Reportage
Arbeidsmigranten worden als robots behandeld

Arbeidsmigranten in Nederland en Europa worden niet als mensen maar als tweederangsburgers gezien. Ze leiden parallelle levens in de schaduw van de maatschappij, zonder vrije tijd, zonder sociaal leven, fatsoenlijk loon, thuis of privé. ‘Om dit robotbestaan vol te houden, moet je fysiek en mentaal stevig in je schoenen staan.’


Fotografie Esmee Brandwijk

12 minuten leestijd

Ineens was hij overal. In de yoghurt, in cakes, smoothies, salades en opgetast op stapeltjes pannenkoeken. Van wat nog niet zo lang geleden als luxe zomerfruit gold, eten Nederlanders nu gemiddeld een kilo per jaar. Blauwe bessen.

Misschien is je laatste portie wel door de vingers van Mohammed gegaan. De goedgemutste, 29-jarige Bengaal die in het zuiden van Portugal op een fruitboerderij werkt waar hij ‘superfruits’ voor de West-Europese markt plukt. ‘Zes kilo per uur, dat is onze target’, zegt hij. Voor blauwe bessen en frambozen. Wat dat betekent, zes kilo per uur? Er trekt een lachje over Mohammed’s gezicht, dat betekent rennen natuurlijk. ‘Je rent en plukt, anders haal je het niet.’ Plaspauzes kun je je daarbij niet veroorloven: ‘Nee joh, dan zou ik nooit super-plukker kunnen zijn’. En alleen superplukkers behouden hun duurbetaalde stapelbedplekje in de werkgeversbarakken van het Zuid-Portugese Zambujeira do Mar.

Vandaag zit Mohammed in de wachtkamer van migrantenhulporganisatie Solidariedade Imigrante in Lissabon, en klopt even met zijn handen op zijn heupen; met dit paar lukt dat best, lijkt hij te willen zeggen. Deze benen voerden hem al op een hedendaagse odyssee. Een lange reis, die zes jaar geleden begon. Van Bangladesh naar Irak en verder te voet, via Turkije en Griekenland helemaal naar Oostenrijk – tot een lift hem op het Iberisch schiereiland afzette. ‘Iedereen zei tegen mij, probeer naar Portugal te komen! Daar krijg je gemakkelijk papieren en een toekomst in de EU.’

Eén miljoen

Mohammed is niet de enige arbeidsmigrant die deze woorden ter harte heeft genomen. De afgelopen vijf jaar verdubbelde de buitenlandse Portugese bevolking naar één miljoen. Indiërs, Nepalezen, Brazilianen en Venezolanen, allemaal werden ze gelokt door de belofte van Portugal als laatste open deur van Europa. De plek waar je, ook zonder werkcontract of papieren, aan de slag kon, sociale belastingen kon betalen, én kans maakte op een verblijfsvergunning.

Maar dat was totdat de (centrum)rechtse premier Montenegro een einde maakte aan deze gastvrije situatie. Vorig jaar, in juni 2024, gooide hij de deur met een harde klap dicht. Hij wilde minder niet-Portugese werkers. Sindsdien moeten arbeidsmigranten een contract hebben voordat ze mogen komen. Volgens de premier is dat om meer in pas te lopen met Europees beleid. Maar critici zien, net als in veel andere Europese landen, een knieval naar anti-migrantensentimenten. Voor Mohammed en nog zeker tweehonderdduizend arbeidsmigranten die nu nog wachten op een verblijfsvergunning, betekent het vooral onduidelijkheid over hun toekomst: krijgen ze de papieren nog waar ze zo hard voor hebben gewerkt?

Ineens een beetje zenuwachtig, kijkt Mohammed naar het beduimelde volgnummer in zijn hand. Als de zoemer gaat, is hij aan de beurt. Dan kan hij zijn zaak voorleggen aan een adviseur van Solidariedade Imigrante. Hoe kan het nu, wil hij de adviseur vragen, dat hij na twee jaar nog wacht op toekenning van een werkvisum? ‘Ik betaal toch belasting, ik werk toch hard?’ In de vrolijke ogen sluipt een zweem van onrust. Er is veel dat de Bengaal pikt: de lange plukdagen, de discriminatie, het minimumloon van rond de 900 euro per maand en de eindeloze lijst  aftrekposten (belasting, kosten voor huisvesting en de pendelbus, boetes voor treuzelen tijdens het werk). Zo gaat dat, zeggen zijn schouders. Maar de kans dat de hele odyssee voor niets is geweest…

