Toen zelfs VVD-premier Mark Rutte op een partijbijeenkomst in 2019 hard uithaalde naar het grote bedrijfsleven, realiseerden topmanagers zich dat er iets goed mis was. Rutte verweet grote bedrijven dat ze de topsalarissen fors lieten stijgen, terwijl de loonsverhogingen van gewone werknemers hopeloos achterbleven. En als de VVD het grote bedrijfsleven de rug toekeert, dan is er wat aan de hand. Het maatschappelijk sentiment richting ‘corporate Nederland’ was ronduit negatief.

In datzelfde jaar krabde toenmalig VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer zich achter de oren. De Boer – die in 2020 met pensioen ging en in 2021 plotseling overleed – lastte op een woensdagmiddag een extra vergadering in voor de top van het bedrijfsleven. Op de agenda: de kloof in de samenleving en het lage vertrouwen tussen overheid, burgers en bedrijfsleven. ‘De zaal zat bomvol,’ herinnert Hans de Jong zich, inmiddels met pensioen maar destijds president van Philips Nederland en lid van het dagelijks bestuur van VNO-NCW. ‘Een teken dat het onderwerp heel serieus werd genomen.’

De werkgeversorganisatie besloot tijdens de vergadering een ‘verdiepende slag’ te maken. De Jong werd voorzitter van wat het Brugproject ging heten. Hij ging bij het Sociaal en Cultureel Planbureau te rade over ‘wat er leeft in de samenleving’. De eigen achterban werd middels enquêtes en discussiegroepen uitvoerig ondervraagd. Het bedrijfsleven was volgens De Jong toe aan een ‘heroriëntatie van het morele kompas’.

‘Dat dalende vertrouwen zat ons echt dwars. Wat is onze verantwoordelijkheid, vroegen we ons af,’ zegt hij nu. Na jaren van winstmaximalisatie en aandeelhouderskapitalisme stelde VNO-NCW vast dat ‘de economie en het bedrijfsleven er zijn ten bate van de samenleving’. De Jong: ‘We kwamen tot de slotsom dat we af moeten van de wij-zij-cultuur en moeten toegroeien naar een zij-aan-zij-aanpak. Want er zijn systeemveranderingen en transities nodig die zo groot en complex zijn dat niemand die alleen kan realiseren.’

Het Brugproject leidde tot de nieuwe VNO-NCW-visie van Brede Welvaart. Ingrid Thijssen, sinds 2020 voorzitter van VNO-NCW, omarmde die visie na haar aantreden meteen. Een nieuw moreel kompas is hard nodig, vindt ook Thijssen. ‘De kansengelijkheid is de afgelopen tien jaar verslechterd. Het maakt steeds meer uit waar je wieg stond. De verduurzaming van de economie gaat niet snel genoeg. Dus ja, we moeten versnellen.’

De presentatie van Brede Welvaart in februari 2021 was volgens Hans Stegeman, econoom en hoofdstrateeg van Triodos Investment Management, ‘een heel belangrijk signaal’. ‘De wereld is echt aan het veranderen,’ zegt hij. ‘De Europese Commissie heeft grote plannen voor een duurzame economie. In Nederland hebben we een redelijk groen coalitieakkoord. Daar past de nieuwe visie van VNO-NCW goed bij. Het bedrijfsleven handelt er nog lang niet altijd naar, maar het helpt dat VNO-NCW zich op een nieuwe manier uitspreekt.’

Geen verantwoordelijkheid

Dat het bedrijfsleven niet altijd handelt naar de laatste duurzame inzichten lijkt een understatement. De noodzakelijke transities komen te langzaam van de grond en de uitstoot van broeikasgassen neemt nog steeds toe. De maatregelen schieten dus tekort. De veranderingen gaan te langzaam, terwijl veel bedrijven zich al wel profileren als ‘groen’ en ‘duurzaam’.

Wat ‘waarde onttrekt’ en schade veroorzaakt wordt niet van de economische groei afgetrokken. De winsten zijn voor bedrijven, de schade is voor de samenleving.

