Ook te beluisteren.

Ik nodig jullie uit om met mij mee te gaan naar de andere kant van de Middellandse Zee, om het verhaal te horen van de mensen die de oversteek niet hebben gehaald, terwijl het voor talloze producten geen enkel probleem is om de zee over te gaan.

Ik nodig jullie uit om de mensen die we niet willen, te zien in het licht van de dingen die we begeren. Dingen als fosfaat, zout, olie of het water in een tomaat, geproduceerd in de woestijn en hier in de supermarkt te krijgen.

Waarom is het voor deze dingen zo makkelijk om de oversteek te maken, terwijl de mensen stranden aan de grenzen van Europa? En wat is het verband daartussen?

Op een rots langs de kust staat een Arabische tekst met een pijl: ‘Arouba min heneh’, Europa hierlangs. Het is een rots ergens langs de kust in Tunesië, bij de havenstad Zarzis, niet ver van de grens met Libië.

De tekst lijkt de lezer te willen helpen om zich te oriënteren. Als uw bestemming Europa is, volg dan de pijl. En de uitgestrekte zee daar, is de Middellandse Zee. Lampedusa is slechts 260 kilometer hier vandaan.

De tekst is in het Arabisch geschreven, en dus gericht aan de lokale bevolking, en niet bijvoorbeeld aan de vele toeristen die daar te vinden zijn.

Maar ik kan u vertellen dat iedereen in Zarzis wel weet hoe hij of zij naar Europa moet komen, want dat hebben mensen met duizenden en duizenden gedaan sinds de Arabische lente in 2011. Met hele gezinnen inclusief baby’s en grootouders.

Er zit dus ironie in deze tekst. En de ironie zit ’m in de kroon die is getekend boven het woord ‘Europa’. Die lijkt een koninklijke bestemming te beloven, maar in werkelijkheid eindigt deze reis voor heel veel migranten met de dood. Sinds 2014 kwamen er al meer dan 26.000 migranten om bij de oversteek.

De migratiecrisis is geen crisis, maar een voortdurend proces waar we als Europa al jaren een rol in spelen. Dat kan ik laten zien aan de hand van een aantal verhalen uit mijn meest recente onderzoek in Tunesië.Verhalen over fosfor, water en zeesponzen. Vitale elementen die onontbeerlijk zijn voor het leven. Deze bronnen van leven kunnen ons, wrang genoeg, inzicht geven in het achterliggende verhaal van de doden. 

85 verdronken

We beginnen dit verhaal op het strand in Tunesië.

Het is zomer 2019. Ik wil gaan wandelen langs de kust van Zarzis. Maar als ik het strand nader, zie ik een ongewone menigte. Er zijn auto’s en een vrachtwagen op het strand. Mijn benen trillen als ik uit de auto stap, want ik heb een vermoeden wat er aan de hand is. Ik loop op de menigte af en zie twee politieagenten een lichaam uit het water slepen. Ik word gewezen op twee andere politieagenten verderop in het water die een lichaam wegdragen van een stuk strand dat populair is onder toeristen.

Twee weken eerder was het al in het nieuws. Ik las erover toen ik nog in Nederland was. In de nacht van 4 juli is een schip met 89 mensen aan boord, onderweg van Libië naar Europa, vlakbij de Tunesische kust gezonken. Slechts vier mensen konden door lokale vissers worden gered; 85 verdronken. Al die lichamen spoelen op die verschrikkelijke dag aan op de lange kust van Zarzis.

Twee dagen later zijn we de lichamen aan het begraven.

Terwijl de lichamen die we hier hebben begraven op hun reis naar Europa zijn gestopt, komt het zout met al het gemak van de wereld het EU-grondgebied binnen.

Als ik buiten de provisorische begraafplaats in de verte tuur, zie ik heuvels die op glinsterende witte bergen lijken. Het is zout. Het Franse bedrijf Cotusal oogst het zout van de befaamde zoutvlaktes van Zarzis. En nog steeds wordt het zout door Cotusal tegen prijzen gekocht die in de jaren veertig, in het koloniale tijdperk, zijn vastgesteld. Prijzen die vele male lager zijn dan de prijs die een Tunesiër ervoor moet betalen.