‘Arbeidsmigranten worden niet als mensen gezien’, zegt Timóteo Macedo, directeur van de Lissabonse organisatie. De klassieke activist, getekend met grijze baard en zeemanspet, oreert, met behulp van Google Translate, over een situatie van ‘moderne slavernij’. En Macedo kan het weten, zegt hij, want hij ziet het spreekuur dagelijks vollopen met mensen die worden uitgebuit. Plukkers zoals Mohammed, maar ook schoonmakers en bouwvakkers. Mensen die de economie draaiende houden, maar geen vrije dagen krijgen en nauwelijks worden betaald. Die gezondheidsklachten ontwikkelen door landbouwgif en slechte huisvesting en rug- en nierproblemen door het gebrek aan pauzes. Met de nieuwe wet is dat volgens Macedo alleen maar erger geworden: ‘Zonder papieren besta je niet’. Hij constateert dat arbeidsmigranten niet langer worden beschermd maar ‘juist in de illegaliteit worden geduwd’.

Problemen met arbeidsmigranten? Dan ‘nemen’ we er gewoon minder. Arbeidstekort in de zorg? Dan trekken we toch een blik ‘onbenut arbeidspotentieel’ open?

Ook migratiewetenschapper Alexandra Pareira (Katholieke Universiteit Portugal) is bezorgd over de migratiestop. ‘Mensen zullen blijven komen’, zegt zij. ‘Arbeidsmigranten zullen komen omdat wij niet genoeg werkkrachten hebben. En in een onofficiële situatie zijn ze nu nog slechter af.’ Migratiestromen volgen nu eenmaal de behoeften van werkgevers, is haar samenvatting: ‘We hebben mensen nodig om die bessen te plukken waar jullie zo dol op zijn.’

Het land van kassen

2200 kilometer verderop, in het land van distributiecentra, slachterijen en kassen, echoën de Portugese woorden door. Ook hier praten politici over minder arbeidsmigranten. Onder het kopje ‘grip op migratie’ wil minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ‘de vraag naar laagbetaalde arbeid omlaag brengen’. De problemen met arbeidsmigranten zijn ‘te groot geworden’, liet de minister eerder aan de Kamer weten. In Nederland zijn het Oost- en Midden-Europese burgers die volgens hem voor overlast en woningnood zorgen. Maar zelf ook te maken krijgen met malafide werkgevers, arbeidsongevallen en dakloosheid; drie van de vijf mensen die op straat slaapt, is al arbeidsmigrant. Om dat op te lossen kunnen we volgens dit kabinet, best met minder toe: een ‘selectiever arbeidsmigrantenbeleid’ heet dat.

Het maatschappelijk debat rondom de bijna één miljoen, niet-Nederlandse werkers, cirkelt – net als elders in Europa – rond de vraag of dit aantal moet groeien of krimpen. Problemen met arbeidsmigranten? Dan ‘nemen’ we er gewoon minder. Arbeidstekort in de zorg? Dan trekken we toch een blik ‘onbenut arbeidspotentieel’ open? Migranten moeten iets opleveren, niet iets kosten, lijkt de teneur. In dit debat verwordt ‘de arbeidsmigrant’ bijna zelf tot een product, iets dat je kan bestellen en weer terug kan sturen als het stukgaat. In de verhalen zijn het zelden collega’s, ouders, mensen die boodschappen doen of vrije tijd doorbrengen.

In een brief aan de Kamer (november 2024) haast Van Hijum zich daarbij te zeggen dat ‘de arbeidsmigrant’ niet bestaat. Maar wie gaat er dan schuil achter deze catch all-term?

Wie de problemen die arbeidsmigranten omringen wil oplossen, zal hem/haar toch eerst moeten leren kennen.

Nomadenleven

Blauwe bessen? Lena denkt even na. ‘Hm, ja’, zegt ze op haar nonchalante manier, die zijn vast ook weleens door haar handen gegaan. Postpakketten, kledingstukken, kippendijen, koekjes: er is weinig dat niet door de dertigjarige Poolse is ingepakt, gesorteerd of van stellages geplukt. Dagenlang, uren achter elkaar. Vanuit Venlo, Den Oever, Rockanje, Hellevoetsluis, Spijkenisse, Lunteren, Bergen op Zoom, Roosendaal, Oisterwijk, Bladel en Rijen. De afgelopen zeven jaar overnachtte ze in ‘beschimmelde kamers met stapelbed en een vakantiepark met jacuzzi’. Vegetariër is ze, nadat ze in een vleesfabriek bleke kippendijen inpakte. En van H&M draagt ze niets meer sinds ze 24/7 beschikbaar moest zijn in een distributiecentrum van de kledinggigant. ‘Een gekkenhuis.’

