OPNIEUW RELEVANT, WANT
1 mei is de Dag van de Arbeid. Het is de dag om stil te staan bij de positie van werkenden wereldwijd en Nederland in het bijzonder. Want ook hier is nog veel mis, schreef journalist Charlotte Boström in 2019. ‘Nergens in Europa werken zoveel vrouwen parttime. Slechts zes van de tien vrouwen zijn economisch onafhankelijk.’
Bij mij thuis wordt er een stille wedstrijd gespeeld tussen Nederland en Zweden. De respectievelijke thuislanden van mijn vriend en mij lijken veel op elkaar. Ze staan vaak bovenaan allerlei ranglijsten van de meest innovatieve en rechtvaardige landen (de titel ‘aardigste land ter wereld’ hebben zowel Nederland als Zweden kort geleden gewonnen). Zodra er een nieuw onderzoek in het nieuws komt, is de vraag: wie heeft gewonnen, Zweden of Nederland? Maar op één gebied zijn Nederland en Zweden compleet verschillend: economische gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen en opvattingen over wie het brood op de plank moet brengen.
Het is geen nieuws dat Nederlandse vrouwen massaal in deeltijd werken, ook als ze hoger opgeleid zijn dan mannen. In geen ander Europees land is de kloof tussen het aandeel parttime werkende vrouwen en mannen zo groot als hier: 73,8 procent van de werkende vrouwen zijn parttimers, versus 23 procent van de mannen. Dat Nederlandse vrouwen het economisch zelf redden, is in veel gezinnen niet belangrijk, laat onderzoek na onderzoek zien. Slechts zes van de tien vrouwen zijn economisch zelfstandig (wat volgens de definitie van het Sociaal- en Cultureel Planbureau neerkomt op een nettosalaris van 975 euro per maand).
Hoe kan dit in een land dat gezien wordt als modern en liberaal? Waarom blijft parttime werken onder vrouwen zo populair in Nederland, en hoe is dat zo gekomen?
‘Dat is nou eenmaal zo!’ hoor ik al sinds ik hier vier jaar geleden kwam wonen. Dat antwoord vind ik niet goed genoeg.
Economische zelfstandigheid? Hoezo?
Parttime betekent dat je 35 uur of minder per week werkt.
In Nederland werkt 73,8 procent van de werkende vrouwen in deeltijd, versus 23 procent van de mannen. In de EU werkt in totaal 30,8 procent van de vrouwelijke arbeidskracht in deeltijd; in Zweden 31,7 procent.
66 procent van de Nederlandse vrouwen vindt het niet erg als een vrouw economisch afhankelijk is van haar partner. Onder mannen vindt 71 procent het prima om een economisch afhankelijke partner te hebben.
‘Wij gaan sowieso niet uit elkaar’ is de redenering, blijkt uit onderzoek, ook als veertig procent van de huwelijken op de klippen loopt. Onder samenwonende ongehuwden gaan nog meer stellen uit elkaar.
Vier van de tien mensen denken dat een moeder net zo goed kan stoppen met werken als haar salaris net genoeg is om de kinderopvang te betalen.
Bij mijn schoonmoeder
Hoe verklaren parttime werkende vrouwen zelf hun rol in de samenleving? Om een statistisch gezien gemiddelde Nederlandse vrouw te vinden hoef ik niet verder te kijken dan mijn schoonfamilie. Mijn schoonmoeder Thea werkt parttime als lerares, is al decennia getrouwd met de vader van haar drie kinderen (oké, dat is wel meer dan gemiddeld) en woont in een rustgevend rijtjeshuis in Maassluis in de Randstad.
‘Parttime werken zit diep in onze cultuur, denk ik. Zweden scoort heel laag op masculiniteit, dus ik begrijp dat jij je afvraagt waarom vrouwen vooral voor het gezin zouden moeten zorgen,’ zegt Thea met een grijns, verwijzend naar gegevens over verschillende landen, een schema ontwikkeld door sociaalpsycholoog Geert Hofstede.
‘Niemand moet mij vertellen of ik meer of minder moet werken. In ons gezin hebben we deze afspraken gemaakt en we vinden het allebei prima.’
