We staan midden op Bebelplatz, in het hart van oud-Berlijn, omringd door historische gebouwen. De Humboldt Universiteit achter ons. De rechtenfaculteit rechts. De Staatsopera links. De oude Rijksbank recht voor ons, waar vroeger het goud van het Duitse rijk lag opgeslagen. Ulrike Guérot stelde voor elkaar hier te ontmoeten. ‘Dit is de plaats van de boekverbrandingen door de nazi’s in 1933. Het is belangrijk ons de repressie van die tijd te herinneren.’

Ideeën hebben grote kracht. Als je met Ulrike Guérot praat, laat ze je die niet alleen cerebraal inzien – je gaat het werkelijk voelen. Haar geestdrift is aanstekelijk. Begeesterd vertelt ze over haar droom: een Europese Republiek. En uit haar mond klinkt dat helemaal niet utopisch, eerder als een volstrekt logische vervolgstap. Even onvermijdelijk als realistisch.

Twintig jaar draaide ze mee in de Europese instellingen. Inmiddels is Guérot hoogleraar Europese politiek en democratie aan de Donau Universiteit van Krems in Oostenrijk. Ze is auteur van onder meer Red Europa! (2017). Maar ze is geen zolderkamergeleerde. In 2014 richtte ze het European Democracy Lab op, om haar droom dichterbij te brengen met het ontwikkelen van concrete beleidsvoorstellen en door het debat aan te jagen met culturele projecten, lezingen, workshops en evenementen.

Wat bracht u ertoe dit Lab op te richten?

‘In 1992 ging ik in de Bondsdag aan de slag als assistent. Ik zag grote Europese leiders als Jacques Delors en François Mitterrand aan het werk. Ik was 27 en had het gevoel dat Europa voor altijd zou blijven bestaan. Nu ben ik 57 en mijn dromen lijken te vervliegen. Natuurlijk, we hebben veel bereikt: interne markt, euro, Schengenzone, digitale agenda, consumentenbescherming. Maar we hebben compleet gefaald op het politieke vlak. We moeten onze verworvenheden verankeren in een echte democratie. Ik wil de laatste en mooiste meters van het project voltooien.

We gingen van bankencrisis naar eurocrisis naar bezuinigingscrisis naar populismecrisis. De EU kon zo niet langer, besloten we. Het democratisch tekort is ondraaglijk.

De bankencrisis kwam en Europa had geen dak tegen het noodweer. We schreeuwden tegen elkaar: geen transferunie voor de luie Grieken! Geen cent naar de Italianen! Europa was diep verdeeld. We gingen van bankencrisis naar eurocrisis naar bezuinigingscrisis naar populismecrisis. De EU kon zo niet langer, besloten we. Het democratisch tekort is ondraaglijk. De instellingen moeten er zijn voor de burgers. En met ons waren er velen. Overal ontsproten sociale bewegingen. Podemos in Spanje. Het pan-Europese DiEM25 van de Griekse oud-minister van financiën Yanis Varoufakis. Allemaal zeiden we: Europa is niet alleen voor de banken.

Ruim een decennium later zitten we nog steeds met de brokstukken omdat we die ene vraag niet hebben opgelost: wie is soeverein in de EU? Wie beslist? De lidstaten? De Commissie? Bizar genoeg is dat altijd de soevereiniteitsvraag: EU versus lidstaten. En ik zeg: geen van beide. Het zijn de burgers van Europa die soeverein zijn. Dat veranker je met een republiek.’

Hoe gaat het met het Lab?

‘We zijn chronisch ondergefinancierd en overleven dankzij veel jonge mensen die het idee geweldig vinden. Ze overspoelen me met e-mails of ze me kunnen helpen. Geschenken uit de hemel zijn het. En dan huur je een ruimte in het Palais am Festungsgraben, een voormalig-DDR- gebouw dat zeventig jaar onaangeroerd is gebleven – echte shabby chic. Je zet wat bureaus neer, brengt wat laptops mee en nodigt enthousiaste jonge studenten uit om te komen werken. En beetje bij beetje is het idee van de Europese Republiek op een bepaalde manier werkelijkheid geworden. Zo haalde de formulering van de federale Europese Republiek het partijprogramma van de Groenen. En de Groenen maken grote kans om bij de aankomende Duitse verkiezingen in september de Bondskanselier te leveren.’

Hoe zou zo’n Europese Republiek vorm moeten krijgen?

‘Republiek wil zeggen: alle Europese burgers onder een gemeenschappelijke wet. We hebben al gemeenschappelijk recht voor goederen. We hebben al een gezamenlijke munt. In onze hoedanigheid van consumenten zijn we dus al Europese burgers. Met Schengen zijn we als reizigers ook Europese burgers.

