doordringen, leidt dat tot stress en de reactie daarop is: vechten, vluchten en bevriezen, schrijf je. Waarom hamer je erop dat we niet moeten volstaan met de eerste twee, maar ook moeten bevriezen?

‘Dat gaat over stilstaan en reflecteren en in de diepte durven kijken. Het is een confrontatie met onze existentiële angst, het besef dat we er nu zijn, maar dat we er in de eeuwigheid niet zijn en dat het leven vluchtig is. Om echt te zijn en te leven, moet je iets met de gedachte van de dood en het niets. Angst voor het niets is een existentiële laag in de mens en als je daaronder lijdt, kun je niet zeggen: die angst moet weg. Dat geldt ook voor klimaatangst. Het is belangrijk dat je daar iets mee doet, hoewel die angst onoplosbaar is. Want ook als er opeens een wondermiddel tegen klimaatverandering zou komen, blijven we sterfelijk. Maar door te filosoferen over de gedachte dat de gehele mensheid misschien ten onder gaat, kun je je ertoe verhouden. Net zoals je je verhoudt tot het besef van je eigen dood.

Door de klimaatangst spelen nog twee andere vormen van angst. De eerste is de directe angst voor als het misgaat en je in een levensbedreigende situatie komt met doorbrekende dijken, orkanen of voedseltekorten. Vluchten is een goede reactie als de dijken doorbreken. Tussen de existentiële angst en de directe angst zit ook nog wat ik de obsessionele angst noem. Die gaat erover dat je controle wilt hebben over wat er in de verre toekomst kan gebeuren en wellicht nog te verhinderen valt. Daarvoor is vechten nodig. Er zijn dus drie soorten reacties op drie soorten angst die met verschillende situaties te maken hebben. Waarbij sommige karaktertypes geneigd zijn tot de ene reactie, en andere juist tot een andere. Maar we hebben alle drie de reacties nodig.’

Je noemt klimaatstress een trauma over gebeurtenissen in de toekomst dat we – net als een gewoon trauma – moeten doorleven. Waarom is dat zo belangrijk?

‘Als je de stress en angst niet meer ontwijkt, maar recht in de ogen kijkt en erdoorheen gaat, kun je tot een heroriëntatie en nieuwe inzichten komen. Wereldbeelden en zelfbeelden breken dan in gruzelementen en uit de scherven kan weer iets nieuws worden gemaakt. Ik kom in mijn boek niet met antwoorden. Ik onderzoek hoe we die schok kunnen verwerken, zowel individueel als collectief, hoe we kunnen laveren op die angst, en hoe je kunt wisselen tussen die verschillende niveaus: vluchten, vechten en bevriezen. En ook: hoe je ermee kunt omgaan zonder het te psychologiseren. Want door het lijden te zien als iets van de psyche wordt het weggepsychologiseerd.’

Het wordt dan ook geïndividualiseerd?

‘Ik verzet me tegen het idee dat die angst iets zou zijn van het individu, iets dat kan worden gemanaged. Als het enige wat die schok teweegbrengt is: ben jij angstig of wanhopig, dan helpen we je wel, want we hebben een therapie en dan praten we je moed in en is het weg, dan is er níks gebeurd. Ik wil laten zien dat klimaatwanhoop een belangrijke en reële gemoedstoestand is bij veel mensen. En dat je daar wat mee kunt doen, innerlijk en uiterlijk. En dat het niet een toestand is die je met termen als doemdenken of alarmisme aan de kant moet schuiven.’

Waardoor mensen zich schamen dat ze te ‘zwaar op de hand’ zijn?

‘Of: “Ik denk dat we allemaal ten onder gaan, maar dat hoor ik niet te denken, want ik moet een positieve klimaatactivist zijn en ik mag niet zeuren, maar moet doen.” Ik ben juist erg voor “zeuren”.

Sommige mensen kijken niet meer naar het nieuws en denken: ik doe wel braaf wat ze vragen en zal m’n afval scheiden en neem minder de auto en zo. Maar als je wilt omgaan met die schok en de wereld en je eigen plaats daarin wilt verhelderen, dan moet je rondom die schok verschillende verhalen hebben. Dan voldoet het niet om één verhaal te vertellen en te komen met een soort wetenschappelijke verklaring die zegt: hier is het begonnen en dat is de oorzaak en dit is de oplossing, namelijk vechten.

