Als ik Marleen Stikker vertel over de hackers die ik de laatste maanden voor voor Vrij Nederland heb ontmoet, begint ze te glimlachen. ‘Het mooie aan hackers is dat ze doen wat ze zeggen, dat was in de begintijd van internetprovider XS4ALL ook zo mooi. Ze gingen net zo lang door tot het werkte. Als ze zeggen dat iets kan, gaan ze het ook voor elkaar krijgen. Hackers zullen nooit zeggen: het lukt niet. Dat kan niet. Het hoort niet. En het is mooi om te zien wat een kracht daarin zit. Ik heb dat gezien bij het begin van xs4all, en nu ook weer bij de wederopstanding van XS4ALL in de vorm van de opvolger Freedom.’

Ik spreek Stikker in een zolderkamer van de Waag op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Ze zucht, want ze is razend druk. Ze bereidt zich voor op het verschijnen van haar nieuwe boek Het internet is stuk en het in ontvangst nemen van de Felipe Rodriguez Award – genoemd naar de oprichter van XS4ALL, een oude vriend van Stikker – tijdens de Big Brother Awards van organisatie voor digitale burgerrechten Bits of Freedom.

Fluittonen

Marleen Stikker is een internetpionier. In 1993 was ze samen met Rodriguez het brein achter De Digitale Stad, de eerste gratis toegangspoort tot een virtuele gemeenschap op internet in de gemeente Amsterdam. Je zou kunnen denken dat ze een soort Nederlandse Mark Zuckerberg avant la lettre is, maar dat ligt helemaal anders.

Tegenwoordig leidt Stikker Waag, het onderzoeksinstituut voor creatieve technologie en sociale innovatie gevestigd in de Waag, dat op 1 december 25 jaar bestaat. Het internet is stuk verschijnt naar aanleiding van het jubileum.

Portretfoto van Marleen Stikker, auteur van 'Het internet is stuk'

In Het internet is stuk beschrijft ze hoe ze voor het eerst met internet te maken kreeg bij de oprichting van Press Now, een organisatie die onafhankelijke media steunde in voormalig Joegoslavië. Het internet bleek de enige manier om contact te onderhouden met mensen in oorlogsgebieden, zoals de Nederlander Wam Kat, wiens Zagreb Diary iedere dag te lezen was voor mensen met toegang tot internet.

Lees ookWaarom Rop Gonggrijp ervoor waarschuwt dat onze verkiezingen te hacken zijn23 mei 2019Zo kwam ze in contact met Rop Gonggrijp en Felipe Rodriguez, die samen het blad Hack-Tic maakten, een tijdschrift waarin de schrijvers uitlegden hoe het internet werkte en hoe je kon hacken en phreaken: het met fluittonen in de war brengen van het oude telefoonsysteem.

Geen slot op de deur

In de inloopkast naast de keuken van Rop Gonggrijp stonden opgestapelde computers en modems die toegang boden tot het internet. Voor 25 gulden per maand kon je vijftien uur inbellen. Hack-Tic zou later uitroeien tot een van de eerste Nederlandse internetproviders: xs4all.

Stikker was handig met computers en raakte snel verslaafd aan deze nieuwe manier van communiceren. Maar als ze haar enthousiasme probeerde te delen met vrienden en vriendinnen, kwamen er diepe fronsblikken. Dat zag er wel heel erg ingewikkeld uit, met al die onbegrijpelijke commando’s.

‘Het internet is geen abstract, virtueel netwerk, maar een fysiek netwerk met miljarden tentakels dat zoemend en fonkelend groeit en groeit.’

Om het internet niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk toegankelijk te maken, begon in 1993 De Digitale Stad. ‘De eerste Nederlandse virtuele gemeenschap en provider die gratis toegang gaf tot het internet.’

In Het internet is stuk herinnert Stikker zich hoe er aanvankelijk geen slot op de deur zat van het pand van Felipe Rodriguez, waar de computers stonden. Ze waakten daarom ’s nachts per toerbeurt. ‘We hebben het geluid van de modems uitgezet om ’s nachts niet wakker te worden van die markante snerpende piepgeluiden waaraan de modems elkaar herkennen en waarmee ze elkaar als het ware “de hand schudden”.’