‘Er is nog heel veel greenwashing,’ constateert directeur Maria van der Heijden van MVO Nederland. Met haar ‘beweging van ondernemers in de nieuwe economie’ stelde Van der Heijden een agenda op voor bedrijven om ze te helpen duurzaamheid handen en voeten te geven. Afgelopen jaar bleek slechts 15,4 procent van de Nederlandse economie duurzaam te zijn. ‘Dan zie je dat de transitie heel erg traag gaat,’ constateert Van der Heijden. ‘De impact blijft uit. We zijn nog aan het experimenteren met z’n allen. We komen nog te weinig toe aan het opschalen. De economie is echt verrot. De verkeerde dingen worden beloond.’

Wat ‘waarde onttrekt’ en schade veroorzaakt – zoals vervuiling, CO2-uitstoot, stress en gejaagdheid – wordt niet van de economische groei afgetrokken. De winsten zijn voor bedrijven, de schade is voor de samenleving. Van der Heijden: ‘Bedrijven kunnen dus doorgroeien terwijl ze het milieu vervuilen. De milieuschade drukt niet op de winst van bedrijven. Als bedrijven de daadwerkelijke kosten zouden moeten dragen van hun productieprocessen, zouden de winsten van de vervuilers een stuk lager liggen. Omdat schade aan milieu, klimaat en biodiversiteit zelden wordt verhaald op de vervuiler, boeken die bedrijven in feite kunstmatig hoge winsten, op basis waarvan ze royale dividenden uitkeren aan hun aandeelhouders.’

Positieve voorbeelden

Hans Stegeman van Triodos wijst erop dat de weerstand tegen verandering soms uit onverwachte hoek komt. ‘Als het bijvoorbeeld gaat over duurzaamheid, vergeet dan niet dat de vakbonden nogal eens in de weerstand zitten. Die verdedigen de belangen van hun vergrijzende achterban.’ Die achterban heeft een probleem als blijkt dat een duurzaam bedrijfsleven andere vaardigheden vraagt dan het huidige bedrijfsleven. Als Tata Steel te snel verandert, lopen werknemers het risico niet meer gekwalificeerd te zijn. ‘Zo worden veranderingen vaak tegengehouden met een verwijzing naar de werkgelegenheid. Werkgevers maken daar gebruik van om werknemers mee te krijgen in het verzet.’

Stegeman ziet ook positieve voorbeelden, waarbij grote bedrijven zichzelf opnieuw uitvinden. Zoals DSM, dat van steenkool naar chemie naar voedingsingrediënten evolueerde. ‘En kijk naar Eindhoven. Het oude Philips is niet meer, maar de hightech maakindustrie is er zeer succesvol. Er kan dus nieuwe duurzame bedrijvigheid ontstaan,’ zegt Stegeman. ‘Laat de technici van Tata Steel bijvoorbeeld warmtepompen installeren. De boodschap is niet: we gaan dingen afpakken. Maar: we gaan Nederland schoner en mooier maken.’

Groei is bijzaak

Is krimp van de consumptie een manier om onze ecologische voetafdruk te verkleinen? ‘Krimp is heel onnatuurlijk, daar geloof ik niet in,’ zegt Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finance & Accounting aan de Avans Hogeschool. ‘We zijn elke dag bezig te groeien. Maar dat hoeft niet materieel te zijn. Het is belangrijk dat we economische groei ontkoppelen van het gebruik van grondstoffen en energie. Door circulair te werken, kun je economisch groeien zonder je voetafdruk te vergroten.’

Ondernemer Melanie Rieback, oprichter van het bedrijf Radically Open Security dat tientallen ethische hackers in dienst heeft om de digitale veiligheid van bedrijven te testen en te verbeteren, heeft het over ‘post-growth’. ‘Organische groei is niet slecht, maar hypergroei om aandeelhouders te bedienen wel,’ zegt ze. ‘Je kunt als bedrijf best groeien, maar niet oneindig en ook niet exponentieel, zoals de financiële markten en investeringsmaatschappijen graag zien.’ Rieback verwijst naar econome Kate Raworth, die groei in de natuur als voorbeeld neemt. ‘Neem een boom,’ zegt Rieback. ‘Die groeit in het begin van zijn leven heel snel. Eenmaal volwassen groeit hij niet verder, maar verspreidt hij zaadjes waar nieuwe bomen uit groeien.’

