Aan de keukentafel van boer Gijsbert Vink zit Tjeerd de Groot met een kopje filterkoffie. Vink is verontwaardigd, bij vlagen wordt hij kwaad. ‘Je gaat de wereld niet redden, Tjeerd!’ roept hij.

De zon schijnt op het grasland, in de verte landt een vliegtuig. Het is een mooie woensdagochtend begin maart, nog voor het coronavirus toeslaat in Nederland.
D66-Kamerlid Tjeerd de Groot heeft zich respectloos gedragen, vindt de boer. ‘Dag in, dag uit werk je je als boer te pletter,’ zegt hij. ‘Je hebt een financiering van de bank die je moet aflossen, waar je elke dag de druk van voelt. Je hebt een gezin te onderhouden, je doet je uiterste best om te verduurzamen. Elk jaar zijn er weer andere regels waardoor je je bedrijf moet aanpassen. En dan komt er zo’n botte uitspraak.’

De druppel

Een paar maanden nadat een besluit van de Raad van State ons land vorig jaar op slot zette vanwege een eindeloos onaangepakt stikstofprobleem, zei de toen nog vrij onbekende landbouwexpert Tjeerd de Groot in het Algemeen Dagblad dat de veestapel gehalveerd moet worden. Drie weken later rukten de boeren voor de eerste keer op naar het Malieveld in Den Haag om te protesteren.

De boerenwoede richtte zich op hem persoonlijk: hij werd de kop van jut, hét symbool van de arrogantie in Den Haag. Hij werd uitgemaakt voor verrader en NSB’er en werd op slag een van de bekendste Kamerleden van het land. ‘Ik ben 37 jaar boer,’ zegt Vink. ‘En in al die tijd ben ik nog nooit op de tractor gestapt om te protesteren. Maar die uitspraak: dat was de druppel − toen ben ik gegaan.’

Ons huidige systeem is onhoudbaar. Daar is iedereen het over eens

Op het podium herhaalde Tjeerd de Groot zijn boodschap voor een menigte van duizenden boze boeren. Een paar dagen later zei hij in de Volkskrant dat hij best minister van Landbouw wilde worden; in Den Haag ongebruikelijk om zo ronduit te zeggen. Vijf jaar daarvoor had hij als lobbyist nog gepleit voor het opheffen van de melkquota, nu zette hij zichzelf neer als de visionair die de Nederlandse voedselproductie radicaal zou gaan hervormen.

Tjeerd de Groot wil de wereld redden, zegt hij. Zijn ideeën reiken verder dan de stikstofcrisis. De huidige manier van voedsel produceren is desastreus voor klimaat en milieu; over dertig jaar zal de aarde negen miljard mensen tellen, die allemaal op een duurzame manier gevoed moeten worden. Nederland kan in een transitie naar kringlooplandbouw als voorbeeld voor de rest van de wereld dienen.

Ons huidige systeem is onhoudbaar. Daar is iedereen het over eens: het staat letterlijk zo beschreven in de kringlooplandbouwvisie van minister van Landbouw Carola Schouten (ChristenUnie) uit 2018, die breed werd ondersteund.

Onhoudbaar

Waar het wringt, is de consequenties van zo’n circulair landbouwsysteem. De Groot zei dat een halvering van de veestapel ‘onvermijdelijk’ is, maar Schouten beloofde dat er geen gedwongen halvering zou komen.

Eind april kwam de coalitie eruit: voor de vermindering van stikstofuitstoot wordt vijf miljard euro uitgetrokken, waarvan een miljard is bestemd voor de vrijwillige uitkoop van veeboeren, bovenop de eerdere zeshonderd miljoen.

Een jaar nadat het oordeel van de Raad van State het land ‘op slot’ zette, zitten we middenin een pandemie die de wereld nog veel verder op slot heeft gezet. In maart, aan het begin van de corona-uitbraak in Nederland, wees Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren op de oorzaak van het virus: het houden en eten van dieren. Ditmaal was het een wilde-dierenmarkt in China, maar het is een kwestie van tijd voor het een megastal in ons land is, stelde ze.