‘In het donker zie je de lichtjes flakkeren als de modems vanuit honderden huiskamers inbellen om de handshake te maken,’ schrijft Stikker. ‘Het is de meest zinnelijke fysieke ervaring die het internet me tot dan toe heeft gegeven. Het internet is geen abstract, virtueel netwerk, maar een fysiek netwerk met miljarden tentakels dat zoemend en fonkelend groeit en groeit.’

Mark Zuckerberg moet tien jaar later ongeveer hetzelfde gevoel hebben gehad toen hij thefacebook.com begon. Grote groepen mensen die iets gebruiken wat jij hebt gemaakt. En je kunt het gewoon zien!

Stikker zegt de intenties van Zuckerberg van begin af aan onzuiver waren: ‘De inbreuk op privacy, het toelaten van fake news: het gebeurt niet per ongeluk.’

De reactie van Zuckerberg was minder poëtisch. ‘Dumb fucks,’ schreef hij in een mail aan een vriend, toen hij zag dat alle gebruikers hun persoonlijke gegevens aan hem toevertrouwden. Het ontbreken van regels gaf hem een prachtige kans om het vertrouwen en de naïviteit van de gebruikers vanaf het begin misbruiken. Als geen ander begrijpt Stikker dat de intenties van Zuckerberg van begin af aan onzuiver waren: ‘De inbreuk op privacy, het verhandelen van privé-informatie, het profileren en manipuleren van gebruikers, het toelaten van fake news: het gebeurt niet per ongeluk.’

Zwervers online

De Digitale Stad was er voor iedereen. In Amsterdam werden terminals neergezet zodat zelfs daklozen online konden om in De Digitale Stad rond te neuzen. Maar niet alles verliep gemoedelijk: er verschenen ook fascistische liederen online en de gemoederen op discussiefora liepen soms hoog op. Het werd snel duidelijk dat een online platform ook problemen opleverde rond privacy en extremisme. En dat er ook online regels nodig waren.

Regels die er niet kwamen, omdat ze niet in het belang waren van de grote techbedrijven. ‘Er is zo raar gedaan over digitaal,’ zegt Stikker geïrriteerd, ‘er is niet veel meer nodig dan een rechtsorde en een handhaving van de rechtsorde. Het argument dat de regulering de innovatie in de weg staat, is een vals argument. De farmaceutische industrie en de voedselindustrie innoveren toch ook?’

Oud beeld van Marleen Stikker, auteur van 'Het internet is stuk', in de jaren negentig
Marleen Stikker in 1994 in een uitzending van ‘Smart TV’ over De Digitale Stad. Bekijk de hele uitzending op YouTube.
Het nieuwe virtuele goud

Nu, eind 2019 – 25 jaar na het oprichten van De Digitale Stad – vermengen de digitale en de fysieke wereld zich met elkaar. De stad is écht digitaal geworden. ‘Een dystopische, gedigitaliseerde stad die volhangt met camera’s en sensoren en slimme stoeptegels, waar iedereen gevolgd en gemonitord wordt.

Het spel Pokémon Go laat zien hoe mensen in zo’n digitale stad gemanipuleerd kunnen worden. Mensen lopen op plaatsen waar ze anders nooit gelopen hadden. Het spel lokt gebruikers naar Starbucks en McDonald’s.

Het is goed om even stil te staan bij de geschiedenis van het bedrijf achter dit spel: Niantic. De baas van Niantic was in 2001 een van de oprichters van Keyhole, dat zich als doel stelde om een mooie online kaart van de wereld te maken. Keyhole veranderde z’n naam later in Earth, dat door het Amerikaanse leger werd gebruikt. In 2004 werd Earth door Google overgenomen. Daarna richtte Hanke Niantic op, genoemd naar het walvisvaarderschip dat tijdens de goudkoorts gelukszoekers naar San Francisco vervoerde.

