Op donderdag 16 maart leggen ziekenhuismedewerkers in heel Nederland voor vierentwintig uur het werk neer. Alleen de spoedeisende zorg gaat door. De stakingsbereidheid is historisch hoog.

Nederland is niet het enige land waar zorgpersoneel massaal het werk neerlegt om betere voorwaarden af te dwingen. Begin dit jaar staakten Spaanse zorgmedewerkers drie dagen lang. In het Verenigd Koninkrijk werd zelfs het werk op de spoedeisende hulp stilgelegd. Het tekort aan ongeveer twee miljoen gezondheidswerkers in Europa is acuut voelbaar op het hele continent. De WHO schat dat er in 2030 een wereldwijd tekort zal zijn van vijftien miljoen gezondheidswerkers. Wat kan er worden gedaan om het tij te keren?

Het dreigende zorginfarct

De komende maanden kijkt Vrij Nederland hoe er in ons land en in andere landen wordt gewerkt om het dreigende zorginfarct het hoofd te bieden. Hoe houden we de bevolking gezond? Hoe kunnen we oudere mensen langer thuis laten wonen? Hoe kan in korte tijd meer zorgpersoneel worden aangetrokken? Wat vergt dat van ons? En wat betekent het voor ons als samenleving als de overheid niet meer voor alle zorg kan zorgen?

Ernstige gevolgen

Decennialang keek de wereld jaloers naar de gezondheidszorg in West-Europa. Maar een vergrijzende bevolking, meer langdurige zieken, een aanhoudende personeelscrisis plus de post-covid-uitputting hebben geleid tot een perfect storm in de Europese gezondheidszorg die waarschijnlijk eerst nog erger moet worden voordat het beter zal gaan.

Het tragische van deze crisis is dat die voorzienbaar was, en ook is voorzien, en met de juiste investeringen te voorkomen was geweest. Al jaren waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor een dreigend tekort aan zorgpersoneel, door de vergrijzing en de grote groep zorgmedewerkers die over een paar jaar met pensioen gaat. In het vorig jaar september verschenen rapport Time to Act schrijven onderzoekers van de WHO dat in zestig procent van de Europese landen de helft van de artsen ouder is dan 55 jaar oud, en dus binnen tien jaar met pensioen zal gaan. In sommige landen, zoals Spanje en Italië, is dat ruim zestig procent. De WHO waarschuwt in het rapport in duidelijke bewoordingen voor mogelijk ernstige gevolgen als er geen dringende overheidsmaatregelen worden genomen.

‘Voor de grote pensioengolf van artsen die er straks aankomt, zijn Europese landen al niet meer op tijd, terwijl het probleem al jaren geleden bekend was.’

Tomas Zapata, WHO-expert op het gebied van gezondheidszorg in Europa, noemt het ‘frustrerend’ dat de afgelopen jaren te weinig is gedaan om meer zorgmedewerkers op te leiden en aan te trekken. Zapata: ‘Tien jaar lijkt misschien lang, maar je hebt gemiddeld tussen de twaalf en vijftien jaar nodig om een arts volledig op te leiden. Voor de grote pensioengolf van artsen die er straks aankomt, zijn Europese landen al niet meer op tijd, terwijl het probleem al jaren geleden bekend was.’

Geen personeelsplanning

Europa heeft de inrichting van de gezondheidszorg overgelaten aan de lidstaten. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren en verstrekken van gezondheids­diensten en medische zorg. Europa kan aanbevelingen doen. In de meeste Europese landen is tot op de dag vandaag geen ‘personeelsplanning’ binnen de gezondheidszorg. Zapata: ‘In sommige landen zijn zelfs de data over hoeveel artsen en verpleegkundigen er zijn en hoeveel daarvan de komende jaren met pensioen gaan niet voor handen. Dat verbaast ons zeer.’

In 2012 liet de Europese Commissie uitrekenen hoe groot het tekort aan artsen, verplegend personeel, apothekers en tandartsen zou zijn in de Europese Unie in 2020. Er werd toen gerekend op een tekort van 970.000 zorgmedewerkers, waarvan 230.000 artsen. Nu, in 2023, blijkt dat tekort twee keer zo hoog. Er is (veel) meer uitval van medisch personeel dan toen werd ingeschat.

Covid heeft daarbij een grote rol gespeeld. Niet alleen kwamen er naar schatting vijftigduizend zorgmedewerkers wereldwijd om tijdens de pandemie door covid, nog altijd zitten veel artsen en verpleegkundigen ziek thuis met postcovid-, PTSS- of burn-outklachten als gevolg van die periode. Uit het rapport van de WHO blijkt dat het ziekteverzuim onder zorgpersoneel in Europa sinds maart 2020 met 62 procent is toegenomen en dat in sommige landen meer dan 80 procent van het verplegend personeel aangeeft te kampen met psychologische klachten en overweegt een andere baan te zoeken

‘Er is niets veranderd, integendeel. De druk is groter geworden doordat de tekorten groter zijn. De lasten komen terecht op steeds minder schouders.’

Alvaró Cerame is voorzitter van de European Junior Doctors Association (EJD) waar driehonderdduizend artsen uit Europese landen bij zijn aangesloten. Hij hoopte op een periode van herwaardering voor de zorg door covid, na al die applaudisserende mensen op balkons, en de miljoenen keren op sociale media gedeelde foto’s van uitgeput IC-personeel met de rode striemen van het beschermend materiaal nog op het gezicht.

Cerame: ‘De maatschappelijke en politieke aandacht is alweer verslapt. Ik zou graag een positief voorbeeld willen noemen van een land dat nu wel alles op alles zet om het werk voor artsen aantrekkelijker te maken, maar ik kan het niet bedenken. Er is niets veranderd, integendeel. De druk is groter geworden doordat de tekorten groter zijn. De lasten komen terecht op steeds minder schouders.’

‘Artsen moeten in steeds minder tijd steeds meer patiënten behandelen. Dat hou je niet eeuwig vol.’

Al in de jaren negentig van de vorige eeuw waarschuwde de EJD voor de vergrijzing van artsen in Europa, en het naderende pensioen van de babyboomers. Het demografische tekort is vervolgens verergerd door de strenge bezuinigingen door heel Europa na de economische crisis in 2008. De werkdruk steeg en de werkomstandigheden en salarissen bleven achter. Volgens de EJD is de reden voor uitval en vertrek van artsen vooral de werkdruk en het gebrek aan controle daarover. Cerame: ‘Artsen moeten in steeds minder tijd steeds meer patiënten behandelen. Dan kom je vanzelf op een punt dat je niet meer de zorg kan bieden die je zou willen. Je wordt bang voor fouten en dat hakt erin. Dat hou je niet eeuwig vol. Op een dag kan het dan genoeg zijn, dan wil je iets anders gaan doen: minder druk, meer verdienen.’

Tomas Zapata van de WHO vindt wel dat covid zorgpersoneel weer op de kaart heeft gezet, in positieve zin. ‘In de eerste fase van de pandemie ging het over IC-bedden en zuurstofapparaten, maar direct daarna bleek dat zorgpersoneel de grootste beperking te zijn. Natuurlijk waren meer bedden en machines binnen een paar maanden beschikbaar, maar voordat je personeel hebt opgeleid dat daarmee kan werken ben je jaren verder.’

Het Britse Royal College of Emergency Medicine schatte begin januari van dit jaar dat er wekelijks driehonderd tot vijfhonderd doden vallen door de lange wachtrijen bij de spoeddiensten.

In het Verenigd Koninkrijk is de crisis al in volle omvang zichtbaar in de vorm van rijen ambulances voor de eerste hulp en wanhopige ouders omdat er geen bedden beschikbaar zijn voor hun ernstig zieke kinderen. Het Britse Royal College of Emergency Medicine schatte begin januari van dit jaar dat er wekelijks driehonderd tot vijfhonderd doden vallen door de lange wachtrijen bij de spoeddiensten.

Hoogleraar geneeskunde Marcel Levi was van 2017 tot 2021 bestuursvoorzitter van University College London Hospitals. Uiterst zorgwekkend en zonder precedent, noemt hij de situatie in de Britse ziekenhuizen. ‘Wat mij het meest zorgen baart, is dat er iets lijkt te zijn geknakt onder het personeel. De heilige graal van de National Health Service (de publieke gezondheidszorg die in het Verenigd Koninkrijk toegankelijk is voor iedereen, red.) was het supergemotiveerde personeel dat al jaren voor relatief weinig geld in slecht onderhouden ziekenhuizen ongelofelijk hard werkte. Ik was daar altijd diep van onder de indruk. Blijkbaar kan het op die manier lang goed gaan, maar er is een moment dat er iets knapt, dat het te veel wordt, dat die intrinsieke motivatie niet langer voldoende is.’

Herwaardering

Ook in andere landen zijn de gevolgen al duidelijk zichtbaar. In Griekenland slaan eerstehulpverleners alarm over de risico’s van de langere reactietijden. In Spanje staan meer dan zevenhonderdduizend mensen op de wachtlijst voor een operatie. Kraamafdelingen in Portugal hebben moeite om open te blijven. In Frankrijk hebben meer dan zes miljoen mensen, onder wie zeshonderdduizend zieken, geen huisarts. In Italië vertrekken artsen massaal naar privéklinieken om daar onder betere omstandigheden meer te verdienen.

Frankrijk probeert nu artsen ertoe te bewegen langer door te werken na hun pensioen, of zelfs terug te laten komen van hun pensioen. Veel landen proberen verpleegkundigen en artsen uit niet-Europese landen te werven om zo op korte termijn de zorg te kunnen blijven garanderen. Zapata van de WHO: ‘Dat is een oplossing, maar het is slechts een van de knoppen waaraan gedraaid moet worden, naast het verhogen van het aantal geneeskundestudenten en het zorgen voor het behoud van zorgmedewerkers die nu met burn-outklachten thuis zitten, of ontevreden zijn op hun werk en eraan denken het beroep vaarwel te zeggen.’

‘Een financiële crisis, een energiecrisis en een oorlog op het Europese continent kunnen ervoor zorgen dat gezondheidszorg weer wegzakt op de prioriteitenlijst.’

De EJD is kritischer. Cerame: ‘Wij pleiten voor een herwaardering van het beroep, meer zeggenschap over werktijden, meer controle op de druk. Het zijn klachten die al jaren klinken, maar jonge artsen worden nog altijd eerder afgeschrikt dan aangemoedigd.’

De EJD en de WHO zijn het erover eens dat snel handelen geboden is om de huidige exodus te stoppen. Het komt allemaal neer op het aantrekkelijker maken van het beroep: betere werktijden, betere salarissen, waardoor ook de reputatie van het vak zal verbeteren en jongeren sneller voor een carrière in de zorg zullen kiezen. Daar zullen politieke wil en grote investeringen voor nodig zijn.

Zapata: ‘Een financiële crisis, een energiecrisis en een oorlog op het Europese continent kunnen ervoor zorgen dat gezondheidszorg weer wegzakt op de prioriteitenlijst.’ Hij denkt even na, en lacht wat ongemakkelijk. ‘Het klinkt omineus om te zeggen dat we iets moeten doen voor het echt te laat is, maar eigenlijk is het al te laat en moeten we nu handelen om de schade zo veel mogelijk te beperken.’

Mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.