Lees ookWe staan aan de vooravond van een enorme uitbreiding van ons eetrepertoire, zegt deze fermentatie-activist9 januari 2023

Zo las ik laatst een interview met schrijver en activist George Monbiot in VN. Daarin zette hij helemaal in op precisiefermentatie voor voedselproductie wereldwijd. Die techniek is volgens hem nu al erg goed en de veeteelt kan dan helemaal weg. Inhoudelijk prima, maar het is een oplossing in het vechten. Als je alleen maar praat over hoe die transitie moet, is dat onvolledig. Andere gesprekken zijn ook nodig, zoals met de mensen die het totaal niet meer zien zitten en helemaal in een depressie zitten. Daar zitten veel jongeren tussen.’

Wouter Kusters

Tussen klimaatpaniek en waanzin

Een belangrijk deel van Schokeffecten gaat over de raakvlakken tussen klimaatpaniek en waanzin. Daarin stelt Kusters onder meer de vraag wie er nu gek is; is dat wie de schok tot zich door laat dringen, of degene die dingen zegt als: ‘Ja jongen, we gaan eraan,’ en vervolgens overgaat tot de orde van de dag?

Eerder schreef Kusters twee goed ontvangen boeken over waanzin en filosofie. Zelf maakte hij twee keer een psychose door, op zijn twintigste en op zijn veertigste. Hij ziet parallellen tussen klimaatpaniek en de symptomen van een psychose. Zo gaat het bij allebei om een existentiële worsteling, waarbij iemand buiten het alledaagse, routineuze leven treedt. Ook is het in beide gevallen een transformatieve ervaring. Verder is er sprake van een onconventionele taal om inzichten te verwoorden en problemen die andere mensen liever niet zien of ontkennen te duiden. ‘En wie die schok doorleeft, ziet overal signalen van de klimaatcatastrofe, zoals mensen in een psychose allemaal betekenisvolle tekens zien,’ zegt hij.

De psychotische ervaring noemt Kusters een uitvergroting van het gevoel van vervreemding dat ook hoort bij klimaatangst. ‘Vooral voor jongeren kan het gaan voelen alsof de normale wereld schijn is. Een gevoel van: deze wereld is fake, iedereen doet maar alsof het goed is, maar onder de oppervlakte is de wereld verrot. Als je het eenmaal doorziet, zit dat een beetje tegen waanzin aan, dan kun je echt derealiseren (de wereld om je heen als onwerkelijk ervaren, red.). Dat wordt bijna psychotisch. Daarom zeg ik: kijk ook naar mensen die in een andere geestestoestand zijn, zoals mensen met een psychose, want daar valt iets van te leren, wellicht. Zoals je ook iets kunt leren van jongeren die stoppen met hun studie en zich aansluiten bij Extinction Rebellion, of soep over kunst gooien. Dat is hoe zij met die schok omgaan.’

Je houdt rekening met ‘de dood van alle volkeren en toekomsten’. Zie je het echt zo zwart?

‘Dat is het meest extreme scenario. Maar ik zie dat niet alleen als een gedachte waarmee het leuk is om even te spelen, zoals in een rampenfilm. Er zijn wel aanwijzingen dat het die kant opgaat.

Veel jongeren hebben niet meer het idee dat het vooruitgaat in de wereld. Mijn generatie heeft dat wel lang gedacht. We dachten dat onderwijs, kennis, technologie en samenwerking ons verder zouden brengen. Dat dit niet zo is, is een schok.

In de geschiedenis van de filosofie speelt het idee van vooruitgang een ontzettend grote rol. De filosofische Verlichting ging over het afwerpen van de ketenen, je vrijmaken en het idee dat kennis macht over de natuur is. Adorno en de kritische school plaatsten daar later wel kanttekeningen bij, maar daarin zat nog de hoop dat de mens door die kritiek voor verheldering en verbetering zou zorgen.’

Inmiddels heeft ons zelfbeeld gevoelige deuken opgelopen?

‘Ja, als je kijkt hoe het er nu voorstaat met de wereld, ontkomen we niet aan het besef dat klimaatverandering een probleem van en in onszelf is. Ons gebruik van fossiele brandstoffen heeft veel welvaart, gezondheid en andere verworvenheden van de moderniteit opgeleverd. Maar het leidt nu ook tot ontzettend veel vernietiging, tot ondergang van de natuur en van allerlei andere vormen van leven waarmee we verbonden zijn en waarvan we afhankelijk zijn.’

‘We hebben,’ schrijf je, ‘de band met het heilige doorgesneden’. Moeten we die herstellen, willen we als soort nog een kans maken?