De hele dag door rijden vrachtwagens vol met zout af en aan naar de haven van Zarzis. Dus terwijl de lichamen die we hier hebben begraven op hun reis naar Europa zijn gestopt, komt het zout met al het gemak van de wereld het EU-grondgebied binnen.

complexe omstandigheden

Die dag op het strand vang ik een glimp op van het lichaam dat de agenten uit het water halen; het lichaam van een jonge, sterke man, waarschijnlijk uit een land bezuiden de Sahara. Die man verdient een eigen verhaal.

In mijn onderzoek naar migranten omarm ik het forensisch sporenonderzoek, maar gaat het mij ook om de kunst van het aandacht geven.

Wat bedoel ik daarmee?

De lichamen die aan de kusten van Europa en Noord-Afrika aanspoelen, worden ‘grensdoden’ genoemd. Een term die ons eraan herinnert dat mensen niet door migratie sterven, maar door dodelijke gemilitariseerde grenzen, waarin we miljarden investeren.

Het paradoxale van deze term, grensdoden, is dat we het probleem steeds vanuit een Europees perspectief benaderen, door bijvoorbeeld kritisch te analyseren wat het Europese beleid is en doet. Maar wat gebeurt er als we het verhaal ergens anders laten beginnen? Bijvoorbeeld op het strand van Zarzis, en ons afvragen hoe deze lichamen hier zijn beland?

Wat als we de dood niet zouden verbinden met grenzen die doden, maar met het leven en middelen van bestaan?

Het gaat hierbij niet alleen om de forensische identificatie en de persoonlijke biografie van migranten, maar juist om de complexe omstandigheden die verband houden met deze doden.

Wat als we de dood niet zouden verbinden met grenzen die doden, maar met het leven en middelen van bestaan? Wat als we de doden en hun lichamen zouden relateren aan vitale elementen zoals zout, water, zeesponzen en fosfor?

Wat voor verhalen kunnen we dan vertellen?

Fosfor

Om ruimte te geven aan de complexiteit van het leven, moeten we de kunst van aandacht geven ontwikkelen.

De kunst om stil te staan bij sporen die triviaal lijken, de kunst om ook te midden van een crisis te vertragen, te kijken en verbanden te leggen tussen zaken die we doorgaans niet met elkaar verbinden, dingen die héél verschillend zijn. Zoals waterproblemen daar en mijn tomaatje hier.

De kunst van aandacht geven leer je door het te praktiseren.

Dit is de kern van het onderzoek waaraan ik me de komende vijf jaar wil wijden. Ik begin steeds weer op de stranden en stel me de simpele vraag: hoe zijn deze lichamen hier beland?

We beginnen met fosfor. Fosfor is een element dat van vitaal belang is voor al het leven op aarde, inclusief dat van de mens; zonder fosfor zouden we uitsterven.

Schrijver en biochemicus Isaac Asimov (1920-1992) verwoordt het onomwonden: ‘Het leven kan zich voortzetten totdat alle fosfor is verdwenen en dan is er een onverbiddelijke stop die door niets te voorkomen is.’

Fosfor is een cruciaal onderdeel voor alle levende organismen, inclusief de mens. Zonder fosfor kunnen onze lichaamscellen niet goed functioneren. Het is een vitaal element dat niet kunstmatig te maken is, maar waaraan een tekort dreigt als gevolg van bodemerosie. We spoelen het in grote hoeveelheden de zee in.

Dat is niet alleen een ecologisch probleem, maar ook een geopolitiek probleem.

Zo schreef Franklin Roosevelt al in 1938 aan het congres: ‘Ik kan het belang van fosfaat niet genoeg benadrukken, niet alleen voor landbouw en bodembehoud, maar ook voor de fysieke gezondheid en economische veiligheid van de mensen in het land. […] Daarom is de kwestie van een continue en adequate toevoer van fosfaaterts rechtstreeks van invloed op de nationale welvaart.’

Fosfor in de chemische bewerking tot fosfaat is zoals bekend cruciaal in de landbouw. Meer dan negentig procent van de fosfaatproductie is bedoeld voor de agrarische sector.

En Tunesië was tot voor kort het op vier na grootste fosfor-exporterend land ter wereld.

Dat begon in april 1885 toen de Franse amateur-geoloog Philippe Thomas rijke calciumfosfaten ontdekte in het zuidwesten van Tunesië, nabij de stad Gafsa.