Dergelijke schema’s kunnen vast heel handig zijn om mensen uit andere landen beter te kunnen begrijpen in Thea’s werk als lerares NT2 (Nederlands als tweede taal). Of om schoondochters analyseren natuurlijk. En misschien heeft ze ook wel een punt dat Zweden niet bepaald een macholand is. Ik zou het inderdaad prima vinden als mijn vriend stofzuigt.
Ik vraag Thea wat ze denkt over het Nederlandse emancipatiebeleid dat al sinds de jaren negentig als doel heeft dat vrouwen meer gaan werken.
‘Ik kan alleen voor mezelf spreken,’ zegt ze en ze kijkt me ineens streng aan, alsof ze zich al lang een beetje tegengewerkt voelt als deeltijds werkende vrouw. ‘Niemand moet mij vertellen of ik meer of minder moet werken. In ons gezin hebben we deze afspraken gemaakt en we vinden het allebei prima.’
‘Deze afspraken’ sluiten toevallig wel perfect aan bij het anderhalfverdienersmodel waarvoor de Nederlandse kabinetten al decennialang beleid maken: de ene partner werkt fulltime, de ander werkt parttime en neemt ook zorgtaken op zich. Die zorgtaken worden in andere landen aan de verzorgingsstaat uitbesteed, op kosten van de belastingbetaler.
Toen Thea in haar jeugd op zoek was naar een carrièrepad wist ze vooral dat het zingeving moest brengen. ‘En ik wilde een maatschappelijke bijdrage leveren.’ Dat ze brood op de plank zou brengen voor haar gezin was niet nodig, ook al is haar man nooit een grootverdiener geweest. Drie kinderen en een paar burn-outs verder is zingeving nog steeds het belangrijkste in haar werk.
Parttimen én kinderen krijgen leek de oplossing te zijn voor het vergrijzende schiereiland Zuid-Korea.
‘Ik denk vaak dat vrouwen vrijer zijn dan mannen. Vrouwen kunnen kiezen om niet voor het geld te werken, dat is voor mannen niet echt geaccepteerd.’
Dat is zeker zo. De vraag is waarom.
Bij het bureau
Het was niet de eerste keer dat de onderzoekers bij het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP) in Den Haag bezoek kregen uit een Aziatisch land. Deze keer ging het om een groep ambtenaren en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in Zuid-Korea. Ze wilden één ding weten: hoe zit jullie wereldberoemde parttime-samenleving in elkaar en hoe kunnen wij die naar Zuid-Korea brengen? Het land heeft een geboortecijfer van 1,2 kind per vrouw (tegenover 1,7 in Nederland). Vrouwen werken 60 uur of nul uur per week, vertelde de delegatie. Parttimen én kinderen krijgen leek de oplossing te zijn voor het vergrijzende schiereiland.
SCP-onderzoeker Wil Portegijs lacht als ze terugdenkt aan de botsende ambities bij het studiebezoek vorig jaar.
‘Ik moest uitleggen dat wij in Nederland juist wat minder parttime willen en dat dat overheidsbeleid is sinds eind jaren negentig,’ zegt Portegijs, een van de auteurs van de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor. ‘Ik vertelde dat het bij ons misschien té makkelijk is geworden om parttime te werken. Parttime is hier vaak ook onvrijwillig – het kan lastig zijn om fulltime werk te vinden.’
Deeltijd werken kan op zich ook ‘hartstikke mooi zijn’, zegt Portegijs, bijvoorbeeld als je tijdelijk voor een familielid wilt zorgen. Tegelijkertijd zijn er personeelstekorten in de zorg en in het onderwijs. En krijgen vrouwen minder betaald per uur dan mannen, ook als ze precies dezelfde werktaken en kwalificaties hebben (de zogenoemde onverklaarbare loonkloof is in het bedrijfsleven 7 procent, volgens het CBS). De salarisontwikkeling van vrouwen gaat trager dan die van mannen nadat ze parttime hebben gewerkt – ook als ze alweer een tijdje fulltime werken, toont onderzoek aan.
Dit zorgt er allemaal voor dat een op de vijf werkende vrouwen minder verdient dan het bijstandsniveau (onder mannen is dat een op de vijftien). Na een scheiding gaan vrouwen er gemiddeld 25 procent achteruit in koopkracht; bij mannen is dat 0,2 procent.
