Dit is een licht bewerkte versie van het artikel uit VN #3. Bestel het hele nummer hier en ontvang een gratis maand VN Online!
Het werd dit jaar heel Nederland duidelijk: de boeren zijn boos. En niet alleen op de politiek of de minister. Ook supermarktketens, zuivelcoöperaties, de media, de Rabobank, veganisten, het RIVM, distributiecentra én de eigen belangenbehartiger Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO Nederland) moeten het ontgelden. De boeren laten zich door niemand nog wat zeggen en sommigen roepen zelfs op tot een heuse trias agrarica, waarmee ze in de praktijk vooral bedoelen dat de overheid doet wat de boeren willen.
Wie zegt voor hen op te komen, wordt gewantrouwd. Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer Farmers Defence Force (FDF) half februari in Den Haag demonstreert. PVV-leider Geert Wilders wordt geweigerd als spreker, hij zou volgens FDF-voorman Jeroen van Maanen alleen maar interesse in de boeren tonen vanwege de media-aandacht.
‘We hebben een oproep aan u: maak het waar. Maak het waar!’
Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet mag wel spreken, maar wordt ook gewantrouwd: ‘We houden je aan je mooie woorden, anders komen we ook terug.’ Collega-FvD-Kamerlid Theo Hiddema wordt afgekapt als hij een verkapt verkiezingspraatje houdt: ‘We hebben een oproep aan u: maak het waar. Maak het waar!’
Sneren naar het RIVM
In dezelfde jullie-moeten-naar-ons-luisteren-sfeer presenteert Mesdag-Zuivelfonds, het onderzoeksinstituut van de melkveehouderij, een dag later in Nieuwspoort zijn eigen stikstofberekeningen op basis van RIVM-data. (Nog geen twee maanden later moeten ze toegeven dat de berekeningen van het RIVM correct zijn, al zijn ze er nog steeds niet van overtuigd dat alle meegenomen variabelen kloppen.)
‘Toch knap hoe ze met minimale middelen zoveel aandacht weten te trekken.’
De zaal is gevuld met een honderdtal journalisten, cameraploegen, Kamerleden en lobbyisten. ‘Toch knap hoe ze met minimale middelen zoveel aandacht weten te trekken,’ merkt een collega-journalist op.
De sneren naar het RIVM en diens ‘pertinente leugens’ zijn tijdens de presentaties van de eigen berekeningen niet meer bij te houden. Ook de commissie-Remkes, die voor de overheid onderzoekt hoe om te gaan met het huidige stikstofprobleem, moet het ontgelden – net als D66-Kamerlid Tjeerd de Groot, die zich afgelopen najaar de woede van de boeren op de hals haalde door te suggereren dat de veestapel moet worden gehalveerd.
Nooit meer honger
Beide dagen zijn tekenend voor waar de ooit zo machtige boerenlobby nu staat: in de verdrukking nu milieuclubs een steeds grotere voet tussen de deur krijgen, ontevreden over hun vertegenwoordiging, onderling versplinterd, vol oud zeer over eerdere kwesties. Hoe is het zover gekomen? Wie dat wil weten, moet terug in de geschiedenis.
Onder het motto ‘Nooit meer oorlog, nooit meer honger’ onderging de Nederlandse landbouw na de Tweede Wereldoorlog een transformatie waarbij grote hoeveelheden voedsel goedkoop en doelmatig moesten worden geproduceerd. Dit gebeurde onder meer door in te zetten op gespecialiseerde melkvee-, varkens- en pluimveebedrijven, en niet zonder succes. Waar Nederland in 1950 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 236 miljoen kilo varkensvlees produceerde, was dat in 2018 meer dan 1,5 miljard kilo. Waar er in 1960 ruim 4,5 miljoen slachtkuikens waren, waren dat er in 2018 bijna 50 miljoen.
De schaalvergroting ging hand in hand met industriële ontwikkelingen zoals de komst van melkmachines die arbeidskrachten vervingen.