‘Dat denk ik wel. Leven en dood, ondergang en tijd: het zijn existentiële zaken waarbij je helemaal niks hebt aan een strikt wetenschappelijke benadering. Dan weet je namelijk nog niet waarom we überhaupt die klimaatcrisis zouden moeten vermijden. Want de wetenschap zegt niet dat je moet leven, of dat je moet zorgen voor je kinderen, of voor andere wezens. De wetenschap zegt alleen: als dit je doel is, is je middel dit of dat, maar het doel zélf kun je niet uit de wetenschap halen. Het is historisch zo gegroeid dat religie een claim legt op het heilige, maar mij gaat het om diep ecologisch denken. Daarbij kunnen noties van heiligheid een rol spelen. Al zie ik ook in deep ecology niet “de” oplossing.

De klimaatcrisis betekent de mogelijke ondergang van de hele mensheid en heeft schokkende gevolgen voor het hele ecologische weefsel. We zitten al in een massa-extinctie. Dat confronteert ons met vragen als: gaat het niet om méér dan ons hier en nu, of dat de mens overleeft? Als je vanuit die angst alleen aan vluchten of vechten denkt, kom je tot egocentrische of etnocentrische oplossingen voor het klimaatprobleem, want dan gaat het alleen om jezelf en jouw groep.

Door die bevriesreactie, door erover na te denken, niet alleen op een wetenschappelijk-technocratische manier, maar ook op een filosofische manier, kom je bij dieperliggende vragen als: waarvoor en waartoe? Dan heb je het over waarden. En in de verte zit dan dat heilige, uiteindelijk. Dat gaat erover dat je die waarden niet kunt omzetten in kwantiteiten en berekenbare eenheden die je vervolgens kunt gaan managen.

De klimaatcrisis kan niet worden weggewerkt of opgelost met de ontwikkeling van technologieën. Want je moet ook weten: waar willen we heen? Dan moet je die schok niet vermijden en zo snel mogelijk naar de vlucht- of vechtmodus gaan om naar oplossingen te zoeken, maar verder kijken en nadenken over wat die schok te betekenen heeft voor wat de mens eigenlijk is.’

Leidt dat tot het besef dat we moeten leren leven binnen ecologische grenzen?

‘Als er al een soort conclusie is, is het dat de groei zal stoppen en dat er krimp komt, vanwege die grenzen. Het ecomodernisme verwacht heil van de technologie. Daar kan ik kort over zijn: was het maar waar… Tegelijk is technologie niet het kwaad. Daar zit ook hoop. Technologie bemiddelt tussen mensen onderling en tussen mens en natuur, het is een medium. Maar het kan natuurlijk ook een bedreiging vormen.’

Wouter Kusters

We zijn verslaafd

In het derde deel van Schokeffecten gaat Kusters kritisch in op de ideeën van een groot aantal klimaatdenkers. Naast filosofen als Bruno Latour, Timothy Morton en Michel Serres bespreekt hij minder bekende of radicale denkers en stromingen als deep ecology, anti-natalisme en ecofascisme. Ook gaat hij in een diepgravende zoektocht naar de oorzaken van de ecologische crisis terug in de tijd, terug naar de neoliberalisering in de jaren tachtig, de welvaartsexplosie na de jaren zestig, de ontdekking van olie, de industriële revolutie en het kapitalisme en kolonialisme en het ontstaan van de landbouw. Het brengt hem op de vraag of wijzelf als soort het probleem zijn. ‘Aan de ene kant geeft het inzicht dat de wereldondergang al heel lang gaande is enige rust. Maar je realiseert je dan ook dat de oorzaken veel dieper liggen. Het besef dat we een miniem onderdeel in de machinerie van de tijd zijn, geeft een gevoel van nietigheid. Dat leidt tot wat sommigen misschien doemdenken noemen, maar wat je ook collapsorealisme zou kunnen noemen. Want de CO2-uitstootgrafieken laten zien dat het alleen maar doorgaat. De enige keren dat het wat minder was, kwam dat door externe factoren: door corona en door de financiële crisis van 2008. De olie zit in alle poriën, we zijn verslaafd aan wat die ons biedt.’

Onze olieverslaving komt aan bod in het nogal beangstigende hoofdstuk ‘Monsters, machines en mensen’. Daarin beschrijf je hoe we een superorganisme hebben gecreëerd dat ons dreigt te vernietigen.

‘Als we het hebben over wat er bestaat in de wereld, hebben we het over natuurlijke wezens, maar ook over bovenpersoonlijke actoren, zoals “de overheid”, “het Westen” en “het kapitalisme”. Dan kun je ook zeggen: er is een entiteit en dat is het monster – opgebouwd uit kapitalisme, landbouw en onze olieverslaving – en wij zijn daar onderdeel van. En het enige wat dat monster wil is meer fossiele brandstof omzetten en meer groei.

Het idee van een superorganisme heb ik van sociobioloog en mierenonderzoeker Edward O. Wilson. Volgens hem is een mierenhoop een levend wezen – een organisme – dat wil overleven. De individuen genereren samen iets dat uitstijgt boven het individuele, iets op sociaal niveau, met belangen. Zoals ook de staat of Shell belangen heeft. De logica van de mierenhoop kan ervoor zorgen dat individuele mieren zich opofferen voor de mierenhoop.

Ecologisch econoom Nathan Hagen heeft het ook over een superorganisme. Dat is wat sommige mensen “het systeem” noemen, dat ons in bedwang heeft en alsmaar meer wil en waartegen we moeten vechten. Het is ook datgene waar we niet buiten kunnen, want onze breinen zijn verslavingsgevoelig en het monster beloont ons met plezier dat we niet kunnen missen. En alles wat we doen is er onderdeel van. Maar uiteindelijk is het een verhaal, een sprookje voor volwassenen. We leven met verhalen over monsters.’

Heeft dit monsterverhaal niet vooral een verlammend effect?

‘Dat hoeft niet, want als je je eenmaal bewust bent van de alomvattendheid van het systeem, het monster, dan geldt nog steeds: ik kan er niets aan doen, dús ik ga er iets aan doen. Als morgen de wereld vergaat, dan plant ik vandaag een boom. En dan niet om mijn stemming om te buigen, of met het idee: ik word een activistisch bomenplanter en als we honderdduizend bomen planten, gaat het beter. Maar er is altijd een moment van vrijheid, in het hier en nu.

De klimaatbeweging zegt: laat je niet door somberheid overmannen, kom mee demonstreren en ga iets doen. Het idee is dat activisme ook optimisme in zich sluit. Ik zeg: ga ook in die bevriesmodus en bekijk het ruimer en van meerdere kanten. Daar kan activisme en optimisme uit volgen, maar ook een meer gelaten en afstandelijke houding van: het gaat allemaal toch ten onder, ik houd me gedeisd en ga niet naar die klimaatdemonstratie, maar geniet van de tuin die er gewoon nog is.’ 

Of: ik schrijf een boek?

Lacht: ‘Ja, precies. Het meer doorleven en je bewuster zijn van die diepere historische en filosofische dimensie en daarbij stilstaan, staat niet in contrast met iets doen. Als je het monster in de bek kijkt, ga je het beter begrijpen en kun je beter bepalen hoe je ermee wilt omgaan. Dat kan ook juist leiden tot actie. Als je een jongere bent en je pikt niet dat het monster er is, valt het te beargumenteren, zoals Andreas Malm doet in zijn boek over ecosabotage, dat de toestand van de wereld je ertoe dwingt om benzineslangen door te snijden. Dat we dat niet doen en een heleboel andere dingen wel doen, die ook gewoon bij ons leven horen, en dat alles maar doorgaat, zonder dat we het er steeds over hebben, is ook omdat je niet de hele dag in die afgrond kunt kijken, of je er steeds van bewust zijn. Klimaatangst gaat over de toekomst, maar we leven vooral in het nu. En dan ben je ook gewoon weer blij als de zon schijnt.’

Je komt in je boek uiteindelijk uit bij ‘filosofische paniek’ in plaats van de eerste paniek na de schok. Wat is er dan veranderd?

‘Dan redeneer je de onderliggende angst niet meer weg, maar je staat erbij stil en kunt je ten volle verhouden tot wat er allemaal gebeurt in jezelf en de wereld, op een wijzere manier. Je ervaart meer rust door het uitzoomen in de tijd.’

Is dat het omarmen van je lot?

‘Ja, je accepteert het. Maar niet in de zin van: we kunnen er niks meer aan doen, dus laat het allemaal maar gaan. Je onderkent: zo is het. En laat ik vandaag een boom planten.’

Wouter Kusters, Schokeffecten. Filosoferen in tijden van klimaatverandering, ISVW Uitgeverij, 364 pp., €29,95. Boekpresentatie op 6 april bij Athenaeum Amsterdam.