Pokémon Go gebruikt spelers als levende sensoren om de aarde tot in detail in kaart te brengen.

‘Waypoints’, zo noemt Hanke het nieuwe virtuele goud: belangrijke plaatsen. Locaties waar mensen van richting veranderen, of blijven staan. Pokémon Go gebruikt spelers als levende sensoren om de aarde tot in detail in kaart te brengen, zodat er niet alleen geweldige spellen gespeeld kunnen worden, maar er ook zelfrijdende auto’s kunnen rijden en mensen ge-nudged kunnen worden om meer te bewegen, of om bepaalde routes door de stad te kiezen. Om de wereld ‘beter’ te maken, vooral voor de investeerders van de grote techbedrijven.

Pokémon Go is een fantastisch spel. Maar als je er met andere ogen – via de black mirror – naar kijkt, is het speelveld ook een kooi, waarin we als labratten rondlopen en ons gedrag bestudeerd wordt. ‘Ondertussen hebben de burgers het gevoel de controle over hun leefwereld te verliezen,’ schrijft Stikker.

Een nieuw fris briesje

‘Waar je eerst inlogde op De Digitale Stad, kun je nu niet meer uitloggen,’ zegt Stikker, ‘onze fysieke wereld wordt gedigitaliseerd. Je bent een onderdeel van de digitale stad geworden.’ Daarom is het belangrijk dat er een democratische digitale stad komt, en geen Google-digitale stad.’

Dat is de strijd nu geleverd wordt. Wordt de digitale – zogenaamde ‘slimme’ – stad een ‘echte stad’, een openbare ruimte gemaakt door en voor de bewoners, met vrijplaatsen en nieuwe digitale kunstvormen, of wordt het een soort virtuele IKEA, waarin ons ons gevoel voor richting wordt afgenomen? Winnen de Zuckerbergs of de Stikkers?

Het ziet er somber uit. ‘Sadder and wiser,’ noemt Stikker zichzelf nu. Felipe Rodriguez overleed in 2015, Rop Gonggrijp is – teleurgesteld in de Nederlandse overheid – vertrokken naar Berlijn. Maar Stikker ziet ook dat de tijden opnieuw veranderen. Er zijn grassprietjes die door het asfalt groeien. ‘Vijfentwintig jaar geleden was het internet nog een greenfield. Na de jarenlange techbubbel die het deed verdorren tot een brownfield, is de wind nu gedraaid. Er is een nieuw fris briesje opgestoken.’

De strijd om de ‘digitale stad’ is nog niet verloren. In haar boek brengt Stikker de ontwikkelingen in kaart die aan de reparatie van het internet bijdragen. De politiek komt in beweging. ‘De Amerikaanse senator en presidentskandidaat Elizabeth Warren openbaarde een gedetailleerd plan om de grote techbedrijven op te breken in kleinere delen. En de Europese privacywetgeving die in mei vorig jaar van kracht werd, begint ook zijn vruchten af te werpen.’

Luister ookNaar ons gesprek met Marleen Stikker in de podcast MENS: 'Technologie is niet neutraal'28 augustus 2019De ziel van de hackers en de kunstenaars leeft nog. Zo is er een groot programma, ‘Next Generation Internet’ waar zij samen met wetenschappers werken aan privacybeschermende alternatieven. Er is behoefte aan hackers, kunstenaars en ‘smart citizens’ die niet bang zijn om apparaten open te schroeven, want ‘if you can’t open it, you don’t own it’.

‘We moeten de maakplaatsen en de fab labs in,’ schrijft Stikker, ‘daar kunnen we onze kennis en vaardigheden op het gebied van technologie uitbreiden. Digitaal knutselen, repareren, de black boxes openen en onze eigen vooronderstellingen doorzien, het bevragen van macht en het opnieuw ontdekken van publieke waarden: dát zijn de “21-ste-eeuwse vaardigheden” die we ons eigen moeten maken.’

Marleen Stikker, Het internet is stuk, De Geus, 256 p.