Inhoudelijk een terecht punt, vindt ook De Groot. Maar de irritatie in de Kamer over de opmerking van Ouwehand was groot. ‘Dat komt natuurlijk door de timing. Op dat moment waren we bezig met levens redden. Maar als dit allemaal voorbij is en het tijd is om te reflecteren, dan moeten we wel inzien dat het coronavirus het zoveelste teken is dat de intensieve veehouderij onhoudbaar is, en we de relatie tussen mens en dier moeten heroverwegen.’

Die heroverweging lijkt extra urgent nu is vastgesteld dat eind mei op meerdere nertsenfokkerijen in Nederland een besmetting met het coronavirus van dier op mens heeft plaatsgevonden. Het kabinet stelde daarop een bezoekverbod aan nertsenboerderijen in en wil dat alle nertsen worden gedood als er een gevaar is voor de volksgezondheid.

Stukje land vermarkten

Terug naar het erf van boer Vink. De prachtig gelegen boerderij staat op een zogeheten ‘strandwal’ – een hoger gelegen stuk grond dat de zee duizenden jaren geleden vormde – in Haarlem Spaarnwoude, het recreatie- en wandelgebied waar ook Dance Valley wordt georganiseerd. Voor De Groot was het een kwartier fietsen vanuit zijn huis in het centrum van Haarlem.

Hij is hier gekomen om met de boer en zijn volwassen zoon Jelle te praten over stikstof, veehouderij en de toekomst van de Nederlandse agrarische sector. De stal ruikt naar koeien en kuilgras. Een aantal van Vinks 110 volwassen Holstein-runderen kijkt nieuwsgierig naar De Groot, wiens spierwitte overhemd contrasteert met de werkkleding van de boeren. Wanneer Vink vertelt over zijn bedrijf, dat hij op den duur zal overdragen aan zijn zoon, stelt de D66’er specifieke, technische vragen en toont hij zijn inhoudelijke kennis van de melkveehouderij.

Elke boer moet wat anders doen. Iedereen doet nu teveel hetzelfde. Daarom is het zo’n eenheidsworst.

‘Wat ik me afvraag, Tjeerd,’ zegt Vink. ‘Wat zou jij doen als je boer was? Stel, jij hebt dit bedrijf. Je hebt een financiering van de bank, je hebt een behoorlijke rente en een aflossingsplicht. De koeien staan hier, de melkrobot staat daar, wat ga je doen?’

Hoewel hij niet de pretentie heeft dat hij het beter weet dan de boer, zegt De Groot, heeft hij daar wel ideeën over. ‘Ik zou kijken of ik het verhaal van dit stukje land kan vermarkten,’ zegt hij. Hij wijst naar buiten. ‘Deze prachtige boerderij, met die mooie strandwal, met de wandelroutes die hier langslopen, het recreatieterrein in de buurt. Dat is een verhaal, dat kun je verkopen. Vervolgens zou ik een afzetkanaal buiten de melkcoöperaties zoeken. Nu komt de melk op de grote hoop van FrieslandCampina, maar kan ik mijn melk niet aan de lokale supermarkt verkopen? En hoeveel koeien heb ik dan nodig, volgens de principes van de kringlooplandbouw? Dat zijn er minder dan nu.’

‘Als iedereen dat doet,’ merkt Vink op, ‘dan moet iedereen z’n eigen verhaaltje hebben over z’n eigen stukje land. Hoe uniek is dat dan nog?’

‘Ik zeg dus ook niet dat elke boer dit zou moeten doen,’ zegt De Groot. ‘Elke boer moet vooral wat anders doen. Iedereen doet nu teveel hetzelfde. Daarom is het zo’n eenheidsworst, en daarom is het zo kwetsbaar.’

Foto van Tjeerd de Groot die over een slootje springt

Kennis over de landbouw

De 52-jarige Tjeerd de Groot werkt al vijfentwintig jaar aan agrarisch beleid. Na studies bestuurs- en milieukunde promoveerde hij in 1997 bij oud-minister Uri Rosenthal op het Europese landbouwbeleid, met het oog op een positie bij het ministerie van Landbouw. Hij schopte het daar tot persoonlijk assistent van toenmalig minister Laurens-Jan Brinkhorst (D66), die hem aannam vanwege de inhoud van zijn proefschrift.

‘Hij had kennis over de landbouw,’ zegt Brinkhorst in een telefoongesprek. ‘Dat was precies wat ik nodig had. Hij wist van de hoed en de rand en had een grote persoonlijke betrokkenheid bij de materie.’