Alle vernieuwingen vroegen wel flinke investeringen van de boer. Rondom het boerenbedrijf ontstond een enorme afzetmarkt voor bedrijven die onder meer machines, veevoer, kunstmest en pesticiden produceerden. De Rabobank groeide in ruim een halve eeuw van een verzameling autonome boerenleenbanken – waar de klompen bij binnenkomst uitgingen – naar de zakelijke miljardenbank die het nu is, met 25 miljard euro aan verstrekte kredieten aan de agrarische sector.
In dezelfde decennia kwam ook de akkerbouw als gevolg van gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid in dienst te staan van de veeteelt, omdat gewassen vaak werden gebruikt voor veevoer. Zo werd het telen van arbeidsintensieve rogge op veel plekken vervangen door het telen van energierijk snijmaïs en kregen weilanden hoogproductieve grassoorten, waardoor plantensoorten verdwenen en de bekende groene biljartlakens overbleven.
Vanaf de jaren zeventig kaartte de milieubeweging de nadelen van schaalvergroting aan, waarna er steeds meer overheidsmaatregelen kwamen om de gevolgen voor het milieu te beperken.
‘Boerendoder’
De schaalvergroting leidde ertoe dat in de jaren zestig al meer werd geproduceerd dan er nodig was, al dan niet als gevolg van Europees landbouwbeleid dat ervoor zorgde dat boeren een gegarandeerde prijs voor hun product kregen – ongeacht de vraag.
Verschillende malen werden manieren geopperd om de overproductie in te dammen. In 1968 lanceerde de toenmalige EEG-landbouwcommissaris Sicco Mansholt het plan ‘Landbouw 1980’, waarbij een aanzienlijk deel van de boeren met behulp van financiële regelingen moest worden gestimuleerd om te stoppen. Het leverde hem de bijnaam ‘boerendoder’ op.
Hoewel het plan op een enkel onderdeel na in de la bleef liggen, zorgde marktwerking er alsnog voor dat veel kleine boeren ten onder gingen. In 1950 waren er ruim 410.000 boerenbedrijven in Nederland, tegenwoordig zijn het er nog een kleine 54.000.
Daarnaast werden er vanaf de jaren tachtig verschillende quota ingesteld, zoals het melkquotum. Een boer mocht niet meer produceren dan het vastgestelde quotum en een eventueel inkomensverlies werd financieel gecompenseerd – wat leidde tot het omstreden systeem van landbouwsubsidies. Hierdoor kregen boeren een gegarandeerd inkomen en verzekerden Europese overheden zich van overschotten aan melk waardoor de melkprijs laag bleef – zelfs ver onder de kostprijs.
Uitbreiding van de veestapel was voor boeren de enige manier om de kosten te drukken en meer te verdienen.
Dat betekende ook dat boeren niet per se winstgevend hoefden te zijn, maar zij kregen dat als een boemerang terug toen in 2015 het melkquotum weer verdween – al sprak LTO Nederland destijds nog over ‘bevrijdingsdag’.
Omdat boeren zelf nauwelijks invloed konden uitoefenen op de melkprijs, was uitbreiding van de veestapel voor hen de enige manier om de kosten te drukken en meer te verdienen. Maar die veestapel moest vervolgens weer worden ingekrompen om aan de eisen ten aanzien van fosfaatuitstoot te voldoen.
En dat alles in een periode waarin er van 2010 tot 2017 geen apart ministerie van Landbouw was, omdat Landbouw onder Rutte I was ondergebracht bij Economische Zaken. Wat voor de boeren decennialang min of meer een eigen ministerie was, was nu elders ondergebracht. Bovendien kregen de desbetreffende ambtenaren vanaf de jaren tachtig ook natuurbeheer in hun portefeuille – wat regelmatig conflicteerde met het landbouwbeleid, en waardoor de milieubeweging ook vaker gesprekspartner van de overheid werd.
Minder middelen
Ook van de ooit zo machtige boerenlobby is anno 2020 nog maar weinig over.