Wat we nog niet delen, is wat de Franse socioloog Pierre Rosanvallon in zijn boek Le sacre du citoyen noemt: stemmen, belastingheffing en toegang tot sociale rechten. Gelijke rechten voor alle Europese burgers is de natuurlijke vervolgstap in de evolutie van het Europese project. De notie van burgerschap is namelijk ook evolutionair – het kan worden geherdefinieerd. Dan zouden we het Europese project politiek kunnen herindelen.

‘Het idee van de Europese Republiek groeit als mayonaise. Je neemt wat eigeel, wat mosterd, wat azijn, en al roerende voeg je heel langzaam olie toe. Drupje voor drupje bouwt het zich op.’

In plaats van de natiestaten kunnen we de Europese Republiek verdelen in ongeveer zestig bestaande regio’s: Bohemen, Tirol, Beieren, Rijnland, Catalonië, Schotland, Andalusië, Elzas en zo verder. Al deze regio’s hebben tussen de acht en vijftien miljoen inwoners. Dan combineren we het republikeinse gedachtegoed waarbij iedereen gelijk is voor de wet, met publieke voorzieningen waar Europese burgers echt iets aan hebben. Gezondheidszorg, werkloosheidsregelingen, een hogesnelheidstreinnet, zodat we in vier uur van Hamburg naar Barcelona kunnen.

Het hoeft er niet morgen al te zijn. Of zelfs over drie of vijf jaar. Maar we moeten de knoop doorhakken dat we daar willen zijn, bijvoorbeeld in 2040. Zoals het ook met de euro ging. We besloten in 1992 dat we die wilden. En we kregen hem in 2002, tien jaar later. Het werkt als mayonaise. Je neemt wat eigeel, wat mosterd, wat azijn, en al roerende voeg je heel langzaam olie toe. Het idee van de Europese Republiek groeit als mayonaise. Drupje voor drupje bouwt het zich op.’

Waarom een grote republiek?

‘Europa moet er niet alleen zijn voor de markt, voor de banken, voor de euro. Ze moet er ook zijn voor de burgers. En wat burgers normaal gesproken doen als ze zich verenigen in een politiek project, is een republiek oprichten. Dat is ook Cicero’s tweeduizend jaar oude definitie van republiek: die mensen die zich verenigen onder gemeenschappelijk recht. Je kunt geen politieke eenheid hebben als je burgers laat concurreren voor sociale rechten.

Want dat is wat de EU nu doet. De EU speelt met de structurele sociaaleconomische verschillen tussen lidstaten. Bijvoorbeeld doordat de Duitse of Nederlandse exportindustrie de goedkope arbeidskrachten van Hongarije mag uitbuiten. Zo moeten Hongaren en Duitsers concurreren om sociale toegang. En dan zijn de Hongaren ongelukkig en stemmen ze op Orbán. En dan verwijten wij ze dat. Als we het probleem bij de wortel willen aanpakken, dan moeten we het probleem van juridische ongelijkheid oplossen. En dan moet het principe van politieke gelijkheid worden toegepast middels een republiek.’

In uw boek legt u de verbinding met het kapitalisme.

‘Republiek impliceert sociale rechten. Sociale rechten hebben natuurlijk iets te maken met het sociale en economische systeem waarin we leven. Veel mensen beginnen nu te begrijpen waar ons huidige systeem toe leidt.

Het idee van de republiek brengt een dieper begrip met zich mee van wat een politieke gemeenschap is, het vertelt je der Sinn, de betekenis, van het organiseren van een politieke gemeenschap. In een ware republiek draait het om het produceren van gemeenschappelijke welvaart – republiek komt van het Latijnse Res Publica, wat in 1642 voor het eerst als common wealth werd vertaald. Gemeenschappelijke welvaart dus. Dat is iets anders dan een politieke gemeenschap alleen als democratie benaderen. Daarin kunnen politieke partijen de gemeenschappelijke welvaart juist schaden door bijvoorbeeld belastingverlagingen voor de rijken voor te stellen.

Hannah Arendt schreef al in 1948: “Accumulatie van kapitaal leidt tot accumulatie van macht leidt tot oorlog.”’

Als je een republiek sticht in de volle betekenis van het woord, dan veranker je niet alleen politieke gelijkheid in bijvoorbeeld algemeen kiesrecht, maar ook sociale gelijkheid. Dan heeft iedereen recht op sociale voorzieningen als zorgverzekering, pensioenverzekering en werkloosheidsverzekering. Misschien zelfs een universeel basisinkomen om een sociale basiszekerheid te kunnen garanderen en daarmee echte, authentieke vrijheid om actief te kunnen deelnemen aan de democratie. We moeten het bouwen van de Europese Republiek verbinden met de grote vragen waarmee we geconfronteerd worden. De vragen die onze gemeenschappelijke welvaart bedreigen. Dat gaat om hervormingen van onze economische fundamenten. We kunnen niet langer doorgaan met de exploitatie van mens, dier en planeet.