De Groot bracht dertien jaar door op het ministerie van Landbouw, waar de intensivering van de veehouderij ‘bijna genetisch in je wordt geprogrammeerd’. In die tijd passeerden allerlei initiatieven om de sector te hervormen, waarin hij een patroon zag. ‘Vanaf minister Veerman zag ik dat het hoogstnodige werd geregeld om binnen de milieugrenzen te blijven, en tegelijkertijd werd een leuk project bedacht om het ministerschap nog wat sjeu te geven. Bij Cees Veerman was het de “dialoog over de intensieve veehouderij”, bij Gerda Verburg de “eiwittransitie” en bij staatssecretaris Martijn van Dam “de Voedseltop”. Goedbedoelde projecten. Maar ze lieten de kern van de landbouwproblematiek staan.’

Dat, en de naderende opheffing van het ministerie, maakte dat De Groot overstapte naar het bedrijfsleven. In 2010 werd hij lobbyist voor de zuivelindustrie: directeur van de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO), de branchevereniging van alle Nederlandse melkfabrikanten.

Draai van honderdtachtig graden

De NZO zette groot in op de verduurzaming van de melkproductie en De Groot was daarin de ‘inhoudelijke voorman’, zegt Thom Albers, die destijds met hem samenwerkte en in het bestuur zat namens FrieslandCampina. ‘Hij heeft zich toen ingevreten in veel dossiers. Je maakte hem niets wijs. En dat is nog steeds zo. Maar als hij mij vijf jaar geleden had verteld dat de veestapel met de helft moet inkrimpen, dan had ik hem met grote ogen aangekeken. En hij zichzelf trouwens ook.’

‘Voor de boeren op het Malieveld maakte hij een draai van honderdtachtig graden.’

Verduurzaming ging hand in hand met schaalvergroting. De Groot pleitte als voorman van de NZO voor het afschaffen van het melkquotum in 2015, waardoor melkveeboeren niet meer aan plafonds waren gebonden maar ongelimiteerd konden produceren. ‘Het is jammer dat de mogelijkheden om de melkproductie versneld te laten groeien niet worden benut,’ zei de pas aangetreden directeur in het blad van de organisatie. ‘Wel is een verdere verduurzaming van de productieketen een must.’

De afschaffing van het melkquotum liep uit op een fiasco. Melkveehouders schroefden hun productie op en breidden stallen uit voor meer vee. Maar daardoor werden fosforwaarden ver overschreden en moesten die vervolgens weer worden ingeperkt door de overheid met nieuwe regels: de dure, door de Rabobank gefinancierde stallen werden onbruikbaar, de koeien werden geslacht − veel boeren kostte het de kop.

Geen wonder, denkt Thom Albers, dat De Groot voor ‘verrader’ werd uitgescholden. ‘Voor de boeren op het Malieveld maakte hij een draai van honderdtachtig graden.’

‘Het was een fout van me om voor de afschaffing van het quotum te zijn,’ geeft De Groot nu toe. ‘Dat heb ik verkeerd ingeschat. Maar dat maakt me nog geen verrader. Ook toen zei ik dat duurzame productie een voorwaarde was. Alleen had ik toen nog in mijn hoofd dat je tegelijk kunt groeien en verduurzamen. Nu zie ik in dat dat een doodlopende weg is. Dat is voortschrijdend inzicht.’

Tjeerd de Groot

Mens-, dier- en milieuvriendelijk

Om een ‘inspirerend voorbeeld’ te laten zien van hoe het beter kan, zit Tjeerd de Groot om negen uur ’s ochtends in bus 85 vanuit Nijmegen. Een auto heeft hij niet meer, zegt hij, en met het openbaar vervoer reizen gaat prima. ‘Bij de NZO reed ik bijna zestigduizend kilometer per jaar, dat was ik helemaal zat.’

In Beuningen stapt het Kamerlid uit. De laatste paar honderd meter naar de ‘milieu-, dier- en mensvriendelijkste kippenstal ter wereld’ legt hij te voet af. Voor de deur staat de Tesla Model S van het brein achter Kipster: Ruud Zanders, die in 2018 door Trouw werd benoemd tot nummer twee van de Duurzame Top 100.