Vandaag zit Lena met bruin kort haar, bloementatoeage, haar onafscheidelijke Dr. Martens en zorgvuldig gemanicuurde, nachtblauwe nagels in een café in Amsterdam Centraal. ‘Een nomadenleven’, dat is hoe de voormalige studente Poolse literatuur haar bestaan in Nederland omschrijft. Niet de romantische, zelfverkozen instagramversie van generatiegenoten; maar één die bestaat uit daglichtloze distributiecentra, migrantencampings en onbeschofte managers. ‘‘‘Anders ga je toch terug?’’, schreeuwen die, vaak in het Pools, als je de zware pakketten niet snel genoeg uit stellages weet te pakken.’

‘Voor jullie Nederlanders ben ik niets anders dan een werker’, zegt Lena droog. In haar ervaring worden arbeidsmigranten vooral weggestopt: in afgelegen huisvestinglocaties en anonieme blokkendozen langs de snelweg. ‘Alles wat bij een normaal leven hoort, is daar niet.’ Er zijn geen winkels, cafés of bibliotheek in de buurt. Taalles? Niet te doen met de wisselende roosters. ‘Nederland wil niet dat ik me thuis ga voelen’, is haar conclusie. ‘Laat staan, dat ik iets opbouw hier. Je blijft buiten de maatschappij staan.’

Driekwart van de laag betaalde arbeidsmigranten heeft last van stress en andere psychische klachten

Tegen de teneur in lukte het Lena na jaren wel om een vast contract te bemachtigen bij een uitzendbureau. Sindsdien draait ze diensten als sorteerder, zoekt ze postpakketjes uit. ‘Toch nog wat stabiliteit.’ Toen vorig jaar bleek dat ze kanker had, kon ze dan ook met ziekteverlof, de zomer werd ze behandeld. ‘Maar ik zal nooit vergeten; op de dag dat ik voor het eerst een losse pluk haar in mijn handen had van de chemo, belde iemand van het uitzendbureau. ‘‘Lena, hoe gaat het nu? En eh, wanneer kan je weer komen werken, denk je?’’’

Stress

De wat sombere kijk van Lena op de maatschappelijke situatie van haar en haar landgenoten, komt niet uit de lucht vallen. De zoveelste reeks rapporten die de regering medio 2024 over arbeidsmigranten bestelde, laat opnieuw zien dat het niet goed gaat met deze groep. Driekwart van de laag betaalde arbeidsmigranten heeft last van stress en andere psychische klachten. Daarbij speelt onzekerheid over werk en wonen een grote rol. Naast die slechtere mentale gezondheid, speelt ook een ongezonder leefpatroon en relatief hoog alcohol- en drugsgebruik, blijkt uit cijfers van expertisecentrum Pharos.

Bij stichting Barka kijken ze niet op van de onderzoeksresultaten. ‘Herkenbaar’, zegt Larisa Melinceanu, projectcoördinator bij de organisatie die al twaalf jaar met de meest kwetsbare arbeidsmigranten werkt. ‘Wij ondersteunen vooral de acute en gevoelige casussen, inclusief de daklozen en verslaafde mensen. Sommigen kampten al in hun thuisland met die problematiek, maar velen ontwikkelen het door wat ze ervaren als een toxische werk-woonsituatie waar ze hier in terechtkomen.’

Het probleem zit hem niet in de aantallen alleen, is haar analyse. Het is de aard van het systeem waarin precaire werkers vastzitten. Melinceanu knikt naar buiten, het Lokaal Informatiepunt waar we hebben afgesproken ligt midden in de Haagse wijk Transvaal. Een wijk waar een op de vier inwoners arbeidsmigrant is. Waar je uitkijkt op Bulgaarse supermarktjes, een Poolse bakker, Aziatische rijstwinkels en een Lotto-kiosk. ‘Klein Sofia, zeggen wij’, lacht een collega.

Naast Barka tref je ook hulpverleners van de gemeente en juridische bijstand in het informatiepunt. ‘Zowel kwetsbare EU-burgers als buurtgenoten kunnen hier langskomen.’ De uit Roemenië afkomstige Melinceanu en haar Poolse en Bulgaarse collega’s zijn continu in de weer. Ze bellen, overleggen en kalmeren opgewonden binnenlopers. Mensen die op straat zijn gezet, op staande voet ontslagen, hun loon niet krijgen of een ongeluk op het werk hebben gehad.

Veeleisend werk

Mensen kunnen volgens Vasileva niet altijd inschatten hoe veeleisend het eenvoudige, monotone werk is. ‘In onze landen denken mensen dat geld verdienen in Nederland super simpel is’, zegt Verzhinia Vasileva, coördinator van Barka Den Haag, even later. ‘Maar dat is ook de valkuil.’

