Gewenningen zijn moeilijk naast je neer te leggen. Ook in tijden van crisis – juist in tijden van crisis.

Dat is bijvoorbeeld te zien op de brug waar ik vaak overheen wandel, aan het einde van mijn straat in de binnenstad van Utrecht. Daar staan steevast jonge vrouwen die zich laten fotograferen, want de gracht waar die brug overheen loopt leent zich goed als achtergrond voor een selfie. De bomen langs zijn werf zijn groot en oud, rijk aan blaadjes in de zomer en kerstlichtjes in de winter. Verderop maakt hij een genereuze bocht.

Verder is het tafereel heel inwisselbaar: of de meisjes nu blond zijn of donker, Nederlands of toerist, bijna altijd zijn ze getweeën en laat de een zich door de ander fotograferen langs dezelfde reling, uit dezelfde hoek en in ongeveer dezelfde houding. De voeten gekruist, het lichaam iets van de camera weggedraaid, de kin wat omhoog.

Altijd worden er meerdere foto’s gemaakt, reeksen met tussentijdse evaluaties. De beste foto zal op Instagram verschijnen.

Zingen door de open ramen

Ik had me erop ingesteld dit ritualistische vermaak te moeten missen in coronatijd. Maar Nederland zat pas kort op slot toen de eerste kiekjes daar alweer geschoten werden. Het was mooi weer, en wie gewend is bekeken te worden, zet dat niet zomaar uit. Al helemaal niet als de fysieke gelegenheden daartoe (kantoor, school, horeca) aanzienlijk zijn beperkt.

Nederland zat pas kort op slot toen de eerste kiekjes op de oude brug alweer geschoten werden.

Dat de pandemie het gebruik van sociale media flink heeft gestimuleerd is niet verrassend. In sommige landen was het gebruik van WhatsApp in maart al met vijftig procent gestegen, Instagram werd veertig procent meer gebruikt en Snapchat rapporteerde een groei van twintig procent in actieve gebruikers én in aandelenwaarde.

Die cijfers geven een mooi gevoel van saamhorigheid: we willen met elkaar communiceren. We zoeken verbinding als de opgesloten inwoners van Siena die we in dat virale filmpje in maart samen hun Canto della Verbena hoorden zingen door de open ramen.

1,4 biljoen foto’s

Maar aan die online gezochte verbintenis ligt vast ook een egocentrische reden ten grondslag, namelijk dat we graag gezien willen blijven.

Ik denk bij de aanblik van die zelffotografen aan Susan Sontag, die rond 1977 in haar essay In Plato’s Cave schreef dat mensen in geïndustrialiseerde landen image junkies waren geworden. Fotografie had zich in de jaren ervoor ontpopt tot een wijdverspreid gebruik, bijna ieder huishouden had wel een sleek pocket camera in z’n bezit. Sinds de jaren zeventig zijn die zakcamera’s nog veel sleeker geworden (smartphones) en worden er ontstellend veel meer plaatjes mee geschoten (in 2020 zo’n 1,4 biljoen).

In de tussentijd heeft zich een belangrijke inhoudelijke verandering voorgedaan: met de komst van sociale media zijn we de camera op onszelf gaan richten. We zijn zelfportret-junks geworden.

Spectaculair opgemerkt

Dat het vooral jonge vrouwen waren op die brug is op zich niet verrassend. Vrouwen dragen altijd hun eigen beeltenis met zich mee, zoals ik kunsthistoricus John Berger eerder al eens citeerde op deze plek. Maar de behoefte gezien te worden is heus sekse-overstijgend. Naast Chantal Janzen haastten zich bij de start van de lockdown ook veel mannelijke BN’ers naar de online spotlights (Paskal Jacobsen, Alain Clark en vele anderen) om ‘Nederland een hart onder de riem te steken’.

Vrouwen dragen altijd hun eigen beeltenis met zich mee. Maar de behoefte gezien te worden is heus sekse-overstijgend.

Toen schrijver Arjen van Veelen voor NRC Handelsblad de dieren in het gesloten Blijdorp mocht bezoeken, voelde hij zich ‘spectaculair opgemerkt’ door een kuifhert. ‘Gezíén.’ Van Veelen realiseerde zich dat dieren die ons opmerken een oerbehoefte vervullen: ‘Mensen gaan niet naar de dierentuin om dieren te zien, ze willen zelf gezien worden door de dieren.’

Ziekelijk belust op aandacht

Wat me dan weer doet denken aan Joseph Allen Maldonado-Passage. Of Joe Exotic, zoals tientallen miljoenen mensen hem kennen. Deze mank lopende, meth gebruikende vijftiger met een matje en twee piepjonge echtgenoten is de meest bekeken selfie-junk van deze pandemie.

Hij speelt de hoofdrol in de reality-tv-achtige docuserie Tiger King, over een wereld van onnavolgbare ‘dierenmensen’ die grote katachtigen en andere exotische beesten verzamelen. Allemaal zijn ze ziekelijk belust op geld en aandacht. Maldonado-Passage’s behoefte gezien te worden is zo groot dat hij een realityshow over zichzelf laat produceren met zijn privé-dierentuin als achtergrond.

Meest voorkomende onderwerp: zijn haat jegens een ander mens dat veel aandacht geniet met haar grote katten, en die hem tegenwerkt. Herhaaldelijk dreigt hij deze Carole Baskin te vermoorden.

The tiger saw a man

In de giftshop van de dierentuin worden allerlei Joe Exotic-parafernalia verkocht. Daartoe behoren ook dvd’s met eigengemaakte videoclips – waar regisseur Eric Goode in zijn montage van Tiger King genoeglijk de draak mee steekt.

De bekendste staat als meezing-versie op YouTube en is op het moment van schrijven al meer dan 3,1 miljoen keer bekeken. Joe wordt gefilmd vanuit kikvorsperspectief op de motorkap van een terreinwagen met zwaaiende lichten. Hij kijkt betekenisvol de verte in. De gitaar die hij vasthoudt weet hij duidelijk niet te bespelen en het is waarschijnlijk niet zijn stem die zingt:

‘Cause I saw a tiger
Now I understand
Well I saw a tiger
And the tiger saw a man’

Zoals we dankzij Van Veelen begrijpen, ligt de kern van het refrein in die laatste zin.

Leedvermaak

Omdat Maldonado-Passage zich nooit gezien genoeg voelt, stelt hij zichzelf verkiesbaar als president en later als gouverneur van Oklahoma. Hij verliest die laatste race maar ternauwernood – wat wel iets zegt over de werking van aandacht in deze wereld, maar dat wisten we al door de beruchte aandachtszoeker die in 2016 wél werd verkozen.

Dat hij nu op de top van zijn roem is terwijl hij zit opgesloten in de gevangenis (geen spoiler, dat is in de eerste aflevering al duidelijk), is voor Joe’s tegenstanders een bron van leedvermaak. ‘Wat hem echt opvreet, is dat er nu zoveel aandacht naar de rest gaat in plaats van naar hem. (…) Hij krijgt niets, behalve drie maaltijden per dag,’ wordt er geglunderd in de nabespreking.

Dat ze daar zo van genieten is omdat ze zich uitstekend kunnen voorstellen hoe moeilijk dat voor Maldonado-Passage moet zijn. Ze hebben zelf namelijk evengoed die behoefte gezien te worden.

En om dezelfde reden kunnen zo enorm veel kijkers zich identificeren met deze verder toch vrij exotische idioot.

Die identificatie is de sleutel tot het succes van de serie. We dragen allemaal iets van Joe Exotic in ons. Jij, ik en de meisjes op die brug. Als zij zo nodig hun zelfportrettenverslaving moeten bevredigen in een lockdown, soit. Zolang ze niemand dreigen te vermoorden, en netjes anderhalve meter afstand houden.