Als gevolg van schaalvergroting nam het aantal boeren af en daalden de ledenaantallen van landbouworganisaties, die worstelden met tegenvallende inkomsten uit lidmaatschappen. Een reorganisatie van de bestaande structuur zou kosten besparen, doordat er dan minder bestuurders en personeel hoefden te worden betaald. Na een reeks ingewikkelde fusies was de boerenvertegenwoordiging vanaf 1994 landelijk via LTO Nederland geregeld.
‘De zuivelindustrie drong erop aan het melkquotum af te schaffen en vervolgens kregen wij fosfaatproblemen.’
Maar het boerengeluid raakte steeds meer op de achtergrond, zo schetst Sieta van Keimpema, die namens de Dutch Dairymen Board jarenlang streed voor een betere melkprijs. Tegenwoordig is ze ook bestuurslid bij Farmers Defence Force.
‘De zuivelindustrie heeft nog wel een behoorlijke lobby, maar die heeft andere belangen,’ zegt Van Keimpema. ‘Zij drongen erop aan het melkquotum af te schaffen en vervolgens kregen wij fosfaatproblemen. Ook de veevoerlobby is erg sterk. Maar de boerenvertegenwoordiging zelf heeft veel minder middelen.’
‘Ondernemersrisico’
De boeren hadden al langer het gevoel geen prioriteit te zijn voor de politiek – en daarnaast in de tang te zitten bij partijen die meer aan hun producten verdienen dan zijzelf, zoals supermarktketens en zuivelbedrijven. Bovendien zijn ze boos over collega-boeren die noodgedwongen hun bedrijf moeten verhuizen omdat hun bedrijf in een aangewezen Natura 2000-gebied ligt, waardoor zij moeten plaatsmaken voor de natuur.
Niet alleen de politiek moet het ontgelden, ook de Rabobank, het CDA en LTO Nederland worden gezien als partijen die de boeren hadden kunnen waarschuwen. Begin dit jaar werd bekend dat twaalf boeren de Rabobank voor de rechter dagen. De bank was volgens hen op de hoogte van de strengere uitstootregels ten aanzien van fosfaat die eraan zaten te komen, en verstrekte desondanks torenhoge leningen voor uitbreiding van de stallen. De boeren zelf zeggen van niks te hebben geweten en vinden dat de bank hen had moeten waarschuwen. Volgens de Rabobank betreft het hier ‘ondernemersrisico’.
Twijfels
Ook het CDA, traditioneel gezien de partij die kan rekenen op de boerenstem, heeft de boeren teleurgesteld. Caroline van der Plas, chef-redactie bij verschillende agrarische vakbladen en mede-oprichtster van de nieuwe politieke partij BoerBurgerBeweging, zegt hierover: ‘Vroeger kwam het CDA nog op voor de boeren. Maar de laatste jaren laat het de oren veel te veel hangen naar maatschappelijke organisaties en milieuclubs. Dat is op zich niet erg, maar het heeft wel geleid tot extra regels waar de boer financieel voor opdraait en die ten koste gaan van het verdienmodel.’
‘LTO claimt voor boeren op te komen, maar dat is niet waar.’
Over LTO Nederland is eveneens veel onvrede. ‘Tot tien jaar terug had ik niks dan waardering voor LTO, maar ik heb nu extreme twijfels bij hun handelen,’ vertelt Leonie Bosch, mede-eigenaar van een melkveehouderij die in 2017 vee moest ruimen als gevolg van de fosfaatregels. Op de peildatum in 2015 hadden ze door omstandigheden minder koeien dan normaal, waardoor ze ook daarna minder vee mochten houden dan eerst.
Bosch neemt het LTO Nederland nog steeds kwalijk dat ze niet beter was geïnformeerd: ‘LTO claimt geregeld voor boeren op te komen, maar dat is niet waar. Zij wisten van de regeling, dan kan het toch niet zo zijn dat er boeren en gezinnen kapot zijn gegaan doordat ze in de knel kwamen? Waarom is er met dit plan ingestemd zonder een duidelijke richtlijn te communiceren? Dat wij niet voldoende op de hoogte waren, kan liggen aan het feit dat we geen lid meer waren. Maar ik zie genoeg LTO-leden die ook zwaar in de problemen zijn gekomen.’