‘We zijn vergeten dat een bedrijf niet meer is dan een groep mensen die bij elkaar komen om producten of diensten te leveren waar de samenleving behoefte aan heeft.’

Het onttrekken van kapitaal uit bedrijven is de kern van het probleem, meent Rieback. ‘Winst heeft twee betekenissen,’ legt ze uit. ‘De eerste betekenis is dat je marge maakt op je omzet. Dat is nodig om een gezond bedrijf te runnen. De tweede betekenis is financiële extractie, voor je Lamborghini of je privévliegtuig. Dan ben je kapitaal aan het onttrekken op een ongezonde manier. Dat heeft geen maatschappelijke waarde.’ Omdat winst een dubbele betekenis heeft, is het moeilijk ze uit elkaar te houden. Als financieel kapitaal voor het bedrijf behouden blijft, door bijvoorbeeld geen buitensporige topsalarissen te betalen en dividenden uit te keren, dan heb je een veel gezonder bedrijf, zegt Rieback. Bedrijven die in handen zijn van investeerders zijn juist gericht op de extractie van kapitaal.

‘Als je de extractie van kapitaal stopt, bijvoorbeeld door bedrijven onverkoopbaar te maken, zijn ze intrinsiek gemotiveerd om duurzamer te handelen. Niemand wordt superrijk. Je creëert als bedrijf sociale impact. Welk ander doel zou je als bedrijf ook willen nastreven? We zijn vergeten dat een bedrijf niet meer is dan een groep mensen die bij elkaar komen om producten of diensten te leveren waar de samenleving behoefte aan heeft.’

Lees ookKapitalisme is een totalitair systeem, zegt degrowth-goeroe Jason Hickel18 augustus 2022
Kloof

Hoofdstrateeg Stegeman van Triodos denkt dat het niet eenvoudig is het succesvolle recept van het kapitalisme te vervangen: ‘De vrijemarkteconomie is de meest efficiënte manier om goederen en diensten te krijgen. En dat levert welvaart op.’ Het narratief is gebaseerd op een wenkend perspectief: iedereen wordt rijk. ‘Dat is deels ook gelukt,’ stelt Stegeman droogjes vast. ‘Vele tientallen en misschien wel honderden miljoenen mensen zijn wereldwijd uit de armoede getild. Dat is een supersterk en eenvoudig verhaal. Je stuurt als bedrijf op winst. Punt. En als er een probleem blijkt te zijn, zoals milieuvervuiling, dan wachten we op een innovatie die dat probleem oplost.’

Zolang de onderkant van de samenleving vooruitgang ervaart, werkt dat. Maar dat is al een tijd niet meer het geval. ‘De toegenomen welvaart heeft onvoldoende iedereen bereikt,’ zegt ook Thijssen van VNONCW. Uit een analyse van het Financieel Dagblad bleek onlangs dat de cao-lonen in Nederland tussen 2005 en 2020 met ongeveer 30% zijn gestegen, terwijl de beloningen van CEO’s met 120% zijn toegenomen. Alleen al in 2021 zagen de topmannen van de grootste beursgenoteerde bedrijven in Nederland hun inkomen stijgen met gemiddeld 35%. Voeg daaraan toe dat inkomen uit arbeid zwaarder wordt belast dan inkomen uit vermogen, én dat de consumentenprijzen hard aan het stijgen zijn, en dan is het niet vreemd dat ‘gewone Nederlanders’ geen verbeteringen zien in hun leefomstandigheden. Deze kloof in de samenleving heeft grote gevolgen, zien ook bestuurders: populisme, politieke versplintering en bestuurlijke verlamming.

Maar verandering blijkt moeilijk. Volgens Stegeman zijn bestuurders, academici, managers en ambtenaren decennialang opgevoed met het idee van de vrije markt. Hoewel de negatieve aspecten steeds urgenter worden, ziet de Triodos-econoom dat ‘we vanuit de beleidswereld nog steeds te maken hebben met de vrijemarktmantra’.