Kijk hoe ongelijkheid tijdens de pandemie verder is toegenomen. Jeff Bezos, oprichter van Amazon, is op weg om in 2026 de eerste trillionaire – dat is duizend miljard – te worden. Techreuzen als Amazon en Facebook betalen in Europa nauwelijks belastingen. De immense accumulatie van data door techreuzen is uiteindelijk accumulatie van kapitaal. Dat komt nog bovenop de accumulatie van regulier kapitaal. En Hannah Arendt schreef al in 1948: “Accumulatie van kapitaal leidt tot accumulatie van macht leidt tot oorlog.”’

Krijgen we met het streven naar een grote Europese Republiek niet juist een enorme nationaal-populistische backlash?

‘De natiestaat ontstijgen is vooral een emotionele aangelegenheid. Ik wil niemands Heimat stelen. Ik kom uit het Rijnland. Ergens tussen Keulen en Düsseldorf, daar voel ik me thuis. Veel mensen denken dat het overstijgen van de natiestaat betekent dat hun identiteit of hun gevoel van verbondenheid met een regio of natie wordt afgepakt. Maar dat is niet zo. Je gaat me ook niet vertellen dat mensen in Bretagne en mensen in Corsica dezelfde identiteit hebben. Ze spreken niet eens dezelfde taal. En toch zijn ze verenigd onder de gemeenschappelijke Franse wet.

Laten we de definitie van natie van de Franse etnoloog Marcel Mauss volgen: zij die samen beslissen over de sociale kwestie vormen een natie. Dat betekent dat zij die een natie vormen hun solidariteit institutionaliseren. Dan is solidariteit niet meer gebaseerd op willekeur. Stel dat er een aardbeving is in Turkije, dan kunnen we als Duitsers beslissen om solidair te zijn of niet. Hulp bieden kan, maar het is geen wettelijke verplichting. Als er sprake is van geïnstitutionaliseerde solidariteit, is daar geen twijfel over mogelijk. Dan ben je daar wettelijk toe verplicht.

‘Wil de EU een democratisch verenigd orgaan worden, dan moeten we streven naar politieke gelijkheid van alle Europese burgers, onafhankelijk van afkomst. En iedereen kan zijn identiteit behouden.’

Wil de EU een democratisch verenigd orgaan worden, dan moeten we streven naar politieke gelijkheid van alle Europese burgers, onafhankelijk van afkomst. Je kunt Nederlands of Deens of Catalaans of Tirools zijn. En iedereen kan zijn identiteit behouden. We verenigen ons gewoon onder gemeenschappelijk recht. De meeste mensen hebben redenen om op identitaire, extreemrechtse partijen te stemmen. En die zijn meestal sociaal. Daarom push ik de sociale kwesties zo. ’

Wat kan er gebeuren als we dat allemaal niet doen?

‘Als we de burgers niet verenigen. Als we een democratisch gebrekkig systeem op zijn beloop laten. Als we te veel mensen het idee geven dat Europa alleen maar een markt is. Als er niet genoeg mensen zijn die meeprofiteren van de Europese projecten. Als te veel mensen het gevoel hebben dat ze op geen enkele manier deelnemen aan de besluitvorming over hen. Dan zullen de meeste mensen besluiten: Europa is er niet voor mij, het is alleen maar de neoliberale agenda. Dan zullen mensen zich tegen de EU keren. En dat is wat ze doen. De prijs die we betalen als we Europese burgers geen inspraak geven, als we niet naar gemeenschappelijke welvaart streven waar iedereen van meeprofiteert, zal veel hoger zijn dan wél in actie komen.’

U combineert een grootse visie met concrete voorstellen: invoering van een Europese werkloosheidsregeling, Huis van Afgevaardigden, Senaat, transnationale kiesdistricten. Kan ik dat utopisch realisme noemen?

‘Ik zou zeggen dat Europa in het laatste proces zit, het constitutionele proces. We hebben het in 2004 en 2005 geprobeerd met het Verdrag en de referenda voor een Europese Grondwet. Dat is helaas mislukt. Maar in de woorden van Samuel Beckett: Try again. Fail again. Fail better.

Ik hoop dat iedereen het ziet en vraagt: wat is hier utopisch aan? Het is normaal dat als we een politieke unie willen, dat politieke onderdanen voor de wet gelijk zijn. Mijn realistische utopische idee, it’s just around the corner! Het is geen grote utopie. Het is één markt, één valuta, één democratie gebaseerd op gelijke rechten.’