Dit kan allemaal direct gekoppeld worden aan het wijdverbreide parttime werken onder vrouwen. Als je al die cijfers bekijkt, is het wellicht een goed idee dat parttime een beetje mínder vanzelfsprekend wordt onder vrouwen, zegt Portegijs.
In het Gooi
‘Progressief doen is voor Nederlandse politici prima als het maar niks kost – homorechten en abortus zijn immateriële en ook goedkope hervormingen,’ stelt Ina Brouwer als ik haar bezoek in het Gooise Bussum. Hier werkt de oud-politica tegenwoordig als advocate. ‘Als een hervorming geld kost dan zeggen we dat het te duur is. Voor ruime en betaalbare opvang en betaald ouderschapsverlof zijn we in dit land te krenterig.’
Brouwer is bekend als de laatste leider van de Nederlandse communistische partij, oud-lijsttrekker van GroenLinks en directeur Emancipatiezaken bij het ministerie van Sociale Zaken. Ze was tevens een van de eerste Kamerleden die met zwangerschapsverlof ging.
Dat Nederland al sinds de middeleeuwen tamelijk welvarend is, leidde ertoe dat het vaak voldoende was dat de man geld verdiende.
‘Waarom denk je dat we het nog steeds moeten hebben over een Zweeds boek uit de jaren dertig? Dat beleid was ambitieuzer dan wat we hier ooit hebben gehad.’
Brouwer heeft het over het boek Kris i befolkningsfrågan door Alva en Gunnar Myrdal. Het bevat een groots en ambitieus plan voor hoe de Zweden welvarender konden worden en zich ook nog eens konden vermenigvuldigen. Begin twintigste eeuw was een vijfde van de Zweedse bevolking geëmigreerd naar de VS, mensen waren arm en kregen weinig kinderen. Meer baby’s en gezinnen met tweeverdieners die allebei belasting zouden bijdragen was de oplossing volgens de Myrdals. Betaalbare, uitstekende kinderopvang met hoogopgeleide pedagogen was cruciaal in het plan.
De blauwdruk is op grote schaal uitgerold als beleid, al in de eerste helft van de twintigste eeuw. Kris i befolkningsfrågan is zo ongeveer de belangrijkste intellectuele bouwsteen in folkhemmet, de Zweedse verzorgingsstaat. Een systeem dat wereldwijd nog steeds een bron is van bewondering (onder progressieven) en afschuw (onder conservatieven).
De Myrdal-visie had ook keerzijden, die in het buitenland minder bekend zijn. In lijn met de Zeitgeist wilden de Myrdals nieuwe generaties perfecte burgers kweken. De staat was daarvoor vaak beter geschikt dan de ouders, die volgens de Myrdals ten slotte slechts amateurs waren op het gebied van opvoeding. Kinderen van alcoholisten en gehandicapten werden bij hun ouders weggehaald en in weeshuizen en pleeggezinnen geplaatst. Velen van hen werden slachtoffer van geweld en seksueel misbruik. Pas in 2011 kregen generaties van verwaarloosde wees- en pleegkinderen een officieel excuus en vergoeding van de staat.
Geen gehuurde borst
Dat Nederland al sinds de middeleeuwen tamelijk welvarend is, leidde ertoe dat het vaak voldoende was dat de man geld verdiende, stelt Ina Brouwer in haar boek Aan geen gehuurde borst werd ooit een kind gevoed. Nederland heeft ook een traditie van terughoudendheid wat betreft het inhuren van mensen om voor het huishouden te zorgen. Anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk, waar zowel arme als rijke moeders gebruik maakten van minnen, vrouwen die voor hun kinderen zorgden. De armen deden dat om te kunnen gaan werken; de rijken zodat ze zich niet zo veel bezig hoefden te houden met de kleintjes. De traditie in Nederland is van oudsher juist dat de vrouw zo veel mogelijk voor haar éigen huis en kinderen zorgt.
In 2019 heeft de Nederlandse vrouw de greep op haar kleintjes nog steeds niet losgelaten, meent Brouwer.