Volgens Thijssen van VNO-NCW neemt het gevoel voor urgentie bij zowel de overheid als het bedrijfsleven wel toe. ‘Ik maak me vooral zorgen dat we niet snel genoeg zijn in de uitvoering. Je ziet een overheid die onmachtig is. Als we de energietransitie willen laten slagen, hebben we zaken als infrastructuur en vergunningen nodig. Het duurt nu gemiddeld acht jaar om een vergunning te krijgen. Ik wil niet te veel naar de overheid wijzen, maar het gaat te langzaam. Het bedrijfsleven wijst naar de overheid en de overheid naar het bedrijfsleven. Dat schiet niet op. Een bedrijf kan zichzelf geen vergunning geven. We zullen dus moeten samenwerken.’

Heel kwalijk

De overheid en het bedrijfsleven zitten, de oproep tot samenwerking ten spijt, lang niet altijd op één lijn. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk tijdens de VN-klimaatconferentie in Glasgow in november 2021, toen de Nederlandse overheid samen met 26 andere landen besloot een eind te maken aan investeringen in buitenlandse olie- en gaswinningsprojecten. VNO-NCW zette een zware lobby in om de overheidssteun te behouden. Anders zou het duizenden banen kosten. De werkgevers leken te slagen, totdat de Tweede Kamer de druk opvoerde. De Nederlandse steun voor internationale fossiele projecten sneuvelde.

VNO-NCW kreeg de nodige kritiek vanwege deze fossiele lobby. Critici konden die niet rijmen met de nieuwe ‘Brede Welvaart’-visie. ‘Brede Welvaart klinkt heel mooi,’ zegt Maria van der Heijden van MVO Nederland. ‘De vraag is: hoe geef je er invulling aan? Dat zie ik bij VNO-NCW totaal niet uit de verf komen. In de praktijk is er nog niets veranderd. De discussie over de staatssteun voor internationale fossiele projecten is daar een voorbeeld van. De lobby vanuit de fossiele industrie is echt heel sterk in Nederland en klinkt hard door via VNO-NCW en het ministerie van Economische Zaken. Dat vind ik echt heel kwalijk.’

Een betere wereld gaat niet alleen over de energietransitie, maar ook over armoedebestrijding. Van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN staat ‘geen armoede’ op één.

Ingrid Thijssen van VNO-NCW daarentegen was ‘not amused’ door de draai van het kabinet. Symboolpolitiek, vond ze. ‘Als mensen echt willen voorkomen dat er in de rest van de wereld nieuwe olie- of gasprojecten worden opgestart, dan vind ik dat de Nederlandse overheid die landen moet helpen om op een andere manier in hun welvaart te voorzien. Dat werd door een aantal partijen geïnterpreteerd als een pleidooi voor fossiel. Dat vond ik een heel flauwe reflex,’ zegt Thijssen nu. ‘Ik moet helaas constateren dat deze draai een negatieve invloed heeft op de transitie.’ Volgens Thijssen zullen de olie- en gasprojecten in het buitenland namelijk gewoon doorgaan. ‘Alleen niet met hulp van Nederlandse, maar met Chinese en Russische bedrijven. De ambassadeurs van die landen vinden dat ook jammer, vertellen ze mij, want ze hadden liever zakengedaan met westerse landen.’ Westerse bedrijven werken volgens haar efficiënter en met meer respect voor het milieu en mensenrechten dan de staatsoliebedrijven uit China en Rusland.

Voor Thijssen heeft de discussie ook een morele lading. ‘Nederland heeft zelf zijn welvaart opgebouwd op aardgas. Wij ontzeggen andere landen dat wij ze daarbij helpen.’ Een betere wereld gaat volgens de VNO-NCW-voorzitter niet alleen over de energietransitie, maar ook over armoedebestrijding. Van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN staat ‘geen armoede’ op één. ‘Neem Suriname. Dat wil gas winnen. Daar gaat Nederland nu dus niet bij helpen. Jammer.’