De zijwand van de antraciete stal is van glas, zodat natuurlijk licht naar binnen valt. Aan de muur van de hal hangt een enorm hart van eieren, op het dak liggen zonnepanelen, binnen staan getimmerde bomen voor de kippen. ‘Compleet klimaatneutraal en volgens de principes van kringlooplandbouw,’ zegt Zanders trots, nadat hij De Groot joviaal heeft begroet.Lees ookDeze kippenboer maakt duurzaamheid een eitje20 juni 2017

Kipster voedt zijn kippen uitsluitend met restproducten. Hier worden kapotte rijstwafels en ijshoorntjes ‘verwaard’ tot voedsel voor de mens: eieren en kippenvlees. De kippen hebben de ruimte, en hoewel het bedrijf niet biologisch is, krijgen ze drie sterren van de Dierenbescherming. ‘Zo kan het ook,’ zegt De Groot instemmend.

Ik had drie kernwoorden: grootschalig, grootschalig en grootschalig. Dat kreeg ik vanuit huis mee.

Worsteling met het systeem

Aan Kipster ging een hele worsteling met het intensieve systeem in Nederland vooraf, vertelt Zanders. Na een studie in Wageningen nam hij samen met zijn broer het intensieve pluimveebedrijf van zijn ouders over. ‘Daarbij had ik drie kernwoorden: grootschalig, grootschalig en grootschalig. Dat kreeg ik vanuit huis mee en leerde ik in Wageningen. Op de top hadden we acht miljoen kuikens per jaar, een miljoen legkippen, aandelen in bedrijven in Duitsland, Polen, Frankrijk en Turkije. De totale omzet was 45 miljoen euro.’

In 2007 ging het bedrijf failliet. ‘Ik had privé ingetekend en moest m’n huis verkopen. De rekening stond rood. Ik ging nadenken over waar het fout ging. Had ik in plaats van één miljoen legkippen er twee miljoen moeten hebben? Had ik het dan wel gered?’
Groter was niet de oplossing, besefte Zanders. ‘Ik dacht: wat als ik het zou redden met twintigduizend kippen? Toen heb ik de conclusie getrokken dat ik nooit meer dat hele grootschalige wil. Ik doe het niet meer. Die drie woorden: grootschalig, grootschalig, grootschalig, heb ik toen ingeruild voor: mensvriendelijk, diervriendelijk en milieuvriendelijk.’

Een groep Afrikaanse boeren bracht hem op het idee hoe dat kan. Zanders gaf hen een rondleiding door de Nederlandse pluimveesector. Na drie dagen vroegen ze hem hoe zo’n systeem in hun landen zou kunnen. ‘Ik vertelde dat je alles maar dan ook alles moet optimaliseren, van de luchtinlaat en de watervoorziening tot de beste kwaliteit graan en mais. Toen keken ze me aan alsof ik gek was geworden. “Als we goede granen en goede maïs hebben, dan eten we die zelf op,” zeiden ze. “Hoe komen jullie erbij in dat rijke Westen om al dat goede graan en maïs aan dieren te geven?”’

‘Op dat moment zat ik al veertig jaar tussen de kippen,’ lacht Zanders. ‘En ik had daar nog nóóit zo over nagedacht. En met mij geen enkele andere boer of consument hier in Noordwest-Europa.’

Eerst planten, dan dieren

Tegelijkertijd was Hannah van Zanten aan Wageningen Universiteit bezig met precies dat: waarom geven we de beste granen aan onze dieren, in plaats ze zelf op te eten? Ze promoveerde in 2016 cum laude op het idee kringlooplandbouw.

De grote impact van de veehouderij op het milieu komt voor een fors gedeelte door de voerproductie, schrijft Van Zanten in haar proefschrift. Ongeveer een derde van alle verbouwde gewassen eten we zelf op, een derde gebruiken we voor vee, een derde gooien we weg.

Om een uitweg te vinden uit dat verspillende systeem, bedacht Van Zanten dat dieren alleen nog dingen moeten eten die mensen niet willen of kunnen eten. In dat model krijgen dieren drie soorten voer: bijproducten uit de voedingsindustrie, voedselresten en gras van weilanden waarop geen planten groeien die mensen kunnen eten. De dieren eten reststromen en gras, en zetten ze om in voedsel voor ons. Meer dieren dan we met de reststromen kunnen voeden, is inefficiënt. Eerst planten, dan dieren.