In de steek gelaten
Het was voor Bosch aanleiding om zelf eens in de cijfers van LTO Nederland te duiken. Hoeveel van de bijna 54.000 Nederlandse boeren zijn nog aangesloten bij de belangenbehartiger?
‘Farmers Defense Force gaf boeren met hun harde acties het gevoel dat er nog íémand boos voor ze wordt.’
‘LTO moet als belangenbehartiger 65 procent van de sector vertegenwoordigen,’ zegt Bosch. ‘Ik heb interne rapporten in handen waarin staat dat dit percentage nog geen 34 procent is. LTO zwaait zelf met een rapport van Wageningen University & Research (WUR) waaruit zou blijken dat 53 procent van de boeren nog lid is, maar we mogen de cijfers en onderbouwing niet inzien. Sinds 2015 heeft LTO Noord ook geen jaarverslagen meer gepubliceerd waarmee je op basis van de inkomsten een ruwe schatting zou kunnen maken. Als het echt waar is, waarom laat je het dan niet zien?’
Ook het feit dat bestuurders niet door de leden worden gekozen maar worden benoemd door het LTO-bestuur zelf, stuit een deel van de achterban tegen de borst. Leden hebben geen zeggenschap in de benoeming. Vervolgens worden ze vertegenwoordigd door iemand die ze niet kennen in een bestuur dat zich naar hun smaak heeft vastgepolderd in de overlegstructuren en niet meer goed met de achterban communiceert.
Stevig en rechtstreeks
Volgens Leonie Bosch is dat ook mede de reden dat Farmers Defence Force (FDF) zoveel protesterende boeren met trekkers kan mobiliseren: ‘Ze gaven boeren met hun harde acties in eerste instantie tenminste het gevoel dat er nog íémand boos voor ze wordt, al denk ik niet dat FDF met de bedreigingen zo veel boeren kan blijven mobiliseren.’
‘De toon van Farmers Defence Force is stevig en rechtstreeks, maar wel zoals boeren zelf iemand aanspreken,’ verklaart FDF-bestuurslid Sieta van Keimpema het succes. ‘Daarmee weten we de boeren te raken, die zich sowieso sinds het fosfaatverhaal door overheid en LTO in de steek gelaten voelen.’
Inmiddels zijn de boeren zo’n diverse groep dat het lastig wordt voor LTO Nederland om ze te vertegenwoordigen.
FDF heeft inmiddels plannen om de stichting om te vormen naar een vereniging met leden, zodat zij het woord kan voeren namens een concrete achterban.
Maar inmiddels zijn de boeren zo’n diverse groep geworden – duizenden bedrijven met allemaal een andere situatie – dat het nog lastig wordt voor een partij als LTO Nederland om die allemaal te vertegenwoordigen, zegt Melle Nikkels, onderzoeker bij WUR. ‘De sector is zo enorm divers. We moeten af van het idee van “de boer”. De een heeft veel grond, de ander niks. De een krijgt veel subsidie, een ander is miljonair en de volgende kan er nauwelijks van rondkomen.’
Tot een kookpunt
Het rommelt dus al langer bij de boeren. Maar waarom zijn ze niet eerder gaan protesteren? Wat maakt dat ze pas in oktober 2019 zo boos waren dat ze massaal in hun trekkers naar Den Haag reden?
Volgens betrokkenen gaat het om een opeenstapeling van gebeurtenissen die de toch al aanwezige woede heeft gekanaliseerd en tot een kookpunt heeft gebracht. Allereerst bezetten dierenactivisten in mei 2019 een boerenerf in Boxtel. Veel boeren vinden dat de politie veel te lang heeft gewacht met ingrijpen.
Ruim twee weken later zette de Raad van State een streep door het Programma Aanpak Stikstof, waarna provincies boeren nóg strengere regels oplegden bij het verlenen van vergunningen dan het kabinet van ze vroeg. Alleen al in Brabant gingen daardoor een paar honderd vergunningen door de papierversnipperaar.