Game changer

Wat zou helpen, is een overheid die de regie neemt in zaken van algemeen belang. Maar dat lukt lang niet altijd, waardoor soms zelfs de rechter eraan te pas moet komen. Die heeft in Nederland de afgelopen jaren de toon gezet als het gaat om klimaatbeleid.

In 2019 deed de Hoge Raad een historische uitspraak in de Klimaatzaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Resultaat: de Nederlandse overheid moest ervoor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 25% lager zou zijn dan in 1990. En in 2021 werd Shell veroordeeld tot het terugdringen van z’n CO2-uitstoot met 45% in 2030. Van der Heijden van MVO Nederland is uitgesproken positief over de rechterlijke uitspraken. ‘Het Urgenda-vonnis was echt een game changer,’ zegt ze. ‘Het heeft er mede toe geleid dat we nu een stevige CO2-belasting hebben, en een klimaatminister.’

Ook hier denkt Thijssen van VNO-NCW totaal anders over. ‘Shell is in hoger beroep gegaan omdat het verantwoordelijk wordt gehouden voor de CO2-uitstoot van zijn klanten. Stel dat Shell erin slaagt om volledig groene biobrandstoffen te verkopen, dan lopen ze grote kans dat 90% van de klanten wegloopt. Waarom? Omdat biobrandstoffen duurder zijn. Dan gaan de meeste automobilisten dus ergens anders tanken. Daar hebben we als samenleving toch niks aan? Er is meer samenwerking, wetgeving en coördinatie nodig om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Mijn kritiek gaat niet uit naar de rechterlijke macht, maar naar de overheid. Want die blijft achter met wet- en regelgeving. Daardoor is er een onduidelijke situatie ontstaan voor bedrijven. Die rechtszaken kunnen jaren duren en hangen als een zwaard van Damocles boven je hoofd. Ik zie dat dat een verlammende werking heeft. Terwijl we nú investeringen nodig hebben om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Organisaties als Urgenda en Milieudefensie mogen ons uitdagen en scherp houden. Maar als ze echt impact willen hebben, moeten ze ons helpen en geen rechtszaken voeren.’

‘Het is bijzonder spijtig dat er een rechter aan te pas moet komen,’ vindt Hans de Jong, gangmaker achter de Brede Welvaart-visie van VNO-NCW. ‘We gaan nu niet snel genoeg vooruit. Maar in de groef van hullie-zullie blijven hangen, dat werkt niet.’

‘De politiek moet beleid maken en de overheid moet dat beleid uitvoeren en handhaven, niet de rechter.’

Hoofdstrateeg Hans Stegeman van Triodos Investment concludeert dat we eigenlijk te maken hebben met een ‘falende overheid’: ‘De politiek moet beleid maken en de overheid moet dat beleid uitvoeren en handhaven, niet de rechter.’ Stegeman is kritisch op de overheid maar ook op bedrijven als Shell en KLM. Die claimen in 2050 klimaatneutraal te zullen zijn. ‘Maar in de plannen is nog niet te zien waar de investeringen zitten die dat moeten regelen.’

Volgens Ingrid Thijssen willen bedrijven best hun verantwoordelijkheid nemen, maar kunnen ze dat alleen als de overheid ook haar rol speelt. ‘Ik ben heilig overtuigd van de kracht van het bedrijfsleven en de vrije markt. Maar er is wel een sterke marktmeester nodig,’ aldus Thijssen, die een trendbreuk ziet. ‘In het verleden waren de lobbyclubs van het bedrijfsleven altijd voor hun eigen kortetermijnbelang aan het preken. Meestal waren ze ook tégen wetgeving. Nu zijn we juist vóór wetgeving.’ Thijssen zou bijvoorbeeld graag een bijmengverplichting voor biobrandstoffen zien, zodat alle verkopers van benzine dezelfde duurzaamheidseisen krijgen opgelegd. ‘Dan voorkom je dat consumenten vanwege de prijs vluchten naar fossiel, is er een eerlijk speelveld voor bedrijven en weet iedereen waar die aan toe is. En dan kun je ook samen optrekken.’