‘Heel logisch. Het idee is zo oud als Methusalem,’ zegt Imke de Boer, hoogleraar Dierlijke Productiesystemen en de promotor van Van Zanten. ‘Vroeger gaf men ook de restjes aan de kippen. Maar Hannah heeft deze manier weer opnieuw op de kaart gezet.’

‘We moeten de helft minder dierlijke producten eten in Europa, en dus ook de helft minder vee houden’

Omschakelen naar dat systeem is ontzettend ingewikkeld, verzucht De Boer in haar kantoortje op de campus in Wageningen, maar de kern is: op dit moment eten we in Europa per persoon zo’n 50 à 60 gram dierlijk eiwit per dag, waardoor we veel meer land nodig hebben voor onze consumptie dan noodzakelijk is. Zouden we alleen nog plantaardig eten en geen dieren houden, dan hebben we ook meer land nodig. Het optimale punt ligt op ongeveer 23 gram dierlijk eiwit per persoon per dag, ook nog eens een veel gezondere hoeveelheid. Ergo: we moeten de helft minder dierlijke producten eten in Europa, en dus ook de helft minder vee houden. Hoe dat precies voor Nederland zit, rekent ze nu uit.

‘Toen ik dat hoorde, viel het kwartje,’ zegt De Groot.

Sleutelmoment

Het proefschrift van Van Zanten vormde ook een omslag in het denken van Ruud Zanders. Onafhankelijk van elkaar zochten Tjeerd de Groot en Ruud Zanders contact met Van Zanten en haar promotor Imke de Boer. De dag dat De Groot bij De Boer langsging, 17 januari 2017, vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen, ziet hij nu als een sleutelmoment.

‘Jarenlang had ik gewerkt aan de verduurzaming van de landbouw; steeds een stapje efficiënter. Maar ik zag in dat dat niet houdbaar is: het onderliggende systeem is in essentie verspillend. Het is eigenlijk alsof je een benzineauto steeds een stapje efficiënter maakt, tot je inziet dat de oplossing buiten benzine ligt: je hebt een elektrische motor nodig.’

Het idee van Van Zanten werd door De Groot en een aantal andere D66’ers in een kroeg in Utrecht verder uitgewerkt tot mogelijk beleid, zegt hij.

Toen de onderhandelaars bij de formatie van het kabinet vroegen om bijdragen voor het regeerakkoord, diende De Groot zijn plan in. ‘Ik heb toen zoveel input gegeven voor het landbouwdossier, dat de onderhandelaars op een gegeven moment zeiden dat het wel genoeg was,’ lacht De Groot.

‘Tjeerd de Groot wil de geschiedenisboeken in’

Kringlooplandbouw kwam in het regeerakkoord. Al werden links en rechts vraagtekens gezet bij De Groots claim. ‘Hij laat zich erop voorstaan dat hij de bedenker is van kringlooplandbouw,’ zegt Esther Ouwehand, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. ‘Maar dat idee speelt al ontzettend lang. Hij heeft dat nu dan officieel gemunt tot uitgangspunt van het regeerakkoord. Prima hoor. Maar je kan wel voorzichtig stellen dat hij iemand is met Lees ookReconstructie: Hoe de boeren hun macht zagen verwelken5 april 2020flinke profileringsdrang.’

‘Tjeerd de Groot wil de geschiedenisboeken in,’ zegt Caroline van der Plas, sinds zestien jaar agrarisch journalist voor verschillende boerenvakbladen en oprichter van de BoerBurgerBeweging, een politieke partij die in maart wil meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen. ‘Weet je dat hij door boeren regelmatig Tjeerd de Grootheidswaanzin wordt genoemd?’

De loopgraven

Eind 2018 is het plan uitgewerkt door minister Carola Schouten en presenteert zij haar baanbrekende Visie Landbouw, Natuur en Voedsel. ‘Het principe van zo hoog mogelijke productie tegen zo laag mogelijke kosten kan niet meer leidend zijn,’ zei Schouten destijds in een interview met Vrij Nederland. De boerenorganisaties waren voor, net als de milieuorganisaties en veel partijen in de Tweede Kamer.

‘Ik weet nog heel goed dat we met z’n allen het glas hieven om het te vieren,’ zegt De Groot. ‘Alle neuzen stonden dezelfde kant op.’