Aan de researchtafel
Enige tijd geleden was ik op zoek naar stellen die ik kon interviewen voor een artikel over hoe je als koppel je inkomen onderling verdeelt.
‘We hebben geen aparte bankrekeningen. Ik ben de kostwinner en we zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Als je van elkaar houdt dan deel je toch alles?!’ schreef een man, een van de velen.
Zes van de tien stellen gooien al hun geld op één hoop en de man is meestal de baas over de financiën.
Ik wist niet wat ik hiervan moest denken. Vrouwen krijgen systematisch minder betaald dan mannen per uur én per maand. Dan is het toch aardig dat deze mannen voor hun vrouwen (het waren voornamelijk heterostellen) betalen? Maar toch wrong het. Waarom geven mannen hun geld weg en hoeft de vrouw (bijna) geen cent bij te dragen? Want de man betaalt, daarover waren de reageerders het eens.
Dit was natuurlijk geen gerandomiseerde en representatieve selectie van de Nederlandse bevolking, zei ik tegen mezelf. Totdat ik een paar maanden later wat rapporten indook voor een ander artikel.
Zes van de tien stellen gooien al hun geld op één hoop en de man is meestal de baas over de financiën. Rekening houden met een scheiding is taboe en als je samen bent, dan deel je alles – ook het geld. Zo denkt een meerderheid van de Nederlandse stellen.
Verder wordt in de meeste gezinnen niet verwacht dat de vrouw meer dan een leuk extraatje levert, mocht ze überhaupt werken. 57 procent van de niet-werkende of in deeltijd werkende vrouwen is níet bereid om meer te gaan werken als het gezin te weinig geld binnenkrijgt. Wie zou het dán moeten doen? vraag ik me af.
De reacties op mijn oproep leken dus reuze representatief te zijn. Maar waarom vrouwen voor economische afhankelijkheid kiezen, dat bleef me een raadsel.
Bij de boekhouder
Toen ik een paar jaar geleden een huis kocht met mijn vriend kwam ik erachter dat ik vanaf dat moment mijn eigen aangiftes niet meer kon doen. Vanaf de aankoop waren we fiscale partners en dus móeten we samen aangifte doen. Ik was blijkbaar geen individu meer maar onderdeel van een stel.
‘Dat is iets van vroeger. Het belastingstelsel werd zo ontworpen dat gezinnen bij elkaar zouden blijven. Een christelijk belang,’ legt mijn boekhouder uit. ‘Ik weet dat dit in andere landen compleet anders werkt, zoals in Zweden, toch?’
Dat klopt. Daar werd de aparte belastingaangifte voor partners ingevoerd in de jaren zeventig. Het doel was om het voordeliger te maken voor de minstverdienende partner om meer te gaan werken. In de praktijk: vrouwen. Het leidde er ook toe dat vrouwen zelf de verantwoordelijkheid moesten nemen voor hun financiën. De jaren zeventig waren de gouden eeuw van de verzorgingsstaat van Alva en Gunnar Myrdal.
‘Werkende vrouwen waren niet gewenst onder beleidsmakers. Men zorgde ervoor dat thuisblijven meer lonend werd.’
In Nederland heeft de fiscus van oudsher een compleet andere ambitie. Hier worden partners als stel aangesproken in het belastingstelsel – niet als twee individuen. Stellen mogen onder meer hun vermogens en hypotheekrenteaftrek onderling schuiven zodat ze samen zo min mogelijk belasting betalen. Als alleenstaande heb je die mogelijkheden niet.
Nog een voorbeeld is de dubbele heffingskorting voor kostwinners, beter bekend als de ‘aanrechtsubsidie’, ingevoerd in de jaren zestig. ‘Dat was een scheldwoord van de tegenstanders, ze meenden spottend dat het enige recht van de vrouw het aanrecht was,’ zegt historica Els Kloek.
Vooral christelijke politici waren voorstander. Het ideaal was: de man als kostwinner en de vrouw als moeder (heel soms met een klein baantje). Kloek: ‘Al deze kostwinnersvoordelen hebben er zeker toe geleid dat vrouwen minder buitenshuis werkten. Werkende vrouwen waren niet gewenst onder beleidsmakers. Men zorgde ervoor dat thuisblijven meer lonend werd.’
