In de New York Times van 2 augustus voorspelde Cesare Frank Figliuzzi, langdurig werkzaam bij de afdeling counterintelligence van de FBI, dat racistisch gemotiveerd binnenlands terrorisme de hoofdactiviteit zal worden van het werk van de dienst.

Als het dat niet al is: van de 850 onderzoeken die de FBI onderhanden heeft, is ongeveer 40 procent extremisme met racistische motieven. Sinds 2016 verrichtte de FBI meer arrestaties die te maken hadden met binnenlands terrorisme dan met internationaal terrorisme.

Hoewel Figliuzzi niet zover gaat dat hij Donald Trump rechtstreeks beschuldigt van het aanzetten tot, schrijft hij: ‘instinct and experience tell me we’re headed for trouble in the form of white hate violence stoked by a racially divisive president’.

Dat racially divisive vergt geen uitleg – als je een volksvertegenwoordiger (Elijah Cummings, lid van het Huis van Afgevaardigden) uitscheldt en de hoofdstad (Baltimore) van het district waar hij vandaan komt (Maryland) corrupt, walgelijk, vol met ratten en gevaarlijker dan the nation’s southern border noemt, of als je de vier Democratische afgevaardigden aanspoort om ’terug naar hun land’ te gaan – ben je racially divisive.

Boerkaverbod

Anders, en toch vergelijkbaar, is de service die te onzent het AD op 31 juli aan haar lezers verleende door eraan te herinneren dat je als burger het volste recht hebt om een moslima met boerka in een openbare ruimte vast te pakken en de politie te bellen: een kwestie van handhaven als de overheid dat zelf niet in eerste instantie doet.

Commentaar van het AD: we lokken geen geweld uit, we zetten niet aan tot, we signaleren alleen maar. Ik heb het AD nooit betrapt op dit soort servicejournalistiek als het om door rood rijdende fietsers of telefonerende automobilisten gaat. Ik lees die krant verder ook nooit, maar het komt toch wel erg in de buurt van racially divisive. Inferieure journalistiek.

Los van je standpunt is deze redactionele reactie benepen en hypocriet, want je hoort je als journalist wel rekenschap te geven van de gevolgen van wat je opschrijft, tenzij je een robot bent die maar wat neerkalkt. Ik keer terug naar Figliuzzi: ‘(D)on’t believe a word of it. Terrorists aren’t born that way, they are inspired, cultivated and directed. Our experience with online radicalization has shown there is a clear path to violence, I fear we are on it’. Figliuzzi werd overigens even later op zijn wenken bediend in El Paso.

Er is – naast alle verschillen – de overeenkomst dat in beide gevallen de boodschapper doodleuk ontkent om iemand tot iets concreets aan te zetten, en gluiperig het klimaat faciliteert dat ‘anderen’ op ideeën brengt waar hij na afloop van zal zeggen er niets mee te maken te hebben. ‘Divisive’ is daar een goed getroffen woord voor, want het drukt niet alleen verdeeldheid zaaien uit, maar ook de verdeling van eerlijke en oneerlijke standpunten.

Hypocrisie

Het boerkaverbod leidde tot nog meer hypocrisie. Het argument van sommige tegenstanders dat er geen wetgeving te rechtvaardigen is voor zo’n klein probleem (er zouden maar twee- à driehonderd vrouwen met een boerka rondlopen) is een wonderlijke afleidingsmanoeuvre van een principiële kwestie, het gaat hier natuurlijk niet om aantallen.

Is het werkelijk geen probleem dat je iemand die je aanspreekt jou wel maar jij haar niet in de ogen kijkt?

Het argument dat iedereen de vrijheid heeft om de kleding te dragen die hij of zij wil, lijkt me een moedwillige kaping van een legitiem feministisch ideaal. Het Wilders-argument dat het hier om (het begin van) een anti-moslimbeleid gaat, verraadt de discriminatoire inborst van de PVV-leider die zich haastig afwendde van het AD-artikel door de handhavingsplicht over de schutting van de overheid te gooien.

