Nederlandse jihadist?
Op vrijdag 4 juli, de dag dat Abu Bakr al-Baghdadi het kalifaat uitriep, is een groep Marokkaanse jongens (waarschijnlijk afkomstig uit Tanger) samen in een huis ergens in een buitenwijk van een Iraakse of Syrische stad. Ze zijn uitzinnig van vreugde. Een van hen wordt Abu Isa genoemd: een langharige jongen die in de keuken op een vrieskist leunt en heel even de camera in kijkt. Even later wordt hij grappend in het Nederlands met zwaar Arabisch accent aangesproken: ‘Broeder, broeder, ik heb niks nodig.’