Toen nog wel. Ook omdat Schouten de discussie over inperking van de veestapel heel bewust niet meenam in haar visiedocument. ‘Als ik begin over inkrimping van de veestapel, worden de loopgraven meteen weer betrokken,’ zei ze. ‘Juist daar staan twee werelden tegenover elkaar.’
Iedereen is voor kringlooplandbouw – maar niet iedereen is het eens over de consequenties daarvan.

Een halvering van de veestapel is volgens De Groot ‘de logische consequentie’ van de kringloopvisie. ‘Als je uitrekent hoeveel restafval we hebben, hoeveel veevoer dat oplevert en hoeveel dieren we daarmee kunnen houden, dan is het duidelijk: we moeten halveren.’
Wel plaatst hij daarbij een nuancering. ‘De varkens en kippen moeten halveren. Maar voor de melkveehouderij is er meer ruimte. Daar moet twintig à dertig procent vanaf.’

Iets voor elkaar gekregen

Met zijn uitspraak zorgde De Groot voor een kentering in het debat over de toekomst van de Nederlandse landbouw. Zijn partij wees vanuit de oppositiebanken samen met de linkse partijen al jaren op de negatieve effecten van veeteelt op de natuur. Nu D66 in de coalitie zit, voelt de partij de harde noodzaak om zich te profileren in aanloop naar de verkiezingen in 2021, zodat eenzelfde lot als dat van de PvdA na Rutte-II voorkomen kan worden.

Een partij in het kabinet die blijft oproepen tot halvering van de veestapel is ‘een signaal dat de tijden aan het veranderen zijn’, zegt Esther Ouwehand, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, die sinds 2006 in de Kamer pleit voor het ‘afschaffen van de bio-industrie’.

Zo klinkt hij net als een oppositielid, maar D66 zit toch ook aan tafel bij de onderhandelingen?

Wel plaatst ze daarbij de kanttekening dat D66 ‘mooie woorden’ kan hebben en ‘van alles kan roepen’, maar dat er niet genoeg van terechtkomt in de kabinetsbesluiten. Het nieuwe stikstofplan is illegaal volgens Ouwehand, gezien de uitspraak van de Raad van State. Milieuorganisaties stapten daarom naar de rechter.

Inmiddels is er 1,6 miljard euro gereserveerd voor de inkrimping van de veestapel. Volgens De Groot is ‘dit een bedrag dat we een paar jaar geleden niet voor mogelijk gehouden hadden’. De varkens kunnen volgens hem met twintig tot dertig procent ingekrompen worden, de koeien met tien procent. ‘Dat vind ik al een grote eerste stap.’

Alleen die krimp is niet voldoende, er moet een transitie in gang worden gezet, zegt De Groot. Het kabinet trekt daar 275 miljoen voor uit. ‘Veel te weinig,’ zegt de D66’er. ‘Dat is mijn grote kritiek op deze minister.’

Zo klinkt hij net als een oppositielid, maar D66 zit toch ook aan tafel bij de onderhandelingen? ‘Natuurlijk, maar je krijgt niet altijd wat je wilt. Maar we hebben wel iets voor elkaar gekregen. Dat kun je niet zeggen van de partijen die alleen aan de zijlijn blijven staan.’

Slimme marktconcepten

In de discussie over de transitie naar kringlooplandbouw is het verdienmodel van de boer een van de heetste hangijzers. In oktober schreef de Taskforce Verdienvermogen onder leiding van oud-CDA-gedeputeerde Hester Maij: ‘Wie rood staat, kan niet groen doen.’

Door de hoge export is de veehouderij sterk afhankelijk van de Europese markt. De vraag is of andere landen onze producten blijven afnemen als die veel duurder worden. ‘Als de Nederlandse boer als enige naar kringlooplandbouw gaat op een internationale markt, dan weet iedereen dat je geen lang bestaan meer hebt,’ zei Maij tegen vakblad Boerderij. Daarom zou kringlooplandbouw volgens de taskforce alleen goed werken als de rest van Europa ook meedoet.

Een D66’er zou dat duurdere stukje kaas wel willen kopen, maar wil de rest van de Nederlanders dat ook?