‘De uitspraken van Tjeerd de Groot waren zó grof en beledigend.’
De druppel die de emmer deed overlopen, was het voorstel van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot om de veestapel te halveren – een voorstel dat overigens een lange traditie kent en medio jaren negentig al werd geopperd door toenmalig minister van Landbouw Jozias van Aartsen (VVD), die zelfs zonder financiële compensatie de veestapel wilde inkrimpen.
‘Ik denk dat de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State aanvankelijk niet doordrongen tot de boeren en ook niet bij de politiek,’ zegt Ronne Smolders van de vorig jaar opgerichte boerenactiegroep Agractie. ‘Maar de uitspraken van Tjeerd de Groot waren zo grof en beledigend. Voor boeren is er haast geen scheiding tussen erf en stal. En je zegt ook niet tegen de gemiddelde burger: “Lever maar de helft van je huis in.”’
Het leidde tot een immense mobilisatie waarbij bestaande structuren flink werden opgeschud. Een Facebook-oproep van schapenhouder en Agractie-oprichter Bart Kemp om naar Den Haag te gaan, kreeg dusdanig veel bijval dat het een officieel protest werd. Ook Farmers Defence Force (FDF), een Facebookgroep die was opgericht na de stalbezetting in Boxtel om in de toekomst sneller zelf in te grijpen bij protesten van dierenactivisten, deed mee. Via WhatsAppgroepen wist men elkaar snel te bereiken.
Een gezellige dag
John van Laarhoven, melkveehouder in het Brabantse Diessen, was bij alle boerenprotesten, vertelt hij in februari in Den Haag.
Hij is vandaag met drie vrienden en twee trekkers om half een ’s nachts vertrokken en in de ochtend om half acht aangekomen. ‘Nu we niet meer over de snelweg mogen, hebben we er langer over gedaan. We hebben best vaak moeten omrijden omdat sommige viaducten slechts twee meter hoog zijn en daar konden we niet met de trekker onderdoor.’
Ze maken er elke keer een gezellige dag van, compleet met muziek en frituurpan. Van Laarhoven heeft naast zijn melkveebedrijf ook nog een klusbedrijf en vreest dat hij straks dubbel wordt getroffen als er ook een bouwstop zou komen. ‘Als je niets doet, dan gebeurt er ook niks, al denk ik dat het allang besloten is. Maar je moet toch je stem laten horen.’
De boeren voelen weinig voor inkrimping van de veestapel en ook minister Carola Schouten (ChristenUnie) heeft al gezegd dat geen boer gedwongen zal worden om de helft van z’n vee weg te doen. Toch is die halvering volgens D66-Kamerlid De Groot een logische consequentie van het door Schouten zelf opgestelde visiedocument over kringlooplandbouw, een nieuw systeem van duurzame landbouw waar de minister naartoe wil. Ze presenteerde het in 2019 en zowel LTO Nederland als de Tweede Kamer onderschrijven het.
‘Het aanvankelijke verhaal van Schouten was heel positief,’ vertelt Melle Nikkels van WUR. ‘Het gevoel was op dat moment echt: we gaan samen een nieuwe weg inslaan. Maar toen duidelijk werd dat kringlooplandbouw ook een inkrimping van de veestapel zou betekenen, kwamen de boeren in opstand.’
Miscommunicatie
Net zoals bij de fosfaatregels en het afschaffen van het melkquotum, is er rondom kringlooplandbouw en inkrimping van de veestapel sprake geweest van miscommunicatie over de consequenties, legt Tjeerd de Groot uit in zijn werkkamer. ‘Zelfs het kabinet bestempelt het huidige landbouwststeem als onhoudbaar. Maar de verregaande gevolgen van het visiedocument werden niet besproken, terwijl die sommige boeren echt pijn gaan doen.’
