‘We hebben deze gegevens en verwerken die op een verantwoorde manier – altijd met toestemming – en daarmee maken wij het leven dag in dag uit beter,’ verwoordde de CEO van Google Nederland, Pim van der Feltz, het belang van zijn bedrijf recent bij Buitenhof.
Natuurlijk zegt hij dit; wat moet hij anders? Het bedrijf Google vormt, net als een aantal andere techreuzen, in de kern van wat zij momenteel doet een gevaar voor de mensheid. Dataextractie, -analyse en -opslag door een private partij op dergelijke schaal leidt tot een vorm van macht die we ons niet eens kunnen voorstellen.
Maar dat erkennen is onverenigbaar met zijn baan. Bij gebrek aan een adequaat politiek antwoord is het nu aan ons, journalisten, burgers en buitenstaanders, om de moloch te bevragen en controleren – ook als dat feitelijk neerkomt op muizenprikjes in een olifantspoot.
Het ‘wij maken uw leven beter’-argument waarmee Van der Feltz schermt, is een uiting van het zogeheten ‘technologische solutionisme’, een term gemunt door schrijver en internetscepticus Evgeny Morozov.
Het is menselijke gemakzucht waarmee techreuzen burgers paaien.
Het is het heersende idee dat voor elk ongemak wel een technologische oplossing bestaat. De wekker of parkeermeter op je smartphone, de navigatie in je auto, de betaalapp van je bank of de buurtapp voor je verloren kat: met het juiste algoritme of programma kunnen we elke dagelijkse wrijving gladstrijken, tot ons bestaan als een op maat gemaakt fleecedekentje om ons heen valt.
Het is deze menselijke gemakzucht waarmee techreuzen burgers paaien, en die hun ongezonde macht aan het zicht onttrekt. Opium voor het volk.
transactie van data
Op welke planeet is het een goed idee om de verzamelde data van miljarden burgers door private ondernemingen te laten beheren en exploiteren? Ondernemingen die niet het welzijn van die burgers, maar het welzijn van hun eigen aandeelhouders nastreven, en daarbij jarenlang nauwelijks verantwoording hebben hoeven afleggen?
Zonder dat de meeste mensen het doorhebben, slaat Google alles op.
‘Het feit dat we dagelijks op negen diensten een miljard mensen hebben die toezicht op ons houden, houdt ons eerlijk,’ is het antwoord van Van der Feltz op die zorgen. Een vilein antwoord, omdat hij als geen ander weet dat, op een handjevol ingevoerden na, het leeuwendeel van die mensen geen notie heeft van de waarde en onderlinge verwevenheid van de data die, ten behoeve van die ‘diensten’, worden geoogst.
Zonder dat de meeste mensen het doorhebben, slaat Google namelijk alles op. Waar je je begeeft, welke websites je ooit hebt bezocht (ook als je daarna je zoekgeschiedenis hebt verwijderd), welke apps je (hebt) gebruikt en met wie je communiceert, je volledige YouTube-geschiedenis alsmede je gewicht, seksuele en politieke voorkeur, bestedingspatroon en duistere neigingen. Met al die verzamelde en verbonden data is het bedrijf in staat overheidsdiensten over te nemen, zonder de bijbehorende checks and balances.
Het antwoord op een van de belangrijkste vragen voor de toekomst van de mensheid komt niet van de CEO’s van techbedrijven. Zij geloven, oprecht of niet, in de ‘eerlijke’ transactie van data voor gemak. Het antwoord zit ’m ook niet in de kleine beetjes reactieve regelgeving, bedoeld voor de excessen van techreuzen maar met smorend effect op kleine innovaties.
Het is noodzakelijk een publieke infrastructuur te organiseren voor de data van alle burgers, waar zowel publieke als private organisaties uit kunnen putten. Zodat data niet meer worden gebruikt als opium om consumenten eronder te houden, maar als een elixir dat ieders welzijn bevordert.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.