‘Onzin,’ zegt De Groot. ‘We kunnen met kringlooplandbouw en duurzame producten juist een unieke positie innemen op de markt. We moeten af van dat idee dat we altijd het goedkoopste moeten produceren. Dat gaan we nooit winnen: ons land is te klein, de grond is te duur en de salarissen zijn te hoog. We moeten de strijd winnen met slimme marktconcepten. In heel Europa zijn mensen die dure Zwitserse horloges kopen. Onze melk en varkenslapjes kunnen als zo’n horloge zijn. We moeten de Europese burger verleiden om ietsje meer te betalen voor klimaatneutrale, Nederlandse kringloopmelk.’

De kosten van de vervuiling

Het is nogal een aanname dat mensen dat willen kopen, zegt Krijn Poppe, landbouweconoom en lid van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli). Hij denkt dat een forse krimp van de veestapel door de emissie van broeikasgassen ‘onvermijdelijk’ is, zoals een rapport van de Rli begin 2018 adviseerde aan het kabinet. ‘Maar of er genoeg vraag is in de rest van Europa naar dure, klimaatneutrale producten − dat weten we niet.’

Bovendien is niet iedereen een rijke, kosmopolitische Europeaan die wat extra’s wil besteden aan een klimaatneutraal stuk Nederlandse kaas. En hoewel we veel exporteren, ligt een gedeelte van de markt toch echt in ons eigen land, zegt Poppe. Kijkt De Groot niet vooral naar zichzelf en naar zijn eigen electoraat? Een D66’er zou dat duurdere stukje kaas wel willen kopen, maar wil de rest van de Nederlanders dat ook? Daar komt nog bij dat een toenemend aantal mensen moeite heeft elke week de boodschappen te betalen. Voedselbanken noteerden vóór de coronacrisis al recordaantallen bezoekers.

‘Maar de werkelijke prijs van voedsel is veel hoger dan wat je in de supermarkt betaalt,’ zegt De Groot. ‘Kijk maar naar de stikstofcrisis. De belastingbetaler, de natuur of een andere belangrijke economische sector draait uiteindelijk op voor de kosten van de vervuiling van de veehouderij.’

Geen niche meer

Bovendien moeten mensen minder vlees en zuivel gaan eten. ‘Dat is sowieso veel gezonder. De consument moet ook veranderen, en de overheid speelt daar een rol in. Maar de bal ligt nu bij de industrie.’

En kringloopproducten hóéven niet veel duurder te zijn, zegt De Groot. ‘Door kringlopen te sluiten, kan juist veel geld bespaard worden. Kijk maar naar Kipster: daar kost een ei maar een paar cent meer dan een normaal ei, en minder dan een biologisch ei.’

Toch kopen veel consumenten in de supermarkt dat goedkope ei. Volgens critici zou de productie van goedkope dierlijke producten naar het buitenland verdwijnen, en zouden die vervuilende buitenlandse producten vervolgens hier in de schappen komen te liggen.
Dat probleem moet opgelost worden door supermarkten te dwingen alleen maar duurzame kringlooplandbouwproducten te verkopen, zegt De Groot. ‘Duurzaam mag geen niche meer zijn, het moet de norm worden.’

Zijn motie om dat te controleren haalde een nipte meerderheid – coalitiegenoten CDA en VVD stemden er niet mee in.

Een ander punt van kritiek op de kringloopvisie van D66 is dat deze onverenigbaar lijkt met de positie van de partij ten aanzien van internationale handelsverdragen. Hoe kun je hier voor kringlooplandbouw zijn en tegelijkertijd een handelsverdrag met Brazilië verdedigen, waar oerwouden worden platgebrand voor vee en veevoer dat vervolgens tegen bodemprijzen naar Europa geëxporteerd zal worden?

‘Die discussie hebben we gevoerd in de fractie,’ zegt De Groot. ‘En ik heb ook gewezen op het dilemma daarin. Maar uiteindelijk geloven we als D66, en daar geloof ik ook in, dat de wereld alleen beter kan worden als er open handel wordt gedreven. Met die akkoorden kun je landen als Brazilië dwingen om te verduurzamen. Maar wat mij betreft wordt het verboden om soja uit Brazilië te importeren voor veevoer.’