De aanrechtsubsidie wordt vandaag beschreven als iets uit het verleden. Maar het bestaat nog steeds, al wordt het wel afgebouwd. Vanaf 2023 valt er voor samenwonenden geen belastingvoordeel meer te halen uit het feit dat een van de twee helemaal niet werkt.
De ambities zijn dus aan het veranderen. Maar voornamelijk onder politici en debaters.
Wij praten over vrouwen
Aanvallen op parttime werkende vrouwen zijn niet moeilijk te vinden.
‘Ik zeg: word volwassen! Hoe durf je een mooie opleiding op zak te hebben waarin de samenleving tienduizenden euro’s heeft geïnvesteerd, en dan amper iets terug te doen door zo weinig te werken?’ zegt journaliste Elma Drayer. Haar opvattingen worden nog steeds goed samengevat in de titel van haar boek Verwende prinsesjes (2010). ‘Er is toch geen man die de keuzevrijheid heeft om niet te werken? Als een metselaar thuis met de kinderen zou willen blijven, dat zou niet kunnen.’
‘Het maakt niet uit wat vrouwen doen; ze doen het sowieso altijd fout.’
‘Nederlandse vrouwen zijn gewoon niet ambitieus! Ze zitten liever op een terras rosé te drinken,’ zegt Sander Schimmelpenninck, hoofdredacteur van Quote (goed voor hem dat hij een Zweedse vriendin heeft).
Hij is een van de weinige mannen die zich hier druk over maakt. Vanwege zijn uitspraken staat hij onder Twitteraars bekend als vrouwenhater. Maar ik snap het punt dat hij probeert te maken heel goed. De Nederlandse vrouw wil van twee walletjes eten. Het ene moment is ze een sterke vrouw die gelijkheid eist; het andere moment roept ze een mannelijke collega om een tafeltje te tillen (het is niet zwaar). Gendergelijkheid betekent niet alleen rechten, maar ook verantwoordelijkheden.
Diep verankerd
Het maakt niet uit wat vrouwen doen; ze doen het sowieso altijd fout, vat historica Els Kloek het debat samen. ‘Als ze parttime werken zijn ze niet ambitieus. En als ze hun kind vijf dagen naar de opvang brengen zijn ze slechte moeders.’
Van alle onderzoekers kent Kloek de Nederlandse emancipatiegeschiedenis misschien wel het best; 25 jaar was ze bezig met de vrouwenencyclopedie 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis.
Hoe komt het dat de overheid al decennia wil dat vrouwen zo veel mogelijk werken terwijl vrouwen zelf massaal voor deeltijd kiezen? Dat is ideologie, meent Kloek. ‘Je kunt als overheid wel het uitgangspunt hebben dat mannen en vrouwen volkomen gelijk moeten zijn, ook op de arbeidsmarkt. Maar hoe logisch en verdedigbaar dat principe ook is, er zijn taaie tradities die soms behoorlijk doorwerken in het denken en doen van mensen.’
De arbeidsdeling tussen een kostwinner en een huisvrouw zit diep verankerd in onze cultuur. In de jaren vijftig, de tijd van de ‘wederopbouw’, werd het eeuwenoude ideaal van ‘ieder gezin zijn eigen huisvrouw’ vanuit de overheid heel sterk gepusht, zegt Kloek. Aan de huisvrouw werd een belangrijke maatschappelijke taak toebedacht: ze moest het geordende gezinsleven weer op de rails zetten. Dat is in feite heel kort geleden. ‘Dit soort vanzelfsprekendheden en onuitgesproken principes zijn in het beleid nu ondenkbaar geworden, maar daarmee zijn die taaie tradities nog niet zomaar weg.’
Anders dan in bijvoorbeeld Zweden is het gezin de centrale eenheid in de Nederlandse samenleving.
Bovendien zit er een bepaalde autonomie in het huisvrouw zijn. Dat is een ongemakkelijk feit voor feministen, denkt Kloek. Op kantoor hebben velen van ons te maken met een vervelende baas, seksisme of discriminatie. Thuis hoeven veel vrouwen daarmee niet te worstelen. Daar mag ze zelf de bazin zijn. Geen wonder dat veel vrouwen zich daar veilig, sterk en comfortabel voelen. En vervolgens hechten aan een deeltijdbaan.