Dat LTO Nederland de regie over de boeren nu deels kwijt is, komt volgens De Groot doordat de organisatie zelf nauwelijks nog met de achterban communiceert. ‘De leiders van LTO scharen zich bij de protesten nu ineens weer achter de boeren, maar hadden eigenlijk moeten zeggen: “Jullie zijn de beste boeren ter wereld en wij staan naast jullie. Maar er zijn wel een paar pijnlijke zaken waar we het over moeten hebben en niet iedereen zal kunnen meekomen.” Ik zie dat ook bij andere politieke partijen, die ineens terugkrabbelden toen de consequenties duidelijk werden.’
‘VVD en CDA zeggen altijd dat ze het met de boeren eens zijn. En vervolgens verdedigen ze in een debat hartstochtelijk het tegenovergestelde.’
Het gezwalk van politieke partijen maakt dat Caroline van der Plas in 2021 met boeren- en plattelandspartij BoerBurgerBeweging wil meedoen aan de verkiezingen. ‘VVD en CDA zullen altijd zeggen dat ze het met de boeren eens zijn. En vervolgens verdedigen ze in een debat hartstochtelijk het tegenovergestelde, dat hebben we net weer gezien met vrijhandelsverdrag CETA. Boeren voelen zich daardoor echt verraden.’
Wil je namens de boeren iets agenderen, dan moet je volgens Van der Plas toch de politiek in. ‘Zoals Partij voor de Dieren het dierenwelzijn op de agenda heeft gezet, zo hopen wij straks ook andere partijen ertoe te bewegen om het platteland en de agrarische sector op de agenda te zetten.’
Hernieuwde boerenlobby
Het net opgerichte Agractie probeert met voorlichtingscampagnes over de herkomst van voedsel eveneens bij te dragen aan een soort hernieuwde boerenlobby. Ronne Smolders van Agractie: ‘Vroeger had iedereen een boer in z’n familie of kende het verhaal van hoe voedsel werd geproduceerd. Tegenwoordig is er veel meer afstand. We willen de burger meer betrekken bij wat we doen. De politiek volgt de burger als die een bepaalde mening is toegedaan.’
Een van de doelen van Agractie is dat mensen bijvoorbeeld beter etiketten gaan lezen om te kijken of het Nederlands voedsel betreft. ‘Zo ligt er veel geïmporteerd vlees in de winkel, terwijl Nederland veel vlees exporteert. En buitenlandse tomaten, terwijl Nederlandse tomaten naar het buitenland gaan. Dat gesleep met voedsel moet stoppen en daar willen we ons hard voor maken,’ legt Smolders uit.
De nieuwe initiatieven zorgen ervoor dat LTO Nederland haar plek aan de onderhandelingstafel nu moet delen. Want inmiddels overlegt het kabinet niet meer alleen met LTO, maar ook met het door FDF-voorman Jeroen van Maanen opgerichte Landbouw Collectief, waarin dertien partijen zitten – waaronder LTO, FDF en Agractie.
Is het niet raar voor LTO Nederland om de vertegenwoordiging ineens te moeten delen? Voelt de organisatie zich nog de vertegenwoordiger van haar achterban? Wat vindt zij van de kritiek?
‘Ik heb jarenlang als belangenbehartiger gewerkt en toen is me nooit gelukt wat FDF nu wél lukt.’
LTO Nederland-voorzitter Marc Calon wil geen interview geven en de persvoorlichting wil alleen per mail vragen beantwoorden. ‘Samenwerken met andere partijen, binnen en buiten de landbouw, is wat LTO betreft niet nieuw. Dat doet iedereen vanuit zijn rol, en dat zullen we altijd blijven doen als dat in het belang van onze achterban is.’
FDF-bestuurslid Sieta van Keimpema vindt het uniek dat FDF ook meepraat. ‘Ik heb ook via de Dutch Dairy Board jarenlang als belangenbehartiger gewerkt en toen is me nooit gelukt wat FDF nu wél lukt: meepraten op het hoogste niveau.’