Gestrekt been

Na een uur praten − het tweede kopje koffie is op, de koekjes zijn voor de tweede keer rondgegaan − zegt boer Vink: ‘In de basis hè, Tjeerd, zitten wij helemaal niet zo ver uit elkaar. Maar het is de manier waarop jij erin bent gegaan, met een gestrekt been. Daarmee heb je een tegenstelling gecreëerd die er misschien helemaal niet was. Waarom moest je er zo hard ingaan? Je zegt dat er niets gebeurde, maar naar ons gevoel doen we heel veel, we investeren enorm om duurzaam te produceren. Wij gaan hier toch niet zo slecht om met onze dieren? Het zou misschien op een andere manier kunnen, oké, maar laat dan zien hoe. Als je nou gezegd had: dat kan nog beter, we gaan samen aan de slag. Dan bereik je wat. Maar niet met zo’n botte uitspraak. Daar bereik je een averechts effect mee, want we worden boos, we zeggen “bekijk ’t maar” – en we zetten de hakken in het zand. Dát is de consequentie van jouw uitspraak.’

Het is ook volgens Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging de grote fout van De Groot: ‘Het is de toon geweest. Inhoudelijk zitten boeren helemaal niet zo ver van hem vandaan. Boeren willen ook geen race to the bottom, die zien echt wel in dat hoe we het nu doen niet houdbaar is. Maar ze maken zich wel zorgen over hoe ze de rekeningen kunnen betalen met minder vee.’

Het is ‘tragisch’, zegt ex-NZO-bestuurder Thom Albers. ‘Tjeerd heeft oprecht het beste voor met de boer. Alleen is dat totaal niet overgekomen: hij wordt als verrader gezien. Maar dat heeft hij toch voor honderd procent zelf gedaan.’

Volgens Van der Plas is de enige manier voor De Groot om het vertrouwen terug te winnen ‘door het stof gaan’ en zijn excuses aanbieden.

De beste boeren van de wereld

Maar excuses aanbieden, dat doet De Groot niet. ‘In alle eerlijkheid heb ik mezelf natuurlijk wel afgevraagd,’ zegt hij tegen Vink, ‘of het slim was om die uitspraak te doen. En dat is heel lastig te beoordelen, want ik weet niet wat er gebeurd was als ik het niet had gedaan. Maar ik weet wel één ding zeker: op dat moment gebeurde er niets. We waren tevreden met het nieuwe concept “kringlooplandbouw”. Het kan toch niet zo zijn dat we na dertig jaar pappen en nathouden nog steeds tevreden zijn met een mooi stuk papier, en we gaan over tot de orde van de dag en we doen er verder niets mee? Daarom blijf ik achter mijn uitspraak staan. Want het was nodig om dit gesprek, dat wij nu hebben, aan te gaan.’

‘En dan?’ vraagt Vink. ‘Dan gaan wij hier als klein landje kringlooplandbouw toepassen, en de rest van de wereld zegt: nou, dat doen ze leuk in Nederland. Maar de wereld gaan we er niet mee redden.’

‘Jawel,’ zegt De Groot.

De boer kijkt hem stomverbaasd aan: ‘Denk je dat echt?’

Tuurlijk, zegt de politicus. ‘We hebben de beste boeren van de wereld. We zijn een dichtbevolkt land met veel kennis. We hebben een goede verwerkende industrie met veel reststromen. We waren ook de eersten die de landbouw intensiveerden. Als er één land is dat dit kan, dan zijn wij het. En als wij het doen en toepasbaar maken voor de rest van de planeet, dan kunnen we de wereld redden.’

‘Kijk Tjeerd,’ zegt de boer, ‘ik blijf graag in gesprek met je, want ik moet toegeven: je gaat wel gewoon op het podium staan voor duizenden boeren die je bloed wel kunnen drinken. Daarmee toon je karakter en daar hou ik wel van. Maar je moet niet te grote stappen nemen. Want als wij voorop lopen en vervolgens geen stuiver verdienen, als we straks groen denken maar rood staan, dan zijn we niks opgeschoten.’

‘Nee, je moet groen denken en in een Tesla rijden,’ lacht De Groot. ‘Het is geen grootheidswaanzin, het is heel goed mogelijk. Vanuit hele grootse ideeën kun je elke dag een klein stapje zetten. Maar dan moeten we daar wel mee beginnen.’

‘Je bent ongeduldig.’ Vink schudt zijn hoofd. ‘En je gaat de wereld niet redden. Echt niet.’

‘Jawel,’ zegt De Groot. ‘Daar sta ik elke dag voor op.’