Tot slot
Tijdens mijn zoektocht hebben veel mensen me willen vertellen dat parttime werken goed of slecht is. Dat vrouwen het goed of fout doen. Dat vind ik eigenlijk niet zo interessant. Voor mij als buitenlander was de parttime werkende Nederlandse vrouw een raadsel, en dus wilde ik achter de oorzaken komen.
Dat Nederland al eeuwenlang relatief welvarend is en dat één inkomen vaak genoeg was, is een populaire theorie. Die krijgt ook steun onder historici. Maar dat kan niet het hele plaatje verklaren.
Anders dan in bijvoorbeeld Zweden is het gezin de centrale eenheid in de Nederlandse samenleving. Het Zweedse familierecht en belastingstelsel gaan uit van het individu; het Nederlandse van het gezin. Nederlandse partners worden gezien als één fiscale eenheid, en het belastingstelsel kent kostwinnersvoordelen.
In Zweden was het bijvoorbeeld in boerengemeenschappen al in de negentiende eeuw geaccepteerd om een kind te krijgen zonder te trouwen zonder aan de schandpaal genageld te worden. De gemeenschap zorgde voor de kinderen zodat vrouwen konden gaan werken.
Al sinds de dageraad van het Zweedse folkhem in de jaren dertig is het ideaal dat iedereen de kans krijgt om te slagen – ook als je geen gezin of stamboom hebt. In Nederland is het gezin altijd een belangrijk onderdeel geweest van de verzorgingsstaat. In Zweden heeft men de afgelopen tachtig jaar juist pogingen gedaan om het gezin af te schaffen. Twee uiteenlopende visies dus.
De Nederlandse vrouw is een product van regels en normen die hier soms al eeuwen gelden.
Het emancipatiebeleid is al sinds de jaren negentig top of mind onder Nederlandse beleidsmakers. Maar ze lijken tegelijkertijd gas te geven en te remmen. Een voorbeeld is dat de kinderopvangtoeslag net omhoog is gegaan om parttime werken tegen te werken. Maar onder de streep zullen veel ouders duurder uit zijn omdat de tarieven ook omhoog zijn gegaan. Een meerderheid van de ouders vindt de opvang ook geen goede plek voor kleine kinderen. Laagopgeleid personeel en het idee dat vrouwen beter zelf voor hun kinderen kunnen zorgen zijn een paar van de belangrijkste oorzaken.
De participatiesamenleving, in de troonrede van 2013 aangekondigd door koning Willem-Alexander, sluit eigenlijk perfect aan bij de Nederlandse traditionele kijk op gezin, werk en genderrollen. Maar het is wel een verspilling van belastingmiddelen dat de doelen van het emancipatiebeleid tegengesteld zijn aan de effecten van de participatiesamenleving.
De Nederlandse vrouw is een product van regels en normen die hier soms al eeuwen gelden. Ik ben natuurlijk ook maar een product van het Zweedse folkhem.
Na deze zoektocht snap ik vrij goed waarom de ene partner in een Nederlands stel of gezin de rol van verzorgingsstaat speelt. Het anderhalfverdienersmodel maakt dat tot de makkelijkste en meest voordelige optie. Maar dan nog verbaast het me dat zoveel vrouwen er bewust voor kiezen om afhankelijk te blijven. Nergens staat immers dat de vrouw de halve verdiener moet zijn in het anderhalfverdienersmodel.
Voor dit verhaal zijn vijftien beleidsmakers, schrijvers en deskundigen geïnterviewd, onder wie onderzoekers bij het SCP, CBS, Nibud, Netspar, RaboResearch en de Universiteit van Leiden. De cijfers komen van Eurostat, OESO, de SCP-rapporten Ons geld (2018), Een week in kaart (2016) en Werken aan de start (2018), het ING-rapport The Merit of Teamwork (2017), Trends in de financiële gevolgen van een echtscheiding voor man een vrouw (CBS 2017), de Emancipatiemonitor (CBS/SCP 2018) en het Nibud-rapport Geld & relatie (2019).



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.