Zo’n tien jaar later werd onder Frans koloniaal bestuur de fosfaatfabriek Compagnie des phosphates de Gafsa geopend.

Er werd een speciale infrastructuur ontwikkeld, Gafsa werd een heuze stad met dure huizen, een bioscoop en een theater voor het koloniaal bestuur, en er kwam een spoorlijn om het fosfaat naar de kust te transporteren om het daarvandaan naar Europa te kunnen verschepen. Een spoorlijn die tegenwoordig vooral gebruikt wordt om toeristen in vintage treinen een spectaculaire reis door het binnenland van Tunesië te bieden.

Fosfor is slechts één van de mineralen die door de Fransen werd gewonnen, uit Tunesië werd en wordt bijvoorbeeld ook zout gehaald.

En ja, deze extractieve economie heeft natuurlijk voor lokale werkgelegenheid gezorgd, maar ook voor ziekte, milieuproblemen, verlies aan biodiversiteit en waterproblemen.

Het water dat nodig is voor het wassen van fosfor, wordt uit de waterreservoirs weggezogen en vervuild aan het landschap teruggegeven.

Problemen waar de bevolking vandaag de dag mee te maken heeft.

Zo vormen fosfaat en water de sleutel tot het levensonderhoud van de lokale boeren, want zonder fosfaat en water geen oogst. En water en fosfaat zijn nog verder verstrengeld, want de productie van fosfaat voor de export vereist veel water, heel veel water, en heeft dus een negatief effect op de hoeveelheid water, maar ook op de kwaliteit ervan.

Het water dat nodig is voor het wassen van fosfor, wordt uit de waterreservoirs weggezogen en vervuild aan het landschap teruggegeven. Daardoor wordt landbouw voor de lokale bevolking op grote schaal onmogelijk gemaakt.

Hoge prijs

Bijna een eeuw na het begin van de fosfaatwinning door de Fransen, in 1977, werd aan de kust bij Gabes een nieuwe fabriek geopend, de Groupe Chimique Tunisien, om het fosfaat te wassen voor het geëxporteerd zou worden. De opening van dit bedrijf werd alom verwelkomd en beschouwd als een enorme kans op werkgelegenheid en welvaart in de regio.

Maar de verwerking van fosfaat en andere chemische producten bleek tegen een hoge prijs te komen. Niet alleen raakte de hoeveelheid water uitgeput waardoor lokale boeren niet meer konden boeren, het heeft ook het ecologische waterbeheersysteem in de befaamde oase van Gabes verstoord.

Terwijl schoon fosfaat het land verlaat voor de landbouw in Europa, India en elders, blijft het afval in Tunesië achter.

Het wassen en zuiveren van fosfaat gaat bovendien gepaard met de productie van onder meer radioactief afval, dat momenteel in open zee wordt gedumpt.

Dus terwijl schoon fosfaat het land verlaat voor de landbouw in Europa, India en elders, blijft het afval in Tunesië achter.

De fabriek wordt daarom steeds meer als een ramp gezien, die naast natuurproblemen en armoede onder vissers en boeren ook gezondheidsproblemen voortbrengt. Want hij grenst niet alleen de Golf van Gabes, die tot voor kort vol leven zat, maar ook aan de unieke oase aan zee (een UNESCO-monument), en heeft het water en de omgeving inmiddels onleefbaar gemaakt. Naast dode mensen zijn dode zeeschildpadden maar al te bekende beelden op de stranden van Zarzis en Gabes. De kust en de zee zijn drastisch veranderd door vervuiling, veroorzaakt door de zout- en vooral de fosfaatindustrie. ‘Het visgebied van Zarzis is een Sahara geworden, een echte woestijn,’ verzuchtte een visser uit Zarzis.

Daarnaast heeft overbevissing door Europese landen het leven van vissers rond de Middellandse Zee en de West-Afrikaanse kust onmogelijk gemaakt.

De stap om in een bootje naar Europa te willen gaan, is dan snel gezet.

Gericht schieten

Het zuiden van Tunesië kent ook een rijke traditie in het duiken naar zeesponzen. Het wordt vissers echter steeds moeilijker gemaakt om zeesponzen te oogsten en tegen een goede prijs te verkopen. Daar komt nog bij dat er steeds minder sponzen zijn door de vervuiling.

