Bij mij thuis wordt er een stille wedstrijd gespeeld tussen Nederland en Zweden. De respectievelijke thuislanden van mijn vriend en mij lijken veel op elkaar. Ze staan vaak bovenaan allerlei ranglijsten van de meest innovatieve en rechtvaardige landen (de titel ‘aardigste land ter wereld’ hebben zowel Nederland als Zweden kort geleden gewonnen). Zodra er een nieuw onderzoek in het nieuws komt, is de vraag: wie heeft gewonnen, Zweden of Nederland? Maar op één gebied zijn Nederland en Zweden compleet verschillend: economische gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen en opvattingen over wie het brood op de plank moet brengen.

Het is geen nieuws dat Nederlandse vrouwen massaal in deeltijd werken, ook als ze hoger opgeleid zijn dan mannen. In geen ander Europees land is de kloof tussen het aandeel parttime werkende vrouwen en mannen zo groot als hier: 73,8 procent van de werkende vrouwen zijn parttimers, versus 23 procent van de mannen. Dat Nederlandse vrouwen het economisch...