Oud-Philipsbaas Hans de Jong heeft hoop. ‘Corona heeft laten zien dat het ook anders kan. Alle ingrediënten waren aanwezig: crisis, urgentie, en niemand kon het alleen. De overheid trad daadkrachtig op, en het bedrijfsleven volgde. De overgrote meerderheid van het land omarmde het beleid. We hebben als land de coronacrisis het hoofd geboden. Welke lessen trekken we hieruit als we kijken naar andere crises: landbouw, pfas, klimaat, energie? Allemaal complexe uitdagingen waarbij je meerdere partijen nodig hebt en het lang moet volhouden. Het bedrijfsleven moet de verbinding met de samenleving weer terugvinden.’

Hoofdstrateeg Stegeman van Triodos twijfelt of de lessen van corona ook werken bij het klimaatvraagstuk. Daar kan de wal het schip niet keren: ‘Met klimaatverandering is het lastige dat de wal wordt weggespoeld.’ Toch is hij niet pessimistisch. ‘Want het kan wél. De oplossing is: collectief afspraken maken. Op die manier heeft de wereld een oplossing gevonden voor het gat in de ozonlaag. CFK’s zijn simpelweg verboden in het Verdrag van Montreal. Dat heeft geen welvaart gekost.’

Radicaal veranderen

Bedrijven moeten in elk geval erkennen dat ze het zelf anders en beter moeten doen. ‘En snel ook,’ zegt Peter Bakker vanuit Genève. Bakker was in het verleden financieel directeur en later CEO van TNT (tegenwoordig PostNL). Nu is hij president van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), een in Zwitserland gevestigde club van 250 CEO’s.

‘Het kapitalisme voldoet niet meer,’ geeft hij onomwonden toe. Bestuurders zijn zich er volgens hem al een hele tijd bewust van dat onbegrensde marktwerking niet meer zaligmakend is. ‘Dat gezegd hebbende, kun je twee kanten op. Of je zegt: het kapitalisme is slecht, we gooien het overboord. Of je zegt: we gaan kijken hoe we het kunnen aanpassen.’ Het kapitalistische model kan volgens Bakker behouden blijven, maar moet wel ‘radicaal veranderen’. Niet de aandeelhouder moet daarbij centraal staan, maar de ‘stakeholder’, oftewel alle ‘belanghebbenden’. Dat zijn aandeelhouders, maar ook klanten, medewerkers, toeleveranciers, omwonenden. En breder geformuleerd ook het milieu, het klimaat en de biodiversiteit. Bakker somt een serie ontwikkelingen en maatregelen op die bedrijven in snel tempo laten verduurzamen. Het gaat om saaie maar belangrijke zaken als ‘integrale rapportages’. ‘Bij TNT heb ik nooit de vraag gekregen hoe ik de omzet vaststel. Daar zijn regels voor. Als je je daar niet aan houdt, ga je naar de gevangenis. Die regels en handhaving moeten er ook komen voor niet-financieel kapitaal.’

‘Duurzaam boekhouden moeten we zo snel mogelijk verplicht stellen voor bedrijven. Overheden moeten de moed hebben om dat te doen.’

En die regels zijn dichterbij dan de meeste mensen denken. Zo neemt het zogenoemde ‘esg-accounting’ (environment, social, governance) een hoge vlucht. Voor deze niet-financiële criteria worden boekhoudstandaarden ontwikkeld. De internationale organisatie achter de financiële boekhoudregels werkt aan ‘integrale boekhoudstandaarden’, waarbij niet alleen financiële cijfers een rol spelen, maar ook milieu, klimaat, diversiteit et cetera. ‘Onlangs is het eerste prototype gepubliceerd,’ vertelt Bakker. ‘Ik verwacht dat deze zomer de regels definitief worden vastgesteld. We moeten die zo snel mogelijk verplicht stellen voor bedrijven. Overheden moeten de moed hebben om dat te doen. Vanaf eind dit jaar zou dat kunnen.’

