Voor Geert Wilders was het een ongemakkelijk moment toen Jimmy Dijk, kersvers fractievoorzitter van de SP, hem tijdens het debat over de verkiezingsuitslag bevroeg over de mensen die hun boodschappen en hun energierekening niet kunnen betalen: wat was Wilders van plan voor hen te doen, tijdens de formatieperiode? ‘Die mensen kunnen niet wachten!’

De PVV-leider moest zich in bochten wringen om uit te leggen dat hij óók vond dat die mensen niet konden wachten, maar dat hij de procedure van de formatiegesprekken nu eenmaal niet kon laten doorkruisen door plannenmakerij in de Kamer. Zo leek heel even te gebeuren waar sommige critici op hopen: laat de PVV-leider maar een keer verantwoordelijkheid dragen, dan zien zijn kiezers vanzelf dat hij niet in staat is met echte oplossingen te komen.

Niet lang daarna bleek dezelfde Wilders wél bereid om – ondanks de ‘procedure’ waarachter hij zich tegenover Jimmy Dijk verschool – een aantal moties van de vier onderhandelende partijen te steunen waar de mensen met geldzorgen helemaal niets voor kopen: een oproep aan het kabinet om in Brussel een uitzonderingspositie voor het Nederlandse asielbeleid bespreekbaar te maken, een motie om alsnog een parlementaire enquêtecommissie naar de aanpak van de coronacrisis op te tuigen, en een oproep aan het kabinet en de Eerste Kamer om ‘pas op de plaats’ te maken met de behandeling van de Spreidingswet die moet helpen asielzoekers beter te verdelen over het land. Dat Wilders de door hem gehate ‘dwangwet’ op de lange baan wil schuiven kwam niet als een verrassing. Maar dat uitgerekend Dilan Yeşilgöz de motie indiende en daarmee haar partijgenoot Eric van der Burg, verantwoordelijk voor de nieuwe wet, ‘voor de bus gooide’, zoals critici in de Kamer het uitdrukten, sloeg in als een bom. ‘Staatsrechtelijk vandalisme’, oordeelde D66-leider Rob Jetten – en hij was niet de enige.

Een klein rondje bellen in het maatschappelijk middenveld leert dat de belangenclubs tijdens deze formatie goeddeels in het duister tasten: ‘Van de PVV hebben we zelfs geen mobiele nummers’.

Zo mogelijk nóg ongerijmder was het dat ook Pieter Omtzigt de motie steunde: uitgerekend de man die als hoeder van de Grondwet bekend staat en wiens partij haar bestaansrecht ontleent aan de hoop op een nieuwe bestuurscultuur, bleek bereid om de Eerste Kamer, die volgens de Grondwet een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft, op een oneigenlijke manier onder druk te zetten. Ook in de top van zijn eigen partij leidde Omtzigts steun aan de motie tot bevreemding: in de wandelgangen vielen woorden als ‘onhandige actie’ en ‘ondoordacht’.

Zo werd nu al zichtbaar wat Nederland te wachten staat als de vier onderhandelende partijen het voor het zeggen krijgen: gemarchandeer met het staatsrecht over de ruggen van asielzoekers. Als het inderdaad ooit komt tot een coalitie met PVV, VVD, NSC en BBB, in wat voor vorm dan ook, zal het een wankel vehikel blijken.

Wie werkelijk denkt dat een coalitie van die vier partijen een aanlokkelijk idee is, zou er goed aan doen zich te verdiepen in hoe de macht werkt, in dit land waar niemand de baas is. Geen kabinet heeft ooit iets voor elkaar gekregen zonder steun in het maatschappelijk middenveld: de ring van belangenclubs en adviesorganen rond de politiek, van werkgeversorganisaties als VNO-NCW, Bouwend Nederland en Techniek Nederland tot de vakbonden, van Aedes en LTO tot de VNG. Bij eerdere kabinetsformaties waren er altijd intensieve contacten tussen die gremia en de onderhandelende partijen, om toekomstig beleid bij te sturen en uitvoerbaar te maken, maar deze keer is dat anders. De contacten met de VVD, de door de wol geverfde bestuurderspartij die al dertien jaar aan de macht is, liggen klaar. Maar met de nieuwkomers NSC en BBB moeten de relaties nog vanaf nul worden opgebouwd, en bij de PVV, de partij zonder enige bestuurlijke ervaring waar één lid de dienst uitmaakt, is er al helemaal geen beginnen aan. Een klein rondje bellen in het maatschappelijk middenveld leert dat de belangenclubs tijdens deze formatie goeddeels in het duister tasten: ‘Van de PVV hebben we zelfs geen mobiele nummers’.

Het treinongeluk in slow motion begint zich nu al af te tekenen.