De Amsterdamse professor Annelies Moors die opkwam voor de ‘vrijheid’ van de moslimvrouwen en iets laatdunkends zei over een oplossing voor een niet-bestaand probleem moet tijdens haar colleges maar eens geduldig uitleggen voor welke ‘vrijheid’ zij eigenlijk opkomt.

En is het werkelijk geen probleem dat je iemand die je aanspreekt jou wel maar jij haar niet in de ogen kijkt?

Het argument dat het boerkaverbod van een anti-moslimmaatregel geleidelijk is geframed tot een communicatierichtlijn snijdt ook geen hout, want een neutrale overheid mag zich wat mij betreft best bekommeren om een gelijkwaardig contact tussen haar onderdanen. Lijkt me een voorwaarde voor een gezonde democratie.

Ik bestrijd de aanname dat de overheid geen morele rol dient te vervullen, dat doet zij op tal val terreinen evident wel. En de politiek keurt dat goed of juist niet.

Sterker nog, ik ben het oneens met de filosoof Ger Groot in NRC, die meent dat een liberale overheid zich geen morele rol mag aanmeten. Ik heb nooit een liberale overheid tot heilig dogma verheven, de grondwet doet dat ook niet.

Ik bestrijd juist de aanname dat zij geen morele rol dient te vervullen, dat doet zij op tal val terreinen evident wel. En de politiek keurt dat goed of juist niet. Ook verschil ik van mening met degenen die vinden dat een wet die niet gehandhaafd kan worden, sowieso niet ingevoerd zou moeten worden (uit een soort bestuurlijke efficiency?) – we stellen wel meer normen zonder ze consequent na te leven.

Voor de zekerheid: ik wil niets met de PVV te maken hebben, zou emigreren als hier de sharia zou worden ingevoerd, en vind het lezen van het AD zonde van mijn tijd, maar de conclusie dat het hier ‘slechts’ om een onbeduidend probleempje gaat waar we onze tijd beter niet aan kunnen besteden, komt me voor als een vorm van geestelijke luiheid.

Finland

Nu heb ik ook weer niet zoveel verstand van deze materie, dus u zou het voorgaande van tafel kunnen vegen. Maar ik moge wijzen op een ander domein, terra cognita waar vaak een groot verschil bestaat tussen denken en doen. Tussen willen en handhaven, zo u wil.

In de wereldpolitiek is er geen hogere overheid die lakens uitdeelt, bij gebrek aan beter hebben we de ‘internationale gemeenschap’ uitgevonden. Dat is een surrogaat-internationale autoriteit die normen stelt, maar in de praktijk weinig aan handhaven toekomt. Moreel is ze zeker, in die zin dat ze alle aardbewoners een vredig, rechtvaardig en veilig leven toerekent.

De invulling laat alles te wensen over, maar er is niemand die concludeert dat normstelling dan dus ook maar niet mag. Macht van normen, niet van handhaving. Omdat vrede, recht en veiligheid voor iedereen praktisch onhaalbaar (in elk geval niet volstrekt handhaafbaar) zijn, hebben we de lat iets lager gelegd en zijn we al tevreden met ‘stabiliteit’. Een compromis tussen idealen en de werkelijkheid.

Stabiliteit zou je een slap aftreksel kunnen noemen van het hogere doel van vrede, recht en veiligheid. Een soort vreedzame coëxistentie.

Het handhaven is zelfs in een aantal gevallen niet alleen onmogelijk, maar ook riskant en gevaarlijk. Verboden zelfs. Een voorbeeld: de vrijheid die Finland genoot in de Koude Oorlog om, in de schaduw van de Sovjet-Unie, onafhankelijk te bestaan. Dat werd schamper de vrijheid van het wildreservaat genoemd, maar vriend en vijand waren het er over eens dat je de beklagenswaardige Finnen er verder maar niet teveel om moest bekritiseren, dat zou de stabiliteit in die hoek alleen maar verstoren.

Voordeel in elk geval: het was bindend, en non divisive. Eigenlijk best een goed model voor het boerkaverbod.