Die verplichtstelling is essentieel, want dan gaan alle bedrijven op dezelfde manier over hun klimaatimpact praten, net zoals ze nu doen over winst en verlies. ‘Aandeelhouders kunnen dan beslissen op welke bedrijven ze hun kapitaal inzetten. Dan krijg je een vorm van kapitalisme die werkt vóór het klimaat in plaats van ertegen.’

Duurzaam dashboard

Ook Stegeman van Triodos benadrukt het belang van duurzaam boekhouden. ‘Maak zaken maar eens transparant. Wat is je voetafdruk?’ Dan is het voor bedrijven mogelijk om heldere doelstellingen op te stellen. ‘Dat kun je hetzelfde aanpakken als met financiële rapportages. Dat geeft de CEO ook houvast. Die is gewend om te sturen op basis van een dashboard.’

De nieuwe boekhoudregels waar Bakker naar verwijst, zijn vooralsnog gericht op het klimaat. ‘Met biodiversiteit lopen we een jaar of twee, misschien drie achter op het klimaat. Maar het komt er wel aan,’ zegt hij. ‘Waar we echt nog meer aan moeten doen, is ongelijkheid. Op wereldschaal is dat het verschil tussen het rijke noorden en het arme zuiden. Maar in Nederland heb je ook ongelijkheid. Als we eerlijk zijn, heeft het bedrijfsleven daar nog te weinig antwoord op. We kijken wel naar mensenrechten in de toeleveringsketen, en naar diversiteit. Maar de kern van het probleem wordt nog niet aangepakt. Die kern is dat de verdeling van kansen en welvaart gewoon niet eerlijk is. Zoals het feit dat kapitaal beter wordt beloond dan arbeid.’

Ongelijkheid is een lastig thema in het bedrijfsleven. Het ligt ver af van het traditionele vrijemarktdenken. Bakker: ‘Toen wij twee jaar geleden met CEO’s over ongelijkheid begonnen te praten, was de reactie: is dit niet iets voor de overheid om op te lossen?’ De ontregelende effecten van de covid-19-pandemie en de nog altijd pijnlijke ongelijkheid waar de Black Lives Matter-beweging tegen ageerde, waren eye-openers. ‘Daarom hebben we een jaar geleden 55 CEO’s van grote bedrijven bij elkaar gebracht in een commission to tackle inequality waar ook academici en non-gouvernementele organisaties aanschuiven. Later dit jaar komt deze commissie met een actieplan. Ik kan alvast vertellen dat het betalen van een leefbaar loon in de hele toeleveringsketen erbij zal horen.’

Als we echt zeker willen stellen dat we een duurzame maatschappij creëren, moeten volgens Bakker de kapitaalkosten worden bepaald door de kosten voor arbeid, milieu en sociale zaken. ‘Nu draait het systeem alleen maar op het optimaliseren van het financiële kapitaal. Onrecht in het systeem wordt niet bestraft. Dat zou verrekend moeten worden. Pas als duurzame bedrijven lagere kapitaalkosten hebben dan vervuilende bedrijven, zal een grote versnelling volgen. Ik schat dat we nog drie tot vijf jaar verwijderd zijn van die situatie,’ aldus Bakker.

‘Er zijn 2500 bedrijven die beloven dat ze in 2050 geen CO2 meer uitstoten. Helaas heeft maar een klein deel van die bedrijven een concreet plan om klimaatneutraliteit daadwerkelijk te realiseren.’

En zelfs als dat plan er wel is, kan het moeilijk zijn. ‘Mercedes kan beloven wat ze willen, maar als toeleveranciers er niet in slagen klimaatneutraal staal of glas te maken, dan schiet het natuurlijk niet op.’ Vandaar dat de topman van Mercedes heeft aangekondigd dat bedrijven die in 2030 geen emissieloos staal kunnen leveren, geen toeleverancier van Mercedes meer kunnen zijn. ‘Dat levert natuurlijk de noodzakelijke druk op,’ zegt Bakker.