De combinatie van werk, accommodatie en zorgverzekering, noemt ze ‘een giftige cocktail’. Arbeidsmigranten vertrekken voor dag en dauw, verrichten de hele dag repetitief werk en keren om vijf uur terug op hun geïsoleerde verblijflocaties, waar ze niets omhanden hebben. En ja, dan wordt er sneller naar drank gegrepen. Het lijkt bovenal een manier om psychisch overeind te blijven. ‘Je moet mentaal en fysiek echt sterk zijn om de targets te halen.’

De arbeidsmigranten in een stad als Den Haag manoeuvreren weer langs andere valkuilen. Vaak in de vorm van landgenoten, die voor een niet gering bedrag aanbieden woonruimte te vinden, toeslagen aan te vragen of een contract na te kijken. De Bulgaarse Tsvetomira (36) nam zo een ‘makelaar’ in de arm toen ze hoogzwanger op zoek was naar een woning in Den Haag. Niet zonder gevoel voor zelfspot doet ze haar verhaal. Hoe ze met haar buik en kleine blaas een plek nodig had waar niet nog acht andere landgenoten van dezelfde wc gebruikmaakten. ‘En elke dag mijn slaapmatjes weer oprollen, daar was ik ook klaar mee.’

Voor een bedrag van vijfduizend euro kwam de makelaar met een sociale huurwoning op de proppen die zij en haar man voor zestienhonderd euro per maand konden onderhuren. Hij werkt in de bouw, zij was destijds blij met haar baan bij een bloementeler. ‘Maar natuurlijk hadden we hem niet moeten vertrouwen. Want nu’, vertelt Tsvetomira, ‘is de baby vier maanden oud, en weet de woningbouwvereniging van de onderhuur. Barka, die engelen, hebben geregeld dat we nog zes maanden kunnen blijven. Maar ik heb alvast een autootje gekocht. Dan kunnen we toch ergens slapen, mochten we straks met de kleine op straat komen te staan.’

Vrouwen

Jonge studentes, moeders, zwangeren, gezinnen: in de berichtgeving zie je het niet terug maar bijna 35 procent van de arbeidsmigranten is vrouw. In hun dagelijks leven, bij de huisarts, verloskundige of op school van de kinderen, lopen ze tegen specifieke problemen aan. En op straat, waar Barka actief is, is de situatie voor vrouwen ook hachelijk.

Op een zomerse ronde door de parken en bosjes van Den Haag worden twee Barka-medewerksters versterkt door Demi de Best, boswachter voor dak- en thuislozen. Samen met een collega is ze vrijgemaakt voor deze taak . ‘Ik kom uit het blauw en ben nu in het groen’, luidt haar bondige toelichting. Gewapend met handboeien en hondensnoepjes stapt De Best met grote passen door bramenstruiken en onder overhangende takken. Een rol vuilniszakken onder de arm. ‘Daar kan ik niet tegen, als het afval blijft slingeren.’

‘Hier een vuilniszak’, zegt de boswachter. ‘Jullie weten dat je het netjes moet houden’

In het Sint Hubertuspark, de Bosjes van Poot, Westbroekpark en ook hier in de Nieuwe Scheveningse bosjes kent de boswachter iedereen die in de verscholen tentjes zit, en iedereen kent haar. Goedemorgen, good morning, roept ze, en klopt op een zeildoek. Ze ritst een koepeltje open. Na een paar minuten komen de slaperige Yvonne en Sylvia tevoorschijn. Het is 11.30 uur, en de vrouwen knipperen tegen het zonlicht. Even verdwijnen ze weer, om enigszins gefatsoeneerd, met roze lippenbalsem op en in spijkerbroek, een sigaret op te steken.

Yvonne en Sylvia – de één midden dertig, de ander ouder – lijken niet helemaal op hun plek in dit kampementje van zeildoek, emmers, plastic zakken en stapeltjes kleding onder haastig opgehangen paraplu’s. Naast een gasstel liggen een pak pasta, melk en een heleboel bierblikjes. Wat er niet ligt, is groente of fruit, laat staan blauwe bessen. ‘Hoe gaat het?’ Er wordt wat gemompeld. ‘Hier een vuilniszak’, zegt de boswachter. ‘Jullie weten dat je het netjes moet houden.’ Werk hebben deze vrouwen niet meer; ze verzamelen statiegeld om alcohol te kunnen kopen. Hun kinderen wonen in Polen maar bij allebei speelt er te veel om nu een weg terug te kunnen zien. Het doel voor Barka is om mensen uit de dakloosheid te helpen. En, wanneer gewenst, terug te begeleiden naar hun thuisland, legt Natalia Grad van Barka uit. ‘Daar kunnen ze zo nodig gespecialiseerde hulp krijgen. Of we kunnen hen hier begeleiden naar nieuw werk.’ Sommigen hebben al sociale rechten opgebouwd en dan helpt Barka die te claimen. ‘Maar ja’, zegt ze enigszins gedesillusioneerd, ‘dat kan alleen als iemand zelf ook die mogelijkheden ziet.’

‘You are not slaves’

Lena tuurt over het IJ, achter station Amsterdam Centraal. De pont vertrekt en een man vist lege blikjes uit de prullenbak. Ook zij heeft bekenden die zijn gaan drinken en blowen. ‘Die het niet aankonden om te leven als een robot.’ Toch houdt Lena dat robotbestaan zelf al zeven jaar vol. Wat haar dan hier houdt? ‘Het is simpel’, zegt ze. ‘De eerste keer dat ik kwam, was het om ‘s zomers geld te sparen tijdens mijn studie. In een maand in de fabriek verdiende ik twee keer zoveel als mijn zus, een Poolse onderwijzeres.’ En Nederland vindt ze een mooi land, ze lacht haar onderkoelde lachje: ‘Ik heb er meer van gezien dan de gemiddelde Nederlander.’

Wat Lena dwarszit, is dat die gemiddelde Nederlander haar als tweederangsburger blijft zien. ‘Als de domme Pool.’  Ook al heeft ze een vast contract en woont ze inmiddels met haar Roemeense vriend, die in de IT werkt, in een ‘gewoon’ appartement in Amsterdam. ‘Als ik straks helemaal genezen ben van de kanker, dan ga ik niet terug naar het sjouwen met pakketten. Veel te zwaar.’ Als actief lid van de FNV wil ze ook professioneel meer sociaal werk doen. De Poolse gemeenschap laten zien dat er meer kan dan werken in een distributiecentrum. ‘We kunnen van alles bereiken – als we maar een kans krijgen en niet worden opgesloten in het hokje van de arbeidsmigrant.’

Nu ze er zo over nadenkt, is het een beetje dezelfde boodschap die de zanger van een van haar geliefde black metal bands, het Poolse Behemoth, uitdraagt. Op een concert in Den Bosch schreeuwde hij een zaal vol fans toe: ‘Remember, you are not slaves!’ ‘Dat gaf veel kracht’. Al is de vraag natuurlijk wie dan die distributiecentra draaiende moeten houden. Lena heeft op plekken gewerkt waar 90 procent van de werknemers arbeidsmigrant is. ‘Ik weet dat Wilders minder migranten wil. Maar eerlijk, ik zie jullie Nederlanders ons werk nog niet doen.’

‘Het gaat over mens zijn. Wij zijn medeburgers. Dat Europa er van dichtbij zo uitziet, dat had ik niet gedacht’

Het is de vinger op een gevoelige plek. In Portugal, waar de echo van minder arbeidsmigranten in beleid is gegoten, stapelen de problemen zich op. Terwijl de Portugese jongeren zelf elders in Europa werken – neemt thuis het aantal ongedocumenteerde zwartwerkers toe. En ook Nederland wil de situatie maar niet onder ogen zien; we zijn een land dat draait op het werk van mensen van elders. Volgens het laatste rapport van de Adviesraad Migratie werken naar schatting bijna een miljoen buitenlandse arbeidskrachten in ons land – dat is één op de tien werkenden. Maar het welzijn van deze mensen is uitbesteed aan de markt, aan werkgevers en uitzendbureaus.

Terwijl de politiek naar aantallen kijkt, over meer of minder soebat, zitten Mohammed, Tsvetomira, Yvonne en Sylvia en Lena gevangen in hun leven.

Medelijden hebben ze daarbij niet nodig, aldus Lena, ‘maar een betere situatie, perspectief, dat wel’.

‘Het gaat over mens zijn’, vat Alberto, een Venezolaan die via een Portugese verblijfsvergunning in de Rotterdamse haven werkt, samen. ‘Wij zijn medeburgers. Dat Europa er van dichtbij zo uitziet, zonder rechten en bescherming voor werknemers, dat had ik niet gedacht.’

Sarah Haaij is onderzoeksjournalist en schrijft over sociale rechtvaardigheid in een globaliserende wereld. Momenteel werkt ze aan een boek over moderne slavernij voor uitgeverij Balans. Deze reportage komt voort uit het onderzoek voor het boek, dat wordt gesteund door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Samenleving
Gerelateerd