Tunesische vissers moeten hun sponzen doorgaans tegen zeer lage prijzen verkopen omdat het hen onmogelijk wordt gemaakt om op de internationale markt te opereren.

Ironisch genoeg hebben de Tunesische sponzen, eenmaal op de internationale markt, de neiging om van identiteit te veranderen. Ze worden bijvoorbeeld als Griekse sponzen verkocht, omdat die duurder worden afgenomen. Zoals ook veel ‘eerste persing Italiaanse olijfolie’ eigenlijk uit Tunesië komt.

Dus terwijl de goederen die de internationale markten betreden (voor ons plezier) graag van identiteit veranderen (dat noemen we economisch ondernemerschap), kunnen mensen uit dezelfde landen beter geen fratsen uithalen met hun identiteit (dat noemen we criminaliteit).

Sponsen worden ook steeds vaker gebruikt als bio-indicatoren om de vervuiling of de gezondheid van maritieme ecosystemen aan af te meten. Ze voeden zich namelijk met kleine deeltjes die in de stroming zweven. Ze filteren deze deeltjes uit het zeewater dat door hun zeer poreuze weefsels stroomt. Maar steeds vaker zijn die deeltjes microscopisch kleine stukjes plastic en andere vervuilende stoffen.

En dat plastic is een gigantisch probleem voor de spons en haar biotoop.

De externalisering van de EU-grenzen heeft bijgedragen aan de verharding van de zeegrens tussen Libië en Tunesië.

‘Je kunt je niet voorstellen hoe afschuwelijk het er daar beneden uitziet,’ vertelde een visser mij, ‘het slib dat de bodem van de zee bedekt is afschrikwekkend.’ Deze zomer waren de sponzen in dusdanig slechte staat dat je ze met de hand kon verpulveren.

Door ‘Europa’s migratiecrisis’ is visserij in het algemeen en duiken naar zeesponzen in het bijzonder bovendien een gevaarlijke onderneming geworden. De Libische kustwacht heeft de opdracht om gericht te schieten op Tunesische vissers die de grens overschrijden. Dat heeft te maken met het feit dat Europa haar grenzen tot ver buiten de EU heeft opgerekt en met militaire macht migranten in andere delen van de wereld tegen probeert te houden. Deze zogeheten externalisering van de EU-grenzen heeft bijgedragen aan de verharding van de zeegrens tussen Libië en Tunesië.

Een grens die vroeger vloeibaar en niet zo hard was, zodat Libische en Tunesische vissers, afhankelijk van hun expertises, de zee konden delen.

Een open vraag

Als we de veilige Europese bodem verlaten en de Middellandse Zee oversteken, zien we een rijkdom aan verbanden die het complexe verhaal van de ‘migratiecrisis’ vertellen. Niet langer simpele verhalen als: ze zijn zielig, ze hebben honger of er is oorlog, dus we moeten ze opvangen. Of juist: hou die deuren stevig gesloten want het zijn uitvreters die uit zijn op onze rijkdom. Of de crisistaal van onze politici die miljarden besteden aan het bewaken en militariseren van Europa’s grenzen.

Door de dood niet alleen te verbinden aan grenzen die doden, maar aan leven en middelen van bestaan, wordt duidelijk hoe wij hier in het veilige Europa een rol spelen in de verhalen van mensen daar.

Als we vanaf de overkant van de Middellandse Zee kijken, zien we de rots die ons een ironische blik geeft op Europa, die koninklijke bestemming. We zien de kust waar in de zomer van 2019 lichamen uit het water werden gevist, lichamen van mensen wier reis naar Europa abrupt werd gestopt. En niet ver daarvandaan zien we vrachtwagens vol zout de hele dag door de haven van Zarzis binnenrijden om het zout daarvandaan naar Europa te verschepen

Laten we stilstaan en daar waar de dood zich aan ons toont, op het strand, een open vraag stellen: hoe zijn deze lichamen hier beland?

Door de dood niet alleen te verbinden aan grenzen die doden, maar aan leven en middelen van bestaan, wordt duidelijk hoe wij hier in het veilige Europa een rol spelen in de verhalen van mensen daar. Verhalen over migratie en over de dood gaan niet alleen over hen, maar vooral ook over ons.

Deze tekst is gebaseerd op een lezing die Amade M’charek hield op het Betweter Festival van de Universiteit Utrecht.