Echte prijzen

In dit nieuwe geïntegreerde kapitalisme moeten overheden duidelijke grenzen aangeven, vindt Stegeman van Triodos. ‘De neiging is om alle negatieve neveneffecten ook via de markt te regelen, en dat werkt lang niet altijd. Als je markten centraal blijft stellen, heb je altijd maar één oplossing: beprijzen. Terwijl er ook andere oplossingen zijn, zoals het opleggen van een verbod. Je moet grenzen stellen, net zoals we ooit met de CFK’s hebben gedaan.’

‘Als ik een supermarkt zou runnen, zou ik beginnen met consumenten inzicht te geven in de impact van de producten die ze kopen. Ik zou zorgen voor een kassabon met echte prijzen, waarin de impact van het product op klimaat, de natuur en de mensen is te zien.’

Het zogenaamde ‘true pricing’ brengt wel het gevaar van ‘moral hazard’ met zich mee, vreest Stegeman. Mensen nemen de vervuiling voor lief, omdat ze ervoor betaald hebben. ‘True price suggereert dat je alles kunt blijven doen. Dan loop je dus het risico dat vervuilend gedrag gewoon doorgaat.’ Vandaar dat Stegeman gelooft in het simpelweg verbieden van schadelijke producten of productieprocessen.

Van der Heijden van MVO Nederland zou liever ‘echte prijzen’ gebruiken om consumenten bewuster te maken van de impact van producten en diensten. ‘Als ik een supermarkt zou runnen, zou ik beginnen met consumenten inzicht te geven in de impact van de producten die ze kopen. Ik zou zorgen voor een kassabon met echte prijzen, waarin de impact van het product op klimaat, de natuur en de mensen is te zien. Waarin bijvoorbeeld een leefbaar loon voor koffieboeren zit, of waarmee je inzicht krijgt in de vervuilende kosten voor de bodem. Of het tegenovergestelde: producten die uit de buurt komen en daardoor relatief lager geprijsd zijn omdat minder transport voor een lagere milieubelasting zorgt. Nu zijn bananen uit zuidelijke landen soms goedkoper dan appels van de buurtboer, dat is toch vreemd?

Laten zien dat het anders kan

Hoe komen we tot kapitalisme 2.0, een economisch systeem dat toekomstbestendig is, en niet alleen financieel kapitaal waardeert, maar evenveel waarde hecht aan klimaat, milieu, biodiversiteit, et cetera?

‘We hebben bedrijven nodig die laten zien dat het anders kan. En we hebben overheden nodig die heldere grenzen stellen,’ zegt Stegeman van Triodos. ‘We hebben bestuurders nodig die intrinsiek net zoveel waarde hechten aan duurzaamheid als aan economische groei,’ zegt Thijssen. ‘Maar ook toezichthouders en aandeelhouders moeten daarin hun verantwoordelijkheid nemen. Want het is heel lastig voor een CEO als hij een groene en inclusieve koers wil varen, maar wegens tegenvallende resultaten door de aandeelhouders de laan wordt uitgestuurd. Gelukkig zie je dat de nieuwe generatie bestuurders al veel groener en inclusiever is dan de vorige.’

Ook MVO Nederland zet in op leiderschap. ‘Wij organiseren dit jaar gesprekken met bestuurders en commissarissen over de vraag wat je maatschappelijke zorgplicht is als bedrijf. De veranderkracht van bedrijven is enorm, maar bestuurders worden vaak geleefd door de waan van de dag,’ zegt Van der Heijden. Onder de noemer ‘Ode aan het ongemak’ probeert MVO Nederland bestuurders uit die waan van de dag te halen en te laten nadenken over wat er nodig is om de transitie naar een duurzame economie te versnellen. ‘Het is belangrijk voor CEO’s om te zien dat anderen ook meedoen.’

De oorlog in Oekraïne is volgens oud-Philips-topman De Jong een teken dat onze welvaart ‘niet meer vanzelfsprekend is’. De multilaterale wereld is aan het veranderen. Het Westen ontkoppelt zich van de Russische economie, dat in het Chinese kamp wordt gedreven. ‘We krijgen weer machtsblokken in de wereld. Maar dat verandert niets aan de noodzaak om duurzaam te ondernemen. De circulaire economie is voor Europa van levensbelang.’