GEEN BOERENPROTESTEN MEER MOGELIJK
Met de eigen stikstofberekeningen van het Mesdag-Zuivelfonds, de lobby van Agractie bij de burger, een nieuwe boerenpartij en de activisten van FDF probeert de boerenlobby meer invloed terug te pakken.
Wel is het de vraag hoe lang het nieuwe Landbouw Collectief standhoudt. Een overleg afgelopen februari werd opgeschort nadat FDF in een bericht schreef dat ‘de vleesbazen, de zuivelbobo’s, de voerboeren, de bankiers en zelfs de gevestigde orde belangenbehartiging’ geen afspraken met het ministerie mochten maken over stikstofproblematiek.
Uiteindelijk bood FDF excuses aan, om enkele dagen later zelf ook excuses van Rutte en Schouten te eisen voor bedrijven die in 2018 onterecht waren beschuldigd van kalverfraude. Die excuses kwamen niet.
‘Het is oorlog. Rutte III tegen de boeren. En ophokplicht of niet: de rekening zal worden gepresenteerd!’
Door het coronavirus geldt er nu een samenscholingsverbod waardoor boerenprotesten op dit moment niet mogelijk zijn. FDF spreekt zelfs van een ‘ophokplicht’ en is woedend dat coalitiepartijen in de laatste week van maart spraken over het stikstofakkoord.
Afgelopen week trok FDF zich terug uit gesprekken met het Landbouwcollectief. In het persbericht richt ze zich tegen Rutte en Schouten: ‘FDF zal alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat jullie niet weer op de plek komen waar jullie nu zitten.’ En: ‘Polderen is uit. Het is oorlog. Rutte III tegen de boeren. En ophokplicht of niet: de rekening zal worden gepresenteerd! Het wordt een brandende campagnetijd voor deze regeringspartijen.’
Mesdag-voorzitter Jan Cees Vogelaar: ‘Het kabinet heeft gekozen voor een verkleining van de veestapel. Rutte is de perfecte uitvoerder van het beleid van Partij voor de Dieren, GroenLinks, PvdA en ChristenUnie. Dat er nu een stikstofakkoord komt, is geen verrassing, de coalitie had de handen op elkaar. VVD en CDA hebben er wel aan geschaafd, maar ik vind het nog steeds vergaand dat bijvoorbeeld nu via wetgeving het eiwitgehalte in het voer gaat worden geregeld. En dat dit gebeurt in een periode waarin de boeren geen protest kunnen laten zien, vind ik een uitermate kwalijke zaak.’
En er komen nog moeilijke jaren aan, want er liggen nog meer kwesties op de plank. Naast de fosfaat- en stikstofuitstoot zal het de komende jaren ook gaan over fijnstof en water.
Valse profeten
D66-Kamerlid De Groot vindt dat de nieuwe overlegpartners en protestgroepen de boeren misleiden door hun voor te spiegelen dat het best mogelijk is bij het oude landbouwsysteem van overproductie te blijven – waarbij sommigen zelfs zeggen dat er geen stikstofprobleem is.
‘De huidige boerenleiders ontpoppen zich als valse profeten,’ zegt De Groot, ‘omdat ze het oude systeem verdedigen en niet naar de toekomst kijken. Het zijn de laatste leiders waar boeren momenteel behoefte aan hebben. Ze tasten het vertrouwen aan, waardoor de boeren naar de flanken worden gejaagd.’
De kwestie rond de boeren doet denken aan de Urgenda-zaak, waarbij het kabinet jarenlang onderschreef dat de CO2-uitstoot moet worden teruggedrongen – maar vervolgens naliet om genoeg maatregelen te treffen om de doelstellingen te halen. Uiteindelijk dwong Urgenda naleving af via de rechter.
Volgens De Groot ontkomt het kabinet er niet aan om nu ook echt in te grijpen in de landbouw: ‘Het plan om de landbouw te hervormen gaat al terug tot 1968, en nu is er geld om het te doen. We kunnen het nieuwe landbouwbeleid niet blijven onderschrijven en er vervolgens geen consequenties aan verbinden. We moeten hier doorheen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.