In een luisterbui? We hebben het verhaal ook ingesproken.
‘Het is echt heel groot,’ zegt Rick Hoeksema. ‘Het grootste natuurgebied van Nederland, qua oppervlakte de helft van alle Nederlandse natuur. En als de zee weg is, dan zijn er miljoenen vogels die daar gebruik van maken. Er is enorm veel wilde natuur in de Waddenzee.’
We staan aan de kust bij Moddergat, het noordelijkste puntje van Friesland. Achter ons ligt de dijk: acht meter hoog, vijftig meter breed, berekend op een stormvloed van eens in de vierduizend jaar. Voor ons ligt het grijsbruine wad. Je ziet Ameland en Schiermonnikoog liggen.
Vierentwintig jaar werkte Hoeksema bij Rijkswaterstaat, waarvan dertien jaar op en om de Waddenzee. Sinds dit jaar deelt hij bij IVN Natuureducatie zijn liefde voor het gebied met scholieren, toeristen en dagjesmensen. ‘Het maakt diepe indruk om op je gympen het slik in te zakken,’ zegt Hoeksema. ‘Om te weten dat je op de zeebodem loopt, en straks het water weer komt.’
De unieke dynamiek, de omvang en de rijke biodiversiteit maken dat de Waddenzee sinds 2009 op de Unesco-lijst van natuurlijk werelderfgoed prijkt. In 2014 werd na het Nederlandse en Duitse deel ook het Deense deel van het wad aan de lijst toegevoegd. Zodoende heeft het hele gebied, van Den Helder tot Esbjerg, internationaal dezelfde status als de Grand Canyon in de VS of het Great Barrier Reef in Australië. Een plek van onschatbare waarde, die we voor toekomstige generaties willen behouden.
Wat er nog van over is, ten minste. Door menselijke invloeden verloor de Waddenzee al twee derde van haar oppervlak en deze eeuw dreigt ook het overgebleven deel te verdwijnen. De flora en fauna in het gebied staan er door klimaatverandering, toerisme, visserij en scheepvaart belabberd voor.
Wat betekent natuurlijk werelderfgoed dan nog in een gebied dat zo door mensen is ingesnoerd?
Zware wissel
‘Als je het nu aan Unesco zou vragen, zeggen ze: voor Nederland betekent die erfgoedstatus blijkbaar niets, want ze doen er onvoldoende aan om het te bewaken,’ zegt Sander van Dijk, hoofd programmering bij het Werelderfgoedcentrum Waddenzee op Lauwersoog. Of eigenlijk het toekomstige Werelderfgoedcentrum – de opening staat gepland voor 2025. Tot die tijd zitten Van Dijk en zijn collega’s aan de overkant van de haven, in een blauwe keet die ze de Waddenloods hebben gedoopt. Vanaf de vergadertafel kijk je uit op de bouwplaats.
‘Ik heb geprobeerd te achterhalen wat die status concreet betekent,’ zegt Van Dijk. Op papier is de afspraak duidelijk: werelderfgoed is er niet alleen voor onszelf, maar voor de hele mensheid, inclusief toekomstige generaties. Het moet dus behouden worden, en wel zo dat het gebied zijn ‘uitzonderlijke universele waarde’ niet verliest.
De Waddenzee dankt die uitzonderlijke waarde aan drie eigenschappen, zegt Van Dijk. Ten eerste het geologische proces: nergens ter wereld wordt zo’n groot kustgebied op deze manier door de getijden gevormd. Ten tweede het ecologische proces: de flora en fauna van de Waddenzee zijn uniek aangepast aan de omstandigheden. En tot slot de biodiversiteit: er leven tienduizend soorten planten en dieren in de Waddenzee en jaarlijks landen er twaalf miljoen trekvogels. Dat maakt de Waddenzee tot een van de grootste wildernisgebieden van Europa.
In de fuik die het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel gebruikt om veranderingen in de visfauna te meten, zit nu 90 procent minder vis dan in de jaren zestig.
Dat het wildernis is, wil echter niet zeggen dat de Waddenzee vrij is van menselijke invloed. Het gebied tussen Den Helder en Esbjerg huisvest bijna vier miljoen mensen en trekt tien miljoen toeristen per jaar. Er vindt visserij plaats, scheepvaart, industrie en landbouw. Om nog maar te zwijgen van de olie-, gas- en zoutwinning, de oefenterreinen van Defensie, en het constante baggeren van de wadbodem om de vaargeulen open te houden.
Al die bezigheden trekken door lawaai, verstoring en vervuiling een zware wissel op precies die natuur waaraan de Waddenzee haar werelderfgoedstatus ontleent. Dat zie je terug in de cijfers: uit het 2022 Quality Status Rapport van het Gemeenschappelijk Waddenzee Secretariaat blijkt dat het slecht gaat met veel van het leven in de Waddenzee. De populaties broedvogels, trekvogels, vissen en walvissen gaan allemaal achteruit. Microplastics vormen een probleem, evenals zwerfafval, stikstof en invasieve soorten. In de fuik die het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel gebruikt om veranderingen in de visfauna te meten, zit nu 90 procent minder vis dan in de jaren zestig.
Maar de grootste dreiging komt van klimaatverandering. Specifieker: de zeespiegelstijging als gevolg daarvan, zegt Sjon de Haan, coördinator Werelderfgoed Waddenzee namens het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de drie Waddenprovincies en de Waddengemeenten. In de gunstigste scenario’s van het KNMI stijgt de Noordzee tussen nu en 2100 met ongeveer een halve meter. Gaan we door met broeikasgassen uitstoten, of smelt de ijskap op Antarctica sneller dan verwacht, dan kan die stijging oplopen tot 1 of zelfs 2 meter.
Het is niet duidelijk vanaf welke stijging de Waddenzee ‘verdrinkt’. Maar als het gebeurt, zijn de gevolgen groot, zegt De Haan. ‘De Waddenzee is werelderfgoed geworden omdat de zandplaten droogvallen en weer onder water komen te staan. Als ze continu onder water blijven, verandert alles.’
Optelsom
Dat klimaatverandering zo’n groot gevaar vormt voor het gebied, maakt het extra saillant dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) van plan is om vanaf het Friese dorp Ternaard een gasveld onder de Waddenzee aan te boren. Die aankondiging leidde eind 2021 tot een golf van verontwaardiging: bewoners en natuurorganisaties vrezen dat die gaswinning tot bodemdaling leidt, wat het effect van de zeespiegelstijging versnelt.
Ook Unesco, de baas over de lijst met werelderfgoederen, is kritisch. In een brief aan het kabinet uitte de VN-organisatie begin 2022 haar zorgen over de impact van de boringen op de eigenschappen die het Waddengebied tot werelderfgoed maken. Dat was een tik op de vingers, zegt Marielies Schelhaas, directeur van de Nederlandse Unesco Commissie: ‘Het gebeurt niet vaak dat Unesco zo’n brief stuurt. Unesco is fel tegen boren in of nabij werelderfgoed en was niet overtuigd door de Nederlandse verzekering dat het boren geen effect zou hebben op de unieke waarden van dit gebied. De erfgoedstatus vereist dat je het voorzorgsprincipe hanteert. Bij twijfel niet doen, dus.’
Unesco heeft weinig sanctiemogelijkheden, zegt Schelhaas. Maar de status van werelderfgoed heeft absoluut betekenis. ‘Je bent onderdeel van een select gezelschap van de meest waardevolle cultuur- en natuurgebieden ter wereld. Dat geeft je de morele plicht om het gebied voor de toekomst te behouden. Aan die plicht heeft Nederland zich gecommitteerd door het internationale Werelderfgoedverdrag te ondertekenen.’
Op dit moment werkt Unesco aan een rapport over de status van het Waddengebied, dat op de volgende bijeenkomst van het Werelderfgoedcomité in september aan bod zal komen. In het uiterste geval kan het comité de Waddenzee op de lijst van bedreigd erfgoed zetten, of zelfs besluiten de erfgoedstatus in te trekken. Dat zou voor Nederland ernstig gezichtsverlies betekenen, zegt Sjon de Haan: ‘Als wij de rest van de wereld aanspreken op hun omgang met natuurgebieden, moet je niet je eigen werelderfgoedstatus verliezen. Dan gaat je morele autoriteit flink achteruit.’
Ondertussen is nog steeds niet besloten of de gaswinning mag doorgaan. De NAM wacht op een vergunning van het ministerie van LNV, maar verantwoordelijk (inmiddels demissionair) minister Van der Wal (Stikstof en Natuur) vindt de Tweede Kamer tegenover zich. Begin juli nam die een motie aan waarin ze de regering oproept een definitief besluit uit te stellen tot na de vergadering van het Werelderfgoedcomité.
In haar brief rept Unesco overigens niet alleen over gaswinning. De VN-organisatie maakt zich ook zorgen over de zoutwinning, de aanleg van onderzeese kabels, windparken, pijpleidingen en het baggeren van de vaargeulen. Unesco roept Nederland op om de zaken ‘cumulatief’ te bezien: niet kijken naar de impact van elke activiteit apart, maar naar het totaalplaatje. Dat gebeurt nu eigenlijk niet, zegt De Haan. ‘De beoordeling gaat zo: ik ga iets doen, heeft dat een significant effect op de natuur? Nee, dus het mag.” Maar als je twintig keer geen significant effect hebt, dan heb je dat bij elkaar opgeteld natuurlijk wél. En dat wordt nu niet inzichtelijk. Garnalenvissen wordt niet opgeteld bij wadlopen, gaswinning niet bij baggeren.’
Enorm invasief
Wat de optelsom van menselijke invloeden extra ingewikkeld maakt, is het feit dat de grootste huidige effecten op het wad uit het verleden afkomstig zijn. De Haan geeft een voorbeeld: op Ameland slibt de vaargeul ondanks het vele baggeren zo snel dicht dat de veerboot noodgedwongen minder kan varen. ‘Dat die vaargeul een ramp is, komt deels door de Afsluitdijk,’ zegt hij. ‘De Zuiderzee hoorde vroeger bij het systeem van de Waddenzee. Met het tij ging er telkens water in en uit. Wanneer je daar een dijk legt, wil dat water er nog steeds in, dus dat zoekt vervolgens een andere weg. Het hele geulensysteem van de Waddenzee verandert daardoor.’
‘Enorm invasief,’ noemt ook Sander van Dijk de Afsluitdijk. Hetzelfde geldt voor het voormalige eiland waarop ‘zijn’ Werelderfgoedcentrum wordt gebouwd: Lauwersoog is deel van de afsluitdijk die de Lauwerszee in 1969 in het Lauwersmeer veranderde. En dan is er nog die andere barrière, de acht meter hoge Waddenzeedijk. Die beschermt Groningen en Friesland tegen overstroming – maar als de Waddenzee niet af en toe kan overstromen, kan zij ook haar sediment niet kwijt. De komende decennia is het risico daarom niet dat de Waddenzee verdrinkt, zegt Van Dijk, maar juist dat ze helemaal dichtslibt.
Het kan nog honderden jaren duren voordat de Waddenzee zich aan de afsluitdijken heeft aangepast, schrijft Rijkswaterstaat in een publicatie uit 2021. Maar dat wil niet zeggen dat de Waddenzee geen natuur meer is, zegt Rick Hoeksema – hij was projectleider bij het opstellen van het document. ‘Ja, er is heel veel aan de Waddenzee geknabbeld. Maar het is niet zo dat wij het sturen. Door de invloed van de mens is het misschien anders dan het van oorsprong was, maar de ontwikkelingen tussen de eilanden en de kust, de beweging van de platen en geulen, is helemaal natuurlijk. Het is te groot om te sturen, dat is het bijzondere.’
‘Als je wilt dat de natuur zich kan herstellen, zul je ook daar een stapje terug moeten zetten.’
Je kunt de Waddenzee beter zien als een product van natuur én cultuur, zegt Eveline de Smalen, een collega van Sander van Dijk bij het Werelderfgoedcentrum. ‘Voordat het IJsselmeer in 1932 werd afgesloten, was de Waddenzee ook geen ongerept gebied. We zijn al duizend jaar bezig met dijkjes bouwen. Vanaf het moment dat hier mensen kwamen wonen en niet meer weggingen, hebben we invloed gehad op hoe dit gebied eruitziet.’
En dat maakt de Waddenzee een perfecte illustratie van de notie dat het onderscheid tussen mens en natuur aan herziening toe is, zegt Van Dijk. ‘Bij de procedure om er werelderfgoed van te maken is er een discussie geweest: willen we een aanvraag doen voor cultureel erfgoed, natuurlijk erfgoed, of beide? Uiteindelijk is gekozen voor natuurlijk erfgoed, maar er zijn veel culturele activiteiten, die het gebied ook hebben gemaakt tot wat het is.’
Sjon de Haan hoopt dat de Waddenzee op termijn – ‘over tien jaar, of misschien zelfs langer’ – gemengd erfgoed wordt. ‘Dus zowel natuurlijk als cultureel.’ Ook Van Dijk ziet een oplossing in zo’n gemengde erfgoedstatus: ‘Bij andere natuurlijke werelderfgoederen is de onderliggende gedachte dat je er zo ver mogelijk bij weg moet blijven. En in de meeste gevallen is dat verstandig. Je moet geen boten vol toeristen op het Great Barrier Reef plempen, dan gaat het koraal kapot. Maar in de Waddenzee zie je juist prachtig hoe we heel lang met de natuur in balans hebben geleefd.’
Willen we de balans behouden, dan moet er wel iets wezenlijks veranderen in onze omgang met het gebied, zegt Van Dijk. ‘We moeten keuzes maken en bepaalde dingen niet meer doen, om ruimte te bieden aan iets anders. De dijk is een realiteit waar we niet aan ontkomen, want niemand wil een nieuwe watersnoodramp riskeren. Maar er zijn veel meer afwegingen te maken, bijvoorbeeld toerisme, gaswinning, visserij, afvalwaterlozing. Als je wilt dat de natuur zich kan herstellen, zul je ook daar een stapje terug moeten zetten. Dan zul je moeten zeggen: ja, heel vervelend, maar we vinden het voor de maatschappij als geheel te belangrijk dat die trekvogels blijven komen. Als het wad verdwijnt, verdwijnen zij immers ook.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.