Je zou kunnen zeggen dat we bij Vrij Nederland pretenties hadden, maar die werkten toch ook als een enerverende stimulans. Bram de Swaan zei het in een kop van de krant, begin jaren ‘70: “Het enige dat een intellectueel kan doen is zeggen hoe erg het is”. Dat deden we.
En het betekende voor mij, die eerste jaren bij Vrij Nederland, dat ik de boodschapper was, die absoluut met het slechte nieuws moest thuiskomen, en vervolgens gehuldigd werd. De teksten bij die foto’s logen er ook niet om. Er werd de lezer geen ontsnapping geboden. Bij een foto van een paar mannen met een spandoek: ”Twaalf weken na het uitbreken van de eerste onlusten is de Emmer Vuilwaterdompelpompenfabriek nog steeds het middelpunt van verbitterde acties”.
Zonder foto terugkomen was geen optie. Ik werkte met een rampenscenario waarbij er in ieder geval iets op het negatief moest staan. Dat was vaak een knokpartij. De ruimte voor die foto’s, die ik veroverd had op vaak onmogelijke situaties, moest ik vervolgens in de krant verdedigen tegen het grauw van de grijs gedrukte pagina. De vaak magere inhoudelijke elementen op het negatief perste ik daarom, in een gevecht om de zichtbaarheid, in de donkere kamer tot een beeld met zwaar aangezette randen. Ik heb toen zo goed afdrukken geleerd dat ik wist dat, als er ook maar iets essentieels op een negatief stond, ik in de doka in staat zou zijn dat eruit te halen.
(tekst gaat door onder de foto’s)
Vrij nederland met ‘De jaren 70’ als cadeau
Bij een abonnement op Vrij Nederland, krijg je dit boek van VN-fotograaf Willem Diepraam er gratis bij! Abonneer je voor een half jaar en ontvang het boek samen voor maar 49,-. Klik hier voor de aanbieding.
Zwaar aangezette luchten
Mijn zwaar aangezette manipulatieve luchten trokken de aandacht. Een redacteur van Propria Cures schreef in die dagen: ‘Laat Willem Diepraam, de specialist in onheilspellende onweersluchten, een foto maken van uw fraai gelegen villa en u krijgt een plaatje van een verkrotte ouwe school terug. Of laat hem uw dochtertje van twee eens kieken en toon het resultaat aan een willekeurige voorbijganger. Deze zal denken dat u van het Angola Comité bent.’
Wat was er dus van mij geworden als ik niet het unieke geluk had gehad door te kunnen werken in die veilige linkse kring? Dat kon door wat Ursula den Tex zo mooi heeft omschreven als “het beleid van achteloze welwillendheid” waardoor VN in de jaren ’70 lang een voorsprong had op andere media. Ik kreeg de tijd om beter te worden. En het moet gezegd, ik leerde razendsnel bij. Het lijkt erop dat ik mijn tanden ergens in heb vastgebeten en ik produceerde als in een koorts. Binnen de kortste keren bediende ik, incidenteel, de hele, min of meer linkse, pers. Naast VN, De Groene en De Nieuwe Linie, de VPRO-gids, de KRO-gids. De VARA-televisie en de VPRO-televisie. Ik was fotograaf voor het blad TABK-wonen, dat tekeerging tegen parkeergarages, hogegebouwen en brede wegen. En dat ook, het moet gezegd, sentimenteel de duivenmelker op zijn dak in de Jordaan idealiseerde en de architectuur van zijn volkstuin met de tuinkabouters. De ordners met negatieven van ’72 en ’73 puilen mijn kast uit. In 1974 steeg de oplage van VN boven de 100.000. Ik werd wereldberoemd in Amsterdam. Maar ik was niet dom genoeg en net niet ijdel genoeg. Terwijl mijn reputatie groeide, en vooral na mijn eerste tentoonstelling in het Van Abbe Museum, eind 1973, en de confrontatie met August Sander sloeg een grote onzekerheid toe. Ik kende zijn werk oppervlakkig. De stilistische eenvoud en soberheid van zijn foto’s maakten diepe indruk op mij. Ik werd mij pijnlijk bewust van de beperkingen van mijn werk en zag in wat het allemaal niet was.
De Jaren 70 van Willem Diepraam is verschenen bij Uitgeverij